ECLI:NL:RBOVE:2025:5147

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
5 augustus 2025
Publicatiedatum
6 augustus 2025
Zaaknummer
11356813 CV EXPL 24-2046
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schadevergoeding vordering tegen bewindvoerder wegens onrechtmatig handelen en tekortkomingen in zorgplicht

In deze zaak vorderen eisers, vertegenwoordigd door Kompas c.s., schadevergoeding van hun bewindvoerder, [partij B], wegens onrechtmatig handelen en tekortkomingen in de zorgplicht. De kantonrechter heeft vastgesteld dat [partij B] in meerdere dossiers tekort is geschoten in zijn rol als bewindvoerder en curator. De eisers hebben schade geleden door onrechtmatige overboekingen en te hoge kosten die door [partij B] in rekening zijn gebracht. De kantonrechter heeft geoordeeld dat [partij B] aansprakelijk is voor de schade en heeft de vorderingen van de eisers grotendeels toegewezen. De kantonrechter heeft ook de reconventionele vorderingen van [partij B] afgewezen, omdat hij niet voldoende onderbouwd heeft dat hij recht had op de gevorderde bedragen. De zaak betreft meerdere partijen en dossiers, waarbij de kantonrechter de vorderingen per dossier heeft beoordeeld. De totale schadevergoeding die aan de eisers is toegewezen bedraagt € 205.061,58, te vermeerderen met wettelijke rente. De kantonrechter heeft [partij B] ook veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Vonnis van 5 augustus 2025
in de
hoofdzaakmet zaaknummer: 11356813 CV EXPL 24-2046
1. [partij A1] , wonende te [woonplaats 1] ,
2. [partij A2] , wonende te [woonplaats 2] ,
3. [partij A3] , wonende te [woonplaats 3] ,
4. [partij A4] , wonende te [woonplaats 4] ,
5. [partij A5] , wonende te [woonplaats 5] ,
6. [partij A6] , wonende te [woonplaats 6] ,
7. [partij A7] , wonende te [woonplaats 7] ,
8. [partij A8] , wonende te [woonplaats 8] ,
9. [partij A9] , wonende te [woonplaats 9] ,
10. [partij A10] , wonende te [woonplaats 10] ,
11. [partij A11] en [partij A12] , beide wonende te [woonplaats 11] ,
12. [partij A13] en [partij A14] , beiden wonende te [woonplaats 12] ,
13. [partij A15] , wonende te [woonplaats 13] ,
14. [partij A16] , wonende te [woonplaats 14] ,
15. [partij A17] , wonende te [woonplaats 15] ,
16. [partij A18] , wonende te [woonplaats 16] ,
17. [partij A19] , wonende te [woonplaats 17] ,
18. [partij A20] , wonende te [woonplaats 18] ,
19. [partij A21] , wonende te [woonplaats 19] ,
20. [partij A22] , wonende te [woonplaats 20] ,
21. [partij A23] , wonende te [woonplaats 21] ,
22. [partij A24] , wonende te [woonplaats 22] ,
23. [partij A25] , wonende te [woonplaats 23] ,
24. [partij A26] , wonende te [woonplaats 24] ,
25. [partij A27] , wonende te [woonplaats 25] ,
26. [partij A28] , wonende te [woonplaats 26] ,
27. [partij A29] , wonende te [woonplaats 27] ,
28. [partij A30] , wonende te [woonplaats 28] ,
29. [partij A31] , wonende te [woonplaats 29] ,
30. [partij A32] en [partij A33] , beiden wonende te [woonplaats 30] ,
31. [partij A34] , wonende te [woonplaats 31] ,
32. [partij A35] , wonende te [woonplaats 32] ,
33. [partij A36] , wonende te [woonplaats 33] ,
34. [partij A37] , wonende te [woonplaats 34] ,
35. [partij A38] , wonende te [woonplaats 35] ,
36. [partij A39] , wonende te [woonplaats 36] ,
37. [partij A40] , wonende te [woonplaats 37] ,
wettelijk vertegenwoordigd door bewindvoerder of curator
Kompas Zuidlaren B.V.,
gevestigd te Zuidlaren
38. [partij A41] , wonende te [woonplaats 38]
39. [partij A42] , wonende te [woonplaats 39]
wettelijk vertegenwoordigd door bewindvoerder
ViaLucia B.V., gevestigd te Hoogersmilde
40. [partij A43] , wonende te [woonplaats 40]
wettelijk vertegenwoordigd door bewindvoerder
[bewindvoerder] , h.o.d.n. Bewindvoering
Wolvega,gevestigd te Wolvega

41 [partij A22] , wonende te [woonplaats 41]

42.
[partij A44], wonende te [woonplaats 42]
eisende partijen in conventie
verwerende partijen in reconventie, voorzover het [partij A3] , [partij A8] , [partij A11] en [partij A12] ,
[partij A14] , [partij A18] , [partij A28] , [partij A42] , [partij A20] en [partij A31]
betreffen,
hierna gezamenlijk te noemen: Kompas c.s.
gemachtigde: mr. N. Wouters, advocaat te Groningen
tegen
[partij B] , h.o.d.n. Financiële Zorgconsulenten Noord Nederland
t.h.o.d.n. Schuldhulpverlening.nu, wonende te [woonplaats 43]
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij B]
gemachtigde: mr. H.L. Thiescheffer, advocaat te Leeuwarden
en in de
vrijwaringszaakmet zaaknummer: 11376505 CV 24-2128
[partij B] , h.o.d.n. Financiële Zorgconsulenten Noord Nederland
t.h.o.d.n. Schuldhulpverlening.nu, wonende te [woonplaats 43]
eisende partij,
hierna te noemen: [partij B]
gemachtigde: mr. H.L. Thiescheffer, advocaat te Leeuwarden
tegen
NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,
te ’s-Gravenhage,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Nationale Nederlanden,
gemachtigde: mr. E.A.L. van Emden.

1.De zaak in het kort

Eisers vorderen een schadevergoeding van hun bewindvoerder/curator/mentor, [partij B] , omdat deze hun heeft gedupeerd. De kantonrechter heeft geoordeeld dat [partij B] toerekenbaar te kort is geschoten en onrechtmatig heeft gehandeld. De kantonrechter zal het grootste gedeelte van de gevorderde schade toewijzen en zal de reconventionele vordering van [partij B] afwijzen.
In
de hoofdzaak:

2.Het verdere procesverloop2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 8 oktober 2024;
- het herstelvonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 19 november 2024;
- conclusie van dupliek in reconventie in de hoofdzaak, tevens wijziging eis d.d.
7 januari 2025;
- Antwoordakte van 18 februari 2025 zijdens [partij B] ;
- de mondelinge behandeling van 10 maart 2025;
- de spreekaantekeningen van 10 maart 2025 zijdens eisers.
2.2
In het vonnis van 8 oktober 2024 heeft de kantonrechter deze zaak verwezen naar de kantonrechter van de rechtbank Overijssel, vanwege het feit dat [partij B] is ontslagen in alle zaken die onder het toezicht vallen van de rechtbank Noord-Nederland.
2.3
Op 10 februari 2025 is de zaak ter zitting behandeld. Namens Kompas c.s. zijn
[naam 1] , directeur van Kompas Zuidlaren B.V., en de gemachtigde verschenen. Namens [partij B] is alleen diens gemachtigde verschenen. [partij B] heeft zich op de dag van de zitting afgemeld vanwege een door [partij B] gestelde ziekenhuisopname van zijn echtgenote. De kantonrechter heeft daarop besloten dat de zitting doorgang vindt. Aanleiding hiervoor is dat [partij B] de reden van zijn afmelding niet deugdelijk heeft onderbouwd. Daarnaast dient de kantonrechter ook rekening te houden met de belangen van eisers, die belang hebben bij een voortvarende voortgang van het proces. Het betreft een zeer omvangrijke zaak waar de nodige voorbereiding in zit. Uitstel is ook om die reden niet wenselijk. Bovendien is de gemachtigde van [partij B] wel verschenen.

3.Vaststaande feiten3.1 Bij beschikking van 6 oktober 2023 (ECLI:NL:RBNNE:2023:5466) is [partij B] in alle zaken waarin hij is benoemd tot bewindvoerder, mentor en curator en waarin de rechtbank Noord-Nederland toezicht houdt, geschorst en is Kompas Zuidlaren B.V. benoemd tot tijdelijke bewindvoerder en curator en Kompas Mentorschap B.V. tot tijdelijke mentor. Tevens is aan Kompas Zuidlaren B.V. opgedragen onderzoek te doen naar het gevoerde bewind en mentorschap door [partij B] .

3.2
Naar aanleiding van onder meer de bevindingen uit dat onderzoek is [partij B] bij beschikking van 11 januari 2024 (ECLI:NL:RBNNE:2024:120) met ingang van 16 februari 2024 ontslagen als bewindvoerder, curator en mentor in alle zaken die onder het toezicht vallen van de rechtbank Noord-Nederland en is Kompas Zuidlaren B.V. benoemd tot bewindvoerder en curator en Kompas Mentorschap B.V. tot mentor. In die beschikking is tevens bepaald dat de onderzoekskosten van Kompas Zuidlaren B.V. voor rekening komen van [partij B] , omdat de kantonrechter vastgesteld heeft dat sprake is van slecht bewind. [partij B] is niet in hoger beroep gegaan.

4.Het geschil

Vorderingen in conventie en in reconventie4.1 Kompas c.s. vordert, na wijziging van eis en samengevat, dat [partij B] , uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van schade voor in totaal
€ 230.667,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2024 tot aan de dag van betaling en met veroordeling van [partij B] in proceskosten en nakosten.
Kompas c.s. legt aan haar vordering ten grondslag dat schade is geleden, doordat [partij B] tekort is geschoten in de zorg van een goed bewindvoerder, mentor en/of curator. De schade bestaat voor het overgrote deel uit onrechtmatige overboekingen naar één van de drie rekeningen die op naam staan van [partij B] of die op naam staan van zijn ondernemingen de Financiële Zorgconsulent Noord Nederland (FZNN) en Schuldhulpverlening.nu.
4.2
[partij B] vordert dat de kantonrechter Kompas c.s. in haar vordering jegens [partij B] niet-ontvankelijk zal verklaren. [partij B] stelt dat Kompas c.s. heeft verzuimd de onderliggende feiten en rechtsgronden op te nemen in het lichaam van de dagvaarding. Het is Kompas c.s. niet toegestaan om enkel te verwijzen naar het onderzoeksrapport van Kompas Zuidlaren B.V. Daarnaast komt Kompas c.s. ook geen bevoegdheden meer toe in de dossiers waarin Kompas Zuidlaren B.V. geen bewindvoerder meer is, aldus [partij B] .
Vordering in reconventie4.3 [partij B] vordert, na wijziging van eis en samengevat, (voorwaardelijk) in reconventie dat Kompas c.s., uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van € 26.277,52, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 april 2024 en met de veroordeling van Kompas c.s. in de proceskosten.
[partij B] legt aan zijn reconventionele vordering ten grondslag dat hij de daaraan onderliggende werkzaamheden heeft uitgevoerd in opdracht en voor rekening van de desbetreffende betrokkene, die ook akkoord is gegaan met de onderliggende factuur.
4.4
Kompas c.s. vordert dat de kantonrechter [partij B] niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vorderingen, althans zijn vorderingen af te wijzen en [partij B] te veroordelen in de kosten van de procedure, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente over (na)kosten.
Kompas c.s. stelt dat de vorderingen van [partij B] niet zodanig zijn onderbouwd, dat daaruit kan worden afgeleid dat de betrokkenen tot wie [partij B] zijn vordering richt dit ook verschuldigd zijn.

5.De beoordeling

In conventie en in reconventie
Ontvankelijkheid eisende partijen
ten aanzien van [partij A19] en [partij A36]
5.1
Kompas c.s. heeft haar eis na dagvaarding nog tweemaal gewijzigd. Dit heeft ertoe geleid dat zij haar vorderingen betreffende [partij A19] en [partij A36] heeft ingetrokken.
5.2
In vijf dossiers was Kompas Zuidlaren B.V. bij het uitbrengen van de dagvaarding de bewindvoerder, maar dit is gedurende het proces gewijzigd. Zo is in de dossiers van [partij A41] en [partij A42] Kompas Zuidlaren B.V. ontslagen en is ViaLucia B.V. benoemd tot bewindvoerder. [naam 2] is overleden. Tot slot is het bewind over het vermogen van [partij A22] en [partij A44] geëindigd. De vraag die beantwoord dient te worden is welke procesrechtelijke consequenties dit heeft.
ten aanzien van [naam 2]
5.3
Artikel 225 Rv. bepaalt dat het overlijden van een partij kan leiden tot een schorsing van het geding. Er heeft geen schorsing plaatsgevonden. Het geding is daardoor op naam van [naam 2] voortgezet.
ten aanzien van [partij A41] en [partij A42]
5.4
De vraag die beantwoord dient te worden is of de opvolgend bewindvoerder op de juiste wijze in deze procedure is verschenen. De kantonrechter is van oordeel dat dat het geval is. Immers de naam van de opvolgend bewindvoerder is genoemd in de conclusie van repliek. De kantonrechter verwijst in dit kader naar het arrest van de Hoge Raad van 7 maart 2024 (ECLI:NL:HR:2024:525, rechtsoverweging 3.4.2.):
“In het geval de wederpartij in de loop van het geding bekend wordt met het bewind, kan hij de bewindvoerder oproepen, desgewenst bij aangetekende brief, om in het geding te verschijnen teneinde dit verder ten behoeve van de betrokkene te voeren. Indien de rechter in de loop van het geding van het bewind op de hoogte raakt dient hij, zo nodig ambtshalve, in een tussenuitspraak de meest gerede partij in staat te stellen de bewindvoerder op te roepen om in het geding te verschijnen.”
Ook verwijst de kantonrechter naar het arrest van de Hoge Raad van 20 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:979, rechtsoverweging 3.1.4.):
“Aan de hiervoor in 3.1.1 weergegeven klacht ligt de rechtsopvatting ten grondslag dat wanneer een vordering of verzoek had moeten worden ingediend door de bewindvoerder van de eiser of verzoeker en dat niet is gebeurd, dat gebrek in hoger beroep niet meer kan worden hersteld. Die rechtsopvatting is onjuist. Zolang de procedure niet door een onherroepelijk geworden uitspraak is geëindigd, kan de bewindvoerder in het geding verschijnen om dit, ook wat betreft de in eerste aanleg verrichte proceshandelingen, als formele procespartij over te nemen.”
ten aanzien van [partij A22] en [partij A44]
5.5
Deze personen kunnen zelfstandig in een civiele procedure optreden, omdat hun bewind is geëindigd. Mr. Wouters treedt namens hen op als gemachtigde.
5.6
De kantonrechter zal deze vijf dossiers dan ook betrekken in de verdere behandeling.
Verjaring van de vorderingen van Kompas c.s.?5.7 In diverse dossiers heeft [partij B] aangevoerd dat de vorderingen van Kompas c.s. voor zover deze zien op feiten van voor 16 juli 2019 zijn verjaard. De vordering van Kompas c.s. strekt tot vergoeding van schade, zodat artikel 3:310 lid 1 BW van toepassing is. Deze luidt als volgt:
Een rechtsvordering tot vergoeding van schade of tot betaling van een bedongen boete verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade of de opeisbaarheid van de boete als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden, en in ieder geval door verloop van 20 jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt of de boete opeisbaar is geworden.De vijfjaarstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW begint naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot vergoeding van de door hem gelede schade in te stellen. Daarvan zal sprake zijn als de benadeelde voldoende zekerheid heeft verkregen dat de schade is veroorzaakt door tekortschieten of foutief handelen van de betrokken persoon. Ook heeft de Hoge Raad beslist dat, indien de benadeelde zijn vordering niet kan instellen door omstandigheden die aan de schuldenaar moeten worden toegerekend, het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de schuldenaar zich erop mag beroepen dat de vijfjaarstermijn is beginnen te lopen op het zojuist bedoelde tijdstip. De korte verjaringstermijn gaat pas dan in, wanneer die omstandigheden niet langer verhinderen dat de vordering kan worden ingesteld.
5.8
Vaststaat dat [partij B] is geschorst bij beschikking van 6 oktober 2023 met onmiddellijke ingang. Kompas c.s. heeft onderzoek verricht naar de handelwijze van [partij B] . Uit haar rapport van 22 januari 2024 is gebleken dat [partij B] volgens Kompas c.s. toerekenbaar tekort is geschoten en onrechtmatig heeft gehandeld. Door het onderzoek van Kompas c.s. is de omvang van de schade komen vast te staan. De kantonrechter is van oordeel dat de vijfjaarstermijn in ieder geval niet vóór 22 januari 2024, de datum van het rapport van Kompas c.s., is gaan lopen. Eisers stonden niet voor niets onder bewind. Zij mochten erop vertrouwen dat [partij B] hun financiële zaken op de juiste wijze zou behandelen. Eisers waren veelal niet in staat om te kunnen beoordelen of [partij B] hun financiën goed beheerde. Deze personen staan immers niet voor niets onder bewind.
Pas door het onderzoek van Kompas c.s. zijn zij geconfronteerd met het feit dat [partij B] hen schade heeft berokkend. Bovendien was het [partij B] zelf die had moeten constateren dat de eisers schade leden door zijn handelen. Dat [partij B] een beroep op verjaring doet, vindt de kantonrechter onbegrijpelijk. Het verjaringsverweer wordt door de kantonrechter verworpen.
Wettelijk kader5.9 In artikel 1:444 BW is bepaald dat een bewindvoerder jegens de betrokkene aansprakelijk is, indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder tekortschiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. Artikel 1:386 lid 1 BW verklaart op het bewind van de curator de bepalingen inzake het bewind van de voogd van overeenkomstige toepassing, waaronder ook artikel 1:337 lid 2 BW waarin is bepaald dat de voogd bij slecht bewind voor de daardoor veroorzaakte schade aansprakelijk is en artikel 1:362 BW waarin is bepaald dat de kantonrechter bevoegd is op verzoek of ambtshalve de schade vast te stellen en de voogd tot vergoeding daarvan kan veroordelen. Voor een curator evenals voor een bewindvoerder geldt dus dat hij/zij het bewind over het vermogen van betrokkene als een goed curator of bewindvoerder moet voeren. Bij slecht bewind is hij/zij voor de daardoor veroorzaakte schade aansprakelijk.
Overeenkomstig artikel 1:454 lid 2 BW is de mentor jegens de betrokkene aansprakelijk, indien hij in de zorg van een goed mentor tekortschiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend.
De kantonrechter oordeelt in deze kwestie op basis van de processtukken en niet in haar rol als toezichthouder. Dat kan de kantonrechter in deze kwestie ook niet doen, aangezien zij, als kantonrechter in de rechtbank Overijssel in deze kwestie geen toezicht heeft gehouden, dat heeft de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland gedaan.
5.1
Op grond van de artikelen 1:447 lid 1 BW, 1:460 lid 2 BW en 1:380 lid 5 BW heeft respectievelijk de bewindvoerder, de mentor en de curator aanspraak op de beloning overeenkomstig de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna te noemen: de Regeling).
De beoordeling van de dossiers
5.11
De kantonrechter zal de vorderingen in conventie en (voorwaardelijke) vorderingen in reconventie per dossier en per schadepost behandelen.
[partij A1]
De vordering5.12 Kompas c.s. vordert, na vermindering van eis, enkel nog de veroordeling van [partij B] in de proceskosten.
Het verweer
5.13
[partij B] heeft een schadebedrag van € 2.008,64 wegens te veel geïnde bewindvoerderskosten erkend en op 12 maart 2024, na het uitbrengen van de dagvaarding, betaald.
[partij A2]
De vordering5.14 Kompas c.s. vordert, na vermindering van eis, enkel nog de veroordeling van [partij B] in de proceskosten.
Het verweer5.15 [partij B] heeft een schadebedrag van € 1.506,48 wegens te veel geinde bewindvoerderskosten erkend en na dagvaarding betaald.
[partij A3]
De vordering5.16 Kompas c.s. vordert, na vermeerdering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 24.998,15. Kompas c.s. stelt dat [partij B] tijdens de bewindsperiode een bedrag van € 29.980,37 in rekening heeft gebracht bij [partij A3] , terwijl een bedrag van € 4.982,22 aan bewindvoerderskosten is toegestaan. Het verschil tussen deze bedragen is schade.
Het verweer5.17 [partij B] erkent dat hij een bedrag van € 17.980,65 te veel in rekening heeft gebracht, doordat bij het handmatig koppelen van girale betalingen fouten zijn gemaakt. [partij B] betwist voor de overige kosten dat deze ten onrechte in rekening zijn gebracht. [partij B] stelt dat hij voorafgaand aan het bewind budgetbeheer heeft gevoerd en gerechtigd was om daarvoor kosten in rekening te brengen. Ook was [partij A3] verwikkeld in een afwikkeling van een erfenis waarvoor [partij A3] hoge advocaatkosten heeft moeten betalen. [partij A3] heeft aan [partij B] verzocht om onderzoek te doen naar de rechtmatigheid van de advocaatkosten. [partij B] heeft op 22 november 2020 de werkzaamheden ten aanzien van het budgetbeheer en zijn onderzoeksuren naar de hoge advocaatkosten gedeclareerd voor in totaal van € 6.607,09. [partij B] beroept zich op compensatie van dit bedrag. Indien compensatie niet toelaatbaar is, dan vordert [partij B] dit bedrag in reconventie.
De beoordeling in conventie5.18 De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de bankafschriften van de rekening van [partij A3] blijkt dat [partij B] op 19 augustus 2022 een bedrag van € 6.607,09 naar zichzelf heeft overgeschreven met de omschrijving ‘CAK achterstanden’. [partij B] heeft hierover verklaard dat hij aan deze overboeking handmatig de verkeerde omschrijving heeft gekoppeld, omdat dit zag op zijn onderzoek naar de hoge advocaatkosten. [partij B] stelt dat hij gerechtigd was om dit bedrag in rekening te brengen en verwijst ter onderbouwing naar de factuur, de akte tot volmacht en het machtigingsformulier (producties 5, 6 en 7 bij de conclusie van antwoord in conventie). De factuur is opgebouwd uit budgetbeheerkosten, aanvangskosten budgetbeheer en ‘Extra uren advocaatkosten’. In de akte tot volmacht verklaart [partij A3] last en volmacht te geven aan [partij B] om persoonsgegevens in het kader van onder meer bewindvoering en budgetbeheer op te mogen nemen en uit te wisselen. In het machtigingsformulier, dat door [partij A3] op 6 april 2020 is ondertekend, geeft [partij A3] machtiging aan [partij B] om extra uren in rekening te brengen op basis van de eerdergenoemde akte tot volmacht. Anders dan [partij B] is de kantonrechter van oordeel dat [partij B] niet gerechtigd was om op basis van deze gegevens kosten in rekening te mogen brengen. De akte tot volmacht ziet enkel op de uitwisseling van persoonsgegevens en aan het machtigingsformulier ligt geen overeenkomst ten grondslag op basis waarvan [partij B] kosten in rekening mocht brengen. Bovendien is niet duidelijk geworden welke werkzaamheden [partij B] voor [partij A3] heeft verricht als budgetbeheerder en in het kader van het onderzoek naar de advocaatkosten. Ook is niet gebleken of het onderzoek van [partij B] naar de hoge advocaatkosten iets voor [partij A3] heeft opgeleverd. De kantonrechter zal dan ook bepalen dat [partij B] het bedrag van € 6.607,09 naast het door hem erkende bedrag van € 17.980,65 dient terug te betalen. Het beroep van [partij B] op verrekening slaagt om deze reden dan ook niet.
5.19
Dit betekent dat er nog een bedrag van € 410,41 (€ 24.998,15 minus € 17.980,65 minus €6.607,09) van de totale vordering resteert, waarvan Kompas c.s. stelt dat dit schade is. In de processtukken (productie 59 bij de conclusie van repliek in conventie) is weliswaar een overzicht aangetroffen van de door [partij B] in rekening gebrachte bedragen, maar een overzicht waaruit blijkt hoeveel [partij B] gerechtigd was in rekening te brengen is, anders dan in andere dossiers, niet door Kompas c.s. overgelegd. Evenmin is gebleken wanneer het bewind is ingesteld, zodat ook aan de hand van de tarieven op grond van de Regeling niet kan worden vastgesteld wat [partij B] in rekening had mogen brengen. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen of er voor dit restbedrag schade is geleden, zodat de restantvordering voor het bedrag van € 410,41 als onvoldoende onderbouwd zal worden afgewezen.
De beoordeling in reconventie5.20 Zoals de kantonrechter eerder heeft overwogen is de kantonrechter van oordeel dat [partij A3] het bedrag van € 6.607,09 niet aan [partij B] verschuldigd is, zodat de reconventionele vordering van [partij B] zal worden afgewezen.
[partij A4]
De vordering5.21 Kompas c.s. vordert de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van
€ 11.095,32. Kompas c.s. stelt dat [partij B] namens [partij A4] een bedrag van € 5.799,38 heeft betaald aan Rabo Direct Financiering B.V., terwijl hiervoor geen onderliggende stukken aan ten grondslag liggen. Verder stelt Kompas c.s. dat er te veel bewindvoerderskosten in rekening zijn gebracht voor in totaal € 2.033,94, dat [partij A4] een bedrag van € 1.800,- is misgelopen aan zorgtoeslag en dat [partij A4] mogelijk recht had op een teruggave van € 1.402,- indien [partij B] aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2022 had gedaan.
Het verweer5.22 [partij B] erkent dat hij te veel bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht voor € 2.033,94. Voor het overige wordt de vordering door [partij B] betwist. Ten aanzien van de betaling aan Rabo Direct Financiering B.V. stelt [partij B] dat met deze betaling een lening is afgelost die [partij A4] samen met zijn ex-partner was aangegaan. Verder stelt [partij B] dat [partij A4] geen recht had op zorgtoeslag, vanwege de hoogte van zijn inkomen. Tot slot stelt [partij B] dat op hem geen verplichting rustte om aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2022 te doen.
De beoordelingVordering Rabo Direct Financiering B.V.5.23 Uit een afschrift van de Rabobank van oktober 2019 (productie 9 bij de conclusie van antwoord in conventie) blijkt dat [partij A4] samen met zijn ex-partner een lening had. Het saldo bedroeg € 18.172 in oktober 2019 en er was op dat moment een betalingsachterstand van € 1.170,-. Uit een brief van de Rabobank van 7 januari 2020 (productie 8 bij de conclusie van antwoord in conventie), gericht aan [partij A4] en ex-partner, blijkt dat de Rabobank de volledige schuld van de lening per direct opeist voor in totaal € 18.084,38. Door [partij B] is onweersproken gesteld dat [partij A4] verwikkeld was in een echtscheiding en dat de ex-partner de lening afloste. [partij B] stelt dat hij er daarom (later) voor heeft gekozen het restant van de lening van € 5.739,38 namens [partij A4] af te lossen, omdat er toen voldoende saldo stond op de beheerrekening.
5.24
De kantonrechter komt, anders dan Kompas c.s., niet tot de conclusie dat sprake is van schade waarvoor [partij B] aansprakelijk is. Vaststaat dat [partij A4] (samen met zijn ex-partner) verantwoordelijk was voor aflossing van de lening. Het had op de weg van Kompas c.s. gelegen om aan te tonen dat [partij A4] niet of in mindere mate gehouden was om af te lossen op de lening. Dit heeft Kompas c.s. verzuimd. Voorts staat vast dat genoemd bedrag naar de Rabobank is overgemaakt. De kantonrechter is van oordeel dat Kompas c.s. haar vordering in deze onvoldoende heeft onderbouwd. De kantonrechter zal deze schadepost dan ook afwijzen.
Misgelopen zorgtoeslag en teruggave inkomstenbelasting5.25 Ter zitting van 10 februari 2025 heeft Kompas c.s. verklaard dat zij nalatigheden van [partij B] heeft gecorrigeerd voor zover dat mogelijk is en dat dit ook geldt ten aanzien van de misgelopen zorgtoeslag en de teruggave inkomstenbelasting. De kantonrechter zal deze door Kompas c.s. gestelde schadeposten daarom afwijzen, omdat van schade geen sprake (meer) is.
Te veel bewindvoerderskosten5.26 [partij B] heeft erkend dat hij € 2.033,94 te veel bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht, zodat de kantonrechter [partij B] zal veroordelen tot terugbetaling van dit bedrag aan [partij A4] .
[partij A5]De vordering5.27 Kompas c.s. vordert de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van
€ 3.159,49. Kompas c.s. stelt dat er te veel curatelekosten voor in totaal € 2.711,64 door [partij B] in rekening zijn gebracht. Ook stelt Kompas c.s. dat er betalingen zijn verricht aan Bol.com en Riverty voor respectievelijk € 299,95 en € 147,90 waaraan geen facturen ten grondslag liggen.
Het verweer5.28 [partij B] erkent dat hij € 2.711,64 te veel curatelekosten in rekening heeft gebracht. [partij B] betwist de vorderingen ten aanzien van de betalingen aan Bol.com en Riverty, omdat deze betalingen zien op bestellingen die op verzoek zijn gedaan van en ten goede zijn gekomen aan [partij A5] .
De beoordeling5.29 [partij B] heeft erkend dat hij zelf bestellingen heeft geplaatst en heeft betaald van de beheerrekening van [partij A5] . Echter kan de kantonrechter niet vaststellen of deze goederen in opdracht van [partij A5] zijn besteld en ten goede zijn gekomen aan [partij A5] , omdat [partij B] zijn stelling niet heeft onderbouwd. Niet is gebleken dat [partij A5] opdracht heeft gegeven tot het doen van bestellingen. Ook is niet gebleken welke goederen zijn besteld, bijvoorbeeld aan de hand van een e-mailbericht met een bestelopdracht, offerte of factuur. De kantonrechter is van oordeel dat dit wel van [partij B] als professionele curator had mogen worden verwacht. Als curator dient hij de uitgaven die hij doet namens [partij A5] te verantwoorden en dat heeft [partij B] nagelaten. De kantonrechter is daarom van oordeel dat [partij B] deze kosten dient te vergoeden. De kantonrechter zal [partij B] naast het door hem erkende bedrag van € 2.711,64 wegens te veel geinde curatorkosten ook veroordelen tot betaling van € 447,85 aan [partij A5] .
[partij A6]
De vordering5.30 Kompas c.s. vordert de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 4.690,- Kompas c.s. stelt dat [partij A6] vanaf 1 maart 2023 tot en met augustus 2023 dubbele huur heeft betaald aan de verhuurder van zijn voormalige huurwoning. Daarnaast is [partij A6] verhuisd per 15 juni 2023. Kompas c.s. is van mening dat de huur eerder door [partij B] kon worden opgezegd. Daarna is er in september, oktober en november 2023 nogmaals huur betaald voor die woning, terwijl [partij A6] op een andere locatie woonde. De schade bedraagt € 4.500,-, aldus Kompas c.s. Daarnaast stelt Kompas c.s. dat de declaraties van het CAK niet zijn ingediend bij de zorgverzekeraar, terwijl deze declaraties worden vergoed door de zorgverzekeraar. Kompas c.s. stelt dat de schade op dit onderdeel € 190,- bedraagt.
Het verweer5.31 [partij B] voert verweer en stelt dat [partij A6] de voormalige huurwoning in een zwaar verwaarloosde staat heeft achtergelaten en dat de woning uiteindelijk met toestemming van [partij B] door de verhuurder zelf is ontruimd en opgeknapt. Hierdoor kon de huur niet worden opgezegd. De te veel betaalde huurpenningen zijn verrekend met de kosten die de verhuurder hiervoor heeft moeten maken. Verder stelt [partij B] dat de declaraties van het CAK nog steeds kunnen worden geclaimd bij de zorgverzekeraar.
De beoordeling
Huur5.32 Deze schadepost bestaat uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel heeft betrekking op de vraag of de huurovereenkomst van de eerste huurwoning eerder kon worden opgezegd, zodat [partij A6] minder lang huur verschuldigd was. [partij B] stelt dat dit niet mogelijk was, omdat de huurwoning in slechte staat werd achtergelaten en eerst moest worden opgeknapt. De kantonrechter kan deze stelling niet volgen. Een huurder moet zich als goed huurder gedragen. Een huurder is weliswaar aansprakelijk voor schade aan de woning die hij heeft veroorzaakt, maar dit staat los van de mogelijkheid om de huurovereenkomst op te zeggen. Uit de bankafschriften van de rekening van [partij A6] blijkt dat er vanaf juni 2023 voor het eerst huur werd betaald aan de nieuwe verhuurder. Kompas c.s. heeft onweersproken gesteld dat [partij A6] vanaf 15 juni 2023 is verhuisd. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de huurovereenkomst van de voormalige huurwoning in ieder geval per 1 juli 2023 kon worden opgezegd. Dit heeft [partij B] niet gedaan en getuigt niet van goed bewindvoerderschap.
5.33
Het tweede onderdeel heeft betrekking op de vraag of er te veel huur is betaald aan de voormalige verhuurder. Kompas c.s. stelt dat er vanaf 1 maart tot en met augustus 2023 (zes maanden) dubbele huur is betaald. De maandelijkse huurprijs bedroeg € 450,-, maar in die maanden heeft [partij A6] € 900,- per maand betaald. Daarnaast stelt Kompas c.s. dat er vanaf 1 september tot en met 1 november 2023 (drie maanden) onnodig huur is betaald aan de voormalige verhuurder. Ter onderbouwing van haar stelling verwijst Kompas c.s. naar de bankafschriften van de beheerrekening van [partij A6] . Daaruit blijkt dat in de maanden maart tot en met augustus 2023 dubbele huur is betaald en dat in de maanden september tot en met november 2023 ook nog maandelijks € 450,- is betaald.
5.34
Voor de berekening van de schade zal de kantonrechter uitgaan van de transacties die blijken uit de bankafschriften. Daarbij wordt ook rekening gehouden met het feit dat de huur per 1 juli 2023 had kunnen en moeten worden opgezegd door [partij B] en dat indien dit was gedaan, [partij A6] vanaf 1 juli 2023 ook geen huur aan de voormalige verhuurder verschuldigd was. De berekening van de te veel betaalde huur is dan als volgt:
- 1 maart 2023
€ 450,-
- 1 april 2023
€ 450,-
- 1 mei 2023
€ 450,-
- 1 juni 2023
€ 450,-
- 1 juli 2023
€ 900,- (2 maal € 450,- betaald)
- 1 augustus 2023
€ 900,- (2 maal € 450,- betaald)
- 1 september 2023
€ 450,-
- 1 oktober 2023
€ 450-
- 1 november 2023
€ 450,- +
Totaal:
€ 4.950,-
5.35
Door [partij B] is onweersproken gesteld dat het gehuurde door [partij A6] in slechte staat is achtergelaten en dat de verhuurder kosten heeft gemaakt om de woning in goede staat te brengen. In een e-mailbericht van 14 september 2023 van FZNN aan de voormalige verhuurder wordt voorgesteld om deze kosten te verrekenen met de te veel betaalde huur. De kantonrechter is van oordeel dat deze kosten, voor zover deze door [partij B] zijn aangetoond, in mindering moeten worden gebracht op het bedrag van € 4.950,-. Door [partij B] is slechts één factuur overgelegd met de omschrijving: ‘uitgevoerde werkzaamheden opknappen kamer [partij A6] volgens afspraak’ die ziet op werkzaamheden ten behoeve van het opknappen van de voormalige huurwoning. De kosten bedragen € 1.722,07. [partij B] verwijst in dit verband tevens naar productie 50 bij de conclusie van dupliek in conventie, maar deze productie ziet op een e-mailwisseling over de verhuizing. Hieruit blijken niet welke kosten nog meer gemaakt zijn om de woning in goede staat te brengen. De kantonrechter zal daarom alleen de kosten van voornoemde factuur in mindering brengen op de te veel betaalde huur. Het restant is schade.
5.36
De slotsom is dat de schade op dit onderdeel € 3.227,93 (€ 4.950,- minus € 1.722,07) bedraagt. De kantonrechter zal [partij B] veroordelen tot betaling van dit bedrag aan [partij A6] .
Kosten CAK5.37 Ter zitting heeft Kompas c.s. verklaard dat de declaraties van het CAK bij de zorgverzekeraar zijn ingediend en dat dit vergoed is. Van schade is op dit onderdeel dan ook geen sprake meer. De kantonrechter zal deze schadepost afwijzen.
[partij A7]
De vordering5.38 Kompas c.s. vordert de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 15.190,-. Kompas c.s. stelt dat er € 15.000,- ten onrechte is overgeboekt van de rekening van [partij A7] naar de rekening van [partij B] . Daarnaast stelt Kompas c.s. dat de declaraties van het CAK niet zijn ingediend bij de zorgverzekeraar, terwijl deze declaraties worden vergoed door de zorgverzekeraar. Kompas c.s. stelt dat de schade op dit onderdeel € 190,- bedraagt.
Het verweer5.39 [partij B] erkent dat hij vanwege een onjuiste handmatige koppeling abusievelijk een bedrag van € 15.000,- heeft overgeboekt van de rekening van [partij A7] naar zijn eigen rekening. Verder stelt [partij B] dat de declaraties van het CAK nog steeds kunnen worden geclaimd bij de zorgverzekeraar.
De beoordelingOnjuiste overboeking € 15.0005.40 De kantonrechter zal [partij B] veroordelen tot betaling van het door hem erkende bedrag van € 15.000,- aan [partij A7] .
Kosten CAK
5.41
Ter zitting heeft Kompas c.s. verklaard dat de declaraties van het CAK bij de zorgverzekeraar zijn ingediend en dat dit vergoed is. Van schade is op dit onderdeel dan ook geen sprake meer. De kantonrechter zal deze schadepost afwijzen.
[partij A8]
De vordering5.42 Kompas c.s. vordert, na vermeerdering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van in totaal € 15.561,85. Kompas c.s. legt aan haar vordering ten grondslag dat [partij B] vanaf 2018 een bedrag van € 12.482,85 te veel in rekening heeft gebracht aan budgetbeheer- en bewindvoerderskosten. Verder stelt Kompas c.s. dat [partij B] ten onrechte € 2.600,- heeft overgeboekt van de rekening van rechthebbende naar zijn eigen rekening. Tot slot stelt Kompas c.s. dat [partij B] verzuimd heeft om individuele inkomenstoeslag aan te vragen, waardoor [partij A8] een bedrag van € 479,- is misgelopen.
Het verweer5.43 Ten aanzien van de te veel in rekening gebrachte budgetbeheer- en bewindvoerderskosten erkent [partij B] dat hij een bedrag van € 6.146,81 te veel in rekening heeft gebracht. Voor het restant voert [partij B] verweer en verwijst naar een overzicht van kosten. Verder stelt [partij B] dat hij gerechtigd was om een extra bedrag van € 2.600,- in rekening te brengen, omdat hij 24 uur werk heeft verricht. Dit heeft hij op 22 november 2020, voorafgaand aan het bewind, gefactureerd. [partij A8] was hiermee akkoord. Pas in augustus 2022 had [partij A8] voldoende vermogen en is de factuur betaald. [partij B] beroept zich op verrekening van dit bedrag. Indien verrekening niet toelaatbaar is, dan vordert [partij B] dit bedrag in reconventie.
De beoordeling in conventie
Budgetbeheer- en bewindvoerderskosten algemeen5.44 [partij B] heeft zich voor de kosten van het budgetbeheer geconformeerd aan de kosten die gelden voor het bewind en mentorschap. Dit betekent dat de Aanbevelingen Meerderjarigenbewind voor de berekening van de kosten tot en met 2014 gelden en voor de berekening van de kosten vanaf 2015 geldt de Regeling.
5.45
Tussen partijen staat vast dat [partij B] in totaal over de gehele periode van het budgetbeheer, bewind en mentorschap een bedrag van € 32.950,72 in rekening heeft gebracht. Voor de overzichtelijkheid zal de kantonrechter per jaar dat sprake was van budgetbeheer of bewind en mentorschap beoordelen of sprake is van schade.
5.46
In de periode van 2013 tot en met 2015 heeft [partij B] zijn kosten zonder btw in rekening gebracht en in de periode daarna met btw. De kantonrechter zal bij de bespreking van de kosten in de jaren 2013 tot en met 2015 dan ook uitgaan van kosten zonder btw. In 2016 heeft [partij B] met terugwerkende kracht vanaf 2013 btw in rekening gebracht. De kantonrechter zal bij de beoordeling van de kosten voor het jaar 2016 ingaan op deze correctie.
Budgetbeheerkosten 2013
5.47
Tussen partijen bestaat discussie over wanneer het budgetbeheer in 2013 is gestart. Kompas c.s. gaat in haar berekening uit van budgetbeheer vanaf oktober 2013. [partij B] stelt echter dat dit per 8 juli 2013 is gestart en verwijst ter onderbouwing van zijn stelling naar de akte tot volmacht. De door [partij B] overgelegde akte tot volmacht is door rechthebbende ondertekend op die datum. De kantonrechter zal dan ook deze datum nemen als startpunt. Er zijn geen aanwijzingen dat het budgetbeheer later is gestart. Partijen gaan uit van een maandtarief van € 73,95. Dit betekent dat [partij B] een bedrag van € 443,70 exclusief btw (zes maanden x € 73,95) aan budgetbeheerkosten in rekening mocht brengen. Partijen zijn het erover eens dat [partij B] gerechtigd was om de intakekosten van € 337,- in rekening te brengen, zodat de kantonrechter hier ook vanuit gaat.
5.48
[partij B] stelt dat hij, naast de reguliere budgetbeheerkosten, in juli 2013 gerechtigd was om € 110,94 extra in rekening te brengen en in november 2013 € 887,40. De kantonrechter kan [partij B] hierin niet volgen. Door [partij B] zijn geen stukken in het geding gebracht op basis waarvan [partij B] meent deze kosten in rekening te mogen brengen. Zo ligt er geen overeenkomst aan deze kosten ten grondslag. Evenmin is gebleken welke werkzaamheden [partij B] voor deze kosten heeft verricht. De kantonrechter is van oordeel dat [partij B] onvoldoende heeft onderbouwd dat hij deze kosten in rekening mocht brengen en is van oordeel dat deze kosten dienen te worden terugbetaald.
5.49
De conclusie is dat [partij B] ten aanzien van het budgetbeheer in 2013 een totaalbedrag van € 780,70 (€ 443,70 + € 337,-) exclusief btw in rekening mocht brengen. Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2013 een bedrag van € 1.779,04 in rekening heeft gebracht. Dit betekent dat [partij B] in 2013 een bedrag van € 998,34 (€ 1.779,04 minus € 780,70) te veel in rekening heeft gebracht en dat is schade.
Budgetbeheerkosten 20145.50 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2014 in totaal € 890,70 exclusief btw in rekening heeft gebracht. Kompas c.s. stelt dat [partij B] een bedrag van € 891,- in rekening mocht brengen. [partij B] stelt dat hij in totaal € 1.023,96 in rekening mocht brengen. Tijdens het budgetbeheer hanteerde [partij B] de tarieven die ook golden voor het beschermingsbewind op basis van de Aanbevelingen Meerderjarigenbewind. Op basis hiervan was [partij B] gerechtigd om € 891,- exclusief btw in rekening te brengen. De kantonrechter kan [partij B] niet volgen in zijn stelling dat hij meer in rekening mocht brengen dan dat hij heeft gedaan. Zijn stelling wordt op geen enkele wijze onderbouwd. De kantonrechter ziet geen reden om af te wijken van de beloning zoals is vastgesteld in de Aanbevelingen Meerderjarigenbewind. Dit betekent dat [partij B] in 2014 gerechtigd was om € 891,- exclusief btw in rekening te brengen en dat hij € 0,30 (€ 891,- minus € 890,70) te weinig in rekening heeft gebracht.
Budgetbeheerkosten 20155.51 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2015 in totaal € 1.240,41 exclusief btw in rekening heeft gebracht. Kompas c.s. stelt dat [partij B] een bedrag van € 1.104,96 in rekening mocht brengen. [partij B] stelt dat hij een bedrag van € 1.430,04 in rekening mocht brengen. [partij B] onderbouwt zijn stelling echter op geen enkele manier. Voor zover [partij B] meent recht te hebben op het problematische schuldentarief, dat in 2015 € 1.430,- exclusief btw bedroeg op basis van de Regeling, geldt dat [partij B] niet heeft aangetoond dat sprake was van problematische schulden. De kantonrechter ziet geen enkele reden waarom [partij B] meer beloning in rekening mocht brengen dan dat op grond van de Regeling zou zijn toegestaan. De kantonrechter overweegt dat [partij B] in 2015 op grond van de Regeling gerechtigd was een bedrag van € 1.105,- exclusief btw in rekening te brengen. Dit betekent dat [partij B] in 2015 een bedrag van € 135,41 (€ 1.240,41 minus € 1.105,-) te veel in rekening heeft gebracht.
Correctie btw 20165.52 Niet in geschil is dat [partij B] btw in rekening mocht brengen. In juli 2016 heeft [partij B] met terugwerkende kracht btw in rekening gebracht over de periode van 2013 tot en met 2015 voor in totaal € 861,03. Dit is berekend over de kosten die hij tot dan toe geïnd heeft, dus ook over de kosten die te veel in rekening zijn gebracht in de jaren 2013 en 2015. De kantonrechter zal daarom over die periode een correctie toepassen. Zoals hiervoor is overwogen was [partij B] gerechtigd om in 2013 een beloning te innen van € 780,70, in 2014 een beloning van € 891,- en in 2015 een beloning van € 1.105,- exclusief btw. [partij B] was ook gerechtigd om 21% btw over deze bedragen in rekening te brengen, zijnde in totaal € 583,11. [partij B] heeft echter € 861,03 aan btw in rekening gebracht. Dit betekent dat [partij B] achteraf te veel btw in rekening heeft gebracht en dat [partij B] gehouden is om het verschil te vergoeden. De schade bedraagt € 277,92 (€ 861,03 minus € 583,11).
Budgetbeheerkosten 20165.53 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2016, behoudens de btw-correctie, in totaal € 1.785,26 inclusief btw in rekening heeft gebracht. Kompas c.s. stelt dat [partij B] € 1.103,76 in rekening mocht brengen. Dit bedrag is exclusief btw. [partij B] stelt dat hij een bedrag van € 1.728,36 inclusief btw in rekening mocht brengen. [partij B] gaat hierbij uit van het tarief voor problematische schulden. [partij B] heeft echter geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat sprake was van problematische schulden. Evenmin heeft hij gesteld welke werkzaamheden hij daarvoor heeft verricht. De kantonrechter is van oordeel dat [partij B] daarom niet gerechtigd was om het tarief voor problematische schulden te hanteren. De kantonrechter zal de beloning dan ook vaststellen op het reguliere tarief conform de Regeling, zijnde € 1.335,48 inclusief btw. De schade bedraagt € 449,78 (€ 1.785,26 minus € 1.335,48).
Budgetbeheerkosten 20175.54 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2017 in totaal € 1.521,90 in rekening heeft gebracht en dat hij in totaal € 1.335,60 in rekening mocht brengen. Dit betekent dat [partij B] te veel kosten heeft geïnd. De schade bedraagt € 186,30 (€ 1.521,90 minus € 1.335,60).
Budgetbeheerkosten, bewind- en mentorschapskosten 20185.55 Vaststaat dat er in maart 2018 een bewind en mentorschap is ingesteld. Tevens staat vast dat [partij B] in 2018 in totaal € 3.427,14 in rekening heeft gebracht aan kosten. Kompas c.s. stelt dat [partij B] recht heeft op een beloning van in totaal € 3.126,62, zijnde drie maanden budgetbeheerkosten, negen maanden bewindvoerders- en mentorschapskosten en de aanvangskosten. [partij B] stelt dat hij recht heeft op een beloning van € 3.393,74, zijnde 12 maanden bewindvoerders- en mentorschapskosten en de aanvangskosten. De kantonrechter kan stellingen van partijen niet volgen. Omdat het bewind en mentorschap in maart 2018 is ingesteld, is er sprake van twee maanden budgetbeheer en niet drie maanden zoals Kompas c.s. stelt. De kantonrechter overweegt dat [partij B] recht had op twee maanden budgetbeheerkosten, zijnde € 222,58 (twee x € 111,29).
5.56
Anders dan [partij B] is de kantonrechter van oordeel dat hij geen recht heeft op de beloning voor het mentorschap voor de maanden januari en februari 2018, omdat het mentorschap pas in maart 2018 is ingesteld. Er zijn door [partij B] geen stukken overgelegd op basis waarvan hij meent deze kosten in rekening te mogen brengen. Evenmin is gebleken welke werkzaamheden hij heeft verricht. De kantonrechter vindt het dan ook onbegrijpelijk waarom [partij B] in zijn berekening uitgaat van 12 maanden mentorschap.
Partijen zijn het erover eens dat [partij B] voor de aanvangswerkzaamheden een bedrag van € 989,78 toekomt. Vanaf maart 2018 tot en met december 2018 heeft [partij B] op basis van de Regeling recht op een beloning voor het bewind en mentorschap voor in totaal € 2.003,30 (10 maanden x € 200,33). De slotsom is dat [partij B] in 2018 gerechtigd was om in totaal € 3.215,66 (€ 222,58 budgetbeheerkosten + € 989,78 aanvangskosten + € 2.003,30 bewind- en mentorschapskosten) in rekening te brengen. Dit betekent dat de schade € 211,48 (€ 3.427,14 minus € 3.215,66) bedraagt.
Bewind- en mentorschapskosten 20195.57 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2019 een bedrag van in totaal € 6.481,58 in rekening heeft gebracht en dat hij in totaal € 2.464,80 in rekening mocht brengen. Dit betekent dat [partij B] te veel kosten heeft geïnd. De schade bedraagt € 4.016,78 (€ 6.481,58 minus € 2.464,80).
Bewind- en mentorschapskosten 20205.58 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2020 een bedrag van in totaal € 2.511,96 in rekening heeft gebracht en dat dit overeenkomt met de beloning die [partij B] in 2020 in rekening mocht brengen. Er is geen sprake van schade. [partij B] stelt verder dat hij gerechtigd was om zijn factuur van € 2.600,- in rekening te mogen brengen in 2020. Deze factuur zal de kantonrechter in rechtsoverweging 5.64 van dit vonnis bespreken.
Bewind- en mentorschapskosten 20215.59 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2021 een bedrag van in totaal € 2.377,43 in rekening heeft gebracht. Dit bedrag bestaat uit 11 maanden bewindvoerders- en mentorschapskosten en eenmalige bankkosten. Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 2.511,96 in rekening had mogen brengen. [partij B] stelt daarentegen dat hij in 2021 in totaal € 2.592,90, bestaande uit € 2.585,64 aan bewindvoerders- en mentorschapskosten en € 7,26 aan bankkosten, in rekening had mogen brengen.
Anders dan [partij B] houdt Kompas c.s. geen rekening met de jaarlijkse indexering van de kosten die worden vastgesteld in de Regeling. De kantonrechter stelt vast dat [partij B] de juiste beloning hanteert op basis van de Regeling voor wat betreft de bewindvoerders- en mentorschapskosten, zijnde € 2.585,64.
Daarbij heeft [partij B] recht op een vergoeding voor de bankkosten. Deze zijn door de Expertgroep Curatele, Bewindvoering en Mentorschap (hierna te noemen Expertgroep CBM) in 2021 vastgesteld op € 6,-. Omdat dit een doorbelasting van kosten betreft is het, anders dan [partij B] meent, niet toegestaan om hier btw over te rekenen.
5.6
De slotsom is dat [partij B] in 2021 recht had op een beloning van € 2.591,64 (€ 2.585,64 + € 6,-). Dit betekent dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 214,21 (€ 2.591,64 minus € 2.377,43) te weinig in rekening heeft gebracht.
Bewind- en mentorschapskosten 20225.61 Vaststaat dat [partij B] in 2022 een bedrag van in totaal € 5.318,90 in rekening heeft gebracht. Kompas stelt dat [partij B] in 2022 maximaal € 2.711,64 (12 maanden reguliere bewindvoerders- en mentorschapskosten) in rekening had mogen brengen. [partij B] stelt dat hij maximaal € 2.718,90, bestaande uit € 2.711,64 aan bewindvoerders- en mentorschapskosten en € 7,26 aan bankkosten, in rekening had mogen brengen.
Partijen zijn het eens over de hoogte van de bewindvoerders- en mentorschapskosten. [partij B] houdt echter anders dan Kompas c.s. ook rekening met de bankkosten. De kantonrechter overweegt dat ook nu geldt dat [partij B] recht heeft op een vergoeding voor de bankkosten van maximaal € 6,-. Dit betekent dat [partij B] maximaal € 2.717,64 in rekening had mogen brengen. De schade bedraagt derhalve € 2.601,26 (€ 5.318,90 minus € 2.717,64).
Bewind- en mentorschapskosten 20235.62 Vaststaat dat [partij B] in 2023 een bedrag van in totaal € 4.755,37 in rekening heeft gebracht. Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2023 maximaal € 2.146,71, bestaande uit 9,5 maand bewindvoerders- en mentorschapskosten, in rekening had mogen brengen. [partij B] stelt dat hij maximaal € 2.156,71 in rekening had mogen brengen. [partij B] gaat hierbij uit van de bewindvoerders- en mentorschapskosten en de bankkosten. Net als over de jaren 2021 en 2022 zit het verschil in de bankkosten. Dit betekent dat ook nu geldt dat [partij B] recht heeft op een vergoeding van de bankkosten. Voor 2023 zijn de bankkosten door de Expertgroep CBM vastgesteld op € 10,-. [partij B] had in 2023 maximaal € 2.156,71 in rekening mogen brengen. Dit betekent dat de schade € 2.598,66 (€ 4.755,37 minus € 2.156,71) bedraagt.
Slotsom5.63 De slotsom is dat [partij B] in de periode van 2013 tot en met 2023 in totaal € 11.261,42 te veel in rekening heeft gebracht. De kantonrechter zal [partij B] veroordelen tot betaling van dit bedrag aan [partij A8] .
Factuur € 2.600,-5.64 Op de factuur van 22 november 2020 staat de volgende omschrijving: ‘Uren t.b.v. instellingsverzoek OBS 2013 t/m 2018 24 uur’. Ter zitting heeft de kantonrechter [partij B] gevraagd welke werkzaamheden hiervoor zijn verricht, maar hierop kon de gemachtigde van [partij B] geen antwoord geven. Niet is gebleken welke werkzaamheden zijn verricht. Er zijn geen stukken overgelegd waaruit dit blijkt. Voor zover [partij B] heeft gemeend dat deze uren zijn gemaakt ten behoeve van het instellingsverzoek dat is gedaan voor de onderbewindstelling, geldt dat de werkzaamheden die een bewindvoerder verricht in het kader van het instellingsverzoek ingevolge de (toelichting op de) Regeling onderdeel van de aanvangswerkzaamheden zijn en hiervoor is [partij B] al beloond. [partij B] heeft de aanvangsbeloning namelijk volgens zijn eigen overzicht (productie 51 bij de conclusie van dupliek in conventie) in maart 2018 bij [partij A8] in rekening gebracht. De kantonrechter is om deze reden dan ook van oordeel dat [partij B] niet gerechtigd was om het bedrag van € 2.600,- in rekening te brengen. De kantonrechter zal bepalen dat [partij B] € 2.600,- dient terug te betalen aan [partij A8] . Het beroep van [partij B] op verrekening slaagt daarom ook niet.
Individuele inkomenstoeslag
5.65
Kompas c.s. heeft aangevoerd dat [partij B] verzuimd heeft om individuele inkomenstoeslag aan te vragen in 2023, terwijl [partij A8] hier wel recht op had. De schade bedraagt € 479,-. [partij B] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, de vordering niet weersproken. Deze vordering zal dan ook worden toegewezen.
In reconventie5.66 De kantonrechter heeft eerder overwogen dat [partij B] een bedrag van € 2.600,- dat hij vanwege extra uren bij [partij A8] in rekening heeft gebracht dient terug te betalen. Om deze reden zal de kantonrechter de reconventionele vordering afwijzen.
[partij A9]
De vordering5.67 Kompas c.s. vordert de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 8.613,-. Kompas c.s. stelt dat [partij B] te veel bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht en dat hij daarnaast diverse overboekingen van de rekening van [partij A8] naar zijn eigen rekening heeft verricht.
Het verweer5.68 [partij B] erkent dat hij door interne fouten schadeplichtig is geworden voor het gevorderde.
De beoordeling5.69 Omdat [partij B] de vordering erkent, zal de kantonrechter [partij B] veroordelen tot betaling van een bedrag van € 8.613,- aan [partij A8] .
[partij A10]
De vordering5.70 Kompas c.s. vordert de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 4.000,-. Kompas c.s. stelt dat de inboedel van [partij A10] is vernietigd en dat [partij B] in e-mailberichten heeft bevestigd dat hij € 4.000,- zou vergoeden. Dat is niet gebeurd, aldus Kompas c.s. Kompas c.s. biedt aan om haar stelling te onderbouwen door het horen van getuigen, zoals medewerkers van de gemeente Heerenveen.
Het verweer5.71 [partij B] betwist de vordering en stelt dat niet hij, maar de gemeente Heerenveen opdracht heeft gegeven tot vernietiging van de inboedel. Uit coulance heeft [partij B] destijds een bedrag van € 1.000,- betaald aan [partij A10] .
De beoordeling5.72 Volgens Kompas c.s. zou [partij B] hebben toegezegd dat hij een bedrag van € 4.000,- zou vergoeden aan [partij A10] vanwege de vernietiging van inboedel. Het ligt dan op de weg van Kompas c.s. om dit aannemelijk te maken. Kompas verwijst in dit verband naar diverse e-mailberichten tussen medewerkers van de gemeente onderling en tussen de gemeente en FZNN. Uit geen enkel e-mailbericht blijkt echter dat [partij B] een toezegging doet tot betaling van € 4.000,-. Dat [partij B] (naar eigen zeggen uit coulance) € 1.000,- heeft vergoed aan rechthebbende, betekent niet dat [partij B] op basis hiervan gehouden is om meer te betalen. Ook op andere wijze kan dit niet worden aangenomen. Zo staat in een e-mailbericht van 25 oktober 2021 van een medewerker van de gemeente Heerenveen aan het bedrijf waar de inboedel stond opgeslagen (productie 13 bij de conclusie van antwoord) het volgende:
‘De eigenaar van de inboedel [adres] doet afstand van haar inboedel. De inboedel kan vernietigd/gestort worden. Kunnen jullie dat regelen en vervolgens de eindfactuur opmaken?’Hieruit blijkt met zoveel woorden dat de gemeente opdracht heeft gegeven tot vernietiging van de inboedel en niet [partij B] . De conclusie is dan ook dat Kompas c.s. haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd. Kompas c.s. heeft nog verzocht om getuigen te horen, zoals medewerkers van de gemeente Heerenveen, maar Kompas c.s. heeft onvoldoende gesteld om tot dit getuigenbewijs te worden toegelaten. De kantonrechter zal de vordering afwijzen.
[partij A11] en [partij A12]
De vordering5.73 Kompas c.s. vordert, na vermeerdering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 2.791,82. Kompas c.s. stelt dat [partij B] in de periode van 2014 tot en met 2023 te veel kosten in rekening heeft gebracht.
Het verweer5.74 [partij B] erkent dat hij een bedrag van € 473,56 te veel in rekening heeft gebracht. Voor het overige betwist [partij B] de vordering. [partij B] voert aan dat er sprake was van budgetbeheer waarvoor ook kosten geïnd mochten worden en verwijst naar een kopie van de akte tot volmacht van 23 oktober 2014.
De beoordeling5.75 De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de akte tot volmacht waar [partij B] naar verwijst blijkt dat hij zich voor de beloning van het budgetbeheer ook in deze zaak heeft geconformeerd aan de beloning die geldt voor het bewind en mentorschap. De kantonrechter zal per jaar beoordelen of sprake is van schade.
5.76
Ook in deze zaak geldt dat [partij B] in de jaren 2014 en 2015 zijn kosten zonder btw in rekening heeft gebracht en in de periode daarna met btw. De kantonrechter zal bij de bespreking van de kosten in de jaren 2014 en 2015 dan ook uitgaan van kosten zonder btw. In 2016 heeft [partij B] met terugwerkende kracht de btw in rekening gebracht over het jaar 2014. In 2017 heeft [partij B] met terugwerkende kracht de btw in rekening gebracht over het jaar 2015. De kantonrechter zal bij de beoordeling van de kosten over 2016 en 2017 deze correcties bespreken.
Budgetbeheer 2014Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.77 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2014 op 14 november een bedrag van € 89,10 in rekening heeft gebracht, op 24 november een bedrag van € 44,55 en op 5 december een bedrag van € 203,10. Kompas c.s. stelt dat [partij B] daarnaast op 11 december een bedrag van € 77,- in rekening heeft gebracht en op 15 december een bedrag van € 203,10. Dit wordt ondersteund aan de hand van de door Kompas c.s. overgelegde bankafschriften van de bankrekening van [partij A11] en [partij A12] . De kantonrechter stelt dan ook vast dat [partij B] in 2014 een bedrag van € 616,85 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.78 Tussen partijen staat vast dat sprake was van budgetbeheer. Partijen hanteren in hun berekening echter een verschillend startpunt. Zo gaat [partij B] onder verwijzing naar een op 24 oktober 2014 ondertekende volmacht uit van de maand oktober 2014 waarin het budgetbeheer is gestart en rekent ook voor die gehele maand tot en met december 2014 de beloning voor in totaal € 267,30. Kompas c.s. gaat uit van een beloning van € 221,- en neemt in haar berekening van de in rekening te brengen kosten de maand oktober 2014 niet volledig mee. De kantonrechter is van oordeel dat [partij B] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gedurende de gehele maand oktober 2014 budgetbeheer heeft gevoerd. Enkel verwijzing naar de akte van volmacht is hiertoe onvoldoende. Te meer nu de akte van volmacht pas op 24 oktober 2014 is ondertekend. Dit betekent dat de kantonrechter Kompas c.s. volgt in de beloning van € 221,- over de periode van oktober tot en met december 2014.
Verder staat tussen partijen vast dat [partij B] gerechtigd was om de intakevergoeding van € 406,20 in rekening te mogen brengen. Dit betekent dat [partij B] in 2014 gerechtigd was om in totaal € 627,20 (€ 221,- + € 406,20) exclusief btw in rekening te brengen.
Conclusie5.79 De conclusie is dat [partij B] voor 2014 nog recht heeft op een bedrag van € 10,35 (€ 616,85 minus € 627,20).
Bewindvoerderskosten 2015Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.80 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2015 in totaal € 2.151,50 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.81 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2015 drie maanden gerechtigd was een bedrag van € 110,50 exclusief btw per maand in rekening te brengen en 9 maanden het problematische schuldentarief van € 143,- exclusief btw per maand. [partij B] voert aan dat hij in 2015 gerechtigd was om het gehele jaar het problematische schuldentarief in rekening te brengen, te weten € 143,- exclusief btw per maand. [partij B] heeft zijn stelling echter niet onderbouwd. Nergens blijkt uit dat hij gerechtigd was om het gehele jaar het problematische schuldentarief in rekening mocht brengen, bijvoorbeeld door overlegging van een machtiging van de kantonrechter. De kantonrechter gaat dan ook uit van de stelling van Kompas c.s., namelijk dat [partij B] in 2015 een bedrag van € 1.618,50 exclusief btw in rekening mocht brengen.
Conclusie5.82 De conclusie is dat [partij B] in 2015 een bedrag van € 533,- (€ 2.151,50 minus € 1.618,50 te veel in rekening heeft gebracht.
Correctie btw 20165.83 In december 2016 heeft [partij B] met terugwerkende kracht btw in rekening gebracht over het jaar 2014 voor een bedrag van € 132,08. Dit heeft hij berekend over de kosten die hij over 2014 mocht innen. [partij B] was gerechtigd om 21% btw in rekening te brengen over de beloning voor 2014 die is vastgesteld op € 627,20, zijnde € 131,71. Dit betekent dat [partij B] een bedrag van 0,37 (€ 132,08 minus € 131,71) te veel heeft gecorrigeerd en gehouden is om dit verschil te vergoeden.
Bewindvoerderskosten 2016Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.84 [partij B] voert aan dat hij in totaal € 1.901,42 inclusief btw in rekening heeft gebracht in 2016. Kompas c.s. stelt dat [partij B] in totaal € 2.081,74 inclusief btw in rekening heeft gebracht. Het verschil tussen beide bedragen zit in een betaling van [partij A11] en [partij A12] aan [partij B] van € 172,82 op 9 mei 2016 en een betaling van € 7,50 op 21 oktober 2016 met de omschrijving ‘Retour i.v.m. ideal betaling’. Deze betalingen heeft [partij B] niet in zijn berekening opgenomen. Uit de bankafschriften van de rekening van [partij A11] en [partij A12] blijkt echter dat deze betalingen wel hebben plaatsgevonden. [partij B] heeft zich niet uitgelaten over de vraag waar deze betalingen voor dienden, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van de berekening van Kompas c.s. De kantonrechter stelt vast dat [partij B] in 2016 in totaal € 2.081,74 inclusief btw in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.85 Zowel [partij B] als Kompas c.s. voeren aan dat [partij B] in 2016 gerechtigd was om € 2.073,84 inclusief btw in rekening te brengen.
Conclusie5.86 De conclusie is dan ook dat [partij B] in 2016 een bedrag van € 7,90 (€ 2.081,74 minus € 2.073,84) te veel in rekening heeft gebracht.
Correctie btw 20175.87 In april 2017 heeft [partij B] met terugwerkende kracht btw in rekening gebracht over het jaar 2015 voor een bedrag van € 398,59. Dit is berekend over de kosten die hij had geïnd, dus ook over de kosten die te veel in rekening zijn gebracht in 2015. De kantonrechter zal daarom over die periode een correctie toepassen. [partij B] was in 2015 gerechtigd om € 1.618,50 exclusief btw in rekening te mogen brengen. [partij B] was ook gerechtigd om 21% btw over dit bedrag in rekening te brengen, zijnde € 339,89. [partij B] heeft echter € 398,59 aan btw in rekening gebracht. Dit betekent dat [partij B] achteraf te veel btw in rekening heeft gebracht en dat [partij B] gehouden is om het verschil te vergoeden. De schade bedraagt € 58,70 (€ 398,59 minus € 339,89).
Bewindvoerderskosten 2017
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.88 Tussen partijen bestaat, behoudens de btw-correctie, discussie over de hoogte van de kosten die [partij B] in rekening heeft gebracht. [partij B] voert aan dat hij in totaal € 2.458,71 in rekening heeft gebracht. Kompas c.s. stelt dat [partij B] in totaal € 2.595,85 in rekening heeft gebracht. Het verschil tussen deze bedragen zit in een betaling van [partij A11] en [partij A12] aan [partij B] op 24 maart 2017 van € 59,14 met de omschrijving ‘Retour ivm iDeal betaling’ en een acceptgirobetaling van € 78,- op 14 september 2017 aan ‘Griffie LDCR’. Deze betalingen heeft [partij B] niet in zijn berekening opgenomen. Uit de bankafschriften blijkt dat deze betalingen wel van de rekening van [partij A11] en [partij A12] hebben plaatsgevonden. Voor wat betreft de betaling van € 59,14 aan [partij B] overweegt de kantonrechter dat [partij B] zich niet heeft uitgelaten over de vraag waar deze betaling voor heeft gediend. De kantonrechter merkt deze betaling aan als zijnde door [partij B] in rekening gebracht. Dit geldt niet voor wat betreft acceptgirobetaling van € 78,- aan het LDCR. Uit de bankafschriften blijkt dat deze kosten ook niet door [partij B] in rekening zijn gebracht, maar rechtstreeks zijn betaald aan het LDCR. De kantonrechter begrijpt dan ook niet waarom Kompas c.s. dit bedrag heeft opgenomen in haar overzicht van de door [partij B] in rekening gebrachte kosten. De kantonrechter stelt vast dat [partij B] in totaal € 2.517,85 (€ 2.458,71 + € 59,14) in rekening heeft gebracht en laat daarbij het bedrag van € 78,- buiten beschouwing.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.89 Zowel [partij B] als Kompas c.s. voeren aan dat [partij B] in 2017 gerechtigd was om € 2.073,84 inclusief btw in rekening te brengen.
Conclusie5.90 De conclusie is dat [partij B] in 2017 een bedrag van € 444,01 (€ 2.517,85 minus € 2.073,84) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2018Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.91 [partij B] voert aan dat hij in totaal € 2.592,30 (15 maanden) in rekening heeft gebracht in 2018 en Kompas c.s. stelt dat [partij B] € 2.419,48 (14 maanden) in rekening heeft gebracht. In de berekening van [partij B] wordt uitgegaan van twee maandbeloningen in maart 2018, terwijl Kompas c.s. stelt dat er één maandtarief in rekening is gebracht. Uit de bankafschriften van de bankrekening van [partij A11] en [partij A12] blijkt dat de maandbeloning in maart 2018 slecht één keer in rekening is gebracht. De kantonrechter gaat dan ook uit van de juistheid van de berekening van Kompas c.s en stelt vast dat [partij B] in 2018 € 2.419,48 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.92 Zowel [partij B] als Kompas c.s. voeren aan dat [partij B] in 2018 gerechtigd was om € 2.073,84 in rekening te brengen.
Conclusie5.93 De conclusie is dat [partij B] in 2018 een bedrag van € 345,64 (€ 2.419,48 minus € 2.073,84) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2019
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.94 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2019 een bedrag van € 2.130,39 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.95 Tussen partijen staat ook vast dat [partij B] gerechtigd was om € 2.126,04 in rekening te brengen.
Conclusie5.96 Dit betekent dat [partij B] € 4,35 (€ 2.130,39 minus 2.126,04) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2020Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.97 Kompas c.s. stelt dat [partij B] € 3.443,27 in rekening heeft gebracht en [partij B] stelt dat hij € 2.967,01 in rekening heeft gebracht. Het verschil tussen beide bedragen is te verklaren door een tweetal overboekingen naar FZNN op 11 mei en 26 juni 2020 van € 65,- met de omschrijving ‘Retour voorgeschoten leefgeld’ die Kompas c.s. in haar overzicht heeft opgenomen. [partij B] heeft zich in het geheel niet uitgelaten over deze kosten. Niet is gesteld of anderszins aannemelijk gemaakt dat hij bijvoorbeeld leefgeld heeft verstrekt aan [partij A11] en [partij A12] . Deze bedragen kunnen daarom niet verrekend worden met een voorschot en zullen daarom in de berekening van de in rekening gebrachte kosten door [partij B] worden opgenomen. Tevens heeft Kompas c.s. een bedrag van € 346,26 opgenomen en [partij B] niet. Dit bedrag zou volgens Kompas c.s. op 28 januari 2020 door [partij B] zijn geïnd. De kantonrechter kan Kompas c.s. hierin echter niet volgen, omdat deze overboeking niet is gebleken uit de door Kompas c.s. overgelegde bankafschriften van [partij A11] en [partij A12] . De kantonrechter zal dit bedrag dan ook buiten beschouwing laten. De kantonrechter stelt vast dat [partij B] een bedrag van € 3.097,01 (€ 3.443,27 minus € 346,26) in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.98 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2020 gerechtigd was om een bedrag van € 2.814,34 in rekening te brengen. Kompas c.s. gaat daarbij uit van 10 maanden bewindvoerderskosten en 3 maanden bewindvoerders- en mentorschapskosten. [partij B] gaat in zijn berekening echter uit van een bedrag van € 3.894,02. Dit ziet op een andere periode dan Kompas c.s. stelt, met andere bedragen en gaat daarbij uit van intakekosten van € 1.182,17 voor mentorschap. [partij B] heeft echter niet gesteld en onderbouwd wanneer het mentorschap is ingegaan. Evenmin zijn stukken overgelegd op basis waarvan hij gerechtigd is om de intakekosten in rekening te brengen, zoals de beschikking tot instelling van het mentorschap. De kantonrechter gaat dan ook uit van de berekening van Kompas c.s. voor de in rekening te brengen kosten door [partij B] , namelijk € 2.814,34.
Conclusie5.99 De conclusie is dat [partij B] in 2020 een bedrag van € 282,67 (€ 3.097,01 minus € 2.814,34) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2021Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.100 Tussen partijen bestaat discussie over de in rekening gebrachte kosten in 2021. Kompas c.s. stelt dat [partij B] € 3.715,25 in rekening heeft gebracht en [partij B] stelt dat hij € 3.635,73 in rekening heeft gebracht. Het verschil tussen deze bedragen is te verklaren door de bankkosten van € 14,52 waarvan Kompas c.s. meent, anders dan [partij B] , dat [partij B] deze kosten in rekening heeft gebracht. [partij B] heeft zich niet uitgelaten over de kosten. Daarnaast is het verschil te verklaren door een overboeking van € 65,- van [partij A11] en [partij A12] naar [partij B] op 16 juni 2021 met de omschrijving ‘Retour voorgeschoten leefgeld’. Door [partij B] is niet gesteld of anderszins aannemelijk gemaakt dat hij leefgeld heeft verstrekt aan [partij A11] en [partij A12] . Omdat [partij B] zich in het geheel niet heeft uitgelaten over deze verschillen, terwijl de overboekingen wel zijn gebleken uit de bankafschriften van de rekening van [partij A11] en [partij A12] , gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de berekening van Kompas c.s. en stelt vast dat [partij B] in 2021 € 3.715,25 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.101 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2021 gerechtigd was om een jaarbeloning in rekening te brengen voor € 4.358,40. [partij B] stelt dat hij gerechtigd was om een jaarbeloning in rekening te brengen voor € 4.155,12. Omdat [partij B] zich niet heeft uitgelaten over dit verschil, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de berekening van Kompas c.s. De kantonrechter stelt vast dat [partij B] in 2021 gerechtigd was om € 4.358,40 in rekening te brengen.
Conclusie5.102 Dit betekent dat [partij B] in 2021 € 643,15 (€ 4.358,40 minus € 3.715,25) te weinig in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2022Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.103 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 4.704,66 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.104 Voor de door [partij B] in rekening te brengen kosten in 2022 gaat Kompas c.s. uit van een bedrag van € 4.358,40, terwijl [partij B] uit gaat van een bedrag van € 4.274,21. [partij B] heeft dit verder niet onderbouwd, zodat de kantonrechter uitgaat van de stelling van Kompas c.s. Dit betekent dat [partij B] in 2022 recht had op een beloning van in totaal € 4.358,40.
Conclusie5.105 De conclusie is dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 346,26 (€ 4.704,66 minus € 4.274,21) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2023
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.106 Partijen zijn het niet eens over de hoogte van de in rekening gebrachte kosten voor 2023. Kompas c.s. stelt dat er € 2.377,46 in rekening is gebracht, terwijl [partij B] stelt dat er € 2.258,46 in rekening is gebracht. Het verschil tussen deze bedragen zit in één betaling van [partij A11] en [partij A12] aan [partij B] op 28 maart 2023 van € 119,- met de omschrijving ‘Retour i.v.m. voorgeschoten’. Ook nu heeft [partij B] zich niet uitgelaten over deze kosten. Niet is gesteld of anderszins aannemelijk gemaakt dat hij leefgeld heeft verstrekt aan [partij A11] en [partij A12] van zijn eigen rekening. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de berekening van Kompas c.s. en stelt vast dat [partij B] in 2023 € 2.377,46 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.107 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2023 gerechtigd was om € 1.850,70 in rekening te brengen. Dit bedrag bestaat uit 9,5 maand beloning tot aan het moment van het ontslag van [partij B] als bewindvoerder per 6 oktober 2023.
Conclusie5.108 Dit betekent dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 526,76 (€ 2.377,46 minus € 1.850,70) te veel in rekening heeft gebracht.
Slotsom5.109 De slotsom is dat [partij B] in de periode van 2014 tot en met 2023 in totaal € 1.896,16 te veel in rekening heeft gebracht. De kantonrechter zal [partij B] veroordelen tot betaling van dit bedrag aan [partij A11] en [partij A12] .
[partij A13] en [partij A14]
De vordering in conventie5.110 Kompas c.s. vordert, na vermeerdering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van € 12.156,99 aan [partij A13] en [partij A14] . Kompas c.s. voert aan dat [partij B] te veel kosten in rekening heeft gebracht en dat geen sprake was van budgetbeheer.
Het verweer in conventie5.111 [partij B] erkent dat hij een bedrag van € 5.653,63 te veel in rekening heeft gebracht. Voor het overige betwist [partij B] dat hij te veel kosten in rekening heeft gebracht. [partij B] stelt dat sprake was van budgetbeheer en verwijst ter onderbouwing naar een op 17 februari 2021 ondertekende budgetbeheerovereenkomst.
De beoordeling in conventie
Budgetbeheer5.112 De kantonrechter overweegt als volgt. Ter onderbouwing van zijn stelling dat sprake was van budgetbeheer voorafgaand aan het bewind verwijst [partij B] naar een door [partij A13] en [partij A14] op 17 februari 2021 ondertekende budgetbeheerovereenkomst. Of [partij B] ook daadwerkelijk werkzaamheden heeft uitgevoerd als budgetbeheerder en welke werkzaamheden dit zijn geweest is niet duidelijk geworden. Een overzicht van dergelijke werkzaamheden heeft [partij B] niet overgelegd. De kantonrechter is met Kompas c.s. van oordeel dat [partij B] onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake was van budgetbeheer. De kantonrechter is daarom van oordeel dat [partij B] geen recht heeft op een vergoeding voor budgetbeheer. Voor de berekening van de door [partij B] in rekening te brengen kosten gaat de kantonrechter dan ook alleen uit van het beschermingsbewind. Partijen zijn het erover eens dat het bewind in december 2021 is gestart, zodat de kantonrechter dit als startdatum neemt. De kantonrechter zal per jaar beoordelen of sprake is van schade.
Bewindvoerderskosten 2021/2022
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.113 Tussen partijen bestaat discussie over de in rekening gebrachte kosten in 2021 en 2022. Kompas c.s. stelt dat [partij B] € 12.048,09 in rekening heeft gebracht en [partij B] stelt dat hij € 11.928,09 in rekening heeft gebracht. Het verschil tussen deze bedragen is te verklaren door twee overboekingen: € 60,- op 18 februari 2022 met de omschrijving ‘Voorgeschoten leefgeld ivm pasproblemen’ en € 60,- op 24 februari 2022 met de omschrijving ‘Voorschot leefgeld’. Kompas c.s. heeft deze bedragen wel opgenomen in haar overzicht van de door [partij B] in rekening gebrachte kosten en [partij B] niet. [partij B] heeft in zijn verweer niets opgemerkt over dit verschil. Door [partij B] is niet gesteld of anderszins aannemelijk gemaakt dat hij leefgeld heeft verstrekt aan [partij A13] en [partij A14] . De kantonrechter gaat dan ook uit van de juistheid van de berekening van Kompas c.s. en stelt vast dat [partij B] in 2020 en 2021 € 12.048,09 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.114 Tussen partijen bestaat ook discussie over de beloning die [partij B] in rekening mag brengen. Zo stelt Kompas c.s. dat [partij B] eenmalig intakekosten van € 607,42 in rekening mag brengen en de maanbeloning mag hanteren gebaseerd op één persoon van € 119,69 in 2021 en € 125,54 in 2022. Omdat het gaat om twee personen stelt [partij B] dat hij twee keer de intakekosten (2 x € 607,42) en twee keer de maandbeloning (2 x € 119,69 in 2021 en 2x € 125,54) mag hanteren. [partij B] stelt dat er tussen [partij A13] en [partij A14] een gescheiden huishouding bestond, omdat [partij A13] woonachtig was in een instelling en [partij A14] nog zelfstandig woonde. Hoewel Kompas c.s. deze stelling betwist, onderbouwt zij haar stelling niet. Kompas c.s. gaat niet in op het verweer van [partij B] over de woonsituatie van [partij A13] en [partij A14] . Evenmin laat Kompas c.s. zich uit over de situatie zoals die was toen zij het dossier van [partij B] overnam. De kantonrechter zal bij de berekening van de door [partij B] te innen kosten dan ook uitgaan van twee gescheiden huishoudens.
5.115 Daarbij stelt [partij B] dat hij recht heeft op een vergoeding voor de bankkosten van € 10,- per persoon, dus € 20,- totaal, Kompas c.s. neemt deze kosten niet mee in haar berekening. Zoals de kantonrechter in eerdere zaken ook heeft overwogen heeft [partij B] conform de beslissing van de Expertgroep CBM recht op 10,- bankkosten per persoon in 2022.
5.116 De kantonrechter stelt dan ook vast dat [partij B] de kosten in rekening mag brengen zoals hij heeft opgenomen in zijn eigen overzicht (productie 56 bij de conclusie van dupliek in conventie) over de periode van december 2021 tot en met 31 december 2022. Dit komt neer op een totaal van € 4.487,18, bestaande uit: 2 x € 607,42 intakevergoeding + 2 x € 119,69 maandbeloning december 2021 + 24 x € 125,54 maandbeloning 2022 en 2 x € 10,- bankkosten.
Conclusie5.117 Vorenstaande betekent dat [partij B] in 2021 en 2022 een bedrag van in totaal € 7.560,91 (€ 12.048,09 minus € 4.487,18) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2023Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.118 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 3.535,12 aan bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.119 Partijen zijn het er ook over eens dat [partij B] in 2023 voor 9,5 maand recht heeft op een beloning. Ook nu zal de kantonrechter uitgaan van de juistheid van de berekening van [partij B] , omdat Kompas c.s. haar berekening van de door [partij B] te innen kosten heeft gebaseerd op één persoon. Daar komt bij dat, anders dan Kompas c.s. stelt, [partij B] ook in 2023 recht heeft op een vergoeding voor de bankkosten van € 10,- per persoon conform de beslissing van de Expertgroep CBM. De kantonrechter stelt vast dat [partij B] in 2023 recht heeft op een beloning van € 2.405,26, bestaande uit: 2 x 9,5 maandbeloning x € 125,54 en 2 x € 10,- bankkosten.
Conclusie5.120 [partij B] heeft in 2023 een bedrag van € 1.129,86 (€ 3.535,12 minus € 2.405,26) te veel in rekening gebracht.
Slotsom5.121 De conclusie is dat [partij B] in de periode van 2021 tot en met 2023 in totaal € 8.690,77 te veel in rekening heeft gebracht. De kantonrechter zal [partij B] veroordelen tot betaling van dit bedrag aan [partij A13] en [partij A14] .
De vordering in reconventie5.122 [partij B] heeft een vordering in reconventie ingesteld van € 9.987,19. Ter onderbouwing voert [partij B] aan dat hij werkzaamheden heeft verricht in het kader van het budgetbeheer.
Het verweer in reconventie5.123 Kompas c.s. betwist de tegenvordering en stelt dat [partij B] niet nader heeft onderbouwd dat sprake is geweest van budgetbeheer.
De beoordeling in reconventie5.124 De kantonrechter kan de opbouw van de tegenvordering van € 9.984,19 niet volgen. Enerzijds stelt [partij B] in zijn conclusie van antwoord in conventie dat hij een bedrag van € 9.470,31 te vorderen heeft gekregen, rekening houdend met de binnen het budgetbeheer verrichte werkzaamheden, en anderzijds erkent [partij B] dat hij voor een bedrag van € 513,88 de beheerrekening van [partij A13] en [partij A14] te veel heeft belast. Echter, ook dit laatste bedrag vordert [partij B] in reconventie en dit begrijpt de kantonrechter niet. Daar komt bij dat voor zover de tegenvordering ziet op kosten voor het budgetbeheer geldt dat de kantonrechter in conventie heeft overwogen dat [partij B] niet gerechtigd is om kosten voor het budgetbeheer in rekening te brengen. Voor het overige heeft [partij B] zijn vordering op geen enkele wijze onderbouwd. De kantonrechter zal de vordering in reconventie dan ook afwijzen.
[partij A15]De vordering5.125 Kompas c.s. vordert, na vermindering van eis, enkel nog de veroordeling van [partij B] in de proceskosten.
Het verweer5.126 [partij B] heeft een schadebedrag van € 1.521,01 wegens te veel geinde bewindvoerderskosten erkend en betaald.
[partij A16]
De vordering5.127 Kompas c.s. vordert de veroordeling van [partij B] tot betaling van schade voor in totaal € 915,23. Kompas c.s. legt aan haar vordering ten grondslag dat [partij B] zonder onderbouwing een verhuisvergoeding van € 422,29 in rekening heeft gebracht en dat [partij A16] een dubbele inboedel- en aansprakelijkheidsverzekering had ten tijde van het door [partij B] gevoerde bewind, waardoor [partij A16] voor in totaal € 492,94 te veel premie heeft betaald.
Het verweer5.128 [partij B] heeft de vordering erkend.
De beoordeling5.129 Nu [partij B] de vordering van € 915,23 heeft erkend, zal de kantonrechter de vordering toewijzen.
[partij A17]
De vordering5.130 Kompas c.s. vordert de veroordeling van [partij B] tot betaling van schade van in totaal € 2.118,47. Kompas c.s. voert aan dat in totaal € 320,- is overgeschreven van de rekening van [partij A17] naar de rekening van FZNN met de omschrijving ‘voorgeschoten leefgeld’. Verder stelt Kompas c.s. dat er een verhuisvergoeding in rekening is gebracht door [partij B] van € 442,86, terwijl daarvoor geen machtiging aanwezig is van de kantonrechter en dit evenmin is vermeld in de rekening en verantwoording. Tot slot stelt Kompas c.s. dat de kosten voor het Ziggo abonnement van de ex-partner van [partij A17] ten onrechte zijn afgeschreven van de rekening van [partij A17] , omdat [partij B] heeft verzuimd de verhuizing door te geven. De schade op dit onderdeel bedraagt € 1.355,61.
Het verweer5.131 [partij B] voert verweer. Ten aanzien van de schadepost van € 320,- stelt [partij B] dat hij leefgeld aan [partij A17] heeft voorgeschoten en dat dit later door [partij A17] is terugbetaald. [partij B] verwijst naar een overzicht van voorgeschoten bedragen. [partij B] stelt een voorwaardelijke reconventionele vordering in voor € 320,-, omdat [partij A17] dit bedrag aan [partij B] diende terug te betalen. Voor wat betreft de in rekening gebrachte verhuisvergoeding van € 442,86 stelt [partij B] dat een machtiging van de kantonrechter niet noodzakelijk is om deze kosten in rekening te mogen brengen. Verder stelt [partij B] dat er namens [partij A17] abusievelijk 8 maanden te lang voor een abonnement bij Ziggo is betaald. [partij B] erkent de schade op dit onderdeel voor € 707,60 (8 maanden x € 88,45). Voor het overige betwist [partij B] de vordering.
De beoordeling
Voorschoten leefgeld5.132 [partij B] heeft onweersproken gesteld dat hij leefgeld heeft voorgeschoten aan [partij A17] . Ter onderbouwing van zijn stelling verwijst [partij B] naar een mutatieoverzicht (productie 17 bij de conclusie van antwoord in conventie). Uit dit overzicht is af te leiden dat er verspreid in de periode van 16 november 2020 tot en met 16 juli 2021 in totaal € 320,- is overgeboekt van de rekening van FZNN naar de beheer- of leefgeldrekening van [partij A17] . De kantonrechter stelt vast dat [partij A17] deze bedragen terecht heeft terugbetaald aan [partij B] . Van schade is dan ook geen sprake. De kantonrechter zal de vordering in conventie afwijzen. De vordering in reconventie is voorwaardelijk ingesteld. Aangezien de voorwaarde voor het instellen van de eis in reconventie niet in vervulling is gegaan, behoeft deze geen beoordeling meer.
Verhuisvergoeding5.133 De stelling van [partij B] dat hij geen machtiging nodig heeft om de verhuisvergoeding in rekening te mogen brengen, kan de kantonrechter niet volgen. Op grond van de Regeling beloning kan de kantonrechter een forfaitaire beloning toekennen voor de werkzaamheden die gepaard gaan met een verhuizing. Nergens blijkt uit dat de kantonrechter een beloning voor een verhuizing heeft toegekend, bijvoorbeeld middels een machtiging. Daar komt bij dat [partij B] op geen enkele wijze heeft onderbouwd welke werkzaamheden hij heeft verricht voor deze beloning. De enkele verwijzing naar het feit dat dit een forfaitaire beloning is, is onvoldoende. De kantonrechter zal deze schadepost toewijzen.
Kosten abonnement Ziggo5.134 Door [partij B] is onweersproken gesteld dat de relatie tussen [partij A17] en diens ex-partner per 5 september 2022 is geëindigd. [partij B] heeft een kopie van een wijzigingsformulier van Ziggo overgelegd, waarmee het contract zou worden overgenomen door de ex-partner. Dit formulier is ondertekend op 4 oktober 2022. Hierop is kennelijk geen verdere actie ondernomen, want uit de bankafschriften van de rekening van [partij A17] blijkt dat de maandelijkse kosten van het abonnement werden voldaan aan Ziggo tot en met december 2023. Dit had echter wel van [partij B] verwacht mogen worden als bewindvoerder. [partij B] erkent weliswaar de schade voor acht maanden abonnementskosten, maar de kantonrechter is van oordeel dat [partij B] over de gehele periode dat het contract omgezet had kunnen worden tot het moment van zijn ontslag per oktober 2023 als bewindvoerder verantwoordelijk is. Indien [partij B] adequaat had toegezien op omzetting van het contract, dan was [partij A17] per oktober 2022 geen abonnementskosten meer verschuldigd. De kantonrechter stelt de schade vast op 12 maanden, namelijk van oktober 2022 tot en met september 2023. Uit de bankafschriften van de rekening van [partij A17] blijkt dat de abonnementskosten van oktober 2022 tot en met mei 2023 € 88,45 per maand bedroegen en vanaf juni 2023 tot en met september 2023 € 94,95 per maand. De kantonrechter zal [partij B] veroordelen tot betaling van schade voor in totaal € 1.087,40 (8 maanden x € 88,45 + 4 maanden x € 94,95. De gestelde schade op dit onderdeel zal voor het overige worden afgewezen, omdat dit ziet op abonnementskosten die zijn geïnd na het ontslag van [partij B] .
[partij A18]
De vordering in conventie5.135 Kompas c.s. vordert, na vermeerdering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 6.356,37 aan [partij A18] . Kompas c.s. stelt dat [partij B] te veel bewindvoerders- en mentorschapskosten in rekening heeft gebracht.
Het verweer in conventie5.136 [partij B] erkent dat hij een bedrag van € 1.756,42 te veel kosten in rekening heeft gebracht bij [partij A18] . Voor het overige betwist [partij B] de vordering. [partij B] stelt dat er budgetbeheer is gevoerd in de periode van 1 november 2017 tot 9 februari 2018.
De beoordeling in conventie
5.137 Kompas c.s. gaat in haar berekening bij de door [partij B] te innen kosten niet uit van budgetbeheer voorafgaand aan het beschermingsbewind, terwijl [partij B] stelt wel recht te hebben op een beloning voor budgetbeheer. De vraag rijst dan ook of [partij B] recht heeft op kosten voor budgetbeheer. De kantonrechter zal deze vraag eerst bespreken. Daarna zal worden ingegaan op de vraag of [partij B] te veel bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht, zoals Kompas c.s. stelt.
Budgetbeheer5.138 Ter onderbouwing van zijn stelling dat sprake was van budgetbeheer voorafgaand aan het beschermingsbewind verwijst [partij B] naar een akte tot volmacht (productie 59 bij de conclusie van dupliek in conventie). De akte tot volmacht heeft als onderwerp ‘Akte tot Volmacht inzake immateriële belangen’ en is getekend op 28 februari 2020. Uit de bepalingen in de akte tot volmacht blijkt dat de volmachtgever toestemming geeft om in het kader van de uitvoering van het behartigen van de immateriële belangen persoonsgegevens te delen en om beslissingen te nemen die noodzakelijk zijn om immateriële belangen van de volmachtgever te behartigen. De kantonrechter ziet niet in op welke wijze deze akte tot volmacht betrekking heeft op het voeren van budgetbeheer nu met zoveel woorden staat omschreven dat deze betrekking heeft op immateriële belangen. Daarnaast heeft [partij B] op geen enkele andere wijze aannemelijk gemaakt dat sprake was van budgetbeheer, bijvoorbeeld door het in het geding brengen van een budgetbeheerovereenkomst. Evenmin heeft [partij B] aangetoond welke werkzaamheden hij heeft verricht in het kader van budgetbeheer. In dat verband verwijst [partij B] naar een factuur van 22 november 2020 voor in totaal € 2.530,68 inclusief btw, met als onderwerp ‘Nota budbeheerkosten’. Daarin worden kosten gerekend voor de maandelijkse budgetbeheerkosten van 1 november 2017 tot 9 februari 2018, de intake en ‘Uren ter voorkoming ontruiming en gesprekken UWV 12 uur’. Een concreet document op basis waarvan [partij B] meent deze kosten in rekening te mogen brengen of een onderbouwing van de verrichte werkzaamheden ontbreekt echter. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat [partij B] niet gerechtigd is om kosten in rekening te brengen voor het budgetbeheer. Het beroep van [partij B] op verrekening slaagt daarom ook niet.
Bewindvoerderskosten 2018
Welke kosten zijn door [partij B] in rekening gebracht?5.139 Partijen zijn het niet eens over de hoogte van de in rekening gebrachte kosten in 2018 door [partij B] . Zo stelt Kompas c.s. onder verwijzing naar de bankafschriften dat er € 1.778,24 in rekening is gebracht door [partij B] . [partij B] stelt dat hij slechts € 1.368,19 in rekening heeft gebracht. Het verschil tussen deze bedragen is te verklaren doordat Kompas c.s. een drietal overboekingen heeft opgenomen in haar berekening die niet zijn opgenomen in de berekening van [partij B] . Het gaat om één overboeking op 27 februari 2018 van € 50,- en om de bewindvoerderskosten waarvan Kompas c.s. stelt dat deze in de maanden augustus 2018 en oktober 2018 dubbel in rekening zijn gebracht.
5.140 Uit de door Kompas c.s. overgelegde bankafschriften blijkt dat er op 27 februari 2018 een overboeking heeft plaatsgevonden van € 50,- van de rekening van [partij A18] naar de rekening van FZNN met de omschrijving ‘Voorschot leefgeld i.v.m. geen bankpas’. [partij B] heeft zich in het geheel niet uitgelaten over deze kosten. Niet is gesteld of anderszins aannemelijk gemaakt dat hij bijvoorbeeld leefgeld heeft verstrekt aan [partij A18] . Dit bedrag kan daarom niet verrekend worden met een voorschot en zal daarom in de berekening van de in rekening gebrachte kosten door [partij B] worden opgenomen. Verder is uit de bankafschriften gebleken dat [partij B] zowel op 1 augustus 2018 als op 28 augustus 2018 een bedrag van € 144,02 heeft geïnd. Tot zover heeft Kompas c.s. dus gelijk. Uit de bankafschriften is niet gebleken dat [partij B] zijn beloning in oktober 2018 tweemaal heeft geïnd zoals Kompas c.s. stelt. Alleen op 28 oktober 2018 is een bedrag van € 144,02 in rekening gebracht. De kantonrechter stelt vast dat [partij B] in 2018 in totaal € 1.562,21 (€ 1.368,19 + € 50,- + € 144,02) in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.141 Kompas c.s. stelt dat [partij B] gerechtigd was om een intakevergoeding van € 607,42 in rekening te brengen en 10 maanden bewindvoerderskosten voor in totaal € 1.440,20. [partij B] stelt dat hij gerechtigd was om een intakevergoeding van € 754,19 in rekening te brengen en 11 maanden bewindvoerderskosten voor in totaal € 1.584,22.
5.142 De kantonrechter overweegt als volgt. [partij B] gaat uit van een intakevergoeding voor twee personen, maar [partij B] heeft niet gesteld en onderbouwd dat er een intake heeft plaatsgevonden voor twee personen. De kantonrechter gaat daarom uit van de intakekosten zoals deze door Kompas c.s. worden opgevoerd, te weten € 607,42.
5.143 Door Kompas c.s. is onweersproken gesteld dat sprake is van beschermingsbewind met ingang van 14 februari 2018. Omdat het bewind is ingegaan in de eerste helft van de maand, betekent dit dat [partij B] op basis van de Regeling gerechtigd is om voor de gehele maand februari 2018 kosten te innen. [partij B] heeft daarom recht op 11 maanden bewindvoerderskosten voor in totaal € 1.584,22.
5.144 De slotsom is dat [partij B] in totaal € 2.191,64 (€ 607,42 + € 1.584,22) aan kosten in rekening had mogen brengen in 2018.
Conclusie5.145 Dit betekent dat [partij B] voor het jaar 2018 nog recht heeft op een beloning van € 629,43 (€ 2.191,64 minus € 1.562,21).
Bewindvoerderskosten 2019
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.146 Kompas c.s. stelt onder verwijzing naar de bankafschriften dat er € 2.307,47 in rekening is gebracht door [partij B] . [partij B] stelt dat hij slechts € 1.864,61 in rekening heeft gebracht. Het verschil tussen deze bedragen is te verklaren doordat Kompas c.s. stelt dat [partij B] in juni 2019 twee keer de bewindvoerderskosten heeft geïnd en in september 2019 drie keer. [partij B] stelt dat hij in deze maanden één keer de bewindvoerderskosten heeft geïnd. Uit de bankafschriften blijkt echter dat [partij B] zowel op 1 juni als op 28 juni 2019 een bedrag van € 147,62 in rekening heeft gebracht. Ook blijkt dat [partij B] op 13 september 2019 drie keer de maandbeloning van € 147,62 in rekening heeft gebracht. De slotsom is dan ook dat de berekening van Kompas c.s. juist is en dat [partij B] in 2019 € 2.307,47 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.147 Kompas c.s. stelt dat [partij B] € 1.771,44 (12 maanden bewindvoerderskosten) in rekening had mogen brengen. [partij B] stelt dat hij daarnaast ook nog recht had op een bedrag van € 314,60. In zijn berekening heeft hij dit bedrag opgenomen met de omschrijving ‘machtiging rb’. Door [partij B] is echter geen machtiging van de kantonrechter overgelegd op basis waarvan hij gerechtigd is om dit bedrag in rekening te mogen brengen. Evenmin heeft [partij B] gesteld waarvoor deze kosten dienen. Omdat [partij B] verzuimd heeft enige vorm van uitleg te geven over deze kosten, is de kantonrechter van oordeel dat [partij B] geen recht heeft op deze kosten. De conclusie is dan ook dat [partij B] in 2019 alleen recht heeft op de jaarbeloning van € 1.771,44.
Conclusie5.148 Dit betekent dat [partij B] in 2019 € 536,03 (€ 2.307,47 minus € 1.771,44) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2020
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.149 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in totaal € 5.588,52 in rekening heeft gebracht. [partij B] stelt dat hij € 2.586,49 in rekening heeft gebracht. Het verschil zit in 10 overboekingen van de bankrekening van [partij A18] naar [partij B] : € 1.573,- op 21 februari 2020, € 150,44 op 28 februari, € 89,54 op 6 april, € 89,54 op 6 mei, € 89,54 op 4 juni, € 89,54 op 2 juli, € 657,03 en € 89,54 op 10 augustus, € 44,77 op 12 augustus en € 268,62 op 11 november. Ook heeft er één overboeking plaatsgevonden van [partij B] aan [partij A18] op 14 oktober van € 49,99. Kompas c.s. heeft deze mutaties opgenomen in haar overzicht van de in rekening gebrachte kosten. Deze mutaties blijken ook uit de bankafschriften van de rekening van [partij A18] . [partij B] heeft zich echter niet uitgelaten over deze kosten. De kantonrechter stelt daarom vast dat [partij B] een bedrag van € 5.588,52 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten had [partij B] in rekening mogen brengen?5.150 Kompas c.s. stelt dat [partij B] gerechtigd was om 10 maanden (€ 150,44 per maand) bewindvoerderskosten in rekening te brengen en twee maanden (€ 239,98 per maand) bewindvoerders- en mentorschapskosten. [partij B] stelt daarentegen dat hij naast de bewindvoerderskosten van € 150,44 per maand ook € 89,54 per maand in rekening mag brengen over de periode van februari tot en met juni 2020. [partij B] stelt dat hij vanaf juli 2020 tot en met 31 december 2021 recht heeft op de bewindvoerders- en mentorschapskosten van € 239,98 per maand. Daarnaast stelt [partij B] dat hij recht heeft op € 657,03 voor de intake, op € 2.530,68 voor het budgetbeheer en € 6,- bankkosten.
5.151 De kantonrechter overweegt als volgt. [partij B] heeft op geen enkele wijze onderbouwd waarom hij gerechtigd is om € 89,54 per maand extra in rekening te brengen naast de bewindvoerderskosten. Evenmin heeft [partij B] onderbouwd dat hij vanaf juli 2020 gerechtigd is om de bewindvoerders- en mentorschapskosten van € 239,88 in rekening te brengen. [partij B] heeft niet gesteld of onderbouwd wanneer het mentorschap is uitgesproken, bijvoorbeeld aan de hand van de beschikking tot instelling van het mentorschap. Ook is nergens uit gebleken dat [partij B] recht heeft op intakekosten van het mentorschap. De kantonrechter gaat voor de vaststelling van de in rekening te brengen maandelijkse kosten dan ook uit van de juistheid van het overzicht van Kompas c.s. Zoals eerder is overwogen heeft [partij B] geen recht op kosten voor het budgetbeheer. De kantonrechter overweegt dat [partij B] conform de beslissing van de Expertgroep CBM wel recht heeft op € 6,- bankkosten. De conclusie is dat [partij B] in 2020 recht heeft op een beloning van in totaal € 1.990,36 (10 maanden bewindvoerderskosten € 1.504,40 + 2 maanden bewindvoerders- en mentorschapskosten € 479,96 + € 6,- bankkosten).
Conclusie5.152 Dit betekent dat [partij B] in 2020 een bedrag van € 3.598,16 (€ 5.588,52 minus € 1990,36) te veel in rekening heeft gebracht bij [partij A18] .
Bewindvoerderskosten 2021Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.153 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2021 een bedrag van in totaal € 2.813,12 in rekening heeft gebracht bij [partij A18] .
Welke kosten had [partij B] in rekening mogen brengen?5.154 Tussen partijen staat vast dat [partij B] een bedrag van € 2.805,86 een bewindvoerders- en mentorschapskosten in rekening had mogen brengen. [partij B] stelt echter anders dan Kompas c.s. dat hij ook nog bankkosten van € 7,26 in rekening had mogen brengen. De kantonrechter overweegt dat [partij B] ook in 2021 recht heeft op een vergoeding voor de bankkosten van € 6,- conform de beslissing van de Expertgroep. Omdat dit een doorbelasting van kosten betreft is het, anders dan [partij B] meent, niet toegestaan om hier btw over te rekenen. Dit betekent dat [partij B] in totaal € 2.811,86 (€ 2.805,86 + € 6,-) in rekening had mogen brengen.
Conclusie5.155 De conclusie is dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 1,26 (€ 2.813,12 minus € 2.811,86) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2022
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.156 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2022 een bedrag van in totaal € 2.728,90 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten had [partij B] in rekening mogen brengen?5.157 Ook staat tussen partijen vast dat [partij B] in totaal € 2.711,64 aan bewindvoerders- en mentorschapskosten in rekening had mogen brengen. [partij B] stelt echter anders dan Kompas c.s. dat hij ook nog bankkosten van € 7,26 en € 10,- in rekening had mogen brengen. Dit kan de kantonrechter niet volgen. [partij B] heeft niet onderbouwd waarom hij van mening is dat hij tweemaal een vergoeding voor de bankkosten in rekening mag brengen. [partij B] heeft conform de beslissing van de Expertgroep CBM in 2022 recht op een vergoeding voor de bankkosten van € 6,-. Dit betekent dat [partij B] in totaal een bedrag van € 2.717,64 (€ 2.711,64+ € 6,-) in rekening had mogen brengen.
Conclusie5.158 De slotsom is dat [partij B] een bedrag van € 11,26 (€ 2.728,90 minus € 2.717,64) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2023
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.159 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in totaal € 4.755,37 in 2023 in rekening heeft gebracht bij [partij A18] . [partij B] stelt echter dat hij € 4.529,40 in rekening heeft gebracht. Het verschil bedraagt één maandtarief van € 225,97. Uit het overzicht van Kompas c.s. is af te leiden dat [partij B] in augustus tweemaal de maandbeloning in rekening heeft gebracht. [partij B] stelt dat hij slecht één keer de maandbeloning heeft geïnd. Uit de door Kompas c.s. overgelegde bankafschriften blijkt dat [partij B] zowel op 1 augustus als op 28 augustus 2023 de maandbeloning van € 225,97 heeft geïnd. Dit betekent dat de berekening van Kompas c.s. juist is. De kantonrechter stelt dan ook vast dat [partij B] in totaal € 4.755,37 in rekening heeft gebracht in 2023.
Welke kosten had [partij B] in rekening mogen brengen?5.160 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2023 recht had op een bedrag van € 2.146,72 (9,5 maand x € 225,97) aan bewindvoerders- en mentorschapskosten. [partij B] voert daarnaast aan, anders dan Kompas c.s., dat hij ook recht heeft op een vergoeding van € 10,- voor de bankkosten. De kantonrechter is van oordeel dat [partij B] conform de beslissing van de Expertgroep CBM recht heeft op deze vergoeding. Dit betekent dat [partij B] in 2023 gerechtigd was om in totaal € 2.156,72 (€ 2.146,72 + € 10,-) in rekening te brengen.
Conclusie5.161 [partij B] heeft derhalve in 2023 een bedrag van € 2.598,65 (€ 4.755,37 minus € 2.156,72) te veel in rekening gebracht.
Slotsom5.162 De slotsom is dat [partij B] in de periode van 2018 tot en met 2023 in totaal € 6.115,93 te veel in rekening heeft gebracht. De kantonrechter zal [partij B] veroordelen tot betaling van dit bedrag aan [partij A18] .
Vordering in reconventie5.163 [partij B] stelt een reconventionele vordering in van € 2.530,68. [partij B] stelt dat dit bedrag ziet op extra werkzaamheden die zijn verricht in het kader van het budgetbeheer. Dit is gefactureerd op 22 november 2020. De betaling heeft plaatsgevonden nadat het beschermingsbewind was uitgesproken. [partij B] beroept zich op verrekening met de gevorderde schade en stelt een reconventionele vordering in van € 2.530,68.
Het verweer in reconventie5.164 Kompas c.s. voert verweer en stelt dat de reconventionele vordering van [partij B] dient te worden afgewezen.
De beoordeling in reconventie5.165 De kantonrechter heeft in conventie overwogen dat [partij B] niet gerechtigd is om kosten in rekening te brengen voor het budgetbeheer en dat hij de kosten die hij hiervoor in rekening heeft gebracht dient terug te betalen. De kantonrechter zal dan ook de reconventionele vordering afwijzen.
[partij A20]
De vordering in conventie5.166 Kompas c.s. vordert de veroordeling van [partij B] tot betaling van schade voor in totaal € 2.578,-. Kompas c.s. voert aan dat [partij B] op 4 oktober 2022 een bedrag van € 1.279,12 in rekening heeft gebracht, zonder dat duidelijk is geworden waarvoor. Daarnaast stelt Kompas c.s. dat [partij B] in de periode van 1 januari 2022 tot en met 23 januari 2023 viermaal kosten voor het beheer van het persoonsgebonden budget in rekening heeft gebracht voor in totaal € 2.625,70 en dat hij in januari 2023 een bedrag van € 1.297,12 geretourneerd heeft. Tot slot stelt Kompas c.s. dat [partij B] een bedrag van € 20,- heeft overgeboekt naar een derde, zonder dat daarvoor een verklaring of machtiging is te vinden.
Het verweer in conventie5.167 [partij B] voert verweer en betwist de vordering. [partij B] stelt dat er sprake was van een persoonsgebonden budget en dat hij de forfaitaire bedragen daarvoor in rekening heeft gebracht.
De beoordeling in conventie
Schadepost € 1.279,125.168 De kantonrechter overweegt als volgt. Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in oktober 2022 een bedrag van € 1.297,12 in rekening heeft gebracht. Hoewel [partij B] van mening is dat hij gerechtigd was om deze kosten in rekening te brengen, wordt niet gesteld op basis waarvan deze kosten in rekening zijn gebracht. Als [partij B] al heeft bedoeld te stellen dat hij recht had op kosten voor het beheer van het persoonsgebonden budget vanaf 2016, dan heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van een persoonsgebonden budget. Ook heeft hij niet aannemelijk gemaakt met ingang van wanneer hij dit in rekening mocht brengen. Het had op de weg van [partij B] gelegen om aan te tonen wanneer er sprake was van een persoonsgebonden budget, bijvoorbeeld aan de hand van de toekenningsbeschikkingen, maar dit blijkt nergens uit. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat deze schadepost dient te worden toegewezen.
kosten beheer persoonsgebonden budget5.169 Ten aanzien van de in rekening gebrachte kosten voor het beheer van het persoonsgebonden budget in 2022 en 2023 overweegt de kantonrechter als volgt. Uit de bankafschriften is gebleken dat [partij B] op 3 januari 2022 een bedrag van € 664,29 in rekening heeft gebracht, op 5 september 2022 een bedrag van € 632,83 en € 664,29 en op 9 januari 2023 een bedrag van € 664,29. Ook is gebleken dat [partij B] op 23 januari 2023 een bedrag van € 1.297,12 heeft teruggestort. Dit betekent dat [partij B] per saldo over twee jaar de kosten voor het beheer van het persoonsgebonden budget in rekening heeft gebracht, immers bedroegen de jaarlijkse kosten over 2022 en 2023 € 664,29 per jaar. Kompas c.s. heeft in haar berekening van de door [partij B] in rekening te brengen kosten ook de kosten voor het beheer van het persoonsgebonden budget over 2021, 2022 en 2023 opgenomen. De kantonrechter stelt dan ook vast dat [partij B] vanaf 2021 gerechtigd was om kosten voor het beheer van het persoonsgebonden budget in rekening te brengen. Dit betekent dat [partij B] per saldo niet te veel in rekening heeft gebracht. De kantonrechter is van oordeel dat dit schadeonderdeel dient te worden afgewezen.
Overboeking derde € 20,-5.170 [partij B] heeft geen verweer gevoerd op dit onderdeel. De kantonrechter zal deze schadepost toewijzen.
De vordering in reconventie5.171 [partij B] vordert in reconventie een bedrag van € 1.360,04 van [partij A20] . [partij B] verwijst naar een overzicht van de door hem te innen kosten, inclusief kosten voor het beheer van het persoonsgebonden budget vanaf 2016, en de geinde kosten. Het verschil hiertussen bedraagt € 1.360,04. [partij B] stelt onder verwijzing naar een kopie van de akte tot volmacht dat hij recht heeft op dit bedrag.
Het verweer in reconventie5.172 Kompas c.s. betwist de vordering en stelt dat deze dient te worden afgewezen. Ook stelt Kompas c.s. dat de tegenvordering van [partij B] onvoldoende wordt onderbouwd.
De beoordeling in reconventie5.173 [partij B] heeft in zijn berekening van de in rekening te brengen kosten ook de kosten voor het budgetbeheer opgenomen. De kantonrechter is anders dan [partij B] van oordeel dat hij deze kosten ten onrechte heeft berekend. [partij B] heeft enkel een op 11 februari 2016 ondertekende akte tot volmacht overgelegd, waarin toestemming wordt gegeven door [partij A20] om persoonsgegevens op te nemen en uit te wisselen met derden. Door [partij B] is op geen enkele andere wijze aannemelijk gemaakt dat sprake was van budgetbeheer, bijvoorbeeld door toezending van een budgetbeheerovereenkomst. Evenmin heeft [partij B] aangetoond welke werkzaamheden hij heeft verricht in het kader van budgetbeheer. De kantonrechter is van oordeel dat [partij B] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van budgetbeheer en dat hij hiervoor werkzaamheden heeft verricht. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat [partij B] niet gerechtigd is om kosten hiervoor in rekening te brengen. [partij B] heeft deze kosten begroot op € 805,80.
5.174 Daarbij heeft de kantonrechter hierboven al overwogen dat [partij B] enkel vanaf 2021 gerechtigd is om kosten in rekening brengen voor het beheer van het persoonsgebonden budget, terwijl [partij B] in zijn berekening van de in rekening te brengen kosten uitgaat van het beheer van het persoonsgebonden budget vanaf 2016. De kosten die hij hiervoor rekent over de periode van 2016 tot en met 2020 bedragen € 2.985,90. De kantonrechter is daarom van oordeel dat [partij B] deze kosten ten onrechte heeft opgenomen in zijn berekening. De stelling van [partij B] dat hij nog een bedrag van € 1.360,04 van [partij A20] te vorderen heeft, kan de kantonrechter dan ook niet volgen. Per saldo heeft [partij B] niets meer te vorderen [partij A20] . Om deze reden zal de vordering in reconventie worden afgewezen.
[partij A21]
De vordering
5.175 Kompas c.s. vordert de veroordeling van [partij B] tot betaling van schade voor in totaal € 727,39. Kompas c.s. stelt dat [partij B] op 28 augustus 2020 een bedrag van € 270,13 in rekening heeft gebracht in plaats van € 239,98 en dat het verschil hiertussen van € 30,15 schade is. Verder stelt Kompas c.s. dat [partij B] op 13 april 2021 en 30 januari 2022 respectievelijk € 160,- en € 7,26 te veel in rekening heeft gebracht. Tot slot stelt Kompas c.s. dat [partij B] op 27 mei 2023 een bedrag van € 529,98 in rekening heeft gebracht, maar dat een machtiging van de kantonrechter om deze kosten in rekening te brengen ontbreekt.
Het verweer5.176 [partij B] erkent de schade voor een bedrag van € 37,41. Dit bedrag bestaat uit een compensatie van € 30,15 voor het in rekening brengen van het verkeerde tarief en het bedrag van € 7,26. Voor het restant voert [partij B] verweer. Hij stelt dat hij € 160,- aan leefgeld heeft voorgeschoten. Verder stelt [partij B] dat hij een beloning voor een verhuizing in rekening heeft gebracht van € 529,98 en dat hiervoor geen machtiging van de kantonrechter noodzakelijk is.
De beoordeling
Schadepost € 160,-5.177 Uit een door [partij B] overgelegde overzicht van mutaties van de bankrekening van [partij A21] (productie 66 bij de conclusie van dupliek in conventie) blijkt dat er vier keer een bedrag van € 40,- is overgemaakt van de bankrekening van FZNN, namelijk op 8 maart, 15 maart, 6 april en 12 april 2021, met de omschrijving ‘voorschot leefgeld’. De kantonrechter vindt, anders dan Kompas c.s., dat hieruit voldoende blijkt dat [partij B] deze bedragen heeft voorgeschoten aan [partij A21] . Dat [partij B] op 13 april 2021 vervolgens een bedrag van € 160,- van de rekening van [partij A21] naar de rekening van FZNN heeft overgeboekt komt de kantonrechter dan ook niet vreemd voor. De kantonrechter zal deze schadepost afwijzen.
Verhuisvergoeding5.178 De stelling van [partij B] dat hij geen machtiging nodig heeft om de verhuisvergoeding in rekening te mogen brengen, kan de kantonrechter niet volgen. Op grond van de Regeling beloning kan de kantonrechter een forfaitaire beloning toekennen voor de werkzaamheden die gepaard gaan met een verhuizing. Nergens blijkt uit dat de toezichthoudende kantonrechter een beloning voor een verhuizing heeft toegekend. Daar komt bij dat [partij B] op geen enkele wijze heeft onderbouwd welke werkzaamheden hij heeft verricht voor deze beloning. De enkele verwijzing naar het feit dat dit een forfaitaire beloning is, is onvoldoende. De kantonrechter zal deze schadepost toewijzen.
Conclusie5.179 De slotsom is dat de totale schade derhalve € 567,39 (€ 727,39 minus € 160,-) bedraagt. De kantonrechter zal [partij B] veroordelen tot betaling van dit bedrag aan [partij A21] .
[partij A23]
De vordering
5.180 Kompas c.s. vordert de veroordeling van [partij B] tot betaling van schade voor in totaal € 1.220,38. Kompas c.s. voert aan dat [partij B] op 23 november 2020 een bedrag van € 820,38 heeft overgeboekt van de rekening van [partij A23] naar de rekening van FZNN met de omschrijving ‘Machtiging RB’ en op 16 februari 2021 een bedrag van € 400,- met de omschrijving ‘ [omschrijving 1] ’.
Het verweer5.181 [partij B] heeft de volledige vordering erkend.
De beoordeling
5.182 Nu [partij B] de vordering van € 1.220,38 heeft erkend, zal de kantonrechter deze toewijzen.
[partij A24]
De vordering5.183 Kompas c.s. vordert, na vermindering van eis, enkel nog de veroordeling van [partij B] in de proceskosten.
Het verweer
5.184 [partij B] heeft de oorspronkelijke vordering van € 1.436,28 wegens overboekingen van de rekening van [partij A24] naar de privérekening van [partij B] erkend en na uitbrengen van de dagvaarding betaald.
[partij A25]
De vordering
5.185 Kompas c.s. vordert de veroordeling van [partij B] tot betaling van schade voor in totaal € 685,85. Kompas c.s. legt aan haar vordering ten grondslag dat [partij B] drie maanden bewindvoerderskosten over het jaar 2022 in 2023 extra in rekening heeft gebracht, terwijl [partij A25] alle bewindvoerderskosten over 2022 in datzelfde jaar al heeft betaald.
De schade op dit onderdeel bedraagt € 487,32. Verder stelt Kompas c.s. dat [partij B]
verzuimd heeft een betalingsregeling met het CJIB na te komen, waardoor er extra kosten
van € 198,53 zijn ontstaan. Indien [partij B] zich eerder actief had ingezet voor toeleiding
naar schuldhulpverlening, dan waren deze kosten ook niet ontstaan, aldus Kompas c.s.
Het verweer
5.186 [partij B] erkent dat hij een bedrag van € 487,32 te veel bewindvoerderskosten
kosten in rekening heeft gebracht bij [partij A25] . Ten aanzien van de extra kosten van
€ 198,53 die zijn ontstaan merkt [partij B] op dat het niet mogelijk was om de
betalingsregeling bij het CJIB na te komen, omdat er onvoldoende financiële middelen
waren. Ook stelt [partij B] dat het niet mogelijk was om een schuldregeling te starten, omdat
er sprake was van een fraudevordering.
De beoordeling
Bewindvoerderkosten
5.187 Nu [partij B] de vordering op dit onderdeel heeft erkend, zal de kantonrechter [partij B] veroordelen tot betaling van € 487,32.
Extra kosten CJIB5.188 Uit een door Kompas c.s. overgelegde schuldenlijst blijkt een totale schuldenlast van
€ 25.992,35, verdeeld over 35 vorderingen, waarvan 13 van het CJIB. Aan welke specifieke schuld de extra kosten zijn toe te schrijven, blijkt nergens uit. Weliswaar heeft Kompas c.s. de tweede pagina van een afschrift van Syncasso overgelegd, maar ook hieruit blijkt niet aan welke specifieke schuld de extra kosten zijn toe te schrijven en op welke datum de extra kosten zijn ontstaan. De vordering is daarmee onvoldoende concreet. Daarnaast heeft Kompas c.s. niet aannemelijk gemaakt dat extra kosten konden worden voorkomen. Zo is niet gebleken dat de betalingsregeling kon worden nagekomen of dat er eerder kon worden toegeleid naar schuldhulpverlening. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat Kompas c.s. haar vordering op dit onderdeel onvoldoende heeft onderbouwd en zal de schadepost afwijzen.
[partij A26]
De vordering5.189 Kompas c.s. vordert, na vermindering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van schade voor in totaal € 8.355,46. Kompas c.s. voert aan dat [partij B] te veel kosten ad € 6.962,39 in rekening heeft gebracht. Daarnaast stelt Kompas c.s. dat [partij B] over de periode van 25 mei tot en met 18 juli 2021 te laat bijzondere bijstand heeft aangevraagd voor de bewindvoerders- en mentorschapskosten. De schade op dit onderdeel bedraagt € 966,88. Tot slot stelt Kompas c.s. dat [partij B] heeft verzuimd de kosten van een rugsteun van € 426,19 te declareren bij de zorgverzekeraar.
Het verweer5.190 [partij B] erkent dat hij interne fouten heeft gemaakt en een bedrag van € 6.962,39 te veel in rekening heeft gebracht. Voor wat betreft de bijzondere bijstand voor de bewindvoerders- en mentorschapskosten merkt [partij B] op dat ook wanneer hij tijdig bijzondere bijstand zou hebben aangevraagd er draagkracht zou zijn geconstateerd en geen bijzondere bijstand zou zijn verleend, waardoor er geen schade is geleden op dit onderdeel. Verder stelt [partij B] dat de rugsteun niet voor vergoeding in aanmerking kwam, omdat deze niet medisch noodzakelijk was.
De beoordelingBewindvoerderskosten5.191 Nu [partij B] de vordering op dit onderdeel heeft erkend, zal de kantonrechter [partij B] veroordelen tot betaling van € 6.962,39 aan [partij A26] .
Bijzondere bijstand5.192 [partij B] verwijst ter onderbouwing van zijn stelling dat er sprake was van draagkracht waardoor [partij A26] niet in aanmerking kwam voor bijzondere bijstand voor de kosten van het bewind en mentorschap naar de beschikking van de gemeente Noardwest-Fryslan van 24 november 2021. Daarin staat het volgende:

Wij hebben besloten uw aanvraag af te wijzen. De noodzakelijke kosten die u maakt zijn niet hoger dan uw draagkracht. (…). De in aanmerking komende kosten van bewindvoering en mentorschap: per maand € 215,47. In aanmerking te nemen draagkracht: € 303,05. Bijstand per maand € 0,-. (…). De grens voor het vrij te laten vermogen is voor u € 6.295,00. Uw vermogen is € 9.873,40. (…). Uw draagkrachtperiode is vastgesteld van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021. (…). U heeft ook vergoeding aangevraagd voor de hiervoor genoemde periode. Deze kosten zijn echter langer dan drie maanden geleden gemaakt (gerekend vanaf de datum ontvangst van uw aanvraag op 19 oktober 2021) en komen daarom niet (meer) in aanmerking voor vergoeding.
Kompas c.s. voert enkel aan dat de aanvraag over de periode van 25 mei tot en met 18 juli 2021 te laat is gedaan en dat daardoor schade is geleden. Deze stelling is, mede gelet op voornoemde beschikking van de gemeente waarin er draagkracht is vastgesteld vanaf 1 juli 2021, echter onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van schade. Kompas c.s. heeft niet gesteld of anderszins aannemelijk gemaakt dat er geen sprake was van draagkracht in die periode en dat [partij A26] , anders dan over de periode na 1 juli 2021, in aanmerking zou komen voor bijzondere bijstand. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat Kompas c.s. haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd en zal deze vordering afwijzen.
Declaratie zorgverzekeraar5.193 Kompas c.s. heeft haar stelling dat sprake is van schade omdat de kosten van de rugsteun niet zijn gedeclareerd bij de zorgverzekeraar op geen enkele wijze onderbouwd. Ter zitting van 10 maart 2025 heeft Kompas c.s. desgevraagd verklaard dat zij ook geen contact heeft gehad met de zorgverzekeraar over de vraag of de rugsteun vergoed zou zijn als hiervoor een declaratie zou zijn ingediend. Nu nergens uit is gebleken dat de zorgverzekeraar de kosten voor de rugsteun zou vergoeden, zal de kantonrechter deze schadepost afwijzen.
[partij A27]
De vordering
5.194 Kompas c.s. vordert, na vermeerdering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van schade voor in totaal € 19.073,37. Kompas c.s. stelt dat zonder grondslag overboekingen zijn verricht van de bankrekening van [partij A27] naar de privérekening van [partij B] voor in totaal € 14.270,34. Verder stelt Kompas c.s. dat [partij B] mentorschapskosten van € 4.803,03 in rekening heeft gebracht, terwijl hij zijn taken als mentor niet uitvoerde. Ter onderbouwing van haar stelling verwijst Kompas c.s. naar foto’s van de woonsituatie van betrokkene.
Het verweer
5.195 [partij B] erkent dat hij in totaal € 16.583,34 te veel kosten in rekening heeft gebracht bij [partij A27] . Ten aanzien van de vordering van de mentorschapskosten voert [partij B] verweer. [partij B] stelt dat hij veelvuldig bij [partij A27] op bezoek is geweest, maar dat [partij A27] hem niet toeliet in de woning. Er was wekelijks telefonisch contact tussen [partij B] en [partij A27] . Ook stelt [partij B] dat hij regelmatig gesprekken heeft gehad met het steunpunt Heerenveen over [partij A27] . [partij B] voert aan dat [partij A27] zich veelvuldig heeft bevuild.
De beoordelingOverboekingen privérekening5.196 [partij B] erkent dat hij € 16.583,34 te veel kosten in rekening heeft gebracht bij [partij A27] . Dit is een hoger bedrag dan het gevorderde van € 14.270,34. De kantonrechter zal de veroordeling van [partij B] tot betaling van schade dan ook beperken tot het gevorderde bedrag van € 14.270,34.
Mentorschapskosten5.197 Ter onderbouwing van zijn stelling dat [partij B] werkzaamheden heeft verricht als mentor voor [partij A27] , verwijst hij naar een samenvatting die hij heeft opgesteld met de nicht van [partij A27] en tevens werkneemster van [partij B] . Daarin wordt een korte samenvatting gegeven over de leefsituatie van betrokkene in het jaar 2014 en in de jaren 2019 tot en met 2023. Welke werkzaamheden [partij B] als mentor heeft verricht en hoe vaak hij contact heeft gehad met [partij A27] blijkt hier niet uit. Hoewel [partij B] op grond van de Aanbevelingen mentorschap gehouden is om als professionele mentor die zijn taak tegen een beloning verricht jaarlijks een verslag in te dienen over het verloop van het mentorschap, heeft [partij B] deze verslagen in deze procedure niet overgelegd. Ook heeft [partij B] geen overzicht van werkzaamheden overgelegd of blijken zijn werkzaamheden ergens anders uit. [partij B] stelt weliswaar dat hij veel gesprekken heeft gevoerd met het Steunpunt Heerenveen over [partij A27] , maar ook dit is niet gebleken. De kantonrechter is van oordeel dat [partij B] zijn verweer onvoldoende heeft onderbouwd. De door [partij B] overgelegde samenvatting heeft vooral betrekking op de leefsituatie van [partij A27] . Van [partij B] had mogen worden verwacht dat hij een overzicht van zijn werkzaamheden als mentor had overgelegd, maar dit heeft hij nagelaten. De kantonrechter zal deze schadepost van € 4.803,03 dan ook toewijzen.
[partij A28]De vordering in conventie5.198 Kompas c.s. vordert, na vermindering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van in totaal € 1.753,81 aan [partij A28] . Kompas c.s. stelt dat [partij B] ten onrechte budgetbeheerkosten in rekening heeft gebracht en te veel bewindvoerderskosten. Kompas c.s. verwijst ter onderbouwing van haar stelling naar een overzicht van transacties van de rekening van [partij A28] naar [partij B] .
Het verweer in conventie5.199 [partij B] voert verweer en betwist dat hij te veel kosten in rekening heeft gebracht. [partij B] stelt dat het overzicht van Kompas c.s. van de transacties van de rekening van [partij A28] naar [partij B] onjuist is, omdat bedragen worden vermeld die niet door [partij B] zijn geïnd. Daarnaast stelt [partij B] onder verwijzing naar een overeenkomst van budgetbeheer dat sprake was van budgetbeheer waarvoor kosten geïnd mochten worden.
De beoordeling in conventie5.200 De kantonrechter zal zich eerst uitlaten over de vraag of sprake was van budgetbeheer en of [partij B] gerechtigd is om daarvoor kosten in rekening te brengen. Daarna zal de kantonrechter bespreken of [partij B] te veel budgetbeheer en/of bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht.
Budgetbeheer5.201 Bij conclusie van repliek in conventie stelt Kompas c.s. dat [partij B] niet gerechtigd is om kosten voor het budgetbeheer in rekening te brengen, omdat [partij B] geen volmacht tot budgetbeheer heeft overgelegd en zij deze ook niet heeft aangetroffen in het dossier. [partij B] heeft vervolgens bij conclusie van dupliek in conventie een op 21 januari 2022 door [partij A28] ondertekende overeenkomst tot budgetbeheer overgelegd. Omdat Kompas c.s. niet meer is ingegaan op het bewijs van [partij B] dat er sprake was van budgetbeheer, gaat de kantonrechter ervan uit dat er sprake was van budgetbeheer en dat [partij B] de daarvoor benodigde kosten in rekening mocht brengen. Het had op de weg van Kompas c.s. gelegen om gemotiveerd te betwisten dat [partij B] , ondanks het bestaan van de overeenkomst tot budgetbeheer, ook daadwerkelijk werkzaamheden ten aanzien van het budgetbeheer heeft verricht. De kantonrechter zal deze kosten dan ook meenemen in de bespreking van de door [partij B] te innen kosten.
Budgetbeheer- en bewindvoerderskosten 2022
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.202 Partijen zijn het niet eens over de hoogte van de door [partij B] in rekening gebrachte kosten. Zo stelt Kompas c.s. dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 3.268,89 in rekening heeft gebracht. [partij B] stelt dat hij een bedrag van € 2.651,70 in rekening heeft gebracht. Het verschil tussen deze bedragen is te verklaren door een tweetal overboekingen die Kompas c.s. in haar overzicht van de door [partij B] in rekening gebrachte kosten heeft opgenomen, namelijk op 24 maart 2022 een bedrag van € 531,19 met de omschrijving ‘Intake bewind’ en op 29 april 2022 een bedrag van € 86,- met de omschrijving ‘Retour voorgeschoten griffie nota’. [partij B] neemt deze bedragen niet op in zijn overzicht van in rekening gebrachte kosten. Uit de door Kompas c.s. overgelegde bankafschriften van de rekening van [partij A28] blijkt dat deze kosten daadwerkelijk door [partij B] in rekening zijn gebracht. [partij B] heeft geen uitleg gegeven over deze twee overboekingen. Dit betekent dat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van het overzicht van Kompas c.s. en stelt vast dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 3.268,89 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?
Budgetbeheer5.203 De kantonrechter heeft hierboven overwogen dat [partij B] gerechtigd is om kosten in rekening te brengen voor het budgetbeheer. [partij B] heeft in zijn overzicht opgenomen dat hij hiervoor een bedrag van € 1.472,15 in rekening mag brengen. Dit bedrag bestaat uit 2,5 maand x € 162,44, intakekosten van € 529,98 en een eenmalig bedrag van € 536,07. Hoewel de kantonrechter de intakekosten en de maandelijkse kosten voor het budgetbeheer kan volgen, immers staat in de overeenkomst tot budgetbeheer dat de kosten gelijk zijn aan de beloning zoals is opgenomen in de Regeling beloning, begrijpt de kantonrechter niet waarom [partij B] een bedrag van € 536,07 heeft opgenomen met de omschrijving ‘Eenmalig’. [partij B] heeft evenmin uitleg gegeven over deze kosten. Deze post is onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter stelt dan ook vast dat [partij B] alleen gerechtigd is om de intakekosten en de maandelijkse kosten voor het budgetbeheer in rekening te brengen. Deze kosten bedragen € 936,08.
Bewindvoerderskosten5.204 Voor de vaststelling van de bewindvoerderskosten in 2022 gaat de kantonrechter uit van de berekening van [partij B] , omdat [partij B] voor de berekening van de bewindvoerderskosten in zijn overzicht rekening heeft gehouden met het budgetbeheer. Dit betekent bijvoorbeeld een aangepast intaketarief voor het bewind. Kompas c.s. gaat echter alleen uit van kosten alsof er geen sprake was van budgetbeheer, maar zoals de kantonrechter eerder heeft overwogen is hier wel sprake van. Daarom wordt [partij B] in zijn berekening gevolgd. De kosten voor het bewind worden vastgesteld op € 2.003,15 en bestaan uit de intakekosten € 531,19 voor het bewind, 9,5 maand bewindvoerderskosten ad € 162,44 per maand en € 10,- bankkosten.
Conclusie5.205 Dit betekent dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 329,66 (€ 3.268,89 minus (€ 936,08 + € 2.003,15)) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderkosten 2023
Welk kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.206 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in totaal € 2.457,90 in rekening heeft gebracht en [partij B] stelt dat hij € 2.371,90 in rekening heeft gebracht. Het verschil tussen beide bedragen is te verklaren door een overboeking van € 86,-, waarvan Kompas c.s. stelt dat [partij B] deze op 28 maart 2023 in rekening heeft gebracht. [partij B] meent echter van niet. Uit de bankafschriften blijkt dat deze kosten niet door [partij B] in rekening zijn gebracht, maar rechtstreeks zijn betaald aan het LDCR. De kantonrechter begrijpt dan ook niet waarom Kompas c.s. dit bedrag heeft opgenomen in haar overzicht van de door [partij B] in rekening gebrachte kosten. De kantonrechter stelt dan ook vast dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 2.371,90 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.207 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2023 voor 9,5 maand recht heeft op een beloning voor in totaal € 1.543,18. [partij B] stelt daarnaast echter dat hij ook recht heeft op een vergoeding voor de bankkosten van € 10,-. De kantonrechter stelt vast dat [partij B] conform de beslissing van de Expertgroep CBM recht heeft op deze beloning. Dit betekent dat [partij B] in 2023 gerechtigd is om in totaal een bedrag van € 1.553,18 (€ 1.543,18 + € 10,-) in rekening te brengen.
Conclusie5.208 Dit betekent dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 818,72 (€ 2.371,90 minus € 1.553,18) te veel in rekening heeft gebracht.
Slotsom
4.204 De slotsom is dat [partij B] over de periode van 2022 tot en met 2023 in totaal € 1.148,38 te veel in rekening heeft gebracht.
De vordering in reconventie5.209 [partij B] stelt een reconventionele vordering in van € 86,10. [partij B] stelt dat [partij A28] te weinig budgetbeheer- en bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht.
Het verweer in reconventie5.210 Kompas c.s. stelt dat de reconventionele vordering dient te worden afgewezen, omdat er geen grondslag bestaat om de kosten in rekening te brengen bij [partij A28] .
De beoordeling in reconventie5.211 De kantonrechter heeft hierboven overwogen dat [partij B] in 2022 en 2023 voor zowel het budgetbeheer als het bewind te veel kosten in rekening heeft gebracht en is gehouden om dit aan [partij A28] terug te betalen. Dit betekent dat [partij B] geen beloning meer tegoed heeft van [partij A28] en dat de reconventionele zal worden afgewezen.
[partij A29]
De vordering5.212 Kompas c.s. vordert, na vermeerdering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 24.664,71 aan [partij A29] . Kompas c.s. stelt dat [partij B] op 25 augustus 2023 een bedrag van € 5.000,- en op 16 september 2023 een bedrag van € 10.000,- heeft overgeboekt van de rekening van [partij A29] naar zijn eigen privérekening. Verder stelt Kompas c.s. dat [partij B] voor een bedrag van € 9.664,71 te veel curatelekosten in rekening heeft gebracht.
Het verweer5.213 [partij B] erkent de vordering tot een bedrag van € 23.477,78. [partij B] erkent het meerdere niet en verwijst ter onderbouwing naar een aantal machtigingen.
De beoordeling5.214 De kantonrechter zal per jaar bespreken of [partij B] te veel curatelekosten in rekening heeft gebracht.
Curatelekosten 2015Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.215 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2015 een bedrag van € 2.013,38 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.217 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2015 een bedrag van € 1.738,23 (vier maanden x € 200,56 + intakekosten € 802,23) in rekening mocht brengen. [partij B] stelt dat hij € 2.096,25 (zeven maanden x € 165,75 + intakekosten € 936,-) in rekening mocht brengen. [partij B] is niet ingegaan op het verschil tussen de berekening van Kompas c.s. en zijn eigen berekening, zodat de kantonrechter niet anders dan uit kan gaan van de juistheid van het overzicht van Kompas c.s. Dit betekent dat [partij B] in 2015 een bedrag van € 1.738,23 in rekening mocht brengen.
Conclusie5.218 Dit betekent dat [partij B] in 2015 een bedrag van € 275,15 (€ 2.013,38 minus € 1.738,23) te veel in rekening heeft gebracht.
Curatelekosten 2016Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.219 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2016 een bedrag van € 2.826,77 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.220 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2016 een bedrag van € 2.403,96 (12 maanden x € 200,33) in rekening mocht brengen. [partij B] stelt dat hij een bedrag van € 2.844,17 (drie maanden x € 165,56, negen maanden x € 200,33 en eenmalig € 544,52) in rekening mocht brengen. Ook nu is [partij B] niet ingegaan op het verschil tussen de berekening van Kompas c.s. en zijn eigen berekening, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van het overzicht van Kompas c.s. Dit betekent dat [partij B] in 2016 een bedrag van € 2.403,96 in rekening mocht brengen.
Conclusie5.221 Dit betekent dat [partij B] in 2016 een bedrag van € 422,81 (€ 2.826,77 minus € 2.403,96) te veel in rekening heeft gebracht.
Curatelekosten 2017Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.222 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2017 een bedrag van € 2.947,06 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.223 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2017 een bedrag van € 2.403,96 (12 maanden x € 200,33) in rekening mocht brengen. [partij B] stelt dat hij daarnaast ook nog een bedrag van € 392,77 in rekening mag brengen. Hoewel [partij B] verwijst naar een aantal machtigingen waaruit zou moeten blijken dat hij gerechtigd is om extra kosten in rekening te brengen, is niet gebleken dat [partij B] in 2017 een bedrag van € 392,77 extra in rekening mag brengen. Deze machtigingen zien niet op dit bedrag. De kantonrechter gaat hier dan ook niet in mee en stelt vast dat [partij B] in 2017 maximaal een bedrag van € 2.403,96 in rekening mocht brengen.
Conclusie5.224 Dit betekent dat [partij B] in 2017 een bedrag van € 543,10 (€ 2.947,06 minus € 2.403,96) te veel in rekening heeft gebracht.
Curatelekosten 2018Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.225 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2018 een bedrag van € 2.600,28 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.226 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2018 een bedrag van € 2.403,96 (twaalf maanden x € 200,33) in rekening mocht brengen. [partij B] stelt dat hij een bedrag van € 2.399,95 (11 maanden x € 200,33 + eenmalig € 196,32) in rekening mocht brengen. Omdat [partij B] zich verder niet heeft uitgelaten over het verschil tussen de berekening van Kompas c.s. en zijn eigen berekening, gaat de kantonrechter ten aanzien van de reguliere maandelijkse curatelekosten uit van de juistheid van het overzicht van Kompas c.s. [partij B] heeft daarnaast nog een machtiging van de kantonrechter overgelegd van 2 juli 2018 waaruit blijkt dat hij een bedrag van € 196,32 extra in rekening mag brengen. De kantonrechter stelt dan ook vast dat [partij B] in 2018 recht heeft op een bedrag van in totaal € 2.600,28 (€ 2.403,96 + € 196,32).
Conclusie5.227 Dit betekent dat [partij B] per saldo niet te veel en niet te weinig kosten in rekening heeft gebracht.
Curatelekosten 2019Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.228 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2019 een bedrag van € 2.670,20 (13 maanden x € 205,40) in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.229 Partijen zijn het er ook over eens dat [partij B] in 2019 een bedrag van € 2.464,80 (12 maanden x € 205,40) in rekening mocht brengen.
Conclusie5.230 Dit betekent dat [partij B] in 2019 één maand ad € 205,40 (€ 2.670,20 minus € 2.464,80) te veel in rekening heeft gebracht.
Curatelekosten 2020Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.231 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2020 een bedrag van € 2.517,96 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.232 Partijen zijn het er ook over eens dat [partij B] in 2020 recht heeft op een bedrag van € 2.511,96 (12 maanden x € 209,33). [partij B] stelt dat hij daarnaast nog recht heeft op een vergoeding van € 6,- voor de bankkosten. De kantonrechter stelt vast dat [partij B] conform de beslissing van de Expertgroep CBM hier recht op heeft. Dit betekent dat [partij B] gerechtigd is om een bedrag van € 2.517,96 (€ 2.511,96 + € 6,-) in 2020 in rekening te brengen.
Conclusie5.233 Dit betekent dat [partij B] per saldo niet te veel en niet te weinig kosten in rekening heeft gebracht.
Curatelekosten 2021
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.234 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 2.592,90 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.235 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 2.585,64 (12 maanden x € 215,47) in rekening mocht brengen. [partij B] stelt dat hij daarnaast nog recht heeft op een vergoeding van € 7,26 voor de bankkosten. In 2021 is de vergoeding voor de bankkosten door de Expertgroep CBM vastgesteld op 6,-. De kantonrechter stelt dan ook vast dat [partij B] hier recht op heeft. Het is niet toegestaan om, zoals [partij B] meent, btw hierover in rekening te brengen, omdat dit een doorbelasting van kosten betreft. Dit betekent dat [partij B] in totaal € 2.591,64 (€ 2.585,64 + € 6,-) in 2021 in rekening mocht brengen.
Conclusie5.236 [partij B] heeft in 2021 een bedrag van € 1,26 (€ 2.592,90 minus € 2.591,64) te veel in rekening gebracht.
Curatelekosten 2022Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.237 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 2.585,64 in rekening heeft gebracht. [partij B] stelt dat hij een bedrag van € 2.721,64 in rekening heeft gebracht. Omdat [partij B] zich inhoudelijk niet heeft uitgelaten over dit verschil, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de berekening van Kompas c.s. Dit betekent dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 2.585,64 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.238 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 2.711,64 (12 maanden x € 225,97) in rekening mocht brengen. [partij B] stelt dat hij daarnaast nog recht heeft op een vergoeding voor de bankkosten van € 10,-. De kantonrechter stelt vast dat hij hier recht op heeft conform de beslissing van de Expertgroep CBM. Dit betekent dat [partij B] in 2022 recht heeft op een bedrag van € 2.721,64 (€ 2.711,64 + € 10,-).
Conclusie5.239 [partij B] heeft in 2022 een bedrag van € 136,- (€ 2.721,64 minus € 2.585,64) te weinig in rekening gebracht.
Curatelekosten 2023
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.240 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 25.178,70 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.241 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 2.146,72 (9,5 maand x € 225,97) in rekening mocht brengen. [partij B] stelt dat hij daarnaast nog recht heeft op een vergoeding voor de bankkosten van € 10,-. De kantonrechter stelt vast dat hij hier recht op heeft conform de beslissing van de Expertgroep CBM. Dit betekent dat [partij B] in 2023 recht heeft op een bedrag van € 2.156,72 (€ 2.146,72 + € 10,-).
Conclusie5.242 Dit betekent dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 23.021,98 (€ 25.178,70 minus € 2.156,72) te veel in rekening gebracht.
Slotsom5.243 De slotsom is dat [partij B] in de periode van 2015 tot en met 2023 een bedrag van € 24.333,70 te veel in rekening heeft gebracht. De kantonrechter zal [partij B] veroordelen tot terugbetaling van dit bedrag aan [partij A29] .
[partij A30]
De vordering5.244 Kompas c.s. vordert de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 1.807,74. Kompas c.s. stelt dat [partij B] de bijzondere bijstand die bedoeld was voor de bewindvoerderskosten op zijn eigen rekening heeft ontvangen.
Het verweer5.245 [partij B] heeft de volledige vordering erkend.
De beoordeling5.246 Nu [partij B] de vordering van € 1.807,74 heeft erkend, zal de kantonrechter deze toewijzen.
[partij A31]
De vordering in conventie
5.247 Kompas c.s. vordert, na vermeerdering van eis, de veroordeling van [partij B] tot
betaling van een bedrag van € 4.473,78. Kompas c.s. stelt dat [partij B] te veel
budgetbeheer- en bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht bij [partij A31] .
Het verweer in conventie
5.248 [partij B] voert verweer en stelt dat hij niet te veel kosten in rekening heeft gebracht,
maar te weinig. [partij B] verwijst ter onderbouwing van zijn stelling naar de overeenkomst
tot budgetbeheer van 23 november 2021.
De beoordeling in conventie
5.249 Ter onderbouwing van haar vordering verwijst Kompas c.s. naar een berekening
waaruit volgens haar zou moeten blijken dat [partij B] een bedrag van € 4.473,78 te veel in
rekening heeft gebracht. Uit die berekening blijken echter alleen ‘betalingen van [partij A31]
aan FZNN’ voor in totaal € 4.473,78. Hierdoor lijkt het erop dat Kompas c.s. alle betalingen
van [partij A31] aan [partij B] heeft aangemerkt als schade. Kompas c.s. heeft, zoals zij in
andere dossiers wel heeft gedaan, geen berekening overgelegd waaruit blijkt welke kosten
[partij B] volgens haar in rekening had mogen brengen. De kantonrechter overweegt dat de
vraag of [partij B] te veel kosten in rekening heeft gebracht alleen kan worden beantwoord
indien voldoende duidelijk is welke kosten [partij B] in rekening heeft gebracht en welke
kosten hij in rekening had mogen brengen. Dit geldt te meer nu [partij B] stelt dat hij te
weinig kosten in rekening heeft gebracht. Nu kompas c.s. niet heeft gesteld of anderszins
aannemelijk heeft gemaakt welke kosten [partij B] in rekening had mogen brengen, is de
kantonrechter van oordeel dat Kompas c.s. haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd.
De kantonrechter zal de vordering afwijzen. Kompas c.s. heeft nog verzocht om getuigen,
zoals medewerkers van Kompas Zuidlaren B.V., te horen om haar stelling te bewijzen ten
aanzien van de hoogte van de vordering, maar Kompas c.s. heeft onvoldoende gesteld om tot
dit getuigenbewijs te worden toegelaten. De kantonrechter zal deze vordering afwijzen.
De vordering in reconventie
5.250 [partij B] vordert in reconventie een bedrag van € 1.769,50 van [partij A31] .
[partij B] stelt dat [partij A31] dit bedrag verschuldigd is aan [partij B] wegens te weinig
betaalde kosten. [partij B] verwijst ter onderbouwing van zijn vordering naar een overzicht
van de in rekening te brengen kosten en de in rekening gebrachte kosten voor het
budgetbeheer en het bewind en naar een budgetbeheerovereenkomst.
Het verweer in reconventie5.251 Kompas c.s. betwist de vordering. Kompas c.s. stelt dat [partij B] ter onderbouwing van zijn vordering verwijst naar stukken waaruit volgens [partij B] zou moeten blijken dat hij bevoegd heeft gehandeld namens [partij A31] . Kompas c.s. stelt dat dit niet juist is en dat uit de stukken van [partij B] is gebleken dat dit ook niet het geval is.
De beoordeling in reconventie
5.252 De kantonrechter zal de vordering in reconventie afwijzen en overweegt daartoe als volgt. Weliswaar verwijst [partij B] naar een budgetbeheerovereenkomst (productie 79 bij de conclusie van dupliek in conventie) op basis waarvan hij meent recht te hebben op kosten voor het budgetbeheer, maar deze overeenkomst is getekend door een andere persoon dan [partij A31] . Uit de budgetbeheerovereenkomst blijkt op geen enkele wijze dat er sprake was van budgetbeheer voor [partij A31] . Door [partij B] zijn geen andere stukken overgelegd, zoals een overzicht van werkzaamheden, waaruit blijkt dat hij budgetbeheer heeft gevoerd voor [partij A31] . [partij B] heeft zijn vordering in reconventie onvoldoende onderbouwd.
[partij A32] en [partij A33]
De vordering
5.253 Kompas c.s. vordert, na vermindering van eis, enkel nog de veroordeling van
[partij B] in de proceskosten.
Het verweer5.254 [partij B] heeft de oorspronkelijke vordering van € 1.806,48 wegens te veel in rekening gebrachte kosten erkend en na uitbrengen van de dagvaarding betaald.
[partij A34]
De vordering5.255 Kompas c.s. vordert, na vermindering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van € 10.635,09. Kompas c.s. stelt dat [partij B] te veel kosten in rekening heeft gebracht bij [partij A34] . Kompas c.s. stelt dat er pas vanaf november 2023 betalingen zijn verricht door [partij B] en dat de kosten van budgetbeheer per 4 augustus 2020 daarom ten onrechte door [partij B] in rekening zijn gebracht. Kompas c.s. betwist dat [partij B] werkzaamheden heeft verricht ten aanzien van het budgetbeheer. Van de betalingen aan en van de gemeente Oostellingwerf wordt geen bewijsdocument overgelegd, behoudens een betaling van een bedrag aan deze gemeente. Deze betaling wordt niet nader onderbouwd, aldus Kompas c.s.
Het verweer5.256 [partij B] erkent de vordering tot een bedrag van € 1.137,52. Voor het restant wordt de vordering door [partij B] betwist. [partij B] stelt onder verwijzing naar de overeenkomst tot budgetbeheer dat sprake was van budgetbeheer en hij op basis daarvan kosten in rekening mocht brengen. In dat verband stelt [partij B] ook dat [partij A34] dwangsommen verschuldigd was aan de gemeente Oostellingwerf en dat er een bedrag van € 3.500,- op 17 mei 2022 betaald is. Vervolgens heeft de gemeente Oostellingwerf een bedrag van € 1.500,- teruggestort.
De beoordeling5.257 Omdat partijen discussie hebben over de vraag of [partij B] wel of geen budgetbeheer heeft gevoerd, zal de kantonrechter zich eerst uitlaten over de vraag of sprake was van budgetbeheer en of [partij B] gerechtigd is om daarvoor kosten in rekening te brengen. Daarna zal de kantonrechter bespreken of [partij B] te veel budgetbeheer en/of bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht.
Budgetbeheer5.258 In reactie op de stelling van Kompas c.s. dat [partij B] ondanks het bestaan van de budgetbeheerovereenkomst geen werkzaamheden als budgetbeheerder heeft verricht, omdat hij pas vanaf november 2023 voor het eerst betalingen namens [partij A34] heeft verricht, heeft [partij B] een intern ‘rapport schuldmutaties’ overgelegd. Daaruit zou volgens hem moeten blijken dat hij wel degelijk werkzaamheden/betalingen heeft verricht als budgetbeheerder en dat hij daarom gerechtigd was om kosten voor het budgetbeheer in rekening te mogen brengen. In dit ‘rapport schuldmutaties’ staat echter alleen dat er op 17 mei 2022 een bedrag van € 3.500,- is afgelost aan de Gemeente Ooststellingwerf. Of [partij B] deze betaling heeft verricht of [partij A34] zelf blijkt nergens uit. Uit dit enkele betalingsbewijs blijkt naar het oordeel van de kantonrechter niet dat [partij B] werkzaamheden heeft uitgevoerd als budgetbeheerder. Dit geldt ook voor het door [partij B] overgelegde overzicht, waaruit blijkt dat de gemeente Oostellingwerf een bedrag van € 1.500,- heeft teruggestort. [partij B] heeft op geen enkele andere wijze aangetoond dat hij werkzaamheden als budgetbeheerder heeft verricht en dit had, nu Kompas c.s. gemotiveerd heeft betwist dat [partij B] werkzaamheden heeft verricht als budgetbeheerder, naar het oordeel van de kantonrechter wel op zijn weg gelegen. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat [partij B] geen beloning toekomt voor het budgetbeheer.
Budgetbeheerkosten 2020
Welk kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.259 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2020 een bedrag van € 1.327,43 in rekening heeft gebracht, terwijl [partij B] stelt dat hij € 1.244,43 in rekening heeft gebracht. Het verschil is te verklaren door één overboeking van € 83,-. Hoewel [partij B] zich niet heeft uitgelaten over deze betaling, blijkt uit de bankafschriften wel degelijk dat [partij A34] dit bedrag op 20 november 2020 heeft betaald aan [partij B] . De kantonrechter gaat dan ook uit van de juistheid van het overzicht van Kompas c.s. en stelt vast dat [partij B] in 2020 een bedrag van € 1.327,43 in rekening heeft gebracht bij [partij A34] .
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.260 Zoals de kantonrechter eerder heeft overwogen komt [partij B] geen beloning toe als budgetbeheerder.
Conclusie5.261 Dit betekent dat [partij B] in 2020 een bedrag van € 1.327,43 te veel in rekening heeft gebracht, omdat deze kosten zien op het budgetbeheer.
Budgetbeheerkosten 2021 en bewindvoerders- en mentorschapskosten 2021
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.262 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 3.487,91 in rekening gebracht voor budgetbeheer en het bewind en mentorschap.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.263 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 1.862,46 (€ 1.216,05 intakekosten + 3 maanden x € 215,47) in rekening mocht brengen als bewindvoerder en mentor. [partij B] stelt echter dat hij € 2.894,31 in rekening mocht brengen. [partij B] gaat daarbij uit van doorlopende maandelijkse kosten gedurende het gehele jaar met diverse tarieven en de intakekosten, terwijl Kompas c.s. heeft opgenomen dat [partij B] slechts drie maanden recht heeft op een beloning. Op basis waarvan [partij B] meent gedurende het gehele jaar kosten in rekening te mogen brengen is niet bekend. [partij B] heeft niet gesteld of anderszins onderbouwd wanneer sprake was van een bewind en/of mentorschap, bijvoorbeeld door overlegging van de beschikking tot instelling van het bewind en/of mentorschap. Daar komt bij dat al eerder is bepaald dat [partij B] geen recht heeft op kosten voor het budgetbeheer. De kantonrechter kan dan ook niet anders dan uitgaan van de juistheid van het overzicht van Kompas c.s. en stelt vast dat [partij B] in 2021 gerechtigd was om een bedrag van € 1.862,46 in rekening te brengen.
Conclusie5.264 Dit betekent dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 1.625,45 (€ 3.487,91 minus € 1.862,46) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerders- en mentorschapskosten 2022
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.265 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 8.821,41 in rekening heeft gebracht, terwijl [partij B] stelt dat hij € 3.821,41 in rekening heeft gebracht. Het verschil is te verklaren door een tweetal overboekingen van € 1.500 op 18 maart 2022 en € 3.500,- op 18 mei 2022. Weliswaar heeft [partij B] zich niet uitgelaten over deze overboekingen, maar uit de bankafschriften van de rekeningen van [partij A34] blijkt wel degelijk dat deze bedragen zijn overgeboekt naar de rekening van [partij B] . Dit betekent dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 8.821,41 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.266 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2022 recht heeft op een bedrag van € 2.711,64 (12 maanden x € 225,97). [partij B] stelt dat hij daarnaast nog recht heeft op twee keer de forfaitaire verhuisvergoeding van € 442,86, waarvoor volgens hem een machtiging zou zijn verleend, en een vergoeding van € 10,- voor bankkosten. [partij B] verwijst naar een tweetal beschikkingen van de rechtbank Noord-Nederland. In de eerste beschikking van 4 mei 2022 wordt machtiging verleend ‘
voor de kosten van het leeghalen van de woning van betrokkene en het brengen van een deel van de inboedel naar [naam 3] voor een bedrag van ongeveer € 1.500,-’.In de tweede beschikking van 1 augustus 2022 wordt machtiging verleend
‘in verband met de oplevering van de woning voor een bedrag van € 1.748,85’.Uit het onderliggende machtigingsverzoek van [partij B] blijkt dat deze kosten betrekking hebben op werkzaamheden die moesten worden verricht voor de oplevering van de woning. Anders dan [partij B] meent, is de kantonrechter van oordeel dat hieruit niet blijkt dat [partij B] gerechtigd is om twee keer de forfaitaire verhuisvergoeding van € 442,86 in rekening te brengen. De kantonrechter gaat hier dan ook niet in mee. Ten aanzien van de bankkosten overweegt de kantonrechter dat [partij B] conform de beslissing van de Expertgroep CBM recht heeft op 10,-. Dit betekent dat [partij B] in 2022 recht heeft op een beloning van € 2.721,64 (€ 2.711,64 + € 10,-).
Conclusie5.267 De conclusie is dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 6.099,77 (€ 8.821,41 minus € 2.721,64) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerders- en mentorschapskosten 2023
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.268 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 6.970,01 in rekening heeft gebracht, terwijl [partij B] stelt dat hij € 3.372,31 in rekening heeft gebracht. Hoewel [partij B] zich hier verder niet over heeft uitgelaten, is het verschil te verklaren aan de hand van de volgende overboekingen die [partij B] niet heeft opgenomen in zijn overzicht van de door hem geïnde kosten. Kompas c.s. stelt dat er op 20 januari en 27 januari 2023 bedragen van respectievelijk € 500,- en € 2.748,85 door [partij A34] zijn betaald aan [partij B] . Uit de bankafschriften blijkt dat deze betalingen wel degelijk aan [partij B] zijn verricht met de omschrijving ‘ [omschrijving 2] ’. Verder stelt Kompas c.s. dat er op 2 augustus 2023 een bedrag van € 20,- is overgeboekt naar de rekening van [partij B] . Ook deze betaling blijkt uit de bankafschriften met de omschrijving ‘Machtiging verhuizing RB’. De kantonrechter stelt dan ook vast dat deze kosten door [partij B] in rekening zijn gebracht. Ook stelt Kompas c.s. dat er op 1 augustus 2023 een bedrag van € 422,29 is overgeboekt naar [partij B] , terwijl [partij B] stelt dat dit een bedrag is van € 442,86. Ook nu heeft Kompas c.s. gelijk, want uit de bankafschriften blijkt dat het gaat om een bedrag van € 422,29. Het laatste verschil zit in een overboeking van € 348,85, waarvan Kompas c.s. stelt dat deze betaling niet aan [partij B] is gedaan, maar welke betaling zij wel in haar overzicht van de door [partij B] geinde kosten heeft opgenomen. De kantonrechter zal deze laatste overboeking dan ook buiten beschouwing laten en stelt vast dat het overzicht van Kompas c.s. verder juist is. Dit betekent dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 6.621,16 (€ 6.970,01 minus € 348,85) in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.269 Kompas c.s. stelt dat [partij B] gerechtigd is om een bedrag van € 2.145,72 in rekening te brengen. Kompas c.s. gaat hierbij uit van 9,5 maand x € 162,44. Deze berekening kan de kantonrechter echter niet volgen. Mogelijk dat Kompas c.s. het verkeerde maandtarief heeft gehanteerd. [partij B] stelt dat hij een bedrag van € 2.589,58 in rekening mag brengen. Dit bedrag bestaat uit € 2.146,72 (9,5 maand x € 225,97), € 442,86 (forfaitaire verhuisvergoeding) en € 10,- (vergoeding bankkosten). Ten aanzien van de reguliere beloning over 9,5 maand zal de kantonrechter uitgaan van de berekening van [partij B] , omdat de kantonrechter de berekening van Kompas c.s. niet kan volgen. Ten aanzien van de forfaitaire verhuisvergoeding van € 442,86 geldt ook nu dat [partij B] geen machtiging heeft overgelegd op basis waarvan hij gerechtigd is om deze kosten in rekening te brengen. De kantonrechter gaat hier dan ook niet in mee. Ten aanzien van de bankkosten overweegt de kantonrechter dat [partij B] conform de beslissing van de Expertgroep CBM recht heeft op 10,-. Dit betekent dat [partij B] in 2023 gerechtigd is om een bedrag van € 2.156,72 (€ 2.146,72 + € 10,-) in rekening mag brengen.
Conclusie5.270 Dit betekent dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 4.464,44 (€ 6.621,16 minus € 2.156,72) te veel in rekening heeft gebracht.
Machtigingen kantonrechter
5.271 Aangezien Kompas c.s. heeft aangevoerd dat er een bedrag van in totaal € 3.248,85 in mindering dient te worden gebracht op de te veel in rekening gebrachte kosten over de periode van 2020 tot en met 2023, omdat de kantonrechter machtiging heeft verleend voor deze kosten, zal de kantonrechter genoemd bedrag op het totaalbedrag in mindering brengen.
Slotsom5.272 [partij B] heeft in totaal een bedrag van € 10.268,24 (€ 13.517,09 minus € 3.248,85) te veel in rekening gebracht. De kantonrechter zal [partij B] dan ook veroordelen tot betaling van dit bedrag aan [partij A34] . Het restant van het gevorderde bedrag zal worden afgewezen.
[partij A35]
De vordering
5.273 Kompas c.s. vordert, na vermindering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 769,92. Kompas c.s. stelt dat [partij B] in de periode van januari 2023 tot en met september 2023 een bedrag van € 1.129,86 in rekening heeft gebracht en in de periode van maart 2023 tot en met september 2023 een bedrag van € 1.100,18. Het eerste bedrag zijn de kosten voor het bewind van [partij A35] en het tweede bedrag zijn de kosten voor het budgetbeheer van de partner van [partij A35] . Ondanks samenwoning, brengt [partij B] het individuele tarief in rekening, terwijl in de volmacht voor budgetbeheer is vastgelegd dat aansluiting wordt gezocht met de Regeling beloning. Dit betekent dat er in totaal een bedrag van € 1.460,12 (€ 172,72 per maand) in rekening mocht worden gebracht en dat [partij B] € 769,92 te veel in rekening heeft gebracht.
Het verweer5.274 [partij B] betwist de vordering en stelt dat hij de berekening van Kompas c.s. niet kan volgen. Hij stelt dat sprake was van een gezamenlijke huishouding met een participatie-uitkering als inkomen en dat hij niet te veel kosten in rekening heeft gebracht. Verder stelt [partij B] dat hij voor [partij A35] werkzaamheden als bewindvoerder heeft uitgevoerd en voor zijn partner werkzaamheden als budgetbeheerder.
De beoordeling5.275 In de door [partij B] overgelegde budgetbeheerovereenkomst is opgenomen dat de kosten van het budgetbeheer gelijk zijn aan de kosten van bewindvoering conform de Regeling. Op basis van de Regeling geldt een ander, lager combinatietarief voor een bewindvoerder die het werk verricht voor twee personen die in gemeenschap van goederen zijn gehuwd of op andere wijze een economische eenheid vormen dan voor twee separate huishoudens. [partij B] heeft met zoveel woorden verklaard dat sprake was van een gezamenlijke huishouding. De kantonrechter is dan ook met Kompas c.s. van oordeel dat [partij B] zijn tarief had moeten baseren op het combinatietarief voor een economische eenheid. Dit geldt dan voor de periode van maart 2023 tot en met september 2023, omdat [partij B] pas vanaf maart 2023 naast de kosten voor het bewind ook de kosten voor het budgetbeheer in rekening heeft gebracht. De kantonrechter zal zich bij de vaststelling van de schade dan ook beperken tot deze periode, in totaal zeven maanden. [partij B] heeft per maand voor het bewind een bedrag van € 94,16 (€ 1.129,86 : 9 maanden) in rekening gebracht en voor het budgetbeheer een bedrag van € 91,68 (€ 1.100,18 : 7 maanden). Dit betekent dat [partij B] in de periode van maart 2023 tot en met september 2023 in totaal € 1.300,88 (€ 659,12 voor het bewind en € 641,76 voor het budgetbeheer) in rekening heeft gebracht. [partij B] was echter gerechtigd om in die periode het combinatietarief in rekening te brengen voor in totaal € 1.209,04 (€ 172,72 keer 7 maanden). Dit betekent dat [partij B] in totaal € 91,84 (€ 1.300,88 minus € 1.209,04) te veel in rekening heeft gebracht. De kantonrechter zal [partij B] veroordelen tot betaling van dit bedrag aan [partij A35] en het restant van het gevorderde afwijzen.
[partij A37]
De vordering5.276 Kompas c.s. vordert, na vermeerdering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 7.818,23. Kompas c.s. stelt dat [partij B] geen kosten voor het budgetbeheer in rekening mag brengen en dat hij daarnaast te veel bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht.
Het verweer5.277 [partij B] erkent de vordering tot een bedrag van € 5.155,95 en betwist het restant. [partij B] stelt onder verwijzing naar de akte tot volmacht dat hij kosten voor het budgetbeheer in rekening mocht brengen.
De beoordeling5.278 Omdat partijen discussie hebben over de vraag of [partij B] wel of geen budgetbeheer heeft gevoerd, zal de kantonrechter zich eerst uitlaten over de vraag of sprake was van budgetbeheer en of [partij B] gerechtigd is om daarvoor kosten in rekening te brengen. Daarna zal de kantonrechter bespreken of [partij B] te veel budgetbeheer en/of bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht.
Budgetbeheer5.279 Ter onderbouwing van zijn stelling dat sprake was van budgetbeheer heeft [partij B] enkel een op 20 oktober 2017 ondertekende akte tot volmacht overgelegd. In de akte tot volmacht wordt toestemming gegeven om persoonsgegevens op te nemen en uit te wisselen met derden. Door [partij B] is op geen enkele andere wijze aannemelijk gemaakt dat sprake was van budgetbeheer, bijvoorbeeld door toezending van een budgetbeheerovereenkomst. Evenmin heeft [partij B] aangetoond welke werkzaamheden hij heeft verricht in het kader van budgetbeheer. De kantonrechter is van oordeel dat [partij B] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van budgetbeheer en dat hij hiervoor werkzaamheden heeft verricht. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat [partij B] niet gerechtigd is om kosten hiervoor in rekening te brengen.
Bewindvoerderskosten december 2017 en 2018
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.280 Partijen zijn het niet eens over de hoogte van de in rekening gebrachte kosten door [partij B] . Kompas c.s. stelt onder verwijzing naar de bankafschriften dat [partij B] een bedrag van € 3.621,22 in rekening heeft gebracht. [partij B] stelt dat hij een bedrag van € 3.505,22 in rekening heeft gebracht. Het verschil komt door een overboeking van € 110,- op 31 januari 2018, waarvan Kompas c.s. stelt dat [partij B] deze kosten in rekening heeft gebracht. [partij B] heeft zich in het geheel niet uitgelaten over deze kosten, terwijl wel uit de bankafschriften is gebleken dat [partij B] deze kosten heeft geïnd. Daarnaast stelt [partij B] dat hij intakekosten heeft geïnd van € 371,10, terwijl Kompas c.s. stelt dat [partij B] intakekosten heeft geïnd van € 377,10. Uit de bankafschriften blijkt dat dit laatste bedrag juist is. Dit betekent dat de berekening van Kompas c.s. juist is en dat [partij B] een bedrag van € 3.621,22 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten had [partij B] in rekening mogen brengen?5.281 Kompas c.s. stelt dat [partij B] een bedrag van € 2.618,56 in rekening had mogen brengen, terwijl [partij B] stelt dat dit € 2.603,20 had moeten zijn. Omdat [partij B] zich verder niet heeft uitgelaten over het verschil tussen beide bedragen, gaat de kantonrechter voor de vaststelling van de in rekening te brengen kosten door [partij B] uit van het overzicht van Kompas c.s.
Conclusie5.282 Dit betekent dat [partij B] in de periode van december 2017 tot en met 2018 een bedrag van € 1.002,66 (€ 3.621,22 minus € 2.618,56) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2019
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.283 Kompas c.s. stelt dat [partij B] een bedrag van € 2.476,03 in rekening heeft gebracht, terwijl [partij B] stelt dat hij € 2.480,38 in rekening heeft gebracht. Omdat [partij B] zich verder niet heeft uitgelaten over het verschil, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de berekening van Kompas c.s. en stelt vast dat [partij B] een bedrag van € 2.476,03 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten had [partij B] in rekening mogen brengen?5.284 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] gerechtigd was om een bedrag van € 2.126,04 in rekening te brengen.
Conclusie5.285 Dit betekent dat [partij B] in 2019 een bedrag van € 349,99 (€ 2.476,03 minus € 2.126,04) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2020
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.286 Kompas c.s. stelt dat [partij B] een bedrag van € 2.165,88 in rekening heeft gebracht, terwijl [partij B] stelt dat hij € 2.352,37 in rekening heeft gebracht. Omdat [partij B] zich verder niet heeft uitgelaten over het verschil, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de berekening van Kompas c.s. en stelt vast dat [partij B] een bedrag van € 2.165,88 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten had [partij B] in rekening mogen brengen?5.287 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2020 een bedrag van € 2.165,88 (12 maanden x € 180,49) in rekening had mogen brengen. [partij B] stelt dat hij daarnaast nog tweemaal een vergoeding van € 6,- voor bankkosten in rekening mocht brengen. De kantonrechter overweegt dat [partij B] conform de beslissing van de Expertgroep CBM recht heeft op een eenmalige vergoeding in 2020 van € 6,- voor de bankkosten. Dit betekent dat [partij B] in 2020 een bedrag van € 2.171,88 (€ 2.165,88 + € 6,-) in rekening mocht brengen.
Conclusie5.288 Dit betekent dat [partij B] in 2020 een bedrag van € 6,- (€ 2.165,88 minus € 2.171,88) te weinig in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2021
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.289 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 3.890,94 in rekening heeft gebracht, terwijl [partij B] stelt dat hij € 3.425,46 in rekening heeft gebracht. Het verschil is gelegen in een vier betalingen die Kompas c.s. wel in haar berekening heeft opgenomen en [partij B] niet. Het gaat om een bedrag van € 240,- op 25 mei 2021, om € 160,- op 23 juli 2021 en om € 80,- op 20 oktober 2021. Uit de bankafschriften blijkt dat deze bedragen door [partij A37] aan [partij B] zijn betaald. [partij B] heeft zich in het geheel niet uitgelaten over deze kosten, De kantonrechter stelt dan ook vast dat [partij B] deze kosten wel degelijk in rekening heeft gebracht. Dit geldt ook voor een terugstorting van [partij B] naar [partij A37] op 4 maart van € 14,52. Dit betekent dat het overzicht van Kompas c.s. juist is en dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 3.890,94 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten had [partij B] in rekening mogen brengen?5.290 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 2.228,76 (12 maanden x € 185,73) in rekening had mogen brengen. [partij B] stelt dat hij daarnaast nog een vergoeding van € 14,52 voor de bankkosten in rekening had mogen brengen. De kantonrechter overweegt dat [partij B] conform de beslissing van de Expertgroep CBM recht heeft op een eenmalige vergoeding van € 10,- voor de bankkosten. Waarom [partij B] meent dat de vergoeding van € 14,52 bedraagt, is niet gebleken. Dit betekent dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 2.238,76 in rekening had mogen brengen.
Conclusie5.291Dit betekent dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 1.652,18 (€ 3.890,94 minus € 2.238,76) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2022Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.292 Kompas c.s. stelt dat [partij B] een bedrag van € 2.543,45 in rekening heeft gebracht, terwijl [partij B] stelt dat hij € 2.557,97 in rekening heeft gebracht. Omdat zowel Kompas c.s. als [partij B] zich verder niet hebben uitgelaten over het verschil, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de berekening van Kompas c.s. en stelt vast dat [partij B] een bedrag van € 2.543,45 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.293 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 2.337,72 (12 maanden x € 194,81) in rekening had mogen brengen. [partij B] stelt dat hij daarnaast nog een vergoeding van € 14,52 en € 20,- voor bankkosten in rekening had mogen brengen. De kantonrechter overweegt dat [partij B] conform de beslissing van de Expertgroep CBM recht heeft op een eenmalige vergoeding van € 10,- voor de bankkosten. Waarom [partij B] meent dat deze vergoeding € 14,52 en € 20,- bedraagt is niet gebleken. Dit betekent dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 2.347,72 in rekening had mogen brengen.
Conclusie5.294 Dit betekent dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 195,73 (€2.543,45 minus € 2.347,72) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2023Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.295 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 6.448,73 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.296 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 1.850,70 (9,5 maand x € 194,81) in rekening had mogen brengen. [partij B] stelt dat hij daarnaast nog een vergoeding van € 20,- voor de bankkosten in rekening had mogen brengen. De kantonrechter overweegt dat de [partij B] conform de beslissing van de Expertgroep CBM recht heeft op een eenmalige vergoeding van € 10,- voor de bankkosten. Dit betekent dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 1.860,70 in rekening had mogen brengen.
Conclusie5.297 Dit betekent dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 4.588,03 (€ 6.448,73 minus € 1.860,70) te veel in rekening heeft gebracht.
Slotsom5.298 De slotsom is dat [partij B] over de periode van december 2017 tot en met 2023 een bedrag van € 7.782,59 te veel in rekening heeft gebracht. De kantonrechter zal [partij B] dan ook veroordelen tot terugbetaling van dit bedrag aan [partij A37] . Het restant van het gevorderde bedrag zal worden afgewezen.
[partij A38]
De vordering5.299 Kompas c.s. vordert, na vermindering van eis, enkel nog de veroordeling van [partij B] in de proceskosten.
Het verweer5.300 [partij B] heeft een schadebedrag van € 1.949,28 wegens te veel geinde kosten erkend en betaald na dagvaarding.
[partij A39]
De vordering5.301 Kompas c.s. vordert, na vermindering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 664,38. Kompas c.s. stelt dat [partij B] gedurende vijf jaar, in de periode van 28 september 2018 tot en met 30 september 2023, het hogere problematische schuldentarief in rekening heeft gebracht. De inventarisatieperiode voor het in kaart brengen van schulden bedraagt 6 maanden en de periode voor reguliere schuldhulpverlening 36 maanden. Indien [partij B] zijn taak naar behoren had uitgevoerd en eerder had geleid naar schuldhulpverlening dan had [partij B] over de periode van 1 april 2022 tot en met 30 september 2023, gedurende 18 maanden, het normale tarief in rekening kunnen brengen. De schade bedraagt het verschil tussen het lagere en hogere tarief voor in totaal € 664,38 (€ 162,33 minus € 125,53 = € 36,91 x 18 maanden).
Het verweer5.302 [partij B] voert verweer tegen de vordering en stelt dat de financiële huishouding langere tijd niet stabiel was. Dit werd veroorzaakt door nieuwe schulden, het betwisten van een vordering van Interpolis en het verzuim om inkomsten door te geven aan de gemeente. Daarnaast wenste [partij A39] een milieuclaim betwisten, wat heeft geleid tot vertraging in de sanering. [partij B] verwijst naar diverse documenten waaruit de instabiele financiële situatie blijkt.
De beoordeling5.303 Uit de door [partij B] overgelegde documentatie, waaronder een e-mailbericht van de gemeente Noardeast Fryslan van 13 september 2022, blijkt dat de aanvraag voor een schuldenregeling pas na die datum is gedaan, terwijl vaststaat dat [partij B] per 28 september 2018 bewindvoerder was. Uit een brief van de Kredietbank Nederland van 9 juni 2023 blijkt dat er een saneringskrediet is toegekend. [partij B] stelt weliswaar dat de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag voor een schuldenregeling instabiel was, maar dit blijkt nergens uit. [partij B] verwijst in dat verband naar een tweetal e-mailberichten, maar deze dateren beide van na de aanvraag van de schuldenregeling, namelijk van 12 januari 2023 en 30 juni 2023. De kantonrechter is van oordeel dat [partij B] zijn betwisting onvoldoende heeft gemotiveerd. [partij B] heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat, zoals hij zelf heeft verklaard, er nieuwe schulden zijn ontstaan of dat inkomsten niet werden doorgegeven aan de gemeente, waardoor een aanvraag voor een schuldenregeling bemoeilijkt werd. Ook zijn geen stukken overgelegd ten aanzien van een milieuclaim. Daar komt bij dat [partij B] ook geen stukken heeft overgelegd op basis waarvan hij gerechtigd zou zijn de hogere beloning in rekening te mogen brengen, zoals een beschikking of machtiging van de kantonrechter. Uit de documentatie van [partij B] blijkt niet dat [partij B] niet eerder kon toeleiden naar schuldhulpverlening. De kantonrechter is het daarom met Kompas c.s. eens dat [partij B] eerder actief kon handelen ten aanzien van toeleiding naar een schuldenregeling, met als gevolg dat hij minder lang het hogere problematische schuldentarief in rekening had mogen brengen. De kantonrechter zal de vordering van Kompas c.s. dan ook toewijzen.
[partij A40]
De vordering5.304 Kompas c.s. vordert, na vermeerdering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 11.120,96. Kompas c.s. stelt dat [partij B] te veel budgetbeheer- en bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht.
Het verweer5.305 [partij B] erkent de vordering tot een bedrag van € 8.422,52. [partij B] betwist voor het restant dat hij te veel kosten in rekening heeft gebracht.
De beoordeling5.306 De kantonrechter zal per jaar bespreken of [partij B] te veel budgetbeheer en/of bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2018
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.307 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2018 een bedrag van € 2.395,82 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten had [partij B] in rekening mogen brengen?5.308 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2018 een bedrag van € 2.251,80 in rekening had mogen brengen. Kompas c.s. gaat hierbij uit van 8 maanden bewind. [partij B] stelt echter dat hij een bedrag van € 2.395,82 in rekening had mogen brengen. [partij B] gaat uit van 9 maanden bewind. Dit verklaart het verschil van € 144,02 tussen beide bedragen. [partij B] heeft echter niet gesteld of onderbouwd wanneer het bewind is uitgesproken, bijvoorbeeld aan de hand van de beschikking tot instelling van het bewind. Ook is nergens anders uit gebleken wanneer het bewind is ingesteld. Dit betekent dat de kantonrechter dan ook uitgaat van de juistheid van het overzicht van Kompas c.s. en dat [partij B] recht had op een beloning voor in totaal €2.251,80.
Conclusie5.309 Dit betekent dat [partij B] in 2018 een bedrag van € 144,02 (€ 2.395,82 minus € 2.251,80) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2019
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.310 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2019 een bedrag van € 2.094,17 in rekening heeft gebracht, terwijl [partij B] stelt dat hij € 2.066,69 in rekening heeft gebracht. Het verschil tussen beide bedragen is te verklaren door één overboeking op 21 augustus van € 27,49 van [partij A40] aan [partij B] . Hoewel [partij B] niet is ingegaan op dit verschil, blijkt uit de bankafschriften van de rekening van [partij A40] dat deze overboeking wel degelijk heeft plaatsgevonden. De kantonrechter gaat dan ook uit van de juistheid van het overzicht van Kompas c.s en stelt vast dat [partij B] een bedrag van € 2.094,17 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten had [partij B] in rekening mogen brengen?5.311 Tussen partijen staat vast dat [partij B] een bedrag van € 1.771,44 in rekening mocht brengen.
Conclusie5.312 Dit betekent dat [partij B] in 2019 een bedrag van € 322,73 (€ 2.094,17 minus € 1.771,44) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2020
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.313 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2020 een bedrag van € 6.705,30 in rekening heeft gebracht, terwijl [partij B] stelt dat hij een bedrag van € 6.555,30 in rekening heeft gebracht. Het verschil tussen beide bedragen is te verklaren door één overboeking op 7 mei van € 150,- van [partij A40] aan [partij B] . Hoewel [partij B] niet is ingegaan op dit verschil, blijkt uit de bankafschriften van de rekening van [partij A40] dat deze overboeking wel heeft plaatsgevonden. De kantonrechter gaat dan ook uit van de juistheid van het overzicht van Kompas c.s. en stelt vast dat [partij B] een bedrag van € 6.705,30 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten had [partij B] in rekening mogen brengen?5.314 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2020 een bedrag van € 1.805,28 (12 maanden x € 150,44) in rekening mocht brengen. [partij B] stelt dat hij daarnaast nog een vergoeding van € 6,- voor de bankkosten in rekening mocht brengen en een eenmalig bedrag van € 246,84. De kantonrechter overweegt dat [partij B] conform de beslissing van de Expertgroep CBM gerechtigd is om naast de jaarbeloning ook een vergoeding in rekening te brengen van € 6,- voor de bankkosten. Dit geldt niet voor het eenmalige bedrag van € 246,84. [partij B] heeft niet gesteld waar deze beloning betrekking op heeft. Voor zover [partij B] bedoeld heeft te stellen dat deze beloning ziet op de kosten van de eindrekening- en verantwoording geldt dat [partij B] op geen enkele manier heeft onderbouwd dat hij recht heeft op deze beloning. Weliswaar staat tussen partijen vast dat het bewind is opgeheven met ingang van 2021 en dat daarna het budgetbeheer is gestart, maar niet is gebleken dat [partij B] eindrekening- en verantwoording heeft afgelegd en dat de kantonrechter heeft bepaald dat hij hiervoor een beloning in rekening mag brengen. De kantonrechter stelt dan ook vast dat [partij B] gerechtigd is om € 1.811,28 (€ 1.805,28 + € 6,-) in rekening te brengen.
Conclusie5.315 Dit betekent dat [partij B] in totaal € 4.894,02 (€ 6.705,30 minus € 1.811,28) te veel in rekening heeft gebracht.
Budgetbeheerkosten 2021
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.316 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 1.940,03 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten had [partij B] in rekening mogen brengen?5.317 Kompas c.s. stelt dat [partij B] een bedrag van € 1.436,28 (12 maanden x € 119,69) in rekening had mogen brengen voor het budgetbeheer. [partij B] stelt dat hij intakekosten van € 506,75 in rekening had mogen brengen en daarnaast € 1.316,59 (11 maanden x € 119,69). [partij B] heeft ook nu weer op geen enkele wijze onderbouwd dat hij gerechtigd is om intakekosten in rekening te mogen brengen. Zo is er geen budgetbeheerovereenkomst overgelegd, akte tot volmacht of een overzicht van werkzaamheden ten aanzien van de intake. De kantonrechter overweegt dan ook dat [partij B] niet gerechtigd is om intakekosten in rekening te brengen. [partij B] heeft zich evenmin uitgelaten over het verschil in de jaarbeloning van het budgetbeheer, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van het overzicht van Kompas c.s. Dit betekent dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 1.436,28 in rekening had mogen brengen.
Conclusie5.318 Dit betekent dat [partij B] in 2021 een bedrag van 503,75 (€ 1.940,03 minus € 1.436,28) te veel in rekening heeft gebracht.
Budgetbeheerkosten 2022Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.319 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2022 een bedrag van in totaal € 4.217,09 in rekening heeft gebracht, terwijl [partij B] stelt dat hij € 2.560,09 in rekening heeft gebracht. Het verschil is te verklaren door twee overboekingen. Kompas c.s. stelt dat [partij B] op 18 mei 2022 een bedrag van € 1.587,- in rekening heeft gebracht en op 26 augustus een bedrag van € 70,-. Hoewel [partij B] zich niet heeft uitgelaten over het verschil en deze overboekingen, blijkt uit de bankafschriften wel degelijk dat deze bedragen zijn overgeboekt van de rekening van [partij A40] naar respectievelijk die van [partij B] en FZNN. De kantonrechter gaat dan ook uit van de juistheid van het overzicht van Kompas c.s. en stelt vast dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 4.217,09 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten had [partij B] in rekening mogen brengen?5.320 Kompas c.s. stelt dat [partij B] een bedrag van € 1.506,48 (12 maanden x € 125,54) in rekening had mogen brengen. [partij B] stelt daarnaast dat hij een bedrag van € 10,- extra in rekening mag brengen met als omschrijving ‘eenmalig’. De kantonrechter overweegt dat [partij B] op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht heeft op eenmalig € 10,-. Voor zover dit betrekking heeft op een vergoeding voor de bankkosten, geldt dat ook nu niet duidelijk is op basis waarvan [partij B] meent deze kosten in rekening te mogen brengen. Tussen partijen staat vast dat het bewind is opgeheven met ingang van 2021, zodat de kantonrechter uitgaat van budgetbeheer in 2022 en daarvoor geldt de beslissing van de Expertgroep CBM dat een bewindvoerder of curator recht heeft op een vergoeding voor de bankkosten niet. Of er sprake was van bewind in 2022 heeft [partij B] niet gesteld of anderszins aannemelijk gemaakt. [partij B] heeft bijvoorbeeld geen beschikking tot onderbewindstelling overgelegd. De kantonrechter is het daarom met Kompas c.s. eens dat [partij B] gerechtigd was om een bedrag van € 1.506,48 in rekening mocht brengen.
Conclusie5.321 De conclusie is dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 2.710,61 (€ 4.217,09 minus € 1.506,48) te veel in rekening heeft gebracht.
Budgetbeheerkosten 2023Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.322 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 3.669,69 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten had [partij B] in rekening mogen brengen?5.323 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 1.129,86 (9 maanden x € 125,54) in rekening mocht brengen. [partij B] stelt dat hij € 1.192,63 (9,5 maand x € 125,54) in rekening mocht brengen. [partij B] heeft zijn stelling niet verder onderbouwd en gaat niet in op het verschil tussen deze bedragen, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van het overzicht van Kompas c.s.
Conclusie5.324 Dit betekent dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 2.539,83 (€ 3.669,69 minus € 1.129,86) te veel in rekening heeft gebracht.
Slotsom5.325 De slotsom is dat [partij B] in de periode van 2018 tot en met 2023 een bedrag van in totaal € 11.114,96 te veel in rekening heeft gebracht als bewindvoerder en budgetbeheerder. De kantonrechter zal [partij B] dan ook veroordelen tot terugbetaling van dit bedrag aan [partij A40] . Het restant van het gevorderde bedrag zal worden afgewezen.
[partij A41]
De vordering5.326 Kompas c.s. vordert, na vermindering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 546,- aan [partij A41] . Kompas c.s. legt aan haar vordering ten grondslag dat [partij B] een vordering van De Friesland niet heeft betaald, waardoor deze is verhoogd met € 25,- aan incassokosten. Dit geldt ook voor de nota van het eigen risico, waardoor er extra kosten zijn ontstaan van € 35,-. Verder stelt Kompas c.s. dat [partij B] verzuimd heeft om individuele inkomenstoeslag aan te vragen, waardoor [partij A41] een bedrag van € 486,- is misgelopen.
Het verweer5.327 [partij B] erkent de vordering voor wat betreft de extra kosten van € 25,- en € 35,- die zijn ontstaan vanwege te late betaling van zorgkosten. [partij B] voert verweer ten aanzien van de schadepost van € 486,-. [partij B] stelt dat [partij A41] geen recht had op individuele inkomenstoeslag, omdat [partij A41] een inkomen had van meer dan 105 % van de bijstandsnorm.
De beoordelingExtra kosten5.328 Nu [partij B] de vordering op dit onderdeel voor € 25,- en € 35,- heeft erkend, zal de kantonrechter deze schadepost toewijzen voor in totaal € 60,-.
Individuele inkomenstoeslag5.329 [partij B] heeft onweersproken gesteld dat het inkomen van [partij A41] meer dan 105% van de bijstandsnorm bedroeg en dat hij om die reden geen recht had op individuele inkomenstoeslag. Kompas c.s. heeft dit in haar conclusie van repliek in conventie nog eens bevestigd: ‘
Uitgaande van de belastingaangiften over de jaren 2018 tot en met 2023 blijkt dat het inkomen van de heer [partij A41] in die jaren hoger was dan 105% van de bijstandsnorm, dat is de in de gemeente Fryske Marren geldende norm om in aanmerking te komen voor de individuele inkomenstoeslag’.Dit betekent dat tussen partijen vaststaat dat het inkomen boven de norm lag om in aanmerking te komen voor de individuele inkomenstoeslag en dat de aanvraag zou zijn afgewezen, indien [partij B] wel een aanvraag had ingediend. Van schade is derhalve geen sprake. De kantonrechter zal deze schadepost afwijzen.
[partij A42]
De vordering in conventie5.330 Kompas c.s. vordert de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 11.502,13 aan [partij A42] . Kompas c.s. verwijst ter onderbouwing van haar vordering naar diverse overboekingen van de rekening van [partij A42] naar [partij B] . Op 14 februari en 18 augustus 2020 is onder vermelding van ‘Overboeken saldo’ respectievelijk € 2.800,- en € 1.250,- overgeboekt. Niet bekend is waarvoor. Op 4 januari 2021 is een bedrag van € 632,83 onder vermelding van ‘PGB-beheerkosten 2021’ overgeboekt, terwijl dit bedrag ook op 29 maart 2021 is overgeboekt. Op 18 februari 2021 is een bedrag van € 2.500,- overgeboekt. Niet bekend is waarvoor. Op 25 februari 2021 is een bedrag van € 422,29 overgeboekt onder vermelding van ‘Machtiging verhuizing RB’, terwijl [partij A42] volgens haar stiefvader niet is verhuisd. Op 5 juli 2021 is een bedrag van € 1.699,09 overgeboekt onder vermelding van ‘Retour voorgeschoten kosten’. Bij de familie van [partij A42] zijn deze kosten niet bekend. Op 4 oktober 2022 is een bedrag overgeboekt van € 1.435,66 onder vermelding van ‘MSI besteld voor klant’, terwijl de moeder en stiefvader van [partij A42] niet weten wat MSI is of dat [partij A42] MSI heeft. Op 9 januari 2023 is een bedrag van € 644,29 overgeboekt onder vermelding van ‘PGB-beheerkosten’, terwijl dit bedrag ook op € 7 april 2023 is overgeboekt. Op 8 februari 2023 is een bedrag van € 2.711,64 overgeboekt onder vermelding van ‘Bewind en mentorschapskosten 2022. Deze kosten zijn ten onrechte in rekening gebracht, omdat hiervoor maandelijks al betalingen werden gedaan ter hoogte van het (standaard) tarief. Op 13 juli 2023 is wederom een bedrag van € 2.711,64 overgeboekt met de omschrijving ‘Bewind en mentorschapskosten 2022’. De kosten voor 2022 zijn derhalve drie keer geïnd, aldus Kompas c.s.
Het verweer in conventie5.331 [partij B] erkent de vordering tot een bedrag van € 4.961,62 en betwist onder verwijzing naar een berekening van de in rekening gebrachte beloning en de in rekening te brengen beloning het restant van de vordering. Ten aanzien van de kosten voor het beheer van het persoonsgebonden budget stelt [partij B] dat hij deze kosten ineens heeft geïncasseerd en dat dit forfaitaire bedragen zijn waarvoor geen toestemming gevraagd hoeft te worden. Verder verwijst [partij B] naar een machtiging voor een verhuizing en de goedkeuring van de rekening- en verantwoording.
De beoordeling in conventie
5.332 Kompas c.s. verwijst naar meerdere concrete overboekingen van de rekening van [partij A42] naar de rekening van [partij B] , waarvan Kompas c.s. stelt dat onbekend is waarom deze overboekingen hebben plaatsgevonden of dat deze overboekingen ten onrechte hebben plaatsgevonden. In dat verband verwijst [partij B] naar een overzicht van de in rekening gebrachte kosten en de in rekening te brengen kosten. Dit overzicht wordt echter op geen enkele wijze onderbouwd. Zo stelt [partij B] dat hij gerechtigd is om vanaf 2013 tot en met 2022 kosten in rekening te brengen, maar dit blijkt nergens uit. Er is geen beschikking tot onderbewindstelling overgelegd of een budgetbeheerovereenkomst. Ook de hoogte van de kosten wordt geenszins onderbouwd. Vanaf welk moment [partij B] gerechtigd is om kosten in rekening te brengen en op welke basis is niet gebleken.
5.333 [partij B] gaat in zijn overzicht ook uit van jaarlijks kosten voor het beheer van het persoonsgebonden budget vanaf 2013, terwijl hij geen beschikkingen heeft overgelegd waaruit blijkt dat sprake was van een persoonsgebonden budget. Evenmin is gebleken dat [partij B] werkzaamheden heeft verricht ten aanzien van het persoonsgebonden budget.
5.334 Daarbij heeft [partij B] zich op geen enkele andere wijze uitgelaten over de concrete overboekingen waar Kompas c.s. naar verwijst, zodat voor veel overboekingen van [partij A42] naar [partij B] niet is vast te stellen waar deze voor hebben gediend. Dit geldt in ieder geval voor de overboekingen op 14 februari en 18 augustus 2020 van respectievelijk € 2.800,- en € 2.500,-, voor de overboeking op 18 februari 2021 voor € 2.500,-, voor de overboeking op 5 juli 2021 van € 1.699,09 en voor de overboeking van op 4 oktober 2022 van € 1.435,66. Van [partij B] had als professionele bewindvoerder mogen worden verwacht dat hij deze overboekingen zou verantwoorden. Hij verwijst in dat verband weliswaar naar de goedkeuring van de kantonrechter voor de rekening en verantwoording over 2021, maar ook hieruit blijkt geen onderbouwing voor de overboekingen waar Kompas c.s. naar verwijst. De stelling van [partij B] dat hieruit zou blijken dat [partij A42] niets meer van [partij B] heeft te vorderen, kan de kantonrechter dan ook niet volgen.
5.335 Tot slot verwijst [partij B] naar twee machtigingsverzoeken, ingekomen bij de rechtbank Noord-Nederland op 15 juli 2019 en 5 maart 2021, waaruit volgens hem zou blijken dat hij gerechtigd is om verhuisvergoedingen in rekening te mogen brengen, maar de goedkeuring van de kantonrechter van deze verzoeken ontbreekt. In plaats daarvan zijn door [partij B] twee brieven van de rechtbank Noord-Nederland van 15 mei 2018 en 28 augustus 2018 overgelegd, waarin om meer informatie wordt verzocht aan [partij B] .
5.336 De conclusie is dat [partij B] zijn betwisting onvoldoende heeft gemotiveerd. Dit betekent dat de kantonrechter de vordering van Kompas c.s. zal toewijzen.
De vordering in reconventie5.337 [partij B] vordert in reconventie een bedrag van € 3.000,- van [partij A42] . [partij B] stelt onder verwijzing naar de nota van Bever Assen B.V. dat hij een bedrag van € 3.000,- aan de stiefvader van [partij A42] heeft gegeven voor de aankoop van een product bij Bever.
Het verweer in reconventie5.338 Kompas c.s. betwist de vordering in reconventie. Zij stelt dat [partij B] nimmer een bedrag heeft voorgeschoten voor de aankoop van een auto en dat de stiefvader van [partij A42] dit bevestigt. Zij stelt dat verder niet duidelijk is geworden om welke aankoop het gaat bij Bever en dat dit ook niet bekend is bij de moeder en stiefvader van [partij A42] .
De beoordeling5.339 De factuur van Bever Assen B.V. waar [partij B] naar verwijst bedraagt € 3.199,09 inclusief btw. Uit de factuur blijkt dat er diverse werkzaamheden zijn verricht ten behoeve van een Opel Crossland X. Weliswaar stelt [partij B] dat hij ten behoeve van deze factuur contant geld heeft gegeven aan de stiefvader van [partij A42] , maar dit blijkt nergens uit. [partij B] heeft niet gesteld waarom hij contant geld heeft gegeven aan de stiefvader en op welke datum. Evenmin heeft [partij B] bewijsstukken aangeleverd, waaruit blijkt dat hij contant geld heeft gegeven. De kantonrechter vindt overigens dat van een professioneel bewindvoerder verwacht mag worden dat hij dergelijke bedragen niet contant ter hand stelt en als een bewindvoerder dat al zou doen, dat deze betaling fatsoenlijk wordt vastgelegd. [partij B] heeft aangeboden om de stiefvader van [partij A42] als getuige te laten horen, maar hij heeft naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gesteld om tot dit getuigenbewijs te worden toegelaten. Dit geldt te meer nu Kompas c.s. heeft gesteld dat de stiefvader van [partij A42] heeft bevestigd dat er geen geld beschikbaar is gesteld. De kantonrechter is van oordeel dat [partij B] zijn vordering in reconventie onvoldoende heeft onderbouwd, zodat deze zal worden afgewezen.
[partij A43]
De vordering
5.340 Kompas c.s. vordert, na vermindering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 8.932,98. Kompas c.s. stelt dat [partij B] voor in totaal € 5.297,28 te veel bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht bij [naam 2] , vader van [partij A43] en hierna te noemen: vader. [partij B] heeft op 16 september 2022 en op 1 augustus 2023 respectievelijk € 2.585,64 en € 2.711,64 in rekening gebracht, terwijl de maandelijkse bewindvoerderskosten ook zijn voldaan. Verder stelt Kompas c.s. dat [partij B] verzuimd heeft een uitvaartverzekering af te sluiten voor vader, waardoor er uitvaartkosten zijn ontstaan van € 3.635,70 die anders niet zouden zijn ontstaan.
Het verweer5.341 [partij B] betwist dat hij een bedrag van € 5.297,28 te veel bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht bij vader ten tijde van het bewind. Verder voert [partij B] aan dat het niet mogelijk was om een uitvaartverzekering voor vader af te sluiten, omdat hij ten tijde van de instelling van het bewind al levensbedreigend ziek was.
De beoordelingBewindvoerderskosten5.342 [partij B] betwist weliswaar dat hij te veel bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht, maar hij onderbouwt dit op geen enkele wijze. Het had op de weg van [partij B] gelegen om bijvoorbeeld aan de hand van een berekening van de door hem geïnde en te innen kosten te laten zien dat hij niet te veel kosten in rekening heeft gebracht. Dit heeft hij niet gedaan. [partij B] is ook niet ingegaan op de overboekingen van € 2.585,64 en € 2.711,64. [partij B] heeft zijn betwisting dan ook onvoldoende gemotiveerd, zodat de kantonrechter deze schadepost zal toewijzen.
Uitvaartkosten5.343 Kompas c.s. gaat ervan uit dat indien [partij B] had geprobeerd om een uitvaartverzekering voor vader af te sluiten, dit ook was gelukt. In dat verband heeft [partij B] onweersproken gesteld dat het voor hem niet mogelijk was om een uitvaartverzekering af te sluiten, omdat vader al ernstig ziek was toen het bewind werd uitgesproken. Kompas c.s. heeft dit niet betwist. De kantonrechter is van oordeel dat Kompas c.s. haar vordering beter had moeten onderbouwen, door aannemelijk te maken dat een uitvaartverzekering kon worden afgesloten. Nu zij dit niet heeft gedaan, ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om Kompas c.s. in haar bewijsaanbod toe te laten om de hoogte van de uitvaartkosten aan te tonen. De kantonrechter is van oordeel dat Kompas c.s. haar vordering op dit onderdeel onvoldoende heeft onderbouwd en zal de schadepost afwijzen.
[partij A22]
De vordering5.344 Kompas c.s. vordert, na vermindering van eis, de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 433,84. Kompas c.s. stelt dat [partij B] in de periode van 2021 tot en met 2023 te veel kosten in rekening heeft gebracht. Kompas c.s. verwijst naar een berekening van de door [partij B] in rekening gebrachte kosten en in rekening te brengen kosten. Het verschil daartussen is schade, aldus Kompas c.s.
Het verweer5.345 [partij B] voert verweer en stelt dat hij niet te veel kosten in rekening heeft gebracht, maar een bedrag van € 4,51 te weinig. [partij B] verwijst naar een berekening van de door hem in rekening gebrachte kosten en in rekening te brengen kosten.
De beoordeling5.346 De kantonrechter zal per jaar bespreken of [partij B] te veel budgetbeheer en/of bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht. Tussen partijen staat vast dat sprake was van budgetbeheer en dat [partij B] kosten daarvoor in rekening mocht brengen.
Budgetbeheerkosten 2021Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.347 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 3.984.14 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.348 Kompas c.s. stelt dat [partij B] een bedrag van € 3.283,89 in rekening mocht brengen en [partij B] stelt dat hij € 3.891,24 in rekening mocht brengen. Het verschil is te verklaren doordat [partij B] in zijn berekening tweemaal intakekosten voor het budgetbeheer hanteert van € 607,42. Waarom [partij B] tweemaal intakekosten hanteert, is niet door [partij B] onderbouwd. De kantonrechter is dan ook van mening dat [partij B] recht heeft op één keer de intakekosten voor het budgetbeheer. Dan resteert nog een verwaarloosbaar verschil van € 0,07, wat wordt verklaard door afrondingsverschillen in de maandelijkse beloning die partijen hanteren. Omdat [partij B] zich niet heeft uitgelaten over dit kleine verschil, zal de kantonrechter meegaan in het overzicht van Kompas c.s. en stelt vast dat [partij B] een bedrag van € 3.283,89 in rekening mocht brengen.
Conclusie5.349 Dit betekent dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 700,25 (€ 3.984,14 minus € 3.283,89) te veel in rekening heeft gebracht.
Bewindvoerderskosten 2022
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.350 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 2.587,72 in rekening heeft gebracht. [partij B] stelt dat hij een bedrag van € 2.337,72 in rekening heeft gebracht. Het verschil is te verklaren door één overboeking van € 250,- op 29 augustus 2022 van [partij A22] naar [partij B] . Hoewel [partij B] zich niet heeft uitgelaten over dit verschil, blijkt uit de bankafschriften van de rekening van [partij A22] dat [partij B] deze kosten wel degelijk in rekening heeft gebracht. Dit betekent dat het overzicht van Kompas c.s. juist is en dat [partij B] € 2.587,72 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.351 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 2.756,72 in rekening mocht brengen, terwijl [partij B] stelt dat hij € 2.337,72 in rekening mocht brengen. Omdat [partij B] zich niet heeft uitgelaten over het verschil gaat de kantonrechter uit van de juistheid van het overzicht van Kompas c.s. Dit betekent dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 2.756,72 in rekening mocht brengen.
Conclusie5.352 Dit betekent dat [partij B] in 2022 nog recht heeft op een bedrag van € 169,- (€ 2.758,72 minus € 2.756,72).
Bewindvoerderskosten 2023
Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.353 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 1.753,29 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.354 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 1.850,70 in rekening mocht brengen.
Conclusie5.355 Dit betekent dat [partij B] in 2023 recht heeft op een bedrag van € 97,41 (€ 1.850,70 minus € 1.753,29).
Slotsom5.356 De slotsom is dat [partij B] in de periode van 2021 tot en met 2023 een bedrag van € 433,84 te veel in rekening heeft gebracht. De kantonrechter zal de vordering van Kompas c.s. dan ook toewijzen.
[partij A44]
De vordering
5.357 Kompas c.s. vordert de veroordeling van [partij B] tot betaling van € 1.086,49 aan
. Kompas c.s. stelt dat er op 11 april, 28 juli en 12 augustus 2022 betalingen zijn
verricht van [partij A44] aan [partij B] onder vermelding van ‘budgetbeheer’, terwijl de
bewindvoerderskosten ook maandelijks zijn geïnd.
Het verweer5.358 [partij B] stelt onder verwijzing naar een overeenkomst van budgetbeheer dat hij nog een bedrag van € 426,98 van [partij A44] heeft te vorderen.
De beoordeling5.359 [partij B] voert enkel aan dat hij nog een geldbedrag heeft te vorderen van [partij A44] , terwijl hij niet aannemelijk heeft gemaakt welke werkzaamheden hij ten aanzien van het budgetbeheer heeft verricht. Dit blijkt ook niet uit de door [partij B] overgelegde overeenkomst van budgetbeheer. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat [partij B] onvoldoende heeft onderbouwd dat hij recht heeft op een beloning voor het budgetbeheer. [partij B] heeft geen verweer gevoerd tegen de stelling van Kompas c.s. dat hij budgetbeheerkosten van € 1.086,49 in rekening heeft gebracht, terwijl hij ook de maandelijkse bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht. De kantonrechter zal de vordering van Kompas c.s. daarom ook toewijzen.
Resumé
5.360 Het bovenstaande leidt tot het volgende overzicht aan toegekende schadebedragen:
Eisers
Toegewezen bedrag
Specificatie schadeposten
1. [partij A1]
€ 2.008,64
Bewindvoerderskosten
€ 2.008,64
2. [partij A2]
€ 1.506,48
Bewindvoerderskosten
€ 1.506,48
3. [partij A3]
€ 24.587,74
Bewindvoerderskosten
€ 24.587,74
4. [partij A4]
€ 2.033,94
Vordering Rabo Direct Financiering B.V.
€ 0,00
Misgelopen zorgtoeslag en teruggave inkomstenbelasting
€ 0,00
Bewindvoerderskosten
€ 2.033,94
5. [partij A5]
€ 3.159,49
Curatelekosten
€ 2.711,64
Bol.com en Riverty
€ 447,85
6. [partij A6]
€ 3.227,93
Huur
€ 3.227,93
Kosten CAK
€ 0,00
7. [partij A7]
€ 15.000
Onjuiste overboeking € 15.000
€ 15.000,00
Kosten CAK
€ 0,00
8. [partij A8]
€ 13.861,42
Budgetbeheer-, bewindvoerders- en mentorschapskosten
€ 11.261,42
Factuur € 2.600
€ 2.600,00
Individuele inkomenstoeslag
€ 0,00
9. [partij A9]
€ 8.613
Bewindvoerderskosten en overboekingen
€ 8.613,00
10. [partij A10]
€ 0
Vergoeding vernietiging inboedel
€ 0,00
11. [partij A11] en [partij A12]
€ 1.896,16
Budgetbeheer- en bewindvoerderskosten
€ 1.896,16
12. [partij A13] en [partij A14]
€ 8.690,77
Budgetbeheer- en bewindvoerderskosten
€ 8.690,77
13. [partij A15]
€ 1.521,01
Bewindvoerderskosten
€ 1.521,01
14. [partij A16]
€ 915,23
Verhuisvergoeding
€ 422,29
Dubbele inboedel- en aansprakelijkheidsverzekering
€ 492,94
15. [partij A17]
€ 1.530,26
Voorgeschoten leefgeld
€ 0,00
Verhuisvergoeding
€ 442,86
Kosten abonnement Ziggo
€ 1.087,40
16. [partij A18]
€ 6.115,93
Bewindvoerders- en mentorschapskosten
€ 6.115,93
17. [partij A20]
€ 1.299,12
Schadepost € 1.279,12
€ 1.279,12
Kosten beheer persoonsgebonden budget
€ 0,00
Overboeking derde € 20,-
€ 20,00
18. [partij A21]
€ 567,39
Schadepost € 160,-
€ 0,00
Verhuisvergoeding
€ 567,39
19. [partij A23]
€ 1.220,38
Overboekingen
€ 1.220,38
20. [partij A24]
€ 1.436,28
Overboekingen
€ 1.436,28
21. [partij A25]
€ 487,32
Bewindvoerderskosten
€ 487,32
Extra kosten CJIB
€ 0,00
22. [partij A26]
€ 6.962,39
Bewindvoerderskosten
€ 6.962,39
Bijzondere bijstand
€ 0,00
Declaratie zorgverzekeraar
€ 0,00
23. [partij A27]
€ 19.073,37
Overboekingen privérekening
€ 14.270,34
Mentorschapskosten
€ 4.803,03
24. [partij A28]
€ 1.148,38
Budgetbeheer- en bewindvoerderskosten
€ 1.148,38
25. [partij A29]
€ 24.333,70
Curatelekosten
€ 24.333,70
26. [partij A30]
€ 1.807,74
Bijzondere bijstand
€ 1.807,74
27. [partij A31]
€ 0
Budgetbeheer- en bewindvoerderskosten
€ 0,00
28. [partij A32] en [partij A33]
€ 1.806,48
Te veel kosten
€ 1.806,48
29. [partij A34]
€ 10.268,24
Budgetbeheer-, bewindvoerders- en mentorschapskosten
€ 10.268,24
30. [partij A35]
€ 91,84
Budgetbeheer- en bewindvoerderskosten
€ 91,84
31. [partij A37]
€ 7.782,59
Budgetbeheer- en bewindvoerderskosten
€ 7.782,59
32. [partij A38]
€ 1.949,28
Te veel kosten
€ 1.949,28
33. [partij A39]
€ 664,38
Problematische schuldentarief
€ 664,38
34. [partij A40]
€ 11.114,96
Budgetbeheer- en bewindvoerderskosten
€ 11.114,96
35. [partij A41]
€ 60,00
Extra kosten
€ 60,00
Individuele inkomenstoeslag
€ 0,00
36. [partij A42]
€ 11.502,13
Te veel kosten
€ 11.502,13
37. [partij A43]
€ 5.297,28
Bewindvoerderskosten
€ 5.297,28
Uitvaartkosten
€ 0,00
38. [partij A22]
€ 433,84
Budgetbeheer- en bewindvoerderskosten
€ 433,84
39. [partij A44]
€ 1.086,49
Budgetbeheerkosten
€ 1.086,49
Totaal
€ 205.061,58
€ 205.061,58
5.361 De kantonrechter zal [partij B] in conventie tot dit bedrag veroordelen. [partij B] heeft ingezien dat hij zijn personeel niet aansprakelijk kan houden voor de in dit vonnis vastgestelde tekortkomingen en dat hij verantwoordelijk is voor het door hem ingeschakelde personeel. Dat zijn personeel is tekortgeschoten is in deze zaak, is niet gebleken. Dat [partij B] zichzelf heeft verrijkt is wel gebleken. Dat er fouten zijn ontstaan als gevolg van softwareproblemen, is niet gebleken in deze procedure. [partij B] heeft aangevoerd dat het Kompas c.s. niet vrijstaat om een vordering tot schadeloosstelling jegens [partij B] in te stellen, in die zaken waar de kantonrechter de rekening en verantwoording heeft goedgekeurd. Of de toezichthoudend kantonrechter in Noord-Nederland in alle dossiers alle rekening en verantwoording heeft goedgekeurd, heeft de kantonrechter in deze zaak niet kunnen vaststellen. Maar ook als daarvan sprake is, ontneemt dat Kompas c.s. niet het recht om bij gebleken schade deze op [partij B] te verhalen. Een onderbewindgestelde of onder curatele gestelde mag ook vragen om een nieuwe rekening en verantwoording, als dat redelijk en gerechtvaardigd is.
De kantonrechter draagt aan Kompas c.s. op om na betaling door [partij B] het bedrag te verdelen onder de eisende partijen.
5.362 In reconventie zal de kantonrechter de vorderingen afwijzen.
De proceskosten
In conventie:
5.361 [partij B] zal als de grotendeels in het ongelijkgestelde partij in de proceskosten van eisers in conventie worden veroordeeld. De kantonrechter begroot deze kosten in totaal op € 706,- aan griffierecht, op € 404,82 aan dagvaardings- en beslagkosten (€ 268,10 + € 136,72) en op € 4.348,- (4 punten x liquidatietarief ad € 1.087,-) aan de kosten van de gemachtigde.
In reconventie:
5.362 [partij B] zal als de in het ongelijkgestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van gedaagden in reconventie en begroot deze kosten op € 814,50 (1,5 punten x het liquidatietarief ad € 543,-.
In
de vrijwaringszaak:
5.363 De kantonrechter zal de zaak verwijzen voor het nemen van een akte uitlaten voorgang procedure/conclusie van repliek aan de zijde van [partij B] .

6.De Beslissing

De kantonrechter:
In
de hoofdzaak:
In conventie:
6.1
veroordeelt [partij B] tot betaling aan eisers van een bedrag van € 205.061,58, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding, 26 januari 2024,
tot aan de dag der algehele voldoening,
6.2
veroordeelt [partij B] in de proceskosten van € 5.458,82, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de nakosten van € 135,- plus de kosten van betekening als [partij B] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
In reconventie:
6.4
wijst de vorderingen af.
6.5
veroordeelt [partij B] in de proceskosten van € 814,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de nakosten van € 135,- plus de kosten van betekening als [partij B] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
In de vrijwaringszaak:
6.7
verwijst de zaak naar de rolzitting van
dinsdag 16 september 2025voor het nemen van een akte uitlaten voortgang procedure/conclusie van repliek aan de zijde van [partij B] .
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Margadant en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2025.