ECLI:NL:RBOVE:2025:7309
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens ontbreken gezagsverhouding tussen mantelzorger en zorgontvanger
Eiseres werkte als zorgverlener voor haar dochter, waarbij zij 40 uur betaalde zorg verleende op basis van een modelzorgovereenkomst met een familielid. Na het overlijden van haar dochter vroeg zij een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd wegens het ontbreken van een gezagsverhouding, waardoor geen sprake was van een werknemer in de zin van de WW.
De rechtbank oordeelt dat hoewel eiseres arbeid heeft verricht en loon ontving, de essentiële voorwaarde van een gezagsverhouding ontbreekt. De zorgovereenkomst bevatte geen afspraken over belangrijke arbeidsvoorwaarden zoals vakantiedagen en ziekmelding, en er was geen bewijs dat de dochter controle uitoefende over de uitvoering van het werk.
De rechtbank volgt het standpunt van het UWV en de Belastingdienst dat de arbeidsrelatie werd beheerst door de familierelatie en dat daardoor geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond. De stelling van eiseres dat sprake is van discriminatie wordt niet gevolgd omdat de wet geen onderscheid maakt tussen formele en informele zorgverleners.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een gezagsverhouding.