Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser]
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan eiser een bestuurlijke boete van €3.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een persoon zonder geldige verblijfstitel arbeid verrichtte bij eiser's onderneming.
Eiser betwistte de bevoegdheid van de minister en de hoogte van de boete. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht een boete oplegde, aangezien toezichthouders hebben vastgesteld dat de persoon werkzaamheden verrichtte, waaronder het adviseren van klanten. De aanwezigheid van een stichting op hetzelfde adres deed hieraan niet af.
De rechtbank stelt echter vast dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom sprake zou zijn van grove schuld. De overtreding was marginaal en er was geen bewijs dat de persoon frequent aanwezig was. Daarom wordt de boete verlaagd naar €2.000, gelijk aan 50% van het boetenormbedrag, passend bij normale verwijtbaarheid.
De rechtbank vernietigt het besluit voor zover het de hoogte van de boete betreft en bepaalt dat de minister het griffierecht en proceskosten van €1.814 aan eiser moet vergoeden.
De uitspraak is gedaan door rechter A.T. de Kwaasteniet en griffier E. Diele op 16 december 2025 te Zwolle.
Uitkomst: De boete wordt verlaagd van €3.000 naar €2.000 wegens normale verwijtbaarheid.