ECLI:NL:RBOVE:2025:6034
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs hennepkwekerij
Eiser ontving bijstand en werd geconfronteerd met een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 15 december 2023 tot en met 22 februari 2024, wegens vermeende activiteiten gericht op een hennepkwekerij in zijn woning. Het college baseerde dit op politieonderzoeken en rapporten van de Sociale Recherche Twente, waarin hennepgerelateerde goederen en een sterke henneplucht werden vastgesteld.
Eiser voerde aan dat de aangetroffen goederen ook voor zijn hobby's en bouwbedrijf konden zijn gebruikt en ontkende het bestaan van een hennepkwekerij. Hij verwees naar een tenlastelegging en een voorwaardelijk sepotbesluit van de Officier van Justitie, die het ontbreken van voldoende bewijs voor strafrechtelijke vervolging onderstreepten. Daarnaast gaf hij plausibele verklaringen voor het verhoogde stroomverbruik.
De rechtbank oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat eiser activiteiten verrichtte die gericht waren op het starten van een hennepkwekerij, waarmee hij zijn inlichtingenplicht had geschonden. Echter, gelet op de verklaringen van eiser en de sepotbeslissing, was onvoldoende aannemelijk dat daadwerkelijk geoogst was of dat eiser inkomsten uit de kwekerij had genoten. Hierdoor kon het recht op bijstand wel worden vastgesteld.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het besluit tot intrekking en terugvordering en bepaalde dat eiser recht heeft op bijstand over de genoemde periode. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt herroepen.