ECLI:NL:RVS:2007:BB8275
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. Roemers
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek naturalisatie wegens verblijfsgat in ononderbroken verblijfsperiode
De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie wees het verzoek van de vreemdeling om verlening van het Nederlanderschap af vanwege een verblijfsgat van 24 september 2004 tot 13 juni 2005, waardoor niet werd voldaan aan het vereiste van ononderbroken toelating en hoofdverblijf gedurende vijf jaar voorafgaand aan het verzoek en tot aan het besluit.
De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat alleen het moment van indiening van het verzoek bepalend was en vernietigde het afwijzingsbesluit. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de wet en de toelichting duidelijk maken dat het vereiste van ononderbroken verblijf geldt vanaf vijf jaar vóór de indiening van het verzoek tot en met het moment van het besluit, en dat een verblijfsgat leidt tot een onderbreking van de termijn. Het betoog van de vreemdeling dat het verblijfsgat veroorzaakt werd door een kortstondige relatiebreuk en dat hij daarna een vergunning voor voortgezet verblijf kreeg, faalde.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard vanwege het verblijfsgat, en het besluit tot afwijzing van naturalisatie wordt gehandhaafd.