ECLI:NL:RBOVE:2025:3498
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
Deze uitspraak betreft het beroep van Buurtdiensten Nederland B.V. tegen een loonsanctie opgelegd door het UWV. De loonsanctie houdt in dat de werkgever het loon van een ex-werkneemster moet doorbetalen tot 4 december 2023 vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen.
De rechtbank stelt vast dat de re-integratie-inspanningen niet tot een bevredigend resultaat hebben geleid en dat het geschil zich richt op de vraag of het UWV aannemelijk heeft gemaakt dat de bedrijfsarts na 20 juli 2022 in redelijkheid niet tot zijn sociaal medische handelwijze had kunnen komen, met name het niet inzetten van spoor 2.
De rechtbank oordeelt dat het UWV aannemelijk heeft gemaakt dat de werkgever onvoldoende inspanningen heeft verricht, aangezien spoor 2 niet is ingezet terwijl er wel mogelijkheden waren. De bedrijfsarts had een inzetbaarheidsprofiel opgesteld met beperkingen, maar de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat spoor 2 wel mogelijk was. De beroepsgronden van eiseres worden verworpen, waaronder het beroep op de professionele marge van de bedrijfsarts en het beperkte resterende tijdsbestek.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de loonsanctie in stand blijft en eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de loonsanctie wordt ongegrond verklaard en de loonsanctie blijft in stand.