Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser]
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Rechtbank Overijssel
Deze uitspraak betreft een beroep van [eiser], de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, tegen de oplegging van een bestuurlijke boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Overijssel heeft op 16 december 2025 uitspraak gedaan in deze zaak. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht een boete heeft opgelegd, maar dat het boetebedrag van € 3.000,- te hoog is. De rechtbank komt tot de conclusie dat de minister niet voldoende heeft gemotiveerd waarom er sprake was van grove schuld bij [eiser]. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en de boete vastgesteld op € 2.000,-. De rechtbank heeft ook bepaald dat de minister het griffierecht en proceskosten aan [eiser] moet vergoeden. De uitspraak is openbaar uitgesproken en partijen zijn op de hoogte gesteld van hun recht om in hoger beroep te gaan.