Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2183

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
83.021730.22 (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 SrArt. 140 SrArt. 47 SrArt. 51 SrArt. 42 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrifte in georganiseerd verband

De rechtbank Overijssel heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden wegens feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrifte. Verdachte gaf leiding aan drie Nederlandse vennootschappen die valse contracten en facturen opstelden en verwerkten in hun bedrijfsadministratie. Deze contracten dienden ter afdekking van internationale geldstromen van een Braziliaans conglomeraat.

Het onderzoek toonde aan dat de contracten geantedateerd waren en dat de werkzaamheden die erin vermeld stonden niet werden uitgevoerd of uitbesteed. Verdachte had een kartrekkersrol en stuurde de administratieve medewerkers aan die de contracten en facturen opmaakten en verwerkten. De rechtbank oordeelde dat verdachte medepleegde en deelnam aan een criminele organisatie gericht op valsheid in geschrifte.

De verdediging voerde onder meer aan dat de dagvaarding ongeldig was en dat bewijs uit Brazilië onrechtmatig was verkregen, maar deze verweren werden verworpen. De rechtbank erkende een overschrijding van de redelijke termijn en paste een strafvermindering toe. De strafuitsluitingsgrond van wettelijke bewaarplicht werd eveneens verworpen.

De rechtbank achtte het bewezenverklaarde strafbaar en veroordeelde verdachte tot 30 maanden gevangenisstraf, met aftrek van de tijd in voorarrest. De inbeslaggenomen ordners worden teruggegeven, behalve de valse documenten die onttrokken blijven aan het verkeer.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrifte en deelname aan een criminele organisatie.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 83.021730.22 (P)
Datum vonnis: 20 april 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres 1] .
Inhoudsopgave
1.
Het onderzoek op de terechtzitting
2.
De tenlastelegging
3.
De voorvragen
3.1
De geldigheid van de dagvaarding
3.2
De bevoegdheid van de rechtbank
3.3
De ontvankelijkheid van de officier van justitie
3.3.1
Inleiding
3.3.2
Het standpunt van de verdediging
3.3.3
Het standpunt van de officier van justitie
3.3.4
Het oordeel van de rechtbank
3.3.4.1
Het juridisch kader
3.3.4.2
Vormverzuim(en)?
3.3.4.3
Rechtsgevolg: niet-ontvankelijkheid van het OM?
3.3.4.4
Rechtsgevolg: bewijsuitsluiting?
3.4
Schorsing van de vervolging
4.
De bewijsmotivering
4.1
Inleiding – de verdenking
4.2
Het standpunt van de officier van justitie
4.3
Het standpunt van de verdediging
4.4
Het oordeel van de rechtbank
4.4.1.
De redengevende feiten en omstandigheden
4.4.1.1
Betrokken (rechts)personen
4.4.1.2
Inleiding samenwerking [bedrijf 4] en contracten
4.4.1.3
De contracten en facturen per vennootschap
4.4.1.3.1
[bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V.
4.4.1.3.1.1
[bedrijf 3] : contracten en factuur 2012
4.4.1.3.1.2
[bedrijf 3] : contracten 2013
4.4.1.3.1.3
[bedrijf 3] contracten en factuur 2014
4.4.1.3.2
[bedrijf 2] B.V.
4.4.1.3.2.1
[bedrijf 2] : contracten en factuur 2012
4.4.1.3.2.2
[bedrijf 2] : contracten 2013
4.4.1.3.2.3
[bedrijf 2] : contracten 2014
4.4.1.3.3
[medeverdachte bedrijf] B.V.
4.4.1.3.3.1
[medeverdachte bedrijf] : contracten en factuur 2012
4.4.1.3.3.2
[medeverdachte bedrijf] : contracten en factuur 2013
4.4.2
Het oordeel van de rechtbank over feiten 1 tot en met 3: valsheid in geschrift
4.4.2.1
Valselijk opmaken (lid 1)
4.4.2.2
Gebruik maken van valse documenten (lid 2)
4.4.2.2.1
Aanvullende redengevende feiten en omstandigheden
4.4.2.2.2
Oordeel van de rechtbank
4.4.2.3
Bewijsbestemming
4.4.2.4
Oogmerk
4.4.2.5
Opzet
4.4.2.6
Daderschap [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf]
4.4.2.7
Medeplegen
4.4.2.8
Feitelijke leidinggeven en opzet daarop
4.4.2.9
Conclusie met betrekking tot feiten 1 tot en met 3
4.4.3
Het oordeel van de rechtbank over feit 4: deelname aan een criminele organisatie
4.4.3.1
Duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband
4.4.3.2
Oogmerk
4.4.3.3
Deelneming verdachte
4.4.3.4
Deelneming [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] ?
4.4.3.5
Conclusie met betrekking tot feit 4
4.5
De bewezenverklaring
5.
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.1
Het standpunt van de verdediging
5.2
Het standpunt van de officier van justitie
5.3
Het oordeel van de rechtbank
6.
De strafbaarheid van verdachte
7.
De op te leggen straf of maatregel
7.1
De vordering van de officier van justitie
7.2
Het standpunt van de verdediging
7.3
De gronden voor een straf of maatregel
7.4
De inbeslaggenomen voorwerpen
8.
De toegepaste wettelijke voorschriften
9.
De beslissing

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 9 en 10 maart en 20 april 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie (hierna gezamenlijk: de officier van justitie) en van wat door verdachte en zijn raadslieden, mr. A.J.M. de Swart en mr. C. Janssen, beide advocaat in 's-Gravenhage, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging van 9 maart 2026, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1:feitelijke leiding dan wel opdracht heeft gegeven aan het door [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V. in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015 al dan niet samen met (een) ander(en) telkens vervalsen of valselijk opmaken van contracten, facturen en/of de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V.;
feit 2:feitelijke leiding dan wel opdracht heeft gegeven aan het door [medeverdachte bedrijf] B.V. in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015 al dan niet samen met (een) ander(en) telkens vervalsen of valselijk opmaken van contracten, facturen en/of de bedrijfsadministratie van [medeverdachte bedrijf] B.V. en/of het gebruik maken daarvan;
feit 3:feitelijke leiding dan wel opdracht heeft gegeven aan het door [bedrijf 2] B.V. in de periode van 1 januari 2012 tot en met 23 oktober 2015 al dan niet samen met (een) ander(en) telkens vervalsen of valselijk opmaken van contracten, facturen en/of de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] B.V.;
feit 4:in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 31 december 2015 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het meermaals (mede)plegen van valsheid in geschrifte.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1.
[bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V. (ontbonden op 31 december 2015) (hierna: [bedrijf 3] ) op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015
in de gemeente [vestigingsplaats 1] en/of gemeente Voorschoten en/of gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, en/of Brazilië, en/of elders ter wereld,
(telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
A.
- een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] en [bedrijf 3] d.d. 13 november 2012 met contractnummer [contractnummer 1] (DOC-101; dossier blz 3230-3241); en/of
- een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 17 december 2012 (DOC-104; dossier blz 3302-3311); en/of
- een factuur van [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] d.d. 25 november 2013 met kenmerk [factuurnummer 1] (DOC-114; dossier blz 3472); en/of
- een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] en [bedrijf 3] d.d. 22 januari 2013 met contractnummer [contractnummer 2] (DOC-101; dossier blz 3242-3254); en/of
- een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 4 februari 2013 (DOC-012; dossier blz 2484-2491); en/of
- een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] en [bedrijf 3] d.d. 21 februari 2014 met contractnummer [contractnummer 3] (DOC-126; dossier blz 3650-3660); en/of
- een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 8] Inc d.d. 28 februari 2014 (DOC-131; dossier blz 3714-3725); en/of
- een factuur van [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 23 november 2014 met kenmerk [factuurnummer 2] (DOC-127; dossier blz 3667)
en/of
B. de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] B.V.,
elk zijnde (een) geschrift(en) en/of samenstel van geschriften dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen,
(telkens) valselijk heeft opgemaakt, en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, althans heeft vervalst,
immers heeft [bedrijf 3] en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –
- in dit (deze) contract(en) en/of die factu(u)r(en) voornoemd (telkens) werkzaamheden en/of (een) levering(en) en/of (een) dienst(en) vermeld, althans doen of laten vermelden, welke in werkelijkheid niet door [bedrijf 3] is/ zijn uitgevoerd en/of door haar zijn uitbesteed aan derden; en/of
-
- die contract(en) voornoemd voorzien en/of doen voorzien van een onjuiste datum/datering, althans dat/die geschrift(en) geantedateerd, en (vervolgens) voornoemde contract(en) en/of factu(u)r(en) opgenomen en/of laten opnemen en of doen opnemen in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] ,
zulks (telkens) met het oogmerk om dit/deze geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken,
hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);
2.
[medeverdachte bedrijf] B.V. (hierna: [medeverdachte bedrijf] )
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015 in de gemeente Noordwijk en/of gemeente Voorschoten en/of gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, en/of Brazilië en/of elders ter wereld,
(telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
A.
- een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 8] Inc. d.d. 14 juni 2012 (DOC-147; dossier blz 3831-3832); en/of
- een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 9] LTD d.d. 5 juli 2012 (DOC-144; dossier blz 3802-3816); en/of
- een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 9] LTD d.d. 16 december 2013 met kenmerk [factuurnummer 3] (DOC-147; dossier blz 3830); en/of
- een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] S.A. d.d. 17 juni 2013 (DOC-254; dossier blz 5262-5263); en/of
- een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [medeverdachte bedrijf] d.d. 1 juli 2013 met contractnummer [contractnummer 4] (DOC-255; dossier blz 5296-5315); en/of
-
- een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 4] S.A. d.d. 16 oktober 2014 met kenmerk [factuurnummer 4] (DOC-258; dossier blz 5327);
en/of
B. de bedrijfsadministratie van [medeverdachte bedrijf] B.V.,
elk zijnde (een) geschrift(en) en/of samenstel van geschriften dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen,
(telkens) valselijk heeft opgemaakt, en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, althans heeft vervalst,
immers heeft [medeverdachte bedrijf] en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –
- in dit (deze) contract(en) en/of die factu(u)r(en) voornoemd (telkens) werkzaamheden en/of (een) levering(en) en/of (een) dienst(en) vermeld, althans doen of laten vermelden, welke in werkelijkheid niet door [medeverdachte bedrijf] is/ zijn uitgevoerd en/of door haar zijn uitbesteed aan derden; en/of
- die contract(en) voornoemd voorzien en/of doen voorzien van een onjuiste datum/datering, althans dat/die geschrift(en) geantedateerd,
en (vervolgens) voornoemde contract(en) en/of factu(u)r(en) opgenomen en/of laten opnemen en of doen opnemen in de bedrijfsadministratie van [medeverdachte bedrijf] ,
zulks (telkens) met het oogmerk om dit/deze geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken,
hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);
En/of
[medeverdachte bedrijf] B.V.
in of omstreeks de periode van 5 februari 2018 tot en met 1 november 2018
in de gemeente [vestigingsplaats 1] en/of gemeente Voorschoten en/of gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt of heeft doen maken van genoemd(e) vals(e) of valselijk opgemaakt(e) geschrift(en) te weten,
- een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] S.A. d.d. 17 juni 2013 (DOC-254; dossier blz 5262-5263); en/of
- een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [medeverdachte bedrijf] d.d. 1 juli 2013 met contractnummer [contractnummer 4] (DOC-255; dossier blz 5296-5315); en/of
- een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 4] S.A.d.d. 16 oktober 2014 met kenmerk [factuurnummer 4] (DOC-258; dossier blz 5327),
terwijl [medeverdachte bedrijf] , en/of haar medeverdachte(n), wist(en) en/of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/deze geschrift(en) bestemd was/waren om als echt en onvervalst te gebruiken,
en bestaande dat gebruikmaken of gebruik doen maken (telkens) hierin dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), dit/deze geschrift(en) heeft/hebben verzonden en/of ingediend, althans doen toekomen aan (een) medewerker(s) van de [bedrijf 11] N.V. (DOC-149; DOC-150),
hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);
3.
[bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ) (ontbonden op 23-10-2015),
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 23 oktober 2015 in de gemeente [vestigingsplaats 2] en/of gemeente Voorschoten en/of gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, en/of Brazilië en/of elders ter wereld,
(telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
A.
- een contract tussen [bedrijf 9] LTD en [bedrijf 2] d.d. 20 februari 2012 (DOC-164; dossier blz 4000-4013); en/of
-
- een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 5 maart 2012 (DOC-156; dossier blz 3903-3911); en/of
- een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 9] LTD d.d. 6 december 2012 met kenmerk [factuurnummer 5] (DOC-178; dossier blz 4444); en/of
- een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [bedrijf 2] d.d. 18 juni 2013 met contractnummer [contractnummer 5] (DOC-193; dossier blz 4568-4575); en/of
- een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] S.A. d.d. 1 juli 2013 (DOC-192; dossier blz 4544-4553)
- een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 15 augustus 2013 met kenmerk [factuurnummer 6] (DOC-192; dossier blz 4566); en/of
- een factuur van [bedrijf 12] S.A. aan [bedrijf 2] d.d. 27 augustus 2013 met kenmerk [factuurnummer 7] (DOC-192; dossier blz 4563); en/of
- een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [bedrijf 2] d.d. 17 februari 2014 met contractnummer [contractnummer 6] (DOC-196; dossier blz 4629-4633); en/of
- een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] S.A. d.d. 24 februari 2014 (DOC-224; dossier blz 4879-4886); en/of
- een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 15 april 2014 met kenmerk [factuurnummer 16] (DOC-225; dossier blz 4891); en/of
- een factuur van [bedrijf 13] S.A aan [bedrijf 2] d.d. 6 mei 2014 met kenmerk [factuurnummer 8] (DOC-222; dossier blz 4856),
en/of
B. de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] B.V.,
elk zijnde (een) geschrift(en) en/of samenstel van geschriften dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen,
(telkens) valselijk heeft opgemaakt, en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, althans heeft vervalst,
immers heeft [bedrijf 2] en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –
- in dit (deze) contract(en) en/of die factu(u)r(en) voornoemd (telkens) werkzaamheden en/of (een) levering(en) en/of (een) dienst(en) vermeld, althans doen of laten vermelden, welke in werkelijkheid niet door [bedrijf 2] is/ zijn uitgevoerd en/of door haar zijn uitbesteed aan derden; en/of
- die contract(en) voornoemd voorzien en/of doen voorzien van een onjuiste datum/datering, althans dat/die geschrift(en) geantedateerd,
en (vervolgens) voornoemde contract(en) en/of factu(u)r(en) opgenomen en/of laten opnemen en of doen opnemen in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] ,
zulks (telkens) met het oogmerk om dit/deze geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken,
hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);
4.
Hij
in of omstreeks de periode vanaf 1 oktober 2012 tot en met 31 december 2015
gemeente [vestigingsplaats 1] en/of gemeente Voorschoten en/of gemeente Haarlemmermeer,
althans in Nederland, en/of Brazilië en/of elders ter wereld,
heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten hij, verdachte, en/of [medeverdachte] en/of [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of de (rechts)perso(o)n(en) [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V. en/of [medeverdachte bedrijf] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V.,
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten
- het meermaals (mede)plegen van valsheid in geschrift op meerdere tijdstippen.
Ten behoeve van de leesbaarheid zullen verdachte en de medeverdachten hierna worden aangeduid als volgt:
  • [bedrijf 2] B.V.: [bedrijf 2] ;
  • [medeverdachte bedrijf] B.V.: [medeverdachte bedrijf] ;
  • [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V.: [bedrijf 3] ;
  • [verdachte] : [verdachte] , en;
  • [medeverdachte] : [medeverdachte] .

3.De voorvragen

3.1
De geldigheid van de dagvaarding
De dagvaarding is geldig.
3.2
De bevoegdheid van de rechtbank
De rechtbank is bevoegd.
3.3
De ontvankelijkheid van de officier van justitie
3.3.1
Inleiding
Nu de conclusies van de verdediging tot (primair) niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM) dan wel (subsidiair) bewijsuitsluiting zijn gestoeld op (deels) dezelfde argumenten, zal de rechtbank deze verweren omwille van de leesbaarheid van dit vonnis gezamenlijk bespreken.
Ter inleiding wordt verder het volgende opgemerkt.
De Braziliaanse autoriteiten hebben een opsporingsonderzoek verricht genaamd ‘Lava Jato / Carwash’ (hierna: Lava Jato) naar verdenkingen van strafbare feiten onder andere gepleegd door [bedrijf 4] S.A. (hierna: [bedrijf 4] ), een Zuid-Amerikaans conglomeraat van bouwbedrijven, en andere (gelieerde) rechtspersonen en natuurlijke personen.
Op 21 december 2016 heeft de Amerikaanse Department of Justice bekend gemaakt dat er een ‘
plea agreement’ tot stand was gekomen tussen de Verenigde Staten van Amerika en [bedrijf 4] . [1] In deze overeenkomst is – onder meer – beschreven dat [bedrijf 4] schuld bekent aan overtreding van anti-corruptiewetgeving en zich verbindt tot betaling van een boete van ruim $ 3.5 miljard.
Op 6 november 2017 hebben medewerkers van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) tijdens een Europol-conferentie een presentatie bijgewoond van een medewerker van de Braziliaanse federale politie over Lava Jato. [2]
Op 11 december 2017 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen medewerkers van de Belastingdienst en de FIOD. [3] Besproken is dat naar aanleiding van een signaal uit de zogenoemde ‘
Panama Papers’ een aangifte inkomstenbelasting van [naam 4] nader beoordeeld was en er in dat kader vragen waren gesteld over een transactie van aandelen in [bedrijf 3] , naar aanleiding waarvan namens [bedrijf 3] een viertal overeenkomsten tussen [bedrijf 3] enerzijds en verschillende entiteiten gelieerd aan [bedrijf 4] anderzijds waren verstrekt.
Op 15 mei 2018 heeft de Financial Intelligence Unit-Nederland (FIU) geverbaliseerd dat de [bedrijf 11] in de periode van 16 augustus 2016 tot en met 3 januari 2018 meldingen heeft gedaan van transacties tussen onder meer [bedrijf 2] , [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 3] enerzijds en entiteiten gelieerd aan [bedrijf 4] anderzijds, die hebben plaatsgevonden in de periode van 12 december 2011 tot en met 8 december 2018. ING heeft deze transacties gemeld naar aanleiding van de berichtgeving dat [naam 5] , ‘ultimate beneficial owner’ (hierna: ‘UBO’) van [bedrijf 4] en tot het concern behorende ondernemingen zijn veroordeeld in verband met corruptie en witwassen. [4]
Op 6 juni 2018 heeft de stuur- en weegploeg, een overlegorgaan tussen de FIOD, het Functioneel Parket van het OM en de Belastingdienst, besloten tot het starten van het strafrechtelijke onderzoek ‘Maquina’. [5]
Op 12, 13 en 14 februari 2019 hebben FIOD-medewerkers gesprekken gevoerd in Brazilië met onder andere een Braziliaanse officier van justitie over strafrechtelijke verdenkingen van de FIOD jegens verdachte en de medeverdachten. [6]
Op of omstreeks 17 juni 2019 heeft het OM een rechtshulpverzoek met dagtekening 6 juni 2019 verstuurd aan de bevoegde autoriteiten in Brazilië. [7] De Braziliaanse opsporingsdiensten hebben daarop op 24 en 25 maart 2020, 25 augustus 2020 en 7 oktober 2020 de volgende data verstrekt aan het OM, waarvan Nederlandse vertalingen aan het dossier zijn toegevoegd: [8]
- audio-/videobestanden van verklaringen van drie werknemers van [bedrijf 4] ( [naam 3] , [naam 2] en [naam 1] ), afgelegd ten overstaan van de Braziliaanse autoriteiten; [9]
- schikkingsovereenkomsten gesloten tussen het Braziliaanse federale openbaar ministerie en voornoemde drie werknemers, bijlagen en samenvattingen van de verhoren van [naam 2] en [naam 1] . [10]
Het OM heeft daarnaast op 10 maart 2021 informatie, waaronder e-mailberichten, ontvangen afkomstig van de digitale communicatie- en accountingsystemen van [bedrijf 4] , genaamd [programma] respectievelijk [programma] . Deze data is niet aan het dossier toegevoegd. [11]
3.3.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van onherstelbare vormverzuimen zodat (primair) het OM niet-ontvankelijk dient te worden verklaard dan wel (subsidiair) alle, althans (meer subsidiair) bepaalde dossierstukken uit Brazilië dienen te worden uitgesloten van het bewijs. De verdediging heeft ter onderbouwing hiervan – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat het federale hooggerechtshof van Brazilië (‘
Supremo Tribunal Federal’, hierna: STF) onherroepelijk heeft geoordeeld dat in Lava Jato ernstige, structurele en onherstelbare inbreuken zijn gemaakt op het recht op een eerlijk proces. Het OM heeft uit Lava Jato verkregen ‘besmet’ bewijsmateriaal ten onrechte als uitgangspunt genomen voor het aannemen van een verdenking jegens verdachte, is op basis daarvan strafrechtelijk onderzoek Maquina gestart en heeft zich daardoor tijdens de opsporing laten leiden.
De verdediging heeft tot slot aangevoerd dat de uit Brazilië afkomstige verklaringen en schikkingsovereenkomsten van het bewijs moeten worden uitgesloten omdat deze onbetrouwbaar zijn. De onbetrouwbaarheid is enerzijds gelegen in de onjuiste (vertaling van de audio-opnamen van de) verklaringen en anderzijds in de omstandigheden waaronder deze zijn afgelegd, aldus de verdediging.
3.3.3
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich ter zitting – zakelijk weergegeven – op het standpunt gesteld dat alle verweren dienen te worden verworpen en dat het OM ontvankelijk is.
3.3.4
Het oordeel van de rechtbank
3.3.4.1 Het juridisch kader
Vormverzuimen zijn onrechtmatigheden in het strafrechtelijk vooronderzoek, zoals schending van daarop betrekking hebbende wettelijke voorschriften en het verrichten van onderzoek waarbij inbreuk gemaakt wordt op de rechten en vrijheden van de verdachte. De rechter kan ingevolge artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) rechtsgevolgen verbinden aan een vormverzuim.
De toepassing van artikel 359a Sv is in beginsel beperkt tot vormverzuimen die zijn begaan bij het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte zelf ter zake van het aan hem tenlastegelegde feit. Onder omstandigheden kan evenwel een rechtsgevolg worden verbonden aan een vormverzuim door een ambtenaar die met opsporing en vervolging is belast, maar dat niet is begaan bij het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte, of aan een onrechtmatige handeling jegens de verdachte door een andere functionaris of persoon dan zo’n opsporingsambtenaar, indien het betreffende vormverzuim of de betreffende onrechtmatige handeling van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek naar en/of de (verdere) vervolging van de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit. [12]
De rechtbank houdt daarnaast rekening met het in de literatuur en rechtspraak erkende interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het vertrouwensbeginsel geldt op basis van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) tussen landen die daarbij zijn aangesloten, maar het beginsel kan ook opgeld doen in relatie tot andere landen. In geval van samenwerking tussen Nederland en Brazilië zoals in deze zaak aan de orde, komt dat vertrouwen tot uitdrukking in (rechtshulp)verdragen waarbij beide zijn aangesloten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de grensoverschrijdende misdaad (TOC-verdrag, New York, 15 november 2000) en het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie en het Verdrag inzake bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties (Parijs, 17 december 1997).
Het uitgangspunt van het vertrouwensbeginsel is dat – voor zover hier relevant – de staat die informatie ontvangt van een vreemde staat, uit mag en moet gaan van de rechtmatige totstandkoming en verstrekking van die informatie. Voor toetsing van de rechtmatigheid van het buitenlandse overheidsoptreden is pas plaats als er (tenminste) sterke aanwijzingen zijn dat overgedragen informatie onrechtmatig is verkregen en dat het gaat om een onregelmatigheid waaraan consequenties behoren te worden verbonden. De strafrechter dient te waarborgen dat de wijze waarop van de resultaten in de strafzaak tegen de verdachte gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op zijn recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 lid 1 EVRM Pro. [13]
3.3.4.2 Vormverzuim(en)?
De verdediging heeft ter staving van haar verweren het volgende overgelegd:
  • een Nederlandse vertaling van een document getiteld ‘Protest 43.007 Distrito Federal’, inhoudende een beslissing van rapporteur-raadsheer [naam 7] d.d. 6 september 2023 ten aanzien van een ‘reclamatie’ ingediend door [naam 6] tegen beslissingen van de rechtbank van het 13e Federale Strafrechtgebied van de gerechtelijke subsectie van Curitiba/PR;
  • een Nederlandse vertaling van een document getiteld ‘Verzoekschrift 13.675 Federaal District’, inhoudende een besluit van rapporteur rechter [naam 7] d.d. 2 april 2025 ten aanzien van een ‘verzoek tot uitbreiding’ ingediend door [verdachte] en [medeverdachte] ;
  • een in het Engels opgesteld document getiteld ‘Memorandum - Overview of key decisions issued by the Brazilian Supreme Court in the Operation Car Wash’, van [naam 8] , [naam 9] aan [bedrijf 14] N.V. d.d. 11 februari 2026.
Uit voornoemde stukken leidt de rechtbank af dat het STF – de hoogste rechterlijke instantie in Brazilië – onherroepelijk heeft geoordeeld dat – kort en zakelijk gezegd – het door de Braziliaanse opsporingsdiensten verrichte voorbereidende onderzoek Lava Jato niet in overeenstemming met de daarvoor geldende Braziliaanse rechtsregels is verricht. Volgens het STF is onder meer sprake geweest van collusie tussen opsporingsambtenaren en de onderzoeksrechter/voorzitter van de strafkamer van de rechtbank die de strafzaak tegen [naam 6] (van 2003 tot 2011 en van 2023 tot heden president van Brazilië) behandelde, onregelmatigheden in het kader van internationale rechtshulp en schendingen van de bewijsketen. (Mede) als gevolg daarvan zijn verscheidene veroordelingen teruggedraaid en is het bewijs voortkomend uit de [programma] - en [programma] -systemen van [bedrijf 4] ontoelaatbaar verklaard.
Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat minst genomen sterke aanwijzingen bestaan dat aan Lava Jato vormverzuimen kleven en dus dat de door de Braziliaanse autoriteiten aan de Nederlandse autoriteiten overgedragen informatie onrechtmatig is verkregen. Het OM heeft niets daartegenover gesteld waaruit een aanknopingspunt voor het tegendeel zou kunnen worden afgeleid.
3.3.4.3 Rechtsgevolg: niet-ontvankelijkheid van het OM?
De beantwoording van de vraag of een rechtsgevolg aan een vormverzuim moet worden verbonden en, zo ja, welk gevolg, berust in de kern op een afweging van belangen. Daarbij gaat het om de met vervolging en berechting van strafbare feiten gemoeide belangen – waaronder de belangen van waarheidsvinding en bestraffing van daders van strafbare feiten – en de belangen van handhaving van grondrechten en bevordering van een normconform verloop van het voorbereidend onderzoek. [14]
Aan de rechtspraak over de verschillende in artikel 359a Sv genoemde rechtsgevolgen ligt als uitgangspunt ten grondslag dat het rechtsgevolg in verhouding moet staan tot de aard en de ernst van het vormverzuim en het door de verdachte als gevolg van het vormverzuim geleden nadeel. Dat betekent tevens dat, waar mogelijk, wordt volstaan met het – vanuit het perspectief van de met vervolging en berechting van strafbare feiten gemoeide belangen bezien – minst verstrekkende rechtsgevolg.
Voor niet-ontvankelijkheid van het OM vanwege een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv is volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad slechts dan plaats wanneer de met opsporing of vervolging belaste ambtenaren een onherstelbare inbreuk hebben gemaakt op het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM Pro die niet op een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende wijze is of kan worden gecompenseerd. Het moet dus gaan om een zodanig ernstig verzuim dat niet kan worden volstaan met bewijsuitsluiting of strafverlaging.
De rechtbank ziet zich ten eerste voor de vraag gesteld of de FIOD en het OM een redelijk vermoeden van schuld mochten aannemen. Artikel 27 Sv Pro bepaalt dat, voordat de vervolging is aangevangen, als ‘verdachte’ kan worden aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een ‘redelijk vermoeden van schuld’ aan een strafbaar feit voortvloeit. De vraag of de opsporing zo’n redelijk vermoeden mocht koesteren wordt door de rechter slechts marginaal getoetst.
Uit de hiervoor onder ‘3.3.1 Inleiding’ geschetste gang van zaken volgt dat de FIOD al voorafgaand aan het op of omstreeks 6 juni 2019 verzonden rechtshulpverzoek aan Brazilië een redelijk vermoeden van schuld had aangenomen ten aanzien van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . Het aanvangsproces-verbaal met daarin geformuleerd de verdenking dateert van 12 juli 2018. [15] Daaruit volgt dat het vermoeden onder meer is gebaseerd op de door de FIU in mei 2018 verdacht verklaarde transacties tussen enerzijds [bedrijf 3] respectievelijk [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] en anderzijds entiteiten waarvan ING was gebleken dat die gelieerd waren aan [bedrijf 4] . [16] Dat de aanleiding van de ING-meldingen (mede) was gelegen in mediaberichten over veroordelingen van [bedrijf 4] en diens toenmalige UBO [naam 5] maakt dat niet anders, alleen al omdat de uitspraken van het STF niet met zich brengen dat elke grond voor een redelijke verdenking van strafbaar handelen door [bedrijf 4] en gelieerde (rechts)personen met terugwerkende kracht is komen te vervallen. Om diezelfde reden mochten ook de inhoud van de ‘
plea agreement’, gesloten tussen [bedrijf 4] en de Amerikaanse Department of Justice, en de bijlage getiteld ‘
Statement of facts’ een rol spelen bij het aannemen van een redelijk vermoeden van schuld. Daarnaast blijkt uit het gesprek tussen de Belastingdienst en de FIOD van 11 december 2017 dat op dat moment al vragen bestonden over de gang van zaken bij [bedrijf 3] en hebben ook andere factoren bijgedragen aan het vermoeden, zoals de constatering dat kort na elkaar internationale overeenkomsten werden gesloten zonder dat duidelijk werd waarom een Nederlandse onderneming daartussen zat en de betrokkenheid van offshore entiteiten bij die overeenkomsten. [17]
De rechtbank is op basis van het voorgaande van oordeel dat de FIOD en het OM op goede gronden een redelijk vermoeden van schuld hebben aangenomen en dus mochten besluiten tot het starten van het strafrechtelijke onderzoek ‘Maquina’ en het inzetten van (bijzondere) opsporingsbevoegdheden. Het dossier noch het verhandelde ter zitting geeft aanleiding om anders te veronderstellen.
De stellingen van de verdediging dat – samengevat – de FIOD en het OM (in een informeel stadium) informatie hebben ontvangen van de Braziliaanse autoriteiten en kennis hebben genomen van de via het rechtshulpverzoek ontvangen stukken, zij zich zodoende bij hun onderzoek hebben laten beïnvloeden door Lava Jato en dat alle onderzoeksbevindingen in Maquina ‘besmet’ zijn met de verzuimen in Lava Jato, vinden geen steun in het dossier en worden daarom verworpen. Integendeel; de FIOD heeft op uitgebreide schaal zelf – zonder bemoeienis vanuit Brazilië – onderzoek uitgevoerd, waaronder het verrichten van doorzoekingen, het leggen en uitrechercheren van digitaal beslag en het verhoren van verdachten en getuigen. Enige aanwijzing dat daarbij sprake is geweest van een (zodanige) tunnelvisie dat en/of een aantasting van de integriteit van de opsporing en/of vervolging waardoor het recht op een eerlijk proces niet langer gewaarborgd is, ziet de rechtbank niet.
Wel is relevant de vraag in hoeverre stukken verkregen uit Brazilië hun weg hebben gevonden naar het dossier in deze strafzaak. De vraag of en, zo ja, welke van die stukken moeten worden uitgesloten van het bewijs zal in de volgende paragraaf worden beantwoord.
Het voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat de onderhavige Nederlandse strafprocedure ‘
as a whole’ voldoet aan het door artikel 6 EVRM Pro gewaarborgde recht op een eerlijk proces.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
3.3.4.4 Rechtsgevolg: bewijsuitsluiting?
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of, en zo ja welke, stukken uit het dossier moeten worden uitgesloten van het bewijs. Bewijsuitsluiting kan aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen, maar de rechter is daartoe niet categorisch gehouden. Het belang van de waarheidsvinding moet worden afgewogen tegen de ernst en de gevolgen van het verzuim. De taak van de strafrechter is ertoe beperkt te waarborgen dat de wijze waarop van de resultaten in de strafzaak tegen de verdachte gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op zijn recht op een eerlijk proces. Daarvan kan ook sprake zijn als het bewijs niet meer betrouwbaar is.
Zoals hiervoor is overwogen, bestaan voldoende sterke aanwijzingen dat het Braziliaanse opsporingsonderzoek Lava Jato en de daaruit voortgevloeide vervolging van [bedrijf 4] en daaraan gelieerde (rechts)personen niet volgens de daarvoor geldende Braziliaanse rechtsregels is verricht. Er is volgens het STF sprake geweest van structurele aanzienlijke schendingen van rechtsbeginselen. De aard van die schendingen, zoals hiervoor omschreven, is naar het oordeel van de rechtbank zodanig dat geenszins valt uit te sluiten dat deze de gehele procedure van opsporing en vervolging met betrekking tot het onderzoek Lava Jato in Brazilië hebben aangetast. Dientengevolge zou, bij het gebruik van die onderzoeksresultaten voor het bewijs in deze strafzaak, verdachte worden getroffen in een belang dat de overtreden norm juist beoogt te beschermen. Niet staat vast – en door deze rechtbank valt ook niet vast te stellen – dat het bewijsmateriaal ook zou zijn vergaard wanneer het onderzoek wel volgens de regels was verlopen.
Voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat de resultaten van het Braziliaanse onderzoek niet mogen bijdragen aan het bewijs van de tenlastegelegde feiten in deze strafzaak. Concreet betekent dit dat de stukken die uit hoofde van het rechtshulpverzoek aan Brazilië zijn verkregen en zijn toegevoegd aan het dossier moeten worden uitgesloten van het bewijs. Het betreft de hiervoor omschreven (vertalingen van) de audiobestanden van verklaringen van [naam 3] , [naam 2] en [naam 1] ) [18] en de tussen hen en het Braziliaanse federale openbaar ministerie gesloten schikkingsovereenkomsten, met bijlagen en samenvattingen van de verhoren van [naam 2] en [naam 1] . [19]
Tot slot zal de rechtbank bij de beoordeling nagaan of en, zo ja, in hoeverre andere dossierstukken, in het bijzonder ambtshandelingen 15, 16, 17 en 19, verwijzen naar, citaten bevatten van en/of (anderszins) rechtstreeks en uitsluitend zijn beïnvloed door de stukken en informatie die het OM heeft verkregen van de Braziliaanse autoriteiten en in voorkomend geval (delen ervan) buiten beschouwing laten.
De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van het overige gepresenteerde bewijsmateriaal te twijfelen en zal deze dan ook niet uitsluiten van het bewijs. De al genoemde ‘
plea agreement’tussen [bedrijf 4] en de Amerikaanse Department of Justice met bijlagen, waaronder de ‘
Statement of facts’, is niet verstrekt door de Braziliaanse autoriteiten. Het OM is daarover komen te beschikken via de openbare website van de Department of Justice. Gesteld noch gebleken is dat deze stukken (in die mate) zijn beïnvloed door (de onregelmatigheden in) het Braziliaanse opsporingsonderzoek dat deze ook moeten worden bestempeld als zijnde ‘besmet’. De omstandigheid dat [bedrijf 4] voordelen heeft gehad bij de totstandkoming van deze ‘
plea agreement’, brengt niet zonder meer met zich dat de inhoud en bijlage als onbetrouwbaar moeten worden aangemerkt. Datzelfde geldt voor de door [naam 2] en [naam 1] afgelegde verklaringen bij de rechter-commissaris in dossier Maquina. Het feit dat deze getuigen hebben geschikt met de Braziliaanse justitie vormt op zichzelf geen aanleiding om te twijfelen aan hun verklaringsvrijheid. Ook eventuele discrepanties tussen eerdere en latere verklaringen en kennelijke fouten in de vertaling leiden niet automatisch tot de conclusie dat een verklaring (in zijn geheel) onbetrouwbaar is.
3.4
Schorsing van de vervolging
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De bewijsmotivering

4.1
Inleiding – de verdenking [20]
Onderzoek ‘Maquina’ is gericht op de natuurlijke personen [verdachte] en [medeverdachte] en de drie Nederlandse vennootschappen [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] .
De Belastingdienst/FIOD verdenkt deze drie ondernemingen ervan dat zij in een crimineel samenwerkingsverband met (verschillende (rechts)personen gelieerd aan) [bedrijf 4] hebben gefungeerd als doorstroomlichamen van verschillende geldstromen. Dit geld kwam terecht bij verschillende buitenlandse ondernemingen die op papier niet aan [bedrijf 4] waren te relateren, maar wel onder controle stonden van [bedrijf 4] . Hiermee creëerde [bedrijf 4] een geldstroom die zij niet in haar balans opnam en die haar in staat stelde om steekpenningen te betalen aan overheidsfunctionarissen wereldwijd. Om de geldstromen van en naar [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] te legitimeren zijn volgens de Belastingdienst/FIOD op naam van deze drie vennootschappen valse contracten en facturen opgemaakt en verwerkt in de eigen bedrijfsadministratie. Ook wordt [medeverdachte bedrijf] verweten dat zij gebruik heeft gemaakt van valse contracten en een valse factuur door deze toe te zenden aan de ING-Bank. [verdachte] zou feitelijke leiding hebben gegeven aan het plegen van deze feiten door de drie Nederlandse ondernemingen en hebben deelgenomen aan het criminele samenwerkingsverband dat daarop gericht was. [21]
4.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen verklaard.
4.3
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnota bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde. Daartoe is het volgende - verkort weergegeven - aangevoerd.
Met betrekking tot de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde valsheid in geschrifte heeft de verdediging primair aangevoerd dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de contracten en facturen inhoudelijk in strijd zijn met de werkelijkheid en daarmee vals zijn. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde gebruik maken van valse contracten en een factuur heeft de verdediging bepleit dat niet is bewezen dat deze documenten daadwerkelijk naar de ING-Bank zijn verstuurd. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat niet is bewezen dat [verdachte] opzet heeft gehad op het valselijk opmaken van de ten laste gelegde contracten en facturen.
Met betrekking tot de onder 4 ten laste gelegde criminele organisatie heeft de verdediging betoogd dat niet is bewezen dat [verdachte] opzet heeft gehad op deelname aan een organisatie die het plegen van valsheid in geschrifte tot oogmerk had.
4.4
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal eerst een schets geven van de betrokken (rechts)personen en de activiteiten van de Nederlandse vennootschappen. Vervolgens zal de rechtbank per vennootschap de specifiek ten laste gelegde contracten en facturen bespreken. Hierna zal de rechtbank ingaan op de vraag of de tenlastegelegde valsheid in geschrift bewezen is en daarbij de in dat kader naar voren gebrachte verweren betrekken. Tot slot zal de rechtbank ingaan op het verwijt inzake deelname aan de criminele organisatie.
4.4.1.
De redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op basis van het dossier en van hetgeen ter terechtzitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast.
4.4.1.1 Betrokken (rechts)personen
Zoals hiervoor al is genoemd, ziet onderzoek Maquina op onder andere de vennootschappen [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] .
[bedrijf 3] , dat van 29 januari 2008 tot 4 september 2009 [bedrijf 15] B.V. heette, is opgericht op 29 januari 2008 en ontbonden op 31 december 2015 en was statutair gevestigd te [vestigingsplaats 1] . Haar bedrijfsactiviteiten bestonden volgens de registratie in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel uit ‘Projectontwikkeling’ en ‘Algemene burgerlijke en utiliteitsbouw’. [22]
[bedrijf 2] is opgericht op 12 januari 2012 en ontbonden op 23 oktober 2015 en was statutair gevestigd te [vestigingsplaats 2] . Haar bedrijfsactiviteiten bestonden volgens de registratie in het Handelsregister uit ‘Het verlenen van marketing- en consultancy diensten aan ondernemingen, rechtspersonen, vennootschappen en instellingen’. [23]
[medeverdachte bedrijf] is opgericht op 31 januari 2011 en statutair gevestigd te [vestigingsplaats 3] . Haar bedrijfsactiviteiten bestaan volgens de registratie in het Handelsregister – samengevat – uit handelsbemiddeling, advisering op het gebied van management en bedrijfsvoering en optreden als handelsagent en het verzorgen van buitenlandse handelsconsultancy. [24]
Gedurende de ten laste gelegde periode (2012-2015) waren de volgende personen alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] (met vermelding van de bestuursperiode).
[bedrijf 3] :
  • [verdachte] , van 1 augustus 2009 tot 30 juni 2013;
  • [naam 10] (hierna: [naam 10] ), van 30 juni 2013 tot 31 december 2015, en;
  • [naam 11] , van 30 juni 2013 tot 31 december 2015.
[bedrijf 2] :
- [naam 12] , middellijk via [bedrijf 16] B.V. van 12 januari 2012 tot 1 juli 2013, en onmiddellijk van 1 juli 2013 tot 23 oktober 2015. [26]
[medeverdachte bedrijf] :
- [medeverdachte] , vanaf 1 juni 2011. [27]
[verdachte] en [medeverdachte] hebben via hun persoonlijke houdstervennootschap (respectievelijk) [bedrijf 17] B.V. (hierna: [bedrijf 17] ) en [bedrijf 18] B.V. een (in)direct aandelenbelang gehad in deze drie vennootschappen. [28]
Verschillende personen hebben werkzaamheden uitgevoerd voor de drie vennootschappen. Dit betroffen:
  • [naam 13] (hierna: [naam 13] ), administrateur, in dienst bij [bedrijf 3] ;
  • [naam 14] (hierna: [naam 14] ), accountmanager Legal, in dienst bij [bedrijf 17] , en;
  • [naam 15] (hierna: [naam 15] ), accountmanager, in dienst bij [bedrijf 17] .
Deze personen hebben voor alle drie de Nederlandse vennootschappen ondersteunende/administratieve werkzaamheden uitgevoerd. Deze werkzaamheden bestonden uit het versturen en beantwoorden van e-mails, het op verzoek aanpassen van contracten, het opstellen van facturen, het bijhouden van de administratie en het laten ondertekenen van contracten namens [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . [30]
Communicatie over contracten en facturen vond veelal plaats via e-mail. Hierbij waren de hiervoor genoemde ondersteunende medewerkers, de verdachten [verdachte] en [medeverdachte] en verschillende aan [bedrijf 4] gelieerde personen betrokken. De aan [bedrijf 4] gelieerde personen maakten in het e-mailverkeer gebruik van de bijnamen ‘ [bijnaam 1] ’, ‘ [bijnaam 2] ’ en ‘ [bijnaam 3] ’. [31] Uit het onderzoek is gebleken dat achter de naam [bijnaam 1] de persoon van [naam 1] (hierna: [naam 1] ) schuil ging. [32] [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat achter de naam [bijnaam 2] de persoon van [naam 10] (hierna: [naam 10] ) schuil ging. [33] Wanneer in dit vonnis wordt verwezen naar e-mailverkeer waarin voorgaande personen gebruik maakten van hun bijnaam, zullen voor de leesbaarheid hun echte namen worden weergegeven. Wie de naam ‘ [bijnaam 3] ’ gebruikte is onbekend gebleven.
Ook komt uit het dossier naar voren dat per e-mail meermalen contact is geweest met [naam 16] (hierna: [naam 16] ), ten tijde van de tenlastegelegde periodes werkzaam als fiscalist en jurist bij advocatenkantoor [bedrijf 19] , over de contracten die de drie Nederlandse ondernemingen afsloten in het kader van de samenwerking met [bedrijf 4] . [34] [naam 16] was naast adviseur tevens indirect aandeelhouder van de vennootschappen [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . [35]
4.4.1.2 Inleiding samenwerking [bedrijf 4] en contracten
[verdachte] is omstreeks 2007 via [naam 17] (voluit: [naam 17] , hierna: [naam 17] ) in contact gekomen met [bedrijf 4] . In september 2007 is hij benaderd voor het zoeken van vennootschappen die ‘
substance’ hadden. Zo schreef [naam 17] op 6 september 2007 aan [verdachte] : ‘
I need to speak with you in ref. to our Brazilian friend. He did not like Natland so he is requiring another counterparty with more substance. We have until tomorrow to send him some other option. [36]
Nadat [verdachte] bij een Roemeense onderneming had aangegeven dat hij op zoek was naar een ‘
an engineering company for an in-out transaction’ en deze samenwerking niet van de grond kwam, stuurde hij op 2 oktober 2008 een e-mail met het onderwerp ‘
FW: Transaction in Venezuela’ naar de Nederlandse onderneming [bedrijf 20] . In de e-mail schreef [verdachte] : ‘
For one of our clients, [bedrijf 4] , we are looking for a Dutch JV partner for a project in Venezuela mainly because of substance reasons. In my opinion your company would be very suitable.’ Bij deze e-mail stuurde [verdachte] een toelichting op de betreffende transactie door, die hij op 4 oktober 2008 van [naam 17] had ontvangen. In deze toelichting is - zakelijk weergegeven - het volgende vermeld:
  • het gewenste Nederlandse ingenieursbedrijf met lokale aandeelhouder moet ‘lokale inhoud geven aan de structuur’ en personeel ‘uitlenen’ dat de constructie (in Venezuela) kan bezoeken. Er hoeven geen ingenieursdiensten geleverd te worden;
  • er moet zowel ‘lokale substance’ zijn als overzees in verband met fiscale regelgeving in Nederland;
  • ‘The New Dutch Co’ zal elke dienst uitbesteden aan een ‘Intellectual Property Co’ en hoeft geen activiteiten te leveren anders dan het ondertekenen van een engineeringscontract en subcontract, en;
  • de lokale BV ontvangt een vergoeding voor deelname aan de structuur.
Nadat [bedrijf 20] het voorstel van [verdachte] had afgewezen, mailde [verdachte] aan [naam 17] ‘
Might be good to discuss it with [naam 18] /Brazilians. WE should do it differently’. [38]
[naam 17] mailde op 19 februari 2009 aan [verdachte] dat er groen licht was. Als bijlage stuurde [naam 17] een PowerPoint-presentatie met een weergave van de transactiestroom (‘
flow of the transaction’), de betrokken partijen en de benodigde overeenkomsten. Ook schreef [naam 17] : ‘
Please let me know a.s.a.p. if the prospect companies (the one related to your father and the one related to GT- [naam 16] ) accepts to participate in the business (...). [39] De rechtbank leidt uit ‘GT- [naam 16] ’ af dat bedoeld is de hiervoor genoemde [naam 16] van [bedrijf 19] .
Uiteindelijk is de tot dat moment inactieve onderneming [bedrijf 3] – voorheen genaamd [bedrijf 29] B.V. – geselecteerd als Nederlandse schakel in de beoogde contractenstructuur. [40] Later zijn ook [medeverdachte bedrijf] en het specifiek voor de samenwerking met [bedrijf 4] opgerichte bedrijf [bedrijf 2] als zodanig ingezet.
Op 17 september 2009 ontving [verdachte] mailverkeer van [naam 16] die met [naam 2] , van 2000 tot en met 2015 werkzaam als extern advocaat voor [bedrijf 4] [41] (hierna: [naam 2] ), en (in CC) [naam 17] had gemaild over instructies vanuit [bedrijf 4] . In deze e-mail schreef [naam 2] : ‘
I propose the following as concerns our correspondence on the [bedrijf 3] and its relationship with [bedrijf 3] B.V.: All instructions will be given to the directors in writing, by me ( [e-mailadres] ) or by my partner [naam 19] (... All correspondence by me/ [naam 19] , [naam 16] and [naam 20] will be sent with copy to the others, so that all of us can be aware of everything’. [42]
De meeste van de in het dossier opgenomen contracten, waarvan er een aantal op de tenlastelegging zijn weergegeven, betreffen zogenoemde ABC-contracten althans AB-BC-contracten. Deze houden telkens op hoofdlijnen het volgende in. Het AB-contract is gesloten tussen [bedrijf 4] (partij A, opdrachtgever) en één van de Nederlandse vennootschappen (partij B, opdrachtnemer) en ziet op de uitvoering van (engineerings)werkzaamheden (waarmee hierna ook diensten en leveringen worden bedoeld) voor bouwprojecten door de opdrachtnemer. Middels het BC-contract geeft de Nederlandse vennootschap (partij B, in dit verband als opdrachtgever) opdracht voor de uitvoering van – nagenoeg – diezelfde werkzaamheden aan een opdrachtnemer (partij C, opdrachtnemer). Deze C-partijen (hierna: Offshore-entiteiten) betroffen telkens entiteiten die feitelijk onder controle/zeggenschap van [bedrijf 4] stonden, zonder dat dat voor derden direct zichtbaar was. [43] De Nederlandse vennootschappen respectievelijk de Offshore-entiteiten hebben werkzaamheden gefactureerd aan [bedrijf 4] respectievelijk de Offshore-entiteiten. [bedrijf 4] heeft de aan haar gerichte facturen uit hoofde van het AB-contract betaald op de bankrekeningen van de Nederlandse vennootschappen. Het door [bedrijf 4] betaalde geldbedrag werd op grond van het BC-contract en de bijbehorende factuur door de Nederlandse vennootschap betaald aan de Offshore-entiteit, na aftrek van een marge van telkens meestal om en nabij 4,5%. [44]
Met betrekking tot de contracten van [medeverdachte bedrijf] ligt het iets anders. [medeverdachte bedrijf] sloot namelijk telkens eerst een contract met een Offshore-entiteit, partij C, in welk verband [medeverdachte bedrijf] volgens het contract zou optreden als (handels)agent voor haar opdrachtgever partij C, handelend in eigen naam. Hierna sloot [medeverdachte bedrijf] een contract af met een entiteit die deel uitmaakte van het concern van [bedrijf 4] , partij A, in welk verband [medeverdachte bedrijf] zich verbond tot het zoeken van apparatuur voor partij A. Er was dus in het geval van [medeverdachte bedrijf] sprake van een structuur van principaal en agent, waarbij telkens CB-/BA-contracten werden gesloten in plaats van (de hiervoor beschreven) AB-/BC-contracten. [45]
[verdachte] heeft verklaard dat hij [medeverdachte bedrijf] en [medeverdachte] heeft betrokken bij een overeenkomst met betrekking tot de levering van staal waarbij bovenstaande structuur van de principaal en de agent is gehanteerd. [46]
4.4.1.3 De contracten en facturen per vennootschap
4.4.1.3.1 [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V.
Naast de in paragraaf 4.4.1.1. weergegeven feiten heeft voor [bedrijf 3] tevens het volgende te gelden.
De volgende mensen hebben op de loonlijst van [bedrijf 3] gestaan:
  • [naam 21] : van 1 september 2009 tot en met 30 november 2015;
  • [verdachte] : van 1 september 2009 tot en met 31 december 2015;
  • [naam 22] : van 1 september 2009 tot en met 30 november 2015;
  • [naam 10] : van 1 mei 2013 tot en met 31 december 2015, en;
  • [naam 13] : 1 september 2013 tot en met 13 december 2013.
Op de vraag of [bedrijf 3] ook aan bouwwerkzaamheden deed, heeft [naam 13] verklaard:
‘ [bedrijf 3] deed geen bouwwerkzaamheden, voor zover ik weet. Het was volgens mij puur advisering. Maar goed, dat is hetzelfde voor [bedrijf 2] bijvoorbeeld en Advanced Consulting.
[48] Verder heeft [naam 13] op de vraag welke activiteiten [bedrijf 3] verrichte in de periode dat hij daar werkzaam was het volgende verklaard: ‘
Ik weet het niet. Dat moet u in de contracten lezen. lk weet niet wat [bedrijf 3] deed. lk heb ook nooit iemand in dienst gehad die de contracten nakeek en naar de contracten handelde. Als voorbeeld: als er in het contract staat dat er adviezen worden gegeven, dan heb ik nooit iemand in dienst gehad die die adviezen daadwerkelijk gaf. Behalve [naam 10] dan. Hij keek contracten na, maar wat hij verder uitspookte, geen idee. Er waren geen andere werknemers in dienst die iets in het bedrijf deden. lk hoor u vragen of in wezen een brievenbusfirma was en dat zou je inderdaad kunnen zeggen.’ [49]
Uit het overzicht aandeelhouders van [bedrijf 3] volgt dat [bedrijf 21] B.V. tussen 2012 en 2015 40% procent van de aandelen van [bedrijf 3] hield. Uit het onderzoek is gebleken dat dit de persoonlijke holding is of was van [naam 21] (hierna: [naam 21] ). Gevraagd naar (zijn betrokkenheid bij) [bedrijf 3] , heeft [naam 21] verklaard dat hij door [verdachte] was gevraagd om als bouwkundige de bouw van een brug in Venezuela te controleren. Uiteindelijk heeft [naam 21] dit niet hoeven doen. Ook weet hij niet of de brug daadwerkelijk is gebouwd. Daarnaast heeft [naam 21] bevestigd dat hij voor € 150.000,- aan dividend en ongeveer € 1.000,- per maand aan salaris heeft ontvangen van [bedrijf 3] . [50]
In een e-mailwisseling van 12 en 13 april 2010 waarin een eerste transactie tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 4] wordt besproken, schreef [naam 17] onder andere het volgende aan [naam 1] : ‘
When we set up [bedrijf 3] we used an already existing company which name was [bedrijf 15] . [bedrijf 15] was incorporated on 29/01/08 and changes it's name to [bedrijf 3] on 04/09/09 when the new shareholders appear ( [bedrijf 22] and [naam 21] ). My suggestion is to strongly consider starting any transaction/letter/comunication with [bedrijf 3] after the 04/09/09’.
[naam 1] reageerde als volgt: ‘
Please notice that no letter or communication with [bedrijf 3] occurs before 4/0/09. No worries.’, waarop [naam 17] reageerde met: ‘
Please just a little notice about the company's name. It is [bedrijf 3] with [letter 1] not with [letter 2]’. Ook stuurde [naam 17] via e-mail briefpapier en het logo van [bedrijf 3] in diverse formaten toe. [51]
De ten laste gelegde en hierna te bespreken contracten en facturen zijn opgenomen en verwerkt in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] . [52]
[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat [bedrijf 3] is opgericht op verzoek van [bedrijf 4] en ook uitsluitend werkzaam was voor [bedrijf 4] . De behaalde marge voor [bedrijf 3] bedroeg 4,5 procent. [53]
4.4.1.3.1.1 [bedrijf 3] : contracten en factuur 2012
De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en factuur:
  • een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] en [bedrijf 3] d.d. 13 november 2012 met contractnummer [contractnummer 1] ;
  • een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 17 december 2012, en;
  • een factuur van [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] d.d. 25 november 2013 met kenmerk [factuurnummer 1] .
AB-contract [bedrijf 7] [bedrijf 5] x [bedrijf 3] 2012
[naam 14] heeft namens [bedrijf 3] in een e-mail van 17 juni 2014 aan [naam 16] een contract gestuurd betreffende een ‘
engineering services agreement’tussen [bedrijf 4] S.A. - Sucursal [bedrijf 5] (hierna [bedrijf 7] [bedrijf 5] ) en [bedrijf 3] . Het contract is gedateerd 13 november 2012 en genummerd No. [contractnummer 1] . Het contract ziet op ‘
the [bedrijf 23] , located at the [locatie] of [bedrijf 5]’. Het contract is namens [bedrijf 3] ondertekend door [verdachte] . Op de overeenkomst is Angolees recht van toepassing verklaard.
In het contract is over [bedrijf 3] het volgende vermeld: ‘
is a company specialized amongst others in the fields of engineering, design, technology and contract management, and is duly capacitated to meet the demands of [bedrijf 4] ’.[bedrijf 3] is voor de volgende te verrichten werkzaamheden gecontracteerd:

1. The scope of this Agreement is to establish the terms and conditions, according to which [bedrijf 3] shall provide specialized engineering services to identify and implement new engineering solutions ('Solutions') to enable the Integration of the different subject matters of the Main Contract and the execution of the Project in better economic and technical conditions ('Services'), such Services consisting of the following, namely:
a. strategic macro planning of the activities that will be developed;
b. studies and methodologies that provide solutions that lead to Project cost savings; and
c. studies and methodologies that provide solutions that guarantee the agreed deadlines and contractual milestones.’ [54]
Verder is in het contract opgenomen dat [bedrijf 4] als tegenprestatie een geldbedrag van $ 2.050.000,- zal betalen aan [bedrijf 3] , nadat [bedrijf 4] de betaling heeft gecertificeerd in een zogenoemde ‘
Acceptance Letter’. Een dergelijke brief of enige correspondentie hierover is niet aangetroffen. [55]
BC-contract [bedrijf 3] x [bedrijf 6] 2012
In de fysiek in beslag genomen stukken is een ‘
engineering services agreement’ aangetroffen. Het contract is gesloten tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. (hierna: [bedrijf 6] ). Het contract is gedateerd 17 december 2012. Het contract is namens [bedrijf 3] ondertekend door [verdachte] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. In het contract staat dat [bedrijf 3] een contactsom van $ 1.757.000,- zal betalen aan [bedrijf 6] . In ruil daarvoor zal [bedrijf 6] werkzaamheden verrichten, te weten exact dezelfde werkzaamheden als hiervoor onder A tot en met C genoemd, aangevuld met:
‘d) analysis the final issued designs, to compare them with the basic designs and submit solutions that may help reduce costs and construction time, maintaining the quality of the work;
e) technical advice for implementation of the [locatie] , in [plaats] [56]
[bedrijf 3] : correspondentie contracten 2012
E-mailverkeer over deze contracten rondom de contractdata (13 november 2012 en 17 december 2012) is niet aangetroffen. [57]
[naam 14] heeft namens [bedrijf 3] in een e-mail van 14 november 2013 door [verdachte] getekende versies van beide hiervoor genoemde contracten gestuurd naar [naam 1] , en in kopie naar [naam 10] en ‘ [bijnaam 3] ’. In de e-mail vroeg [naam 14] waar zij de originele contracten naartoe mocht sturen om te laten ondertekenen. [58] In een e-mail van 15 november 2013 heeft [naam 1] gereageerd dat het AB-contract naar een contactpersoon van [bedrijf 7] [bedrijf 5] mocht worden gestuurd en het BC-contract naar hemzelf. [59]
[naam 10] heeft op 4 november 2013 de definitieve versie van het BC-contract (gedateerd 17 december 2012) naar [naam 14] gemaild. In de bijlage van deze e-mail zat een Word-versie van het BC-contract. In deze versie van het contract staat een contractsom van $ 1.958.000,- vermeld. Volgens de bestandseigenschappen is het Word-document gemaakt en laatst gewijzigd op 4 november 2013. [60]
[naam 1] heeft op 26 november 2013 een Word-versie van het BC-contract naar [bedrijf 3] gemaild. In de e-mail schreef [naam 1] dat de contractsom was gewijzigd van $ 1.958.000,- naar $ 1.757.000,- en dat eerder - verwijzend naar de e-mail verzonden door [naam 1] op 4 november 2013 - het contract met de verkeerde contactsom naar hem was verzonden. Een dag later stuurde [naam 14] namens [bedrijf 3] een scan van het getekende BC-contract van 17 december 2012 naar [naam 1] . In de e-mail is vermeld dat de contractsom $ 1.757.000,- bedroeg. [61] Volgens de bestandseigenschappen van het Word-document dat [naam 1] op 26 november 2013 naar [naam 14] / [bedrijf 3] heeft gestuurd, is het document op 5 november 2013 voor het laatst gewijzigd. [62]
[bedrijf 3] : factuur en geldstromen 2012
Op 5 december 2013 heeft [bedrijf 3] op haar ING-rekening [rekeningnummer 1] een geldbedrag ontvangen van $ 1.839.875,-. In de omschrijving staat ‘
invoice [factuurnummer 9]’. Bij het fysieke bankafschrift van de ontvangen $ 1.839.875,- is een factuur getiteld ‘
inv
oice [factuurnummer 9]’ gevoegd, gedateerd 25 november 2013. In de factuur wordt verwezen naar de overeengekomen contactsom van $ 2.050.000,-; de factuursom is na aftrek van verschillende belastingen gesteld op $ 1.839.875,-. Ook wordt in de factuur verwezen naar het contract van 13 november 2012. [63]
Op dezelfde dag - 5 december 2013 - heeft [bedrijf 3] aan [bedrijf 6] een bedrag van $ 3.600.000,- overgemaakt, onder meer gegrond op een factuur (
invoice [factuurnummer 10] / [bedrijf 3] / [factuurnummer 10]) ter hoogte van $ 1.757.000,-. [64] Het verschil tussen het ontvangen en het op de factuur vermelde bedrag ($ 82.975,-) is gelijk aan 4,5% van $ 1.839.875,-.
4.4.1.3.1.2 [bedrijf 3] : contracten 2013
De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten:
  • een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] en [bedrijf 3] d.d. 22 januari 2013 met contractnummer [contractnummer 2] , en;
  • een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 4 februari 2013.
AB-contract [bedrijf 7] [bedrijf 5] x [bedrijf 3] 2013
In de hiervoor genoemde e-mail van 17 juni 2014 afkomstig van [naam 14] aan [naam 16] is ook een AB-contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] (hierna [bedrijf 7] [bedrijf 5] ) en [bedrijf 3] bijgevoegd, gedateerd 22 januari 2013 en genummerd [contractnummer 7] . Het betreft een ‘
engineering services agreement’ ten aanzien van hetzelfde project in [bedrijf 5] , namelijk de ‘
[bedrijf 23]’. Het contract is namens [bedrijf 3] ondertekend door [verdachte] . Op de overeenkomst is Angolees recht van toepassing verklaard. Op grond van het contract zal [bedrijf 4] een geldbedrag van
$ 2.150.000,- aan [bedrijf 3] betalen. In ruil daarvoor zal [bedrijf 3] de volgende werkzaamheden verrichten:

1. The scope of this Agreement is to establish the terms and conditions, according to which UKAM shall provide specialized engineering services to identify and implement engineering solutions (‘Solutions’) to enable the structural safety guarantee of the Left Abutment (Shoulder) of the [bedrijf 23] . (‘Services’), such Services
consisting of the following, namely:
a.
a) Performance of new technical studies and structural calculations for the new concept of the project design; and
b) review of the civil work's method statements, planning and scheduling metodology.’ [65]
BC-contract [bedrijf 3] x [bedrijf 6] 2013
Daarnaast is een ‘
engineering services agreement’ gedateerd 4 februari 2013 tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] aangetroffen. Het contract is namens [bedrijf 3] ondertekend door [verdachte] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. [bedrijf 6] wordt door [bedrijf 3] ingehuurd voor het uitvoeren van ‘
services in the fields of engineering, design, technology and contract management in connection with large overseas construction contracts’. [bedrijf 3] betaalt daarvoor een vergoeding van $ 2.053.000,- aan [bedrijf 6] , die op haar beurt de volgende werkzaamheden zal verrichten:

2.1. [bedrijf 6] agrees to render specialized engineering services to [bedrijf 3] to support the latter in Identifying engineering solutions aiming at the structural safety guarantee of the Left Abutment of the Dam of the [bedrijf 23] Central 2, located in the [locatie] of [bedrijf 5] in better economic and technical conditions (‘Services’), consisting of the following:
a.
a) performance of new technical studies and structural calculations for the new concept of the project design; and
b) review of the civil work's method statements, planning and scheduling methodology.’ [66]
[bedrijf 3] : correspondentie contracten 2013
[naam 10] heeft op 4 november 2013 de definitieve versie van het BC-contract (gedateerd 4 februari 2013) naar [naam 14] gemaild. In de bijlage van deze e-mail is een Word-versie van het BC-contract opgenomen. In deze versie van het contract staat een contractsom van $ 2.053.000,- vermeld. Volgens de bestandseigenschappen is het Word-document gemaakt en voor het laatst gewijzigd op 4 november 2013. [67]
[naam 1] heeft op 26 november 2013 een Word-versie van het BC-contract naar [bedrijf 3] gemaild. In de e-mail schreef [naam 1] dat de in het contract aangegeven contractsom van
$ 2.053.000,- verkeerd was en dat hij nu een Word-versie van het contract stuurde met een contractsom van $ 1.843.000,-. Een dag later heeft [naam 14] namens [bedrijf 3] een door [verdachte] getekende versie van het BC-contract van 4 februari 2013 gemaild naar [naam 1] . Hierbij heeft [naam 14] expliciet aangegeven dat het bijgevoegde contract een contractsom heeft van $ 1.843.000,-. [68]
[bedrijf 3] : facturen en geldstromen 2013
Op 5 december 2013 heeft [bedrijf 3] op haar ING-rekening een geldbedrag van $ 1.929.625,- ontvangen van [bedrijf 7] [bedrijf 5] . Bij de omschrijving staat ‘
invoice [factuurnummer 11] ’. Bij het fysieke bankafschrift van de ontvangen $ 1.929.625,-. is ‘
invoice [factuurnummer 11] ’gevoegd. Hierin wordt verwezen naar de overeengekomen $ 2.150.000,-. De factuursom is na aftrek van verschillende belastingen gesteld op $ 1.929.625,-. Ook wordt in de factuur verwezen naar het AB-contract gedateerd 22 januari 2012. Dit komt niet overeen met de datum vermeld in het AB-contract (22 januari 2013). [69]
Op dezelfde dag - 5 december 2013 - heeft [bedrijf 3] aan [bedrijf 6] een bedrag van $ 3.600.000,- overgemaakt, onder meer gegrond op een factuur (
invoice [factuurnummer 12] / [bedrijf 3] / [factuurnummer 12]) ter hoogte van $ 1.843.000,-. [70] Het verschil tussen het ontvangen en het op de factuur vermelde bedrag ($ 86.625,-) is gelijk aan 4,49% van $ 1.929.625,-.
4.4.1.3.1.3 [bedrijf 3] contracten en factuur 2014
De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en factuur:
  • een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] en [bedrijf 3] d.d. 21 februari 2014 met contractnummer [contractnummer 3] ;
  • een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 8] Inc d.d. 28 februari 2014, en;
  • een factuur van [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 23 november 2014 met kenmerk [factuurnummer 2] .
AB-contract [bedrijf 7] x [bedrijf 3] 2014
In de fysiek in beslag genomen stukken is een brief van [bedrijf 3] aan [bedrijf 7] van 19 januari 2015 aangetroffen. Bij deze brief is een ‘
services agreement — SPM’ gevoegd, gesloten tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 3] , gedateerd 21 februari 2014 en genummerd [contractnummer 3] . Het contract ziet op herstel en verbreding van de ‘
Pan-American Road, [bedrijf 7] Section’ en ‘
the optimization of the engineering design for the Project comprising Design Studies, Construction, Financing and Maintenance of Works for the Rehabilitation and Widening of the Pan-American Road, [bedrijf 7] Section (The Project)’. Het contract is namens [bedrijf 3] ondertekend door [naam 10] . Op de overeenkomst is het recht van [bedrijf 7] van toepassing verklaard. In het contract staat beschreven dat [bedrijf 3] een vergoeding ontvangt op basis van - zakelijk weergegeven - een voorcalculatie gevolgd door een nacalculatie. In ruil daarvoor zal [bedrijf 3] de volgende werkzaamheden verrichten:

1.1 The Services to be provided by [bedrijf 3] are as follows:
a. Technical review of all Project contractual documents, in order to formulate alternatives for design and construction engineering, and for materials and equipment supply for the Project, as compared with other projects with similar features;
b. identification and assessment of engineering, construction and environmental damage risks, including the recommendations for alternative construction methods and/or appropriate mitigating measures;
c. support in the revision of the basic engineering design, on the geometric design, drainage design, pavement design, bridges design, in order to reduce costs, without prejudice to the compliance with the contractual requirements;
d. Review of the Works construction contract conditions, highlighting points that may contribute to mitigate contractual, associative and engineering risks.’ [71]
BC-contract [bedrijf 3] x [bedrijf 8] 2014
Vanaf het algemene e-mailadres van [bedrijf 3] (contact@ [bedrijf 3] ) is op 7 juni 2015 een contract verstuurd naar [naam 1] . Dit betreft een ‘
services agreement’ gedateerd 28 februari 2014 en gesloten tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 8] . Het contract is namens [bedrijf 3] getekend door [naam 10] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. In het contract wordt verwezen naar het AB-contract van 21 februari 2014 dat [bedrijf 7] heeft gesloten met [bedrijf 3] . De werkzaamheden beschreven in het AB- contract zijn gelijkluidend aan de werkzaamheden vermeld in het BC-contract met [bedrijf 8] . In het contract staat beschreven dat [bedrijf 3] een vergoeding betaalt op basis van - zakelijk weergegeven - een voorcalculatie gevolgd door een nacalculatie. [72]
[bedrijf 3] : correspondentie contracten 2014
[naam 10] heeft op 4 december 2014 aan het algemene e-mailadres van [bedrijf 3] gemaild dat in het AB-contract nog een aanpassing is gedaan van een specifieke clausule, namelijk het verwijderen van clausule 2.2 waarin een maandelijkse betaling was opgenomen. In de bijlage van de e-mail is een Word-versie van het contract gevoegd, waarin de clausule niet is opgenomen. [73]
‘ [bijnaam 3] ’ – een persoon gelieerd aan [bedrijf 4] – heeft op 8 april 2015 gemaild naar het algemene e-mailadres van [bedrijf 3] . Deze e-mail is op 14 april 2015 via het algemene e-mailadres van [bedrijf 3] doorgestuurd naar [naam 14] , [naam 15] en [naam 13] . In deze e-mail wordt door ‘ [bijnaam 3] ’ medegedeeld dat de betaling op grond van het AB-contract heeft plaatsgevonden aan [bedrijf 3] . Er wordt gevraagd de ontvangst van deze betaling te bevestigen en [bedrijf 4] te informeren wanneer de betaling aan [bedrijf 8] is gedaan. Daarnaast worden met deze e-mail de volgende bijlagen meegestuurd:
In de eerste bijlage is een factuur te zien van [bedrijf 4] aan [bedrijf 3] voor een bedrag van $ 6.442.730,64. De tweede bijlage betreft een factuur van [bedrijf 8] aan [bedrijf 3] voor een bedrag van $ 6.152.800,-. [74]
[bedrijf 3] : Factuur en geldstromen 2014
Op een afschrift van de ING-rekening van [bedrijf 3] staat vermeld dat [bedrijf 3] op 9 april 2015 een geldbedrag van $ 6.442.730,63 heeft ontvangen van [bedrijf 7] . Bij de omschrijving staat ‘
invoice [factuurnummer 13] ’, gedateerd 23 november 2014. Bij het geprinte bankafschrift van de ontvangen $ 6.442.730,63 is een factuur getiteld ‘
invoice [factuurnummer 13] ’gevoegd, gedateerd 23 november 2014. Hierin wordt verwezen naar het AB-contract van 21 februari 2014 en de overeengekomen $ 6.442.730,63. [75]
Op een ander bankafschrift van [bedrijf 3] staat dat [bedrijf 3] op 14 april 2015 een geldbedrag van $ 6.152.800,- heeft overgemaakt aan [bedrijf 8] . Hierbij wordt verwezen naar ‘
invoice [factuurnummer 14] ’. [76] Het verschil tussen het ontvangen en het betaalde bedrag ($ 289.930,26) is gelijk aan 4,5% van $ 6.442.730,63.
4.4.1.3.2 [bedrijf 2] B.V.
[naam 23] , ten tijde van de ten laste gelegde feiten directeur van [bedrijf 2] , heeft verklaard dat [verdachte] hem heeft gevraagd om directeur van [bedrijf 2] te worden. Verder heeft hij verklaard dat zijn werkzaamheden concreet bestonden uit het ondertekenen van de door [verdachte] aangeboden stukken en dat hij deze stukken niet las. Ook heeft [naam 23] verklaard dat hij nooit namens [bedrijf 2] heeft onderhandeld of contact heeft gehad over de contracten die [bedrijf 2] met derden sloot. Volgens [naam 23] was [verdachte] de grote baas van [bedrijf 2] en stuurde hij de dagelijkse werkzaamheden aan. [verdachte] of iemand van [bedrijf 17] (de persoonlijke holding van [verdachte] ) waren volgens [naam 23] verantwoordelijk voor het betalingsverkeer van [bedrijf 2] , aldus [naam 23] . [77]
Op de in beslag genomen verzamelloonstaten van [bedrijf 2] staan de volgende personen:
  • [naam 23] : van 1 september 2013 tot en met 31 december 2015, en;
  • [naam 13] : van 1 september 2013 tot en met 31 december 2015.
De hierna te bespreken contracten en facturen zijn opgenomen en verwerkt in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] . [79]
[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat [bedrijf 2] eenzelfde soort onderneming was als [bedrijf 3] . [bedrijf 4] was de enige opdrachtgever van [bedrijf 2] , dezelfde personen waren betrokken bij [bedrijf 2] en [bedrijf 3] en de aansturing van de vennootschap was gelijk aan die van [bedrijf 3] , aldus [verdachte] . [80]
4.4.1.3.2.1 [bedrijf 2] : contracten en factuur 2012
De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en factuur:
  • een contract tussen [bedrijf 9] LTD en [bedrijf 2] d.d. 20 februari 2012;
  • een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 5 maart 2012, en;
  • een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 9] LTD d.d. 6 december 2012 met kenmerk [factuurnummer 5] .
AB-contract [bedrijf 9] x [bedrijf 2] 2012
[naam 14] heeft op 3 december 2012 naar [naam 23] een bijlage gemaild. De bijlage bevat een Word-document betreffende het AB-contract (een
Consultancy Services Agreement) tussen [bedrijf 4] [bedrijf 9] Ltd (hierna: [bedrijf 9] ) en [bedrijf 2] gedateerd 20 februari 2012. In de e-mail vraagt [naam 14] aan [naam 23] of hij het contract kan ondertekenen en een gescande kopie terug te sturen. Volgens de bestandseigenschappen van het Word-document is deze gemaakt op 3 december 2012. [81]
In de fysiek in beslag genomen stukken zijn twee getekende exemplaren aangetroffen van het AB-contract gedateerd 20 februari 2012. De inhoud van de twee exemplaren is identiek, op een afgedrukte barcode (M1202051) en een verschil in gezette parafen na. Hierna is het exemplaar zonder barcode als uitgangspunt genomen. [82]
In het contract staat dat [bedrijf 4] S.A. (hierna: [bedrijf 7] ) bezig is met het bouwen van vier ethanol-/suikerfabrieken en bijbehorende infrastructuur in Venezuela voor [bedrijf 25] S.A. De te verrichten werkzaamheden door [bedrijf 2] zijn:

a) Technical studies evaluation for each Project, with a view to identify more efficient and economical alternatives for the construction processes;
b) Drafting of the technical aspects of the Offers and dimensioning the relevant quantities;
c) Identification and evaluation of the engineering, environmental and other risks, aswell as of the mitigating factors referring to each Offer;
d) Mapping out of the negotiation conditions and support to the negotiations with the Customer;
e) Preparation and maintenance of a data flow of strategic market information;
f) Identification of hedge mechanisms for obligations relating to possible delays in payments and in the schedule of the works under the awarded Contracts; and
g) Support to CONTRACTOR in formulating requests for clarifications and for alternative solutions of technical, contractual and other issues.’ [83]
Als compensatie voor de door [bedrijf 2] te verlenen diensten ontvangt [bedrijf 2] 1% van de contractsom die met [bedrijf 25] S.A zal worden overeengekomen. Ook is in het contract opgenomen dat [bedrijf 2] de door haar aangenomen diensten alleen mag uitbesteden aan een derde na schriftelijke goedkeuring van [bedrijf 9] . Op de overeenkomst is het recht van Engeland en Wales van toepassing verklaard. [84]
BC-contract [bedrijf 2] x [bedrijf 6] 2012
In de fysiek in beslag genomen stukken is een getekend contract aangetroffen tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] . Het betreft een ‘
commercial and engineering consultancy services agreement’en is gedateerd 5 maart 2012. Namens [bedrijf 2] is het contract getekend door [naam 23] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. In het contract staat dat [bedrijf 6] wordt ingehuurd voor het verlenen van
‘engineering services, including amongst others in connection with bid technical and commercial qualification, procurement of the required supplies and other activitiesrelated to international construction projects’. [85]
De verder te verrichten werkzaamheden waarvoor [bedrijf 6] wordt ingehuurd worden uitgebreid omschreven in het contract. De diensten die [bedrijf 2] zou leveren aan [bedrijf 9] op grond van het AB-contract (hiervoor beschreven) zijn in vergelijkbare bewoordingen integraal overgenomen als diensten die [bedrijf 6] aan [bedrijf 2] zou moeten leveren onder het BC-contract. Daarnaast zijn twee extra diensten toegevoegd (onder ‘D’ en ‘G’).
Als compensatie voor de door [bedrijf 6] te verlenen diensten zal [bedrijf 2] aan bedrag (‘
succes fee’) betalen dat gelijk is aan 0,955% van de contractsom die [bedrijf 2] is overeengekomen met [bedrijf 9] . Verder is vermeld dat de compensatie afhankelijk is van de vraag of [bedrijf 2] haar compensatie daadwerkelijk zal ontvangen van [bedrijf 9] . Zodra [bedrijf 2] de fee heeft ontvangen, zal zij [bedrijf 6] hierover informeren zodat [bedrijf 6] een factuur kan opmaken en naar [bedrijf 2] kan sturen. De uitbetaling dient vervolgens binnen tien werkdagen volgend op de datum van de factuur te geschieden. Correspondentie over een dergelijke melding door [bedrijf 2] en een daaropvolgende factuur van [bedrijf 6] is niet aangetroffen. [86]
De hiervoor genoemde schriftelijke toestemming vanuit [bedrijf 9] richting [bedrijf 2] voor het uitbesteden van de overeengekomen diensten is evenmin aangetroffen en in het verlengde daarvan is ook geen correspondentie aangetroffen waarin [bedrijf 2] met [bedrijf 9] heeft overlegd of het uitbesteden van de diensten mogelijk was. [87]
[bedrijf 2] : factuur en correspondentie AB-contract 2012
[naam 1] heeft bij e-mail van 4 december 2012 aan [naam 15] , [naam 14] , [naam 13] en [verdachte] gevraagd of een factuur (invoice) kan worden verstrekt met een waarde van $ 5.723.500,-
.[naam 15] heeft namens [bedrijf 2] op 6 december 2012 een factuur naar [naam 23] gemaild en hierbij gevraagd of [naam 23] de factuur kan tekenen en een gescande kopie terug kan sturen. De factuur is van [bedrijf 2] en gericht aan [bedrijf 9] . De factuur vermeldt dat een ‘
succes fee of 1%’ in rekening wordt gebracht, refererend aan het contract van 20 februari 2012. De succes fee bedraagt $ 5.723.500,-. De factuurdatum is 6 december 2012 en het factuurnummer is ‘INVOICE N° [factuurnummer 15] ’. Volgens de Word-bestandseigenschappen is de factuur op 6 december 2012 gemaakt door ‘a.somai’ en op diezelfde datum voor het laatst gewijzigd door [naam 15] . [88]
Op het transactieoverzicht van de USD-rekening [rekeningnummer 2] van [bedrijf 2] staat dat [bedrijf 2] op 13 december 2012 een geldbedrag van $ 5.723.500,- heeft ontvangen. [89] Er is geen correspondentie aangetroffen tussen [bedrijf 9] en [bedrijf 2] over de onderbouwing van de ‘
1% succes fee’ en de wijze waarop [bedrijf 9] het bijbehorende geldbedrag heeft berekend. [90]
[bedrijf 2] : factuur en correspondentie BC-contract 2012
In een e-mail van 14 december 2012 aan [naam 15] , [naam 14] , [naam 13] en [verdachte] schreef [naam 1] dat de bijlagen het subcontract en de factuur met betrekking tot het project in Venezuela bevatten. Daarnaast verzocht [naam 1] om hem te informeren wanneer de betaling had plaatsgevonden. Met de e-mail zijn de volgende bijlagen verstuurd:
Zowel het contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] als de genoemde factuur (invoice) betreffen Word-documenten die volgens de bestandseigenschappen zijn gemaakt op 14 december 2012. [92]
Op 16 december 2012 stuurde [verdachte] de e-mail van [naam 1] van 14 december 2012 door aan [naam 16] met de vraag: ‘Ok?’. In de daaropvolgende reactie van [naam 16] heeft hij in een eerste e-mail gewezen op enkele ‘tupo’s’ (de rechtbank begrijpt: ‘typo’s’, oftewel typefouten). In een direct daaropvolgende e-mail heeft [naam 16] gevraagd: ‘Overigens: wie of wat is [bedrijf 2] BV ?’. Hierna heeft [naam 14] op verzoek van [verdachte] het KvK-uittreksel van [bedrijf 2] naar [naam 16] gestuurd. [93]
[naam 15] heeft namens [bedrijf 2] op 21 december 2012 gereageerd op de hiervoor besproken e-mail van [naam 1] van 14 december 2012. Hierin schrijft [naam 15] dat de betaling is verricht. Als bijlage stuurt [naam 15] een betalingsoverzicht van de ING-Bank met betrekking tot een bedrag van $ 5.465.942,50. Het bedrag is op 21 december 2012 overgemaakt door [bedrijf 2] aan [bedrijf 6] met factuurnummer ‘2012/ [bedrijf 2] /001’. [94] Op het transactieoverzicht van de USD-rekening [rekeningnummer 2] van [bedrijf 2] staat dat [bedrijf 2] op 21 december 2012 een geldbedrag van $ 5.465.942,50 heeft overgemaakt aan [bedrijf 6] . [95] Het verschil tussen het ontvangen en het betaalde bedrag ($ 257.557,50) is gelijk aan 4,5% van $ 5.723.500,-. [96]
4.4.1.3.2.2 [bedrijf 2] : contracten 2013
De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en facturen:
  • een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [bedrijf 2] d.d. 18 juni 2013 met contractnummer [contractnummer 5] ;
  • een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] S.A. d.d. 1 juli 2013;
  • een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 15 augustus 2013 met kenmerk [factuurnummer 6] , en;
  • een factuur van [bedrijf 12] S.A. aan [bedrijf 2] d.d. 27 augustus 2013 met kenmerk [factuurnummer 7] .
AB-contract [bedrijf 7] en [bedrijf 2] 2013
‘ [bijnaam 3] ’ heeft op 29 augustus 2013 aan [naam 14] en [naam 1] een bijlage gemaild met daarin een document getiteld ‘
[bestandsnaam 5]’. Het contract is gesloten tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] met als contractdatum 18 juni 2013. Namens [bedrijf 2] is het contract getekend door [naam 23] . Namens [bedrijf 7] is niet getekend. Op de overeenkomst is Panamees recht van toepassing verklaard. [97] Bij de fysiek in beslag genomen stukken is een ook namens [bedrijf 7] getekende versie aangetroffen, echter met enkele tekstuele verschillen en een afwijkende lay-out. Over de verschillen in de contracten is geen correspondentie tussen partijen aangetroffen. De volledig getekende versie wordt hierna als uitgangspunt genomen. [98]
Het subcontract ziet – zakelijk gezegd – op consultancy, diensten en technische ondersteuning tussen de aannemer [bedrijf 7] en de onderaannemer [bedrijf 2] . [bedrijf 7] is een contract aangegaan om, kortweg, het masterplan voor de reorganisatie van [bedrijf 7] -Stad te ontwikkelen. [bedrijf 2] is volgens het contract een bedrijf dat adviseurs levert die zijn gespecialiseerd in constructies en dat wordt ingehuurd om diensten te verlenen betreffende het technische toezicht op de bouwkundige werken van ‘
The Road Interconnection Maritime Viaduct’. [bedrijf 2] zal volgens het contract de volgende werkzaamheden uitvoeren:
‘1. For carrying out the works that constitute the Object of this Subcontract, the SUBCONTRACTOR agrees to provide consulting services and technical advice related to the construction of the longitudinal girders, beams and slab sleepers for the WORKS, including review of all technical documentation related to planning services, construction methods, formwork, concrete and other consulting services necessary to ensure that the execution of the work of such structures meet the applicable international technical standards and technical specifications provided by the MOP35, in order to achieve full compliance with the MAIN CONTRACT.’ [99]
In het contract staat verder dat de contractsom $ 2.000.000,- is en zal worden betaald via een vast maandelijks bedrag van $ 250.000,-. De betaling zal plaatsvinden binnen dertig dagen nadat een factuur door de onderaannemer ( [bedrijf 2] ) is gepresenteerd. [100]
BC-contract [bedrijf 2] x [bedrijf 12] 2013
In de hiervoor beschreven e-mail van 29 augustus 2013 van ‘ [bijnaam 3] ’ is in de bijlage ook een ‘
engineering technical services agreement’ aangetroffen. Dit contract is gesloten tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] S.A. (hierna: [bedrijf 12] ) en gedateerd 1 juli 2013. Het contract is namens [bedrijf 2] getekend door [naam 23] . In het contract wordt verwezen naar het tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] gesloten contract van 18 juni 2013. Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. Verder is vermeld dat [bedrijf 2] [bedrijf 12] wil inhuren vanwege:
‘engineering services, including without limitation in connection with the review of drawings and other technical documents, as well as in supporting the preparation of offers for contracts and the development and execution thereof, all within the scope of international construction projects.’ [101]
De omschrijving van de diensten is vrijwel gelijk aan de beschrijving in het hiervoor besproken contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 18 juni 2013. Verder staat in het contract dat de vergoeding een totaalbedrag van $ 1.846.600,- bedraagt, te betalen in acht maandelijkse termijnen van $ 230.825,-. [102]
[bedrijf 2] : correspondentie contracten 2013
[naam 1] heeft op 22 augustus 2013 een Word-versie van het contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] gemaild naar het algemene e-mailadres van [bedrijf 2] . Volgens de bestandseigenschappen van het Word-document is dit gemaakt op 19 augustus 2013 en het laatst gewijzigd op 20 augustus 2013. [103] Voorgaande e-mail heeft [naam 15] op 22 augustus 2013 doorgestuurd naar [naam 23] met het verzoek het contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] te tekenen en hiervan een gescande kopie via de mail terug te sturen. [104]
In de al eerder besproken e-mail van 29 augustus 2013 van ‘ [bijnaam 3] ’ - waarbij de hiervoor besproken AB- en BC-contracten en de hierna te bespreken facturen zijn verstuurd - heeft ‘ [bijnaam 3] ’ het volgende geschreven:
‘Since you have collected the amount of USD 250,000.00 according to the attached main contract ( [bedrijf 7] x [bedrijf 2] ), invoice and swfit, we kindly remind you that the invoice [bedrijf 12] x [bedrijf 2] above mentioned and also attached, should be paid at your earliest convenience (See sub-contract [bedrijf 2] x [bedrijf 12] attached)
Please, send us a copy of the payment bank Instruction.’ [105]
[bedrijf 2] : geldstromen 2013
Op het transactieoverzicht van de USD-rekening [rekeningnummer 2] van [bedrijf 2] met betrekking tot het jaar 2013 is te zien dat op 29 augustus 2013 een bedrag van $ 250.000,- is ontvangen, afkomstig van [bedrijf 7] op grond van factuur met het nummer 2013 004. [106] In de hiervoor beschreven e-mail van 29 augustus 2013 heeft ‘ [bijnaam 3] ’ deze factuur als bijlage meegezonden. De factuur is gedateerd 15 augustus 2013 en vermeldt het volgende:

We hereby charge you, according to services rendered under our subcontract [contractnummer 5] dated June 18, 2013, for Technical Monitoring related to the Medium and Superstructure of the Maritime Viaduct of Cinta Costera Ill Project referred Measurement Bulletin 01- Month June 2013’. [107]
De ‘
Measurement Bulletin 01- Month June 2013’ waaraan in de factuur wordt gerefereerd, is noch in de digitale noch in de fysiek in beslag genomen stukken aangetroffen. [108]
Op het transactieoverzicht van de USD-rekening van [bedrijf 2] over het jaar 2013 is tevens te zien dat op 30 augustus 2013 een betaling van [bedrijf 2] aan [bedrijf 12] plaatsvindt voor een bedrag van $ 230.825,- met als omschrijving [factuurnummer 7] . [109] In de hiervoor beschreven e-mail van 29 augustus 2013 afkomstig van ‘ [bijnaam 3] ’ is een factuur met de omschrijving [factuurnummer 7] aangetroffen, gedateerd 27 augustus 2013. Op de factuur wordt verwezen naar het contract van 1 juli 2013. [110]
Over heel 2013 heeft [bedrijf 2] op verschillende data vijf termijnbedragen van $ 250.000,- ontvangen van [bedrijf 7] op grond van het AB-contract. Daarmee samenhangend hebben in 2013 vijf betalingen van $ 230.825,- per keer door [bedrijf 2] aan [bedrijf 12] plaatsgevonden op grond van het BC-contract. In totaal heeft [bedrijf 2] in 2013 $ 1.250.000,- ontvangen en $ 1.154.125,- betaald. Het verschil dat [bedrijf 2] heeft overgehouden bedraagt $ 95.875,-, gelijk aan 7,67 % van $ 1.250.000,-. Er is ook een contract aangetroffen tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 26] . Op grond van dit contract heeft [bedrijf 2] vijf termijnbetalingen van elk $ 8.300,- verricht voor door [bedrijf 26] geleverde diensten, neerkomend op een totaal van $ 41.500,-. Na aftrek van dit bedrag komt het bij [bedrijf 2] achtergebleven bedrag op $ 54.375,-. Dit is 4,35 % van $ 1.250.000,-. [111]
4.4.1.3.2.3 [bedrijf 2] : contracten 2014
De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en facturen:
  • een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [bedrijf 2] d.d. 17 februari 2014 met contractnummer [contractnummer 6] ;
  • een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] S.A. d.d. 24 februari 2014;
  • een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 15 april 2014 met kenmerk [factuurnummer 16] , en;
  • een factuur van [bedrijf 13] S.A aan [bedrijf 2] d.d. 6 mei 2014 met kenmerk [factuurnummer 8] .
AB contract [bedrijf 7] x [bedrijf 2] 2014
In de fysiek in beslag genomen stukken is het contract ‘
[contractnummer 6]’ aangetroffen. Het contract is gesloten tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] . In de aanhef van het contract wordt verwezen naar het hiervoor besproken AB-contract van 18 augustus 2012. Dit contract is door een aanvullend contract (Addendum nr.1) gewijzigd en is integraal onderdeel geworden van het eerdere AB-contract. Het aanvullende contract heeft als contractdatum 17 februari 2014 en is volgens het contract in tweevoud opgemaakt in [bedrijf 7] -Stad. Namens [bedrijf 2] is het contract ondertekend door [naam 23] . Het doel van het aanvullende contract is als volgt omschreven:

• To include additional services not covered by the object of the Subcontract.
• To extend the term of the Subcontract.
• To increase the value of the Subcontract.
• To modify the form of measurement and payment.’ [112]
Daarnaast zijn verschillende teksten van het oorspronkelijke contract aangepast. Zo luiden de beschreven werkzaamheden nu als volgt:

To provide the following services:
■ Technical follow-up of the construction related to the works of the mesa and superstructure of the Maritime Viaduct for the Road Interconnection.
■ Post Construction technical follow-up of the structures of the Marine Viaduct for the Road Interconnection.’ [113]
De termijn voor het verrichten van de werkzaamheden is aangepast naar 44 maanden na ondertekening van het contract. Ook de totale waarde van het contract is aangepast van $ 2.500.000,- naar $ 8.130.588,23. De maandelijks te betalen vergoeding is aangepast en in plaats van de eerder overeengekomen $ 250.000,- is het een maandelijks te betalen bedrag $ 2.000.000,- geworden. Daaraan is toegevoegd dat de betalingen vanwege de ‘
technical follow-up’ (hiervoor beschreven) zullen bestaan uit een vastgestelde prijs van € 555.000,- te betalen per kwartaal. De waarde van Addendum nr.1 wordt hiermee in het contract vastgesteld op € 6.600.000,-. Betaling zal plaatsvinden binnen dertig dagen nadat door [bedrijf 2] een factuur is opgemaakt en nadat een ‘
measurement’ is verricht die ook is goedgekeurd. [114]
BC-contract [bedrijf 2] x [bedrijf 13] SA
[naam 1] heeft op 19 mei 2014 in een bijlage een Word-document gemaild met daarin een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] SA (hierna: [bedrijf 13] ). Het contract is getiteld ‘
engineering services agreement’. Het contract is niet gedateerd. Volgens de bestandseigenschappen van het Word-document is het gemaakt op 6 mei 2014 door ‘ [naam 24] ’ en ook op die datum het laatst gewijzigd door ‘ [alias 1] ’. [115]
In de fysiek in beslag genomen stukken is een door beide partijen getekende versie van de ‘
engineering services agreement’ tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] aangetroffen. Als contractdatum is 24 februari 2014 vermeld. Namens [bedrijf 2] is het contract getekend door [naam 23] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. In het contract wordt gerefereerd aan het door [bedrijf 2] op 17 februari 2014 aangegane Addendum nr.1 met [bedrijf 7] . In het contract staat dat [bedrijf 2] [bedrijf 13] wil inhuren vanwege diens expertise in het verlenen van:
‘(...) specialized engineering services, including, without limitation, in connection with the preparation of as built drawings and other technical documents, as well as to the provision of services related to post construction monitoring of the structures already built and technical support for the bridge maintenance works [116]
De te verrichten werkzaamheden door [bedrijf 13] , zijn als volgt:

2.1. [bedrijf 13] agrees to provide to [bedrijf 2] specialized technical services related to the technical monitoring of the infrastructure and superstructure Works of the Coastal Belt Maritime Bridge and post construction technical monitoring of the structures built including reports providing technical support to the maintenance works of the Main Contractor.’
De werkzaamheden die [bedrijf 2] vier dagen eerder was overeengekomen in het AB-contract met [bedrijf 7] zijn overgenomen in het BC-contract met [bedrijf 13] . [bedrijf 2] dient op grond van het contract een totaalbedrag van € 6.153.600,-, te betalen in twaalf driemaandelijkse termijnen van € 512.800,-. [117]
[bedrijf 2] : correspondentie contracten 2014
Van het AB-contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] is een gedeeltelijke, door [naam 23] getekende versie aangetroffen in een e-mail van 14 april 2014. Deze e-mail is gericht aan [naam 1] en verstuurd door [naam 14] namens [bedrijf 2] . In de e-mail vroeg [naam 14] waar het contract naar toe moest worden gestuurd voor het laten ondertekenen door de wederpartij. [118]
In de hiervoor aangehaalde e-mail van 19 mei 2014 verzonden door [naam 1] is het BC-contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] van 24 februari 2014 als bijlage meegezonden. [naam 1] schreef in de e-mail dat hij ook de betalingsbevestiging voor de betaling van € 555.000,- van [bedrijf 7] aan [bedrijf 2] en de eerste factuur van [bedrijf 13] aan [bedrijf 2] had meegezonden. Zowel de betalingsbevestiging als de factuur zijn als bijlagen verstuurd in dezelfde e-mail. Ook schreef [naam 1] : ‘
Please, let us know when payment is done’. [119]
[naam 15] heeft namens [bedrijf 2] op 28 juli 2014 een getekende versie van het contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] gemaild naar [naam 10] . [naam 15] schreef hierbij:
As requested, please find herewith kindly attached the executed Engineering Services Agreement between [bedrijf 2] and [bedrijf 13] dated 24.02.2014.’ [120] Dit contract komt overeen met de versie die bij de fysiek in beslag genomen stukken is aangetroffen, gelet op de parafen en handtekeningen die op het contract staan. [121]
[bedrijf 2] : facturen en geldstromen 2014
Op het transactieoverzicht van de USD rekening [rekeningnummer 3] van [bedrijf 2] , de in fysiek in beslag genomen ING-afschriften van diezelfde USD rekening en een transactieoverzicht van de EUR rekening [rekeningnummer 4] van [bedrijf 2] is te zien dat [bedrijf 2] in 2014 vier termijnenbedragen van elk € 550.000,- heeft ontvangen. [bedrijf 2] heeft aan [bedrijf 13] vier betalingen van € 512.800,- per keer verricht. [122]
Achter afschrift nummer 15 van de ING-bank op naam van [bedrijf 2] is een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 7] aangetroffen gedateerd 15 april 2014 voor een bedrag van € 550.000,-. Het bedrag is door [bedrijf 2] ontvangen op 23 april 2014. Achter ING-afschrift nummer 18 van een bankrekening op naam van [bedrijf 2] is een factuur van [bedrijf 13] aan [bedrijf 2] aangetroffen gedateerd 6 mei 2014 voor een bedrag van € 512.800,-. Het bedrag is door [bedrijf 2] betaald op 21 mei 2025. [123]
Het verschil tussen de door [bedrijf 4] aan [bedrijf 2] betaalde bedragen en de door [bedrijf 2] aan [bedrijf 13] betaalde bedragen over het jaar 2014 bedraagt in totaal € 168.800,-. Na aftrek van de betalingen aan [bedrijf 26] , voor een totaalbedrag van $ 91.300,-, komt het uiteindelijke bedrag dat [bedrijf 2] heeft overgehouden op $ 77.500,-. [124]
4.4.1.3.3 [medeverdachte bedrijf] B.V.
4.4.1.3.3.1 [medeverdachte bedrijf] : contracten en factuur 2012
De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en factuur:
  • een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 8] Inc. d.d. 14 juni 2012;
  • een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 9] LTD d.d. 5 juli 2012, en;
  • een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 9] LTD d.d. 16 december 2013 met kenmerk [factuurnummer 3] .
BC-contract [bedrijf 8] x [medeverdachte bedrijf] 2012
In de fysiek in beslag genomen stukken is een agentovereenkomst aangetroffen tussen [medeverdachte bedrijf] als ‘
agent’ en [bedrijf 8] als ‘
principal’. Het contract is gedateerd 14 juni 2012 en namens [medeverdachte bedrijf] ondertekend door [medeverdachte] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. Het contract vermeldt dat [medeverdachte bedrijf] ten behoeve en voor risico van [bedrijf 8] doch handelende uit eigen naam een overeenkomst zal aangaan met [bedrijf 9] voor de aankoop van apparatuur, wat als volgt is omschreven:

1.Acting for the account and risk of The Principal as aforesaid, The Agent will enter into the aforementioned agreement with [bedrijf 9] in order to observe the list of suppliers and equipment required by [bedrijf 9] , to support in the identification of manufacturers and suppliers of the equipment as well as to verify, among others, commercial conditions and financing schemes, to plan the logistics on the mobilization of the equipment, as well as any other services detailed in the agreement.’ [125]
Als vergoeding zal [medeverdachte bedrijf] een commissie van 4% in rekening brengen, gebaseerd op het geldbedrag dat wordt gefactureerd aan [bedrijf 9] . Deze commissie zal vervolgens in mindering gebracht worden op het geldbedrag dat in rekening wordt gebracht door [bedrijf 8] . [126]
Het contract was aangehecht aan een geprinte e-mail van 31 januari 2014, verzonden door [naam 1] aan [medeverdachte bedrijf] en ‘ [bijnaam 3] ’. Naast het contract was ook een factuur (invoice [factuurnummer 17] ) van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 9] voor een bedrag van $ 9.511.707,06 gehecht aan de geprinte e-mail. [127]
BA-contract [bedrijf 9] X [medeverdachte bedrijf] 2012
In de fysiek in beslag genomen stukken is een contract tussen [bedrijf 9] en [medeverdachte bedrijf] aangetroffen. Het contract is gedateerd 5 juli 2012. Het contract is namens [medeverdachte bedrijf] getekend door [medeverdachte] . Op de overeenkomst is het recht van Engeland en Wales van toepassing verklaard. De uit hoofde van het contract te verlenen diensten door [medeverdachte bedrijf] bestaan – zakelijk gezegd – uit de internationale inkoop van de apparatuur neergelegd in een nader omschreven lijst volgens de specificaties die zijn opgesteld door [bedrijf 9] . Die diensten omvatten onder meer het identificeren van bepaalde aanbieders van de gezochte apparatuur met bijbehorende leverings- en commerciële voorwaarden en [bedrijf 9] ondersteunen bij onderhandelingen met producten of aanbieders van de apparatuur. Als vergoeding krijgt [medeverdachte bedrijf] van 4% van de aanschafwaarde van de apparatuur en materialen. [128]
[medeverdachte bedrijf] : correspondentie contracten 2012
‘ [bijnaam 3] ’ heeft op 28 januari 2014 een e-mail verzonden naar een algemeen e-mailadres van [medeverdachte bedrijf] en in kopie aan [naam 1] en [naam 10] . In de e-mail schreef ‘ [bijnaam 3] ’ dat een kopie van de Swift-betalingsbevestiging is bijgevoegd met betrekking tot de betaling van een bedrag van $ 9.511.707,06 van [bedrijf 9] aan [medeverdachte bedrijf] op grond van de ‘
equipment procurement agreement’. Verder verzocht ‘ [bijnaam 3] ’ [medeverdachte bedrijf] om - nadat [medeverdachte bedrijf] het geldbedrag heeft ontvangen - de betaling te regelen voor een bedrag van $ 9.131.238,77 met betrekking tot de tevens bijgesloten factuur (invoice) ‘ [bedrijf 8] x [medeverdachte bedrijf] [factuurnummer 18] ’ op grond van het subcontract. Tot slot verzocht ‘ [bijnaam 3] ’ in de mail om een kopie van de Swift-betalingsbevestiging nadat de betaling zou zijn verricht. Met de e-mail zijn de volgende bijlagen verstuurd:
  • ‘ [bestandsnaam 6] met Invoice date 10-12-2013’,en
    ;
  • ‘ [bestandsnaam 7] .’
Dit betreffen de factuur van [bedrijf 8] aan [medeverdachte bedrijf] en de Swift-overboeking van [bedrijf 9] aan [medeverdachte bedrijf] . [129]
[naam 15] heeft namens [medeverdachte bedrijf] op 31 januari 2014 gereageerd op de e-mail van ‘ [bijnaam 3] ’. [naam 15] schreef dat ‘vandaag’ (31 januari 2014) een geldbedrag van $ 2.131.238,77 was overgemaakt naar [bedrijf 8] . In de bijlage is een betalingsoverzicht opgenomen van een overboeking van dit geldbedrag van de ING-rekening [rekeningnummer 6] ten name van [medeverdachte bedrijf] naar bankrekening [rekeningnummer 5] bij de (vestiging in Antigua van de Oostenrijkse) Meinl Bank met als begunstigde [bedrijf 8] . Daarnaast heeft [naam 15] geschreven dat $ 3.000.000,- door de moedermaatschappij van [medeverdachte bedrijf] zal worden betaald en de resterende $ 4.000.000,- door [medeverdachte bedrijf] via ‘hun Oostenrijkse bank’ zal worden betaald. [130]
In een daaropvolgende e-mail heeft [naam 1] aangegeven dat [medeverdachte bedrijf] niet gebruik moest maken van [bank] voor de betaling van het geldbedrag van $ 4.000.000,-, omdat [bank] voor problemen kon zorgen. In een daaropvolgende e-mail heeft [naam 15] geschreven dat de betaling van het geldbedrag enkel vandaag kon plaatsvinden via [bank] of anders later in de week via een andere bank. Hierop heeft [naam 1] gereageerd dat een week later geen probleem was en dat [bank] niet de goede route is voor betalingen aan [bedrijf 8] . Hierop heeft [verdachte] via een e-mail gereageerd met de opmerking dat [bedrijf 8] eerder was betaald via een bankrekeningnummer van [bank] . In reactie hierop heeft [naam 1] geschreven dat het probleem was dat [bank] de Meinl Bank haat en erg streng is in de compliance. [naam 1] heeft [verdachte] bericht als volgt:

Dear [naam 13] ,
When we did the payment to [bedrijf 8] last year, we had a main transaction being carried on, which was the aperture of a letter of credit for Chinese steal imports. That's the reason why they accepted your command. Now they will investigate everything which will take a long time for attending the required compliance. I propose the following:
1. From the USD 4 MM, please arrange the way to repay the balance of the loan disbursed in our favor by [bedrijf 3] , by the amount of USD 682,744.93. This could be done by means of an Instruction to be Issued by [bedrijf 8] to PW requesting the latter to pay by its account and order to [bedrijf 3] . an internal fee charge from [bedrijf 3] against PW, or any other way you find.
2. The balance of US$ 3,317,255 you would ask [bank] to send back to [medeverdachte bedrijf] . And, would pay to [bedrijf 8] in arrears. Let me know your thoughts about this proposition.’ [131]
Hierop heeft [verdachte] via een e-mail van 5 februari 2014 gereageerd dat hij de
$ 4.000.000,- zou overmaken via de ING-rekening (de rechtbank begrijpt: van [medeverdachte bedrijf] ). Hierna heeft [verdachte] een e-mail naar [naam 15] gestuurd met de opdracht om $ 4.100.000,- over te maken naar ‘ [medeverdachte bedrijf] ing’. [132] [verdachte] was tekenbevoegd ten aanzien van de bankrekeningnummer [rekeningnummer 7] ten name van [medeverdachte bedrijf] . [133]
[medeverdachte bedrijf] : factuur en geldstromen 2012
Hiervoor is al aangehaald dat aan de geprinte e-mail van [naam 1] van 31 januari 2014 onder meer de factuur (invoice [factuurnummer 17] ) van 16 december 2013 was gehecht. De factuur ziet op een bedrag van $ 9.511.707,06 dat [bedrijf 9] aan [medeverdachte bedrijf] op bankrekeningnummer [rekeningnummer 7] diende te betalen. Op de bankrekening met nummer [rekeningnummer 7] ten name van [medeverdachte bedrijf] zijn de volgende transacties zichtbaar:
  • op 28 januari 2014 een bijschrijving van ruim $ 9.500.000,- van [bedrijf 4] ;
  • op 3 maart 2014 een afschrijving van $ 4.000.000,- naar [medeverdachte bedrijf] BW (via [bank] );
  • op 3 maart 2014 een afschrijving van $ 3.000.000,- naar het moederbedrijf ( [bedrijf 27] ), dezelfde dag overgeboekt naar [bedrijf 8] ;
  • op 3 maart 2014 een afschrijving van ruim $ 2.100.000,- naar [bedrijf 8] ;
  • op 7 maart 2014 een bijschrijving van ruim $ 4.000.000,- van [bank] , en;
  • op 10 maart 2014 een afschrijving van $ 4.000.000,- naar [bedrijf 8] .
4.4.1.3.3.2 [medeverdachte bedrijf] : contracten en factuur 2013
De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en facturen:
  • een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] S.A. d.d. 17 juni 2013;
  • een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [medeverdachte bedrijf] d.d. 1 juli 2013 met contractnummer [contractnummer 4] , en;
  • een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 4] S.A. d.d. 16 oktober 2014 met kenmerk [factuurnummer 4] .
BC-contract [bedrijf 10] x [medeverdachte bedrijf] 2013
[naam 14] heeft op 3 juni 2014 een bijlage getiteld ‘
agency agreement’ tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] S.A. (hierna: [bedrijf 10] ) gemaild aan [naam 16] . Het contract is gedateerd 17 juni 2013 en namens [medeverdachte bedrijf] ondertekend door [medeverdachte] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. In het contract staat dat [medeverdachte bedrijf] ten behoeve en voor risico van [bedrijf 10] doch handelende uit eigen naam een overeenkomst zal aangaan met [bedrijf 7] (hierna: [bedrijf 7] SA) voor de aankoop van apparatuur ten behoeve van Tocumen Airport. [medeverdachte bedrijf] ontvangt als commissie - zakelijk gezegd - 4% van de bijbehorende factuur tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 7] SA. De overeengekomen afspraken staan vermeld onder acht verschillende punten, waarbij het volgende staat vermeld onder punt 1:

Acting for the account and risk of The Principal as aforesaid, The Agent will enter into the aforementioned agreement with [bedrijf 7] - [bedrijf 7] in order to observe the list of suppliers and equipment required by [bedrijf 7] - [bedrijf 7] , to support in the identification of manufacturers and suppliers of the equipment as well as to verify, among others, commercial conditions and financing schemes, to plan the logistics on the mobilization of the equipment, as well as any other services detailed in the agreement.’ [135]
Er is geen schriftelijke communicatie dan wel schriftelijke vastlegging van mondelinge communicatie aangetroffen tussen (vertegenwoordigers van) [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] over de sluiting en/of uitvoering van enig contract. [136]
BA-contract [medeverdachte bedrijf] x [bedrijf 7] SA 2013
In de fysiek in beslag genomen stukken is op meerdere locaties een ‘
procurement contract’ tussen [bedrijf 7] SA en [medeverdachte bedrijf] aangetroffen. [naam 14] heeft dit contract aan [naam 16] gemaild op 12 juni 2014. De contractdatum betreft 1 juli 2013. Het contract is namens [medeverdachte bedrijf] ondertekend door [medeverdachte] . Op de overeenkomst is Panamees recht van toepassing verklaard. In het contract staat - zakelijk gezegd - dat [bedrijf 7] SA de opdracht heeft gekregen voor de uitbreiding van luchthaven Tocumen te [bedrijf 7] . Onderdeel daarvan is de inkoop van apparatuur, systemen en faciliteiten die in het project geïnstalleerd moeten worden. In het contract staat dat [bedrijf 7] SA heeft besloten: ‘
to subcontract the procurement and/or assistence for procurement and technical assessment outside [bedrijf 7]’. [medeverdachte bedrijf] is volgens het contract bereid en bewezen bekwaam en deskundig om deze diensten te verlenen. [medeverdachte bedrijf] zal 5% ontvangen van het geldbedrag dat aan de leveranciers betaald dient te worden, te betalen in twee termijnen. In ruil daarvoor zal [medeverdachte bedrijf] de volgende werkzaamheden verrichten:

2.2.1 Determination of Equipment, Supplies and Systems
The Contractor must procure the new Equipment, Supplies and Systems indicated in Appendix 1 of this Agreement, once the required detailed information that shall be used by the Contractor to identify of suppliers, including a general description, quantity, preferred manufacturers and/or brands and technical specifications, is given by [bedrijf 7]’. [137]
Er is geen schriftelijke communicatie dan wel schriftelijke vastlegging van mondelinge communicatie aangetroffen tussen (vertegenwoordigers) van [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 7] SA over de sluiting en/of uitvoering van enig contract. [138]
[medeverdachte bedrijf] : correspondentie contracten en factuur 2013
[naam 1] heeft op 28 april 2014 het BC-contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] van 17 juni 2013 per e-mail verstuurd. [naam 14] heeft op 1 mei 2014 [medeverdachte] gemaild met de vraag of hij de in de bijlagen meegestuurde overeenkomst in tweevoud kan tekenen en daarvan een gescande kopie kan toezenden. In de bijlage is een Word-versie aangetroffen van het BC-contract gedateerd 17 juni 2013. Volgens de bijbehorende bestandseigenschappen van het Word-document is deze gemaakt op 1 mei 2014 door ‘ [alias 2] ’ en voor het laatst gewijzigd op 1 mei 2014 door [naam 14] . Ook heeft [naam 14] in de e-mail geschreven dat zij aan [medeverdachte] nog zou laten weten waar hij de originele documenten naar toe kon sturen. [medeverdachte] heeft op 5 mei 2014 gemaild dat alle originele documenten door de DHL waren opgepikt voor ‘ [alias 3] ’ (de rechtbank begrijpt op basis van het dossier: [alias 3] ). [naam 15] heeft namens [medeverdachte bedrijf] op 1 augustus 2014 gemaild dat hij een kopie van de getekende versie van het BC-contract heeft bijgevoegd waarin punt 8 ‘
waiver of jury trail’ op verzoek van de raadsman van [medeverdachte bedrijf] is verwijderd. Daarnaast schreef [naam 15] dat [medeverdachte] een kopie van de getekende versie van het BC-contract op 5 mei 2014 via DHL heeft verstuurd naar [alias 3] . [139]
Wijziging vermelding adres [medeverdachte bedrijf]
[naam 14] heeft op 27 maart 2014 het BC-contract tussen [bedrijf 7] SA en [medeverdachte bedrijf] aan [naam 16] en in kopie aan [naam 13] en [naam 15] gemaild, met hierbij de volgende tekst: ‘
Bijgaand tref je ter beoordeling aan het Procurement Contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 7] de dato juli 2013 inclusief bijlagen. De met track changes aangegeven wijzigingen zijn door mij gemaakt op verzoek van de klant’. De in deze e-mail meegestuurde Word-versie heeft als contractdatum 1 juli 2013. Via ‘track changes’ zijn wijzigingen in het concept bijgehouden. Zo is op twee verschillende plekken het adres van [medeverdachte bedrijf] gewijzigd van [adres 1] naar [adres 2] . Ook zijn wijzigingen gemaakt ten aanzien van de valuta en het van toepassing zijnde recht. Uit de bestandseigenschappen van het Word-document is op te maken dat het concept is gemaakt op 27 maart 2014 door ‘ [naam 25] ’ en op diezelfde datum als laatst is gewijzigd door [naam 14] . [140]
[naam 15] heeft op 22 april 2014 aan [medeverdachte] gemaild dat de brieven van [bedrijf 7] SA aan [medeverdachte bedrijf] gedateerd vóór 1 juli 2013 geadresseerd moesten worden aan [adres 1] . Een soortgelijke e-mail heeft [naam 15] op 25 april 2014 gestuurd naar [naam 1] , inhoudende dat de meeste brieven van [bedrijf 4] het nieuwe adres van [medeverdachte bedrijf] vermeldden, maar dat brieven gedateerd vóór 30 juni 2013 nog het oude adres moesten vermelden. [141]
[medeverdachte bedrijf] had vanaf 2011 achtereenvolgens de volgende vestigingsadressen:
  • 17 november 2011 - 24 oktober 2012: [adres 3] ;
  • 24 oktober 2012 - 5 juli 2013: [adres 1] , en;
  • 5 juli 2013 - 23 augustus 2019: [adres 2] .
Gekwalificeerd personeel
[medeverdachte] heeft op 16 april 2014 in een e-mail aan het algemene e-mailadres van [medeverdachte bedrijf] [naam 15] gevraagd of hij mocht tekenen en geïnformeerd hoe het ervoor stond met de ‘docs’. Dit naar aanleiding van een e-mail van [naam 1] , verzonden op 3 april 2014, die schreef dat hij verschillende brieven en documenten ten aanzien van [medeverdachte bedrijf] had meegezonden. Twee van deze documenten betroffen brieven van [medeverdachte bedrijf] , ondertekend door [medeverdachte] , aan [bedrijf 7] SA. Samengevat staat in deze brieven dat [medeverdachte bedrijf] beschikt over ‘
an experienced group of highly qualified Engineers, Technicians and Commercial experts to help you achieve your goals.’ Er zijn geen gegevens aangetroffen waaruit volgt dat [medeverdachte bedrijf] over dergelijk gekwalificeerd personeel heeft beschikt. [143]
Roofing system
In een brief van [medeverdachte] namens [medeverdachte bedrijf] d.d. 1 oktober 2014 aan [bedrijf 7] SA is een schema opgenomen met verschillende contracten die [bedrijf 4] met derden had gesloten. In het schema is zowel het overeengekomen geldbedrag tussen [bedrijf 4] en de derde partij vermeld als het geldbedrag waarop [medeverdachte bedrijf] recht zou hebben op basis van de overeengekomen fee van 5%. Volgens het schema komt het totaalbedrag ten gunste van [medeverdachte bedrijf] neer op een geldbedrag van $ 3.160.769,65, gebaseerd op (de optelsom van geldbedragen op grond van) vier verschillende subcontracten inzake ‘
roofing system’, ‘steel structure’, ‘vertical & horizontal transportion’ en ‘external wall system’. Overeenkomsten tussen [bedrijf 4] en de derde partij waarop de fee van [medeverdachte bedrijf] zou zijn gebaseerd of verzoeken door of namens [medeverdachte bedrijf] / [medeverdachte] om deze overeenkomsten in te zien, zijn niet aangetroffen. [144]
[medeverdachte bedrijf] : factuur en geldstromen 2013
[naam 26] heeft via een e-mailadres toebehorend aan [bedrijf 4] op 12 november 2014 aan [medeverdachte bedrijf] een factuur (invoice [factuurnummer 19] ) gemaild. De factuur is van [medeverdachte bedrijf] , gericht aan [bedrijf 28] en voor een geldbedrag van $ 2.525.769,65. Op de factuur wordt onder andere verwezen naar (de hiervoor besproken) brief van 1 oktober 2014. Een andere bijlage verstuurd in diezelfde mail heeft betrekking op een overboekingsbewijs van een geldbedrag van $ 2.525.769,65 aan [medeverdachte bedrijf] . In de e-mail is namens [bedrijf 4] verzocht om het meegestuurde betalingsbewijs te ondertekenen en deze samen met de factuur terug te sturen. [145]
‘ [bijnaam 3] ’ heeft op dezelfde dag, 12 november 2014, betalingsinstructies met betrekking tot invoice [factuurnummer 20] gemaild naar het algemene e-mailadres van [medeverdachte bedrijf] . In de e-mail staat dat de factuur tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] betaald kan worden nadat [medeverdachte bedrijf] het geldbedrag afkomstig van [bedrijf 7] SA heeft ontvangen op basis van invoice [factuurnummer 19] . Als bijlagen bij de e-mail zijn zowel de Swift-betalingsbevestiging van [bedrijf 7] SA aan [medeverdachte bedrijf] met betrekking tot het bedrag van $ 2.525.769,65 als de factuur van [bedrijf 10] aan [medeverdachte bedrijf] van 12 november 2014 meegezonden. ‘ [bijnaam 3] ’ heeft op 24 november 2014 gemaild ‘of er al nieuws is met betrekking tot de betaling’. [146]
In het overzicht van bankmutaties van rekeningnummer [rekeningnummer 8] ten name van [medeverdachte bedrijf] BV is te zien dat op 12 november 2014 een geldbedrag is bijgeschreven van $ 2.525.769,65 onder vermelding van ‘ [factuurnummer 21] ’. Op 28 november 2014 is een geldbedrag van $ 2.424.738,86 afgeschreven naar een bankrekening van de (vestiging in Antigua van de Oostenrijkse) Meinl Bank onder vermelding van ‘ [bedrijf 10] [ [bedrijf 10] ]’ met invoice no. [factuurnummer 22] . Het verschil tussen het inkomende en uitgaande bedrag bedraagt $ 101.030,79 en is gelijk aan 4 % van
$ 2.525.769,65. [147]
4.4.2
Het oordeel van de rechtbank over feiten 1 tot en met 3: valsheid in geschrift
4.4.2.1 Valselijk opmaken (lid 1)
Onder feiten 1 tot en met 3 wordt [verdachte] verweten dat hij feitelijke leiding heeft gegeven aan valsheid in geschrift gepleegd door respectievelijk [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . Die valsheid zou er (telkens) in bestaan dat (i) in de contracten en facturen werkzaamheden zijn vermeld die [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] in werkelijkheid niet hebben uitgevoerd of uitbesteed en (ii) de contracten een onjuiste datum bevatten. In beide gevallen gaat het om intellectuele valsheid. Van intellectuele valsheid is sprake als de inhoud van een geschrift niet overeenstemt met de werkelijkheid.
De rechtbank bespreekt hierna eerst onderdeel (ii) en daarna onderdeel (i).
ii. Onjuiste datum?
De rechtbank stelt allereerst vast dat de datering van de onder 1 ( [bedrijf 3] ), 2 ( [bedrijf 2] ) en 3 ( [medeverdachte bedrijf] ) ten laste gelegde contracten niet correspondeert met de data waarop e-mailverkeer met betrekking tot de totstandkoming van het contract in kwestie heeft plaatsgevonden en de data waarop het contract in kwestie volgens de bestandseigenschappen van de Word-versies is opgesteld en laatst gewijzigd. De data waarop de verschillende contracten zouden zijn aangegaan (“
entered into”) ligt eerder dan de datum dat deze contracten als Word-bestand zijn gecreëerd. Dat is onmogelijk. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat al deze contracten zijn geantedateerd en dus – in de woorden van de tenlastelegging – een onjuiste datum bevatten. Dat maakt de contracten op dit onderdeel vals.
Door de verdediging is naar voren gebracht dat de contracten niet zijn geantedateerd, nu de contracten slechts een schriftelijke bevestiging vormden van eerder overeengekomen mondelinge afspraken en naar Braziliaans recht de datum van mondelinge overeenstemming als ingangsdatum gold. Dit verweer slaagt naar het oordeel van de rechtbank niet. Ten eerste is in geen van de contracten Braziliaans recht van toepassing verklaard. Ten tweede is in de contracten uitdrukkelijk bepaald op welke datum deze zijn aangegaan (“
entered into”). Tot slot is geen enkele correspondentie aangetroffen waaruit kan worden afgeleid dat partijen op een eerder moment mondelinge overeenstemming hebben bereikt.
i. Werkzaamheden niet uitgevoerd of uitbesteed?
De rechtbank ziet zich voorts voor de vraag gesteld of de hiervoor beschreven contracten en facturen een valse weergave van de werkelijkheid vormen, in die zin dat [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] in werkelijkheid de gecontracteerde werkzaamheden niet hebben uitgevoerd noch uitbesteed. Ten aanzien van de contracten is in dit verband tevens relevant of [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] bij het sluiten van de contracten ook niet de
intentiehadden die werkzaamheden werkelijk uit te voeren dan wel uit te besteden en zich daartoe (dus) niet werkelijk hebben verbonden.
Op grond van de hiervoor besproken feiten en omstandigheden stelt de rechtbank ten aanzien van [bedrijf 3] in dit verband vast dat:
  • één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] bepaalden met welke partijen [bedrijf 3] een contract moest aangaan en onder welke voorwaarden;
  • [bedrijf 3] geen rol heeft gehad bij het initiëren en tot stand brengen van een contractuele relatie met de Offshore-entiteiten;
  • één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] (de inhoud van) zowel de AB- als de BC-contracten en de bijbehorende facturen hebben aangeleverd, terwijl [bedrijf 4] formeel geen partij was bij de BC-contracten;
  • na ondertekening van de contracten op initiatief van één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] nog aanpassingen zijn gedaan, waaronder aan de BC-contracten waarbij [bedrijf 4] formeel geen partij is. Deze aanpassingen zijn kritiekloos door [bedrijf 3] doorgevoerd;
  • er in het geheel geen correspondentie in de vorm van bijvoorbeeld e-mailverkeer heeft plaatsgevonden tussen de verschillende partijen over de totstandkoming en inhoud van de contracten, de uit te voeren werkzaamheden en de betaling van facturen, terwijl dergelijke communicatie in het zakelijk handelsverkeer hoogst gebruikelijk en zelfs noodzakelijk is en de contractvoorwaarden daar overigens expliciet toe noopten, zoals het sturen van een ‘
  • [bedrijf 3] niet beschikte over gekwalificeerd personeel dat de gecontracteerde werkzaamheden kon uitvoeren;
  • één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] bepaalden wanneer betalingen op grond van het AB-contract plaats zouden vinden en betalingsinstructies gaven aan [bedrijf 3] voor betalingen op grond van het BC-contract;
  • de ontvangst van de factuursom uit hoofde van het AB-contract en de betaling van de factuursom uit hoofde van het BC-contract telkens zeer kort na elkaar plaatsvonden, waarbij [bedrijf 4] telkens aangaf dat [bedrijf 3] na ontvangst van de AB-contractsom de BC-contractsom moest ‘doorbetalen’, en;
  • het dossier geen stukken bevat waaruit kan worden afgeleid dat (personen werkzaam voor) [bedrijf 3] en de door haar gecontracteerde Offshore-entiteiten daadwerkelijk in de contracten genoemde werkzaamheden hebben uitgevoerd.
Op grond van de hiervoor besproken feiten en omstandigheden stelt de rechtbank ten aanzien van [bedrijf 2] in dit verband vast dat:
  • één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] bepaalden met welke partijen [bedrijf 2] een contract moest aangaan en onder welke voorwaarden;
  • [bedrijf 2] geen rol heeft gehad bij het initiëren en tot stand brengen van een contractuele relatie met de Offshore-entiteiten;
  • één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] (de inhoud van) zowel de AB- als de BC-contracten en de bijbehorende facturen hebben aangeleverd, terwijl [bedrijf 4] formeel geen partij was bij de gesloten BC-contracten;
  • van een aantal contracten meerdere, vrijwel identieke getekende versies bestaan;
  • er in het geheel geen correspondentie in de vorm van bijvoorbeeld e-mailverkeer heeft plaatsgevonden tussen de verschillende partijen over de totstandkoming en inhoud van de contracten, de uit te voeren werkzaamheden en de betaling van facturen, terwijl dergelijke communicatie in het zakelijk handelsverkeer hoogst gebruikelijk en zelfs noodzakelijk is en de contractvoorwaarden daar overigens expliciet toe noopten, zoals het verlenen van schriftelijke toestemming door [bedrijf 9] aan [bedrijf 2] voor de uitbesteding aan [bedrijf 6] , het melden door [bedrijf 2] aan [bedrijf 6] van de compensatie ontvangen van [bedrijf 9] en correspondentie over de onderbouwing van de ‘
  • [bedrijf 2] niet beschikte over gekwalificeerd personeel dat de gecontracteerde werkzaamheden kon uitvoeren;
  • één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] bepaalden wanneer betalingen op grond van het AB-contract plaats zouden vinden en betalingsinstructies gaven aan [bedrijf 2] voor betalingen op grond van het BC-contract, en;
  • de ontvangst van de factuursom uit hoofde van het AB-contract en de betaling van de factuursom uit hoofde van het BC-contract telkens zeer kort na elkaar plaatsvonden, met uitzondering van de betalingen verricht op 15 april 2014 en 21 mei 2014, en;
  • het dossier geen stukken bevat waaruit kan worden afgeleid dat (personen werkzaam voor) [bedrijf 2] en de door haar gecontracteerde Offshore-entiteiten daadwerkelijk in de contracten genoemde werkzaamheden hebben uitgevoerd.
Op grond van de hiervoor besproken feiten en omstandigheden stelt de rechtbank ten aanzien van [medeverdachte bedrijf] in dit verband vast dat:
  • één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] bepaalden met welke partijen [medeverdachte bedrijf] een contract moest aangaan en onder welke voorwaarden;
  • [medeverdachte bedrijf] geen rol heeft gehad bij het initiëren en tot stand brengen van een contractuele relatie met de Offshore-entiteiten;
  • één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] (de inhoud van) zowel de CB- als de BA-contracten en de bijbehorende facturen hebben aangeleverd, terwijl [bedrijf 4] formeel geen partij was bij de gesloten CB-contracten;
  • het BA-contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 7] SA en het CB-contract tussen [bedrijf 10] en [medeverdachte bedrijf] van 17 juni 2013 na de contractdatum nog zijn aangepast;
  • (personen gelieerd aan) [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 4] in 2014 bespraken dat brieven van [bedrijf 4] geadresseerd aan [medeverdachte bedrijf] gedateerd vóór 30 juni 2013 nog het oude adres van [medeverdachte bedrijf] moesten vermelden en deze brieven dus kennelijk met terugwerkende kracht werden opgesteld of gewijzigd;
  • er geen correspondentie in de vorm van bijvoorbeeld e-mailverkeer heeft plaatsgevonden tussen de verschillende partijen over de totstandkoming en inhoud van de contracten en de uit te voeren werkzaamheden, terwijl dergelijke communicatie in het zakelijk handelsverkeer hoogst gebruikelijk en zelfs noodzakelijk is. Zo had bijvoorbeeld correspondentie mogen worden verwacht ter zake de totstandkoming en inhoud van de subcontracten voor het ‘roofing system’, ‘steel structure’, ‘vertical & horizontal transportion’ en ‘external wall system’ en de daarin berekenende geldbedragen, welke contracten überhaupt niet zijn aangetroffen;
  • [medeverdachte bedrijf] niet beschikte over gekwalificeerd personeel dat de gecontracteerde werkzaamheden kon uitvoeren;
  • één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] bepaalden wanneer betalingen op grond van het BA-contract plaats zouden vinden en betalingsinstructies gaven aan [medeverdachte bedrijf] voor betalingen op grond van het CB-contract;
  • één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] zich nadrukkelijk bemoeiden met en instructies gaven over het doen van een betaling door [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 8] op het moment dat het risico op compliance issues ontstond;
  • de ontvangst van de factuursom uit hoofde van het BA-contract en de betaling van de factuursom uit hoofde van het CB-contract telkens zeer kort na elkaar plaatsvonden, en;
  • het dossier geen stukken bevat waaruit kan worden afgeleid dat (personen werkzaam voor) [medeverdachte bedrijf] en de door haar gecontracteerde Offshore-entiteiten daadwerkelijk in de contracten genoemde werkzaamheden hebben uitgevoerd.
[verdachte] heeft ter zitting verklaard dat [bedrijf 3] ‘van de plank is gehaald’ en [bedrijf 2] is opgericht om de samenwerking met [bedrijf 4] vorm te geven en dat [bedrijf 4] voor [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] telkens contractspartij C uitzocht en de inhoud van zowel de AB- als BC-contracten bepaalde. [148]
Op basis van de hiervoor weergegeven vaststellingen, die deels bevestiging vinden in de verklaring [verdachte] zoals hiervoor weergegeven, alsook de conclusie van de rechtbank dat de contracten zijn geantedateerd, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de in de contracten vermelde werkzaamheden niet werkelijk door [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] zijn uitgevoerd en evenmin werkelijk door hen zijn uitbesteed, en dat zij daartoe ook niet de intentie hadden en zich daartoe niet werkelijk hebben verbonden.
De verklaringen van [verdachte] en [naam 10] dat [naam 10] wel werkzaamheden uitvoerde, zoals het technisch beoordelen van de contracten, acht de rechtbank onaannemelijk en ongeloofwaardig nu deze geen enkele steun vinden in het dossier, terwijl daar toch – op zijn minst – schriftelijke stukken zoals correspondentie van te verwachten zouden zijn. Het dossier laat daarentegen zien dat louter sprake was van administratieve vastlegging van contracten en uitbetaling van geldbedragen. De inhoud van e-mailcorrespondentie en de data van het betalingsverkeer leiden ten aanzien van alle hiervoor besproken contracten – waarbij ten aanzien van zowel [bedrijf 3] als [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] uit het dossier eenzelfde specifieke modus operandi naar voren komt – tot de conclusie dat niet de uitvoering van werkzaamheden bepalend is geweest voor het sluiten van de contracten en het betalen van de verschillende contractsommen, maar dat de contracten enkel dienden ter afdekking van een internationale geldstroom afkomstig van [bedrijf 4] . Dit betrof een kunstmatige constructie, waardoor [bedrijf 4] overigens blijkens de plea agreement die zij sloot met de Amerikaanse Department of Justice – kort gezegd – in staat was wereldwijd steekpenningen te betalen aan overheidsfunctionarissen. [149]
De contracten waren dus fictief. Er zijn niet werkelijk opdrachten verstrekt en aanvaard voor de uitvoering van (engineerings)werkzaamheden. Deze conclusie wordt verder onderstreept door de omstandigheid dat [bedrijf 4] (indirect) controle uitoefende en/of zeggenschap had over de C-partijen, de Offshore entiteiten. Gelet hierop valt niet in te zien dat [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] een reële schakel vormden wat betreft de uitvoering van werkzaamheden voor bouwprojecten, noch als feitelijke uitvoerder noch als hoofdaannemer.
Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde contracten en facturen valselijk zijn opgemaakt.
Aan het voorgaande doet niet af dat, zoals de verdediging heeft betoogd, partijen met het sluiten van de contracten (ook) fiscale planning nastreefden, nog los van het antwoord op de vragen of dit werkelijk een doel was en of dat doel legitiem was. Het rechtvaardigt immers hoe dan ook niet dat in contracten een onjuiste voorstelling van zaken wordt weergegeven.
De valse contracten en facturen waren opgenomen in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . Naar vaste jurisprudentie kan een bedrijfsadministratie in haar geheel als geschrift in de zin van artikel 225 van Pro het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) worden aangemerkt, alsook als samenstel van geschriften. [150] De rechtbank is van oordeel dat daarmee tevens de bedrijfsadministraties van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] zijn vervalst.
4.4.2.2 Gebruik maken van valse documenten (lid 2)
4.4.2.2.1 Aanvullende redengevende feiten en omstandigheden
Op 18 april 2018 heeft de ING-bank een aangetekende brief gestuurd aan [medeverdachte bedrijf] met als onderwerp ‘verzoek om informatie over de rekeningen van [medeverdachte bedrijf] BV’ met hierin 16 verschillende vragen. In de brief is te lezen dat de ING-Bank op 5 februari 2018 al vragen heeft gesteld aan [medeverdachte bedrijf] en dat deze vragen op 20 februari 2018 zijn beantwoord. Vraag 5 van de ING-Bank was als volgt: ‘
U heeft orders meegestuurd van [bedrijf 4] S.A. als onderbouwing van transactie USD 1.483.856,88 (29-05-2015). Dit bedrag is echter niet uit de documenten te herleiden. Graag ontvangen we van u hierover een verklaring en verzoeken u alsnog de onderliggende factuur mee te sturen die betrekking heeft op de transactie. [151]
In de fysiek in beslag genomen stukken is een ongedateerd document aangetroffen met daarin antwoorden op de 16 verschillende vragen van de ING-Bank en waarin is verwezen naar de brief van 18 april 2018. In het ongedateerde document is als reactie op vraag 5 opgenomen: ‘Dit betreft een betaling aan [bedrijf 10] , [bedrijf 10] S.A.. Deze vennootschap hield een rekening aan bij de Meinl Bank te Antigua. Bijgaand een copie van de factuur alsmede de agency agreement. [152] In de fysiek in beslag genomen stukken is de factuur (invoice [factuurnummer 19] ) van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 7] SA van 16 oktober 2025 aangetroffen. Op de factuur staat met pen geschreven ‘vraag 5’. [153]
Ter terechtzitting heeft [verdachte] bevestigd dat hij samen met [naam 4] (destijds partner bij [bedrijf 19] ) [medeverdachte] heeft geholpen bij de beantwoording van de verschillende vragen van de ING-Bank nadat [medeverdachte] had aangegeven dat hij in het kader van een Know Your Customer(KYC)-procedure verschillende contracten naar de ING-Bank had verstuurd. [154]
4.4.2.2.2 Oordeel van de rechtbank
Uit de beantwoording van vraag 5, de handgeschreven notitie op de betreffende factuur (invoice [factuurnummer 19] ) en de verklaring van [verdachte] ter zitting, leidt de rechtbank af dat de ten laste gelegde valse contracten en valse factuur door [medeverdachte] namens [medeverdachte bedrijf] zijn verzonden naar de ING-Bank. Daarmee zijn de valse contracten en factuur gebruikt in de zin van artikel 225, tweede lid Sr.
4.4.2.3 Bewijsbestemming
Voor een bewezenverklaring van valsheid in geschrifte is vereist dat het geschrift bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen.
Contracten, zo ook de onderhavige, hebben deze bestemming, nu zij bewijzen dat partijen afspraken hebben gemaakt die kunnen worden afgeleid uit de inhoud en de ondertekening. De rechtbank volgt de redenering van de verdediging dat de contracten (slechts) standaardbepalingen bevatten die geen zelfstandige bewijswaarde van een rechtens relevant feit en dus geen bewijsbestemming hebben, niet. In de eerste plaats is die stelling feitelijk onjuist, nu de contracten wel degelijk bijzondere bepalingen bevatten zoals de specificatie van de uit te voeren werkzaamheden en de datering. In de tweede plaats vindt de stelling geen steun in het recht. Ook in geval van standaardbepalingen of modelcontracten is sprake van concrete op rechtsgevolg gerichte verklaringen van de contractspartijen die een bewijsbestemming hebben in het maatschappelijk verkeer.
De facturen dienen als bewijs van de verschuldigdheid van de overeengekomen vergoedingen. Daarnaast is vastgesteld dat de ten laste gelegde contracten en facturen waren opgenomen in de bedrijfsadministratie van de verschillende vennootschappen. De Hoge Raad heeft bepaald dat een bedrijfsadministratie – aan te merken als geschrift op zichzelf alsook als een samenstel van geschriften – bestemd is om tot het bewijs van het daarin vermelde te dienen. [155] De onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde contracten en facturen, alsook de daaruit bestaande bedrijfsadministraties, kunnen daarmee worden gekwalificeerd als (telkens) een (samenstel van) geschrift(en) bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen als bedoeld in artikel 225 Sr Pro.
4.4.2.4 Oogmerk
Om tot een bewezenverklaring van valsheid in geschrift te komen is oogmerk tot misleiding vereist. Dit betekent dat er derden in het spel moeten zijn die niet van de valsheid op de hoogte zijn. Het oogmerk moet zijn gericht op het gebruik als echt en onvervalst. Deze doelbewustheid behelst minst genomen zekerheids- of noodzakelijkheidbewustzijn. ‘Gebruik’ omvat elk gebruik in het maatschappelijk verkeer waarbij sprake is van misleiding en waaruit enig nadeel kan ontstaan. Niet is vereist dat het geschrift daadwerkelijk is gebruikt. Als het geschrift door opzettelijk handelen van de verdachte in het maatschappelijk verkeer is gekomen, mag bij verdachte ook de bedoeling daartoe aanwezig worden geacht, tenzij door de verklaringen van de verdachte of anderszins aannemelijk wordt dat de verdachte niet de bedoeling had dat het geschrift zou worden gebruikt.
Hiervoor heeft de rechtbank vastgesteld dat de ten laste gelegde overeenkomsten en facturen van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] zijn opgenomen in de bedrijfsadministraties van deze ondernemingen, waarmee zij de bewijsbestemming hebben onderkend. Reeds dit brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat de vennootschappen het oogmerk hadden de valse overeenkomsten en facturen als echt en onvervalst te gebruiken.
Met betrekking tot het gebruikmaken van de valse contracten en de valse factuur van [medeverdachte bedrijf] in de zin van artikel 225 lid 2 Sr Pro (feit 2, tweede onderdeel), overweegt de rechtbank dat dit gebruikmaken daadwerkelijk heeft gestrekt tot misleiding van een ander, nu de stukken zijn opgestuurd naar (medewerkers van) de ING-Bank in het kader van een KYC-procedure.
4.4.2.5 Opzet
Voor bewezenverklaring van artikel 225 Sr Pro is tot slot vereist dat sprake is geweest van opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, op de valsheid van de contracten en facturen (lid 1, ten laste gelegd onder feiten 1, 2, onderdeel 1, en 3), althans op het gebruik van de contracten en de factuur en het valse karakter daarvan (lid 2, ten laste gelegd onder feit 2, onderdeel 2).
Zoals hiervoor is overwogen zijn de in de contracten vermelde werkzaamheden niet werkelijk door of namens [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] uitgevoerd en evenmin werkelijk door hen uitbesteed, en hebben zij daartoe ook niet de intentie gehad en zich daartoe niet werkelijk verbonden. Gelet op de hiervoor beschreven modus operandi, waarvan het doel louter was de geldstroom afkomstig van [bedrijf 4] af te dekken met fictieve contracten, en de omstandigheden dat [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] geen van alle beschikten over gekwalificeerd personeel, er geen enkele communicatie is geweest over de inhoud en de uitvoering van de contracten en elk contract gesloten werd op een datum vóórdat het contract opgesteld werd, kan het niet anders zijn dan dat degenen die de contracten en de facturen hebben opgesteld, gewijzigd en/of ondertekend, te weten de bestuurders en werknemers van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] , wisten of tenminste bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat die contracten en facturen vals waren.
Dit geldt ook voor de contracten en de factuur die door [medeverdachte] namens [medeverdachte bedrijf] zijn verzonden aan de ING-Bank, waarbij het gelet op het hiervoor overwogene niet anders kan zijn dan dat [medeverdachte] , die tijdens de ten laste gelegde periode bestuurder was van [medeverdachte bedrijf] en de bewuste contracten heeft ondertekend, minst genomen voorwaardelijk opzet had op de valsheid van de stukken en het gebruik daarvan.
Ook hier geldt dat een eventueel (aanpalend) fiscaal motief, wat daar ook van zij, aan het voorgaande niet afdoet. Het rechtvaardigt zoals gezegd niet dat in contracten een onjuiste voorstelling van zaken wordt weergegeven. Al aangenomen dat men in dit verband heeft vertrouwd op advies, dan nog heeft de rechtbank geen aanknopingspunt kunnen vinden voor de conclusie dat dat vertrouwen gerechtvaardigd was. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting is om te beginnen op geen enkele wijze gebleken van enig concreet, deskundig (fiscaal) advies dan wel een ‘tax ruling’ ter zake, nog los van het feit dat in zo’n advies of ruling bezwaarlijk kan zijn gesteld dat het juridisch is toegestaan om contracten te antedateren en daarin fictieve opdrachten te vermelden.
4.4.2.6 Daderschap [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf]
De rechtbank stelt voorop dat een rechtspersoon als dader van een strafbaar feit kan worden aangemerkt indien de gedraging in redelijkheid aan de rechtspersoon toegerekend kan worden. De rechtbank overweegt hierover het volgende.
Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden en de verklaring van [verdachte] , leidt de rechtbank af dat het opmaken (ondertekenen) van de ten laste gelegde contracten en het opmaken van de daarop betrekking hebbende facturen door (personen namens) [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] passend waren binnen de normale bedrijfsvoering, nu daarmee de vermeende afdekking met fictieve contracten van de geldstroom afkomstig van [bedrijf 4] werd gefaciliteerd. [bedrijf 3] en [bedrijf 2] werden zelfs exclusief hiervoor opgericht/aangewend. Het sluiten van de contracten en het opmaken van daarop gebaseerde facturen zijn [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] dienstig geweest, nu zij hiervoor een marge ontvingen bestaande uit het verschil tussen de ontvangen en betaalde geldbedragen.
Hetzelfde geldt voor het desgevraagd versturen van stukken aan de ING (feit 2, onderdeel 2). Een onderneming is immers verplicht mee te werken aan de KYC-procedure van de bank waar de onderneming klant is.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de ten laste gelegde gedragingen hebben plaatsgevonden in de sfeer van de rechtspersonen en daarmee redelijkerwijs aan [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] kunnen worden toegerekend. Uit het hiervoor beschreven opzet van de personen die de gedragingen (kort gezegd het opmaken van de contracten en de facturen en versturen van dergelijke stukken aan de ING) feitelijk hebben verricht, kan eveneens het opzet van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] worden afgeleid. Dit betekent dat [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] kunnen worden aangemerkt als respectievelijke daders van het ten laste gelegde onder 1 tot en met 3.
4.4.2.7 Medeplegen
Gelet op de vastgestelde gang van zaken betreffende de samenwerking tussen [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] met de (personen gelieerd aan) [bedrijf 4] en het administratieve team van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] , dat werd aangestuurd door [verdachte] , ten aanzien van het opmaken van de verschillende valse contracten en de daarop gebaseerde valse facturen, hebben [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] het ten laste gelegde naar het oordeel van de rechtbank in nauwe en bewuste samenwerking gepleegd met anderen. De rolverdeling was hoofdzakelijk als volgt: personen gelieerd aan [bedrijf 4] leverden de (inhoud voor de) contracten aan, de administratieve krachten van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] pasten die zo nodig aan en maakten de facturen op en de bevoegde bestuurders ondertekenden de contracten. Ieder van hen leverde zo een wezenlijke bijdrage van voldoende gewicht. De rechtbank acht het onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde medeplegen dan ook telkens wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van het gebruik maken van valse geschriften in de vorm van het versturen van de contracten en de factuur namens [medeverdachte bedrijf] aan de ING.
4.4.2.8 Feitelijke leidinggeven en opzet daarop
De rechtbank ziet zich voorts voor de vraag gesteld of [verdachte] kan worden aangemerkt als feitelijke leidinggever van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . Hierbij dient niet uitsluitend de juridische positie te worden betrokken maar ook de feitelijke positie van de verdachte bij de rechtspersoon en het gedrag dat de verdachte heeft vertoond of nagelaten op grond waarvan hij geacht moet worden aan die verboden gedraging feitelijke leiding te hebben gegeven. In feitelijke leidinggeven ligt een zelfstandig opzetvereiste op de verboden gedraging besloten.
Uit de redengevende feiten en omstandigheden leidt de rechtbank het volgende af. [verdachte] is degene die benaderd is door (personen gelieerd aan) [bedrijf 4] voor een samenwerking met Nederlandse vennootschappen. Hij heeft daarvoor [bedrijf 3] en – het speciaal voor dit doel door hem opgerichte – [bedrijf 2] aangedragen, en ook [medeverdachte bedrijf] is op zijn initiatief ingezet voor de samenwerking. Verder onderhield [verdachte] de contacten met de betrokken personen vanuit en gelieerd aan [bedrijf 4] , zoals [naam 17] , [naam 1] en [naam 10] , en stuurde hij de werknemers aan die zich bezig hielden met het opmaken en afhandelen van de contracten en de facturen. Zo verklaart [naam 14] : ‘ [verdachte] was voor mij de directe leidinggevende dus de meeste vragen gingen zijn kant op.’ [156]
Ook was [verdachte] betrokken bij de dagelijkse gang van zaken aangaande de valse contracten en facturen. Hij heeft de ten laste gelegde contracten namens [bedrijf 3] ondertekend, ook nadat hij per 30 juni 2013 was uitgeschreven als bestuurder en een persoon gelieerd aan [bedrijf 4] dat stokje (formeel) overnam. Hij heeft geregeld dat [naam 23] op papier directeur werd van [bedrijf 2] , wiens enkele taak bestond uit het ondertekenen van de stukken die door [verdachte] of diens team werden aangeleverd. [naam 23] heeft [verdachte] omschreven als de grote baas van [bedrijf 2] en als degene die de dagelijkse werkzaamheden aanstuurde. Ook is gebleken dat [verdachte] zich bezig hield met de contracten die [medeverdachte bedrijf] sloot met [bedrijf 4] ; zo communiceerde hij met mensen van [bedrijf 4] wanneer zich compliance-issues dreigden voor te doen bij het verrichten van een betaling van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 8] en hielp hij [medeverdachte] bij de beantwoording van vragen van de ING naar aanleiding van de verstuurde (valse) contracten.
Op grond van de hiervoor weergegeven rol en positie van [verdachte] bij de vennootschappen is de rechtbank van oordeel dat hij onmiskenbaar kan worden aangemerkt als feitelijke leidinggevende van zowel [bedrijf 3] als [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] ten aanzien van de verweten gedragingen.
Gelet op al het voorgaande, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat [verdachte] van meet af aan heeft geweten dat het doel was een kunstmatige transactiestructuur op te zetten via de Nederlandse bedrijven, waarmee de geldstroom afkomstig van [bedrijf 4] op een met de werkelijkheid strijdige wijze werd afgedekt met fictieve contracten. Daarmee is zijn opzet gegeven. De verweren van de verdediging op dit punt worden verworpen onder verwijzing naar hetgeen is overwogen onder 4.4.2.5 Opzet.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte opzettelijk feitelijke leiding heeft gegeven aan [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] bij het meermalen plegen van valsheid in geschrift.
4.4.2.9 Conclusie met betrekking tot feiten 1 tot en met 3
De rechtbank acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] bij het meermalen medeplegen van valsheid in geschrifte en het door [medeverdachte bedrijf] gebruik maken van die valse geschriften.
4.4.3
Het oordeel van de rechtbank over feit 4: deelname aan een criminele organisatie
De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie onder een organisatie in de zin van artikel 140 Sr Pro wordt verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen ten minste twee personen. Van deelneming aan een dergelijke organisatie kan slechts sprake zijn als de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning geeft aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in artikel 140 Sr Pro bedoelde oogmerk. Voor deelneming is voldoende dat de deelnemer in zijn algemeenheid weet dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.
4.4.3.1 Duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband
Uit de hiervoor besproken feiten en omstandigheden volgt dat over een periode van meerdere jaren sprake is geweest van een georganiseerde samenwerking tussen een vaste groep (rechts)personen. Dit betroffen (onder anderen) de natuurlijke personen [verdachte] en [naam 1] . Deze samenwerking had gezien de jarenlange duur en het aantal contracten en daarop gebaseerde facturen een duurzaam karakter. Daarnaast was de samenwerkings gestructureerd van aard. Uit de feiten en omstandigheden, in het bijzonder de aangehaalde e-mails, volgt dat sprake was van een vooropgezet plan, dat heeft geleid tot een gecoördineerde handelswijze en een vaste rolverdeling. Door [bedrijf 4] werden contracten, facturen, betalingsinstructies en contractspartijen aangeleverd, terwijl [verdachte] en zijn team van administratieve medewerkers ervoor moesten zorgen dat namens de Nederlandse ondernemingen de contracten werden ondertekend en betalingen op grond van het BC-contract werden uitgevoerd aan de Offshore entiteiten gelieerd aan [bedrijf 4] .
4.4.3.2 Oogmerk
Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden omtrent [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] , in onderlinge samenhang bezien, volgt dat het oogmerk van [verdachte] en de andere (rechts)personen bestond uit het opstellen van valse contracten en daarop gebaseerde valse facturen op naam van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] om zo via schijnconstructies een ogenschijnlijk legitiem karakter te geven aan het telkens weer doorsluizen van grote geldbedragen. Naar het oordeel van de rechtbank was het oogmerk van dit samenwerkingsverband daarmee gericht op het plegen van valsheid in geschrifte.
4.4.3.3 Deelneming verdachte
De rechtbank acht tevens wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] heeft deelgenomen aan de criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van valsheid in geschrifte. [verdachte] had de kartrekkersrol in Nederland; hij selecteerde in overleg met [bedrijf 4] geschikte bedrijven, stuurde die aan, alsook de administratieve medewerkers die de contracten en facturen controleerden, lieten ondertekenden en verwerkten in de bedrijfsadministratie. Ook heeft [verdachte] zelf contracten ondertekend en anderen naar voren geschoven en/of geïnstrueerd om de contracten te ondertekenen. Uiteindelijk leidde dit tot een samenwerkingsverband waarin de Nederlandse vennootschappen (waaraan verdachte feitelijke leiding heeft gegeven) een cruciale schakel vormden voor het internationaal doorsluizen van verschillende geldbedragen. Met betrekking tot het verweer van de verdediging dat het opzet op deelname aan de criminele organisatie niet aanwezig was nu [verdachte] uitging van een motief van fiscale planning, verwijst de rechtbank naar wat zij hiervoor heeft overwogen ten aanzien van het opzet op de verweten gedragingen en het feitelijke leidinggeven.
4.4.3.4 Deelneming [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] ?
Zoals hiervoor besproken ziet de rechtbank [verdachte] als de kartrekker van de door [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] gepleegde valsheden. Uit de feiten en omstandigheden volgt dat [bedrijf 3] en [bedrijf 2] exclusief werden aangewend voor de beoogde samenwerking. Ook ten aanzien van [medeverdachte bedrijf] heeft [verdachte] verklaard dat hij de onderneming van zijn broer uitsluitend heeft aangewend voor de door hem beoogde samenwerking met [bedrijf 4] . Het voorgaande brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat - hoewel de rechtspersonen op zichzelf deel uitmaken van de organisatie - het strafbaar handelen van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] zozeer is te vereenzelvigen met het handelen van [verdachte] , dat geen sprake is van een samenwerkingsverband van één natuurlijk persoon met meerdere rechtspersonen, maar van één natuurlijk persoon die meerdere rechtspersonen als ‘werktuigen’ heeft gebruikt voor het plegen van misdrijven, in dit geval valsheid in geschrifte. Bezien vanuit het uitgangspunt dat een dergelijk samenwerkingsverband tussen een natuurlijk persoon en ‘zijn rechtspersoon’ niet kan leiden tot het oordeel dat sprake is van een strafbare samenwerking, [157] en zo’n werktuig (dus) niet kan worden aangemerkt als zelfstandige deelnemer aan een criminele organisatie, zal [verdachte] partieel worden vrijgesproken van het vormen van een criminele organisatie met [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] .
4.4.3.5 Conclusie met betrekking tot feit 4
De rechtbank acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] een criminele organisatie heeft gevormd met (onder andere) [naam 1] .
4.5
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
[bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V. (ontbonden op 31 december 2015) (hierna: [bedrijf 3] ) op tijdstippen in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015
in de gemeente [vestigingsplaats 1] en gemeente Voorschoten en gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, en Brazilië en elders ter wereld,
telkens tezamen en in vereniging met anderen,
meermalen,
A.
- een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] en [bedrijf 3] d.d. 13 november 2012 met contractnummer [contractnummer 1] ; en
- een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 17 december 2012; en
- een factuur van [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] d.d. 25 november 2013 met kenmerk [factuurnummer 1] ; en
- een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] en [bedrijf 3] d.d. 22 januari 2013 met contractnummer [contractnummer 2] ; en
- een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 4 februari 2013; en
- een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] en [bedrijf 3] d.d. 21 februari 2014 met contractnummer [contractnummer 3] ; en
- een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 8] Inc d.d. 28 februari 2014; en
- een factuur van [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 23 november 2014 met kenmerk [factuurnummer 2]
en
B. de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] B.V.,
elk zijnde een geschrift en/of een samenstel van geschriften dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen,
telkens valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst,
immers hebben [bedrijf 3] en (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar telkens valselijk en in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –
- in deze contracten en/of die facturen voornoemd telkens werkzaamheden en/of leveringen en/of diensten vermeld, althans laten vermelden, welke in werkelijkheid niet door [bedrijf 3] zijn uitgevoerd en/of door haar zijn uitbesteed aan derden; en
-
- die contracten voornoemd voorzien en/of doen voorzien van een onjuiste datum/datering, althans die geschriften geantedateerd, en vervolgens voornoemde contracten en/of facturen opgenomen en/of laten opnemen in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] ,
zulks telkens met het oogmerk om deze geschriften als echt en onvervalst te gebruiken,
hebbende hij, verdachte, feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedragingen;
2.
[medeverdachte bedrijf] B.V. (hierna: [medeverdachte bedrijf] )
op tijdstippen in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015 in de gemeente Noordwijk en gemeente Voorschoten en gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, en Brazilië en elders ter wereld,
telkens tezamen en in vereniging met anderen,
meermalen,
A.
- een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 8] Inc. d.d. 14 juni 2012; en
- een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 9] LTD d.d. 5 juli 2012; en
- een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 9] LTD d.d. 16 december 2013 met kenmerk [factuurnummer 3] ; en
- een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] S.A. d.d. 17 juni 2013; en
- een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [medeverdachte bedrijf] d.d. 1 juli 2013 met contractnummer [contractnummer 4] ; en
-
- een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 4] S.A. d.d. 16 oktober 2014 met kenmerk [factuurnummer 4] ;
en
B. de bedrijfsadministratie van [medeverdachte bedrijf] B.V.,
elk zijnde een geschrift en/of een samenstel van geschriften dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen,
telkens valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst,
immers hebben [medeverdachte bedrijf] en (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar telkens valselijk en in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –
- in deze contracten en/of die facturen voornoemd telkens werkzaamheden en/of leveringen en/of diensten vermeld, althans laten vermelden, welke in werkelijkheid niet door [medeverdachte bedrijf] zijn uitgevoerd en/of door haar zijn uitbesteed aan derden; en
- die contracten voornoemd voorzien en/of doen voorzien van een onjuiste datum/datering, althans die geschriften geantedateerd, en vervolgens voornoemde contracten en/of facturen opgenomen en/of laten opnemen in de bedrijfsadministratie van [medeverdachte bedrijf] ,
zulks telkens met het oogmerk om deze geschriften als echt en onvervalst te gebruiken,
hebbende hij, verdachte, feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedragingen;
En
[medeverdachte bedrijf] B.V.
in de periode van 5 februari 2018 tot en met 1 november 2018
in de gemeente [vestigingsplaats 1] en gemeente Voorschoten en gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland,
opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valselijk opgemaakte geschriften te weten,
- een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] S.A. d.d. 17 juni 2013; en
- een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [medeverdachte bedrijf] d.d. 1 juli 2013 met contractnummer [contractnummer 4] ; en
- een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 4] S.A. d.d. 16 oktober 2014 met kenmerk [factuurnummer 4] ,
terwijl [medeverdachte bedrijf] , wist dat deze geschriften bestemd waren om als echt en onvervalst te gebruiken,
en bestaande dat gebruikmaken hierin dat [medeverdachte bedrijf] deze geschriften heeft verzonden en/of doen toekomen aan (een) medewerker(s) van de [bedrijf 11] N.V. ,
hebbende hij, verdachte, feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedragingen;
3.
[bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ) (ontbonden op 23-10-2015),
op tijdstippen in de periode van 1 januari 2012 tot en met 23 oktober 2015 in de gemeente [vestigingsplaats 2] en gemeente Voorschoten en gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland en Brazilië en elders ter wereld,
telkens tezamen en in vereniging met anderen,
meermalen,
A.
- een contract tussen [bedrijf 9] LTD en [bedrijf 2] d.d. 20 februari 2012; en
-
- een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 5 maart 2012; en
- een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 9] LTD d.d. 6 december 2012 met kenmerk [factuurnummer 5] ; en
- een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [bedrijf 2] d.d. 18 juni 2013 met contractnummer [contractnummer 5] ; en
- een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] S.A. d.d. 1 juli 2013; en
- een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 15 augustus 2013 met kenmerk [factuurnummer 6] ; en
- een factuur van [bedrijf 12] S.A. aan [bedrijf 2] d.d. 27 augustus 2013 met kenmerk [factuurnummer 7] ; en
- een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [bedrijf 2] d.d. 17 februari 2014 met contractnummer [contractnummer 6] ; en
- een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] S.A. d.d. 24 februari 2014; en
- een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 15 april 2014 met kenmerk [factuurnummer 16] ; en
- een factuur van [bedrijf 13] S.A aan [bedrijf 2] d.d. 6 mei 2014 met kenmerk [factuurnummer 8]
en
B. de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] B.V.,
elk zijnde een geschrift en/of een samenstel van geschriften dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen,
telkens valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst
immers hebben [bedrijf 2] en (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar telkens valselijk en in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –
- in deze contracten en/of die facturen voornoemd telkens werkzaamheden en/of leveringen en/of diensten vermeld, althans laten vermelden, welke in werkelijkheid niet door [bedrijf 2] zijn uitgevoerd en/of door haar zijn uitbesteed aan derden; en
- die contracten voornoemd voorzien en/of doen voorzien van een onjuiste datum/datering, althans die geschriften geantedateerd, en vervolgens voornoemde contracten en/of facturen opgenomen en/of laten opnemen in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] ,
zulks telkens met het oogmerk om deze geschriften als echt en onvervalst te gebruiken,
hebbende hij, verdachte, feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedragingen;
4.
Hij
in de periode vanaf 1 oktober 2012 tot en met 31 december 2015 in de gemeente [vestigingsplaats 1] en gemeente Voorschoten en gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland en Brazilië en elders ter wereld,
heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten hij, verdachte en [naam 1] ,
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten
- het meermaals medeplegen van valsheid in geschrift op meerdere tijdstippen.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

5.1
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft betoogd dat ten aanzien van het onder feiten 1, 2 en 3 telkens ten laste gelegde onderdeel ‘opnemen van de valse geschriften in de bedrijfsadministratie’ de strafuitsluitingsgrond van artikel 42 Sr Pro van toepassing is en daarmee ontslag van alle rechtsvervolging dient te volgen, nu de aan artikel 52 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) gekoppelde bewaarplicht van de administratie meebrengt dat ook valse stukken dienen te worden opgenomen in de bedrijfsadministratie. [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] waren volgens de verdediging dan ook wettelijk gehouden om de (valse) documenten op te nemen in de bedrijfsadministratie.
5.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat het opnemen van de valse contracten en facturen in de bedrijfsadministratie een keuze was. Daarmee is sprake is van een vorm van culpa in causa waardoor [verdachte] geen (geslaagd) beroep op de strafuitsluitingsgrond toekomt.
5.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt als volgt. De oorzaak van de valse bedrijfsadministratie en de daaraan ten grondslag liggende valse stukken moet niet worden gevonden in (het voldoen aan) het wettelijke voorschrift van artikel 52 AWR Pro, maar in vrijwillig handelen. Men was immers niet op grond van enige wettelijke bepaling gehouden om valse stukken op te maken. Daarmee kan naar het oordeel van de rechtbank de bewaarplicht van artikel 52 AWR Pro geen rechtvaardiging vormen voor het opmaken van valse stukken die vervolgens worden opgenomen in de bedrijfsadministratie van een onderneming. De rechtbank verwerpt het beroep op deze strafuitsluitingsgrond.
Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47, 51, 140 en 225 Sr. Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 en feit 3
telkens het misdrijf:
feitelijke leidinggeven aan medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
feit 2
telkens het misdrijf:
feitelijke leidinggeven aan medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
en
feitelijke leiding geven aan opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, begaan door een rechtspersoon;
feit 4
het misdrijf:
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

6.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7.De op te leggen straf of maatregel

7.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat [verdachte] wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, waarbij rekening is gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht bij een eventuele strafoplegging rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn.
7.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Aard en ernst van de feiten
[verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan feitelijke leidinggeven aan drie ondernemingen bij het plegen van valsheid in geschrifte door het opmaken van valse contracten en facturen en het vervalsen van de bedrijfsadministratie. Deze gedragingen vonden plaats in georganiseerd verband. Met de valse contracten en facturen werd voorgewend dat Nederlandse ondernemingen (engineerings)werkzaamheden zouden hebben uitgevoerd dan wel uitbesteed waar zij in werkelijkheid geen betrokkenheid bij hebben gehad. In werkelijkheid werden zodoende internationale geldstromen afkomstig van [bedrijf 4] afgedekt met fictieve transacties. [verdachte] heeft hierin een cruciale rol gespeeld. Hij is de samenwerking met [bedrijf 4] aangegaan en heeft hiervoor Nederlandse ondernemingen gebruikt met geen ander doel dan het faciliteren van de fraude. Ook heeft hij hiervoor de onderneming van zijn broer, medeverdachte [medeverdachte] , gebruikt. [verdachte] werd hierbij ogenschijnlijk enkel gedreven door een financieel belang en verdiende zo gedurende een lange tijd op makkelijke wijze ten onrechte veel geld. Hoewel de rechtbank op basis van het dossier niet precies heeft kunnen becijferen voor welk totaalbedrag is gefraudeerd, staat wel vast dat het om zeer aanzienlijke bedragen gaat. Alleen al op basis van de ten laste gelegde contracten en facturen zijn tientallen miljoenen via de bankrekeningen van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] doorgesluisd, waarvan miljoenen zijn achtergebleven bij deze vennootschappen. [verdachte] heeft tenminste via de door hem gehouden aandelen in alle drie de vennootschappen financieel geprofiteerd van de marge die de ondernemingen toekwam in ruil voor hun deelname aan de fraudestructuur. Met zijn handelen heeft [verdachte] misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer pleegt te worden gesteld en ook moet kunnen worden gesteld in schriftelijke stukken met bewijsbestemming, zoals de in de onderhavige zaak aan de orde zijnde contracten, facturen en bedrijfsadministraties. De rechtbank neemt dit [verdachte] zeer kwalijk.
De persoon van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende [verdachte] van 2 oktober 2025. Hieruit blijkt dat [verdachte] niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
Redelijke termijn
De rechtbank is van oordeel dat er rekening mee moet worden gehouden dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is overschreden. [verdachte] is op 26 februari 2019 in verzekering gesteld.
[verdachte] kon daaraan in redelijkheid de verwachting ontlenen dat door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zou worden ingesteld. De rechtbank stelt aldus vast dat op 26 februari 2019 de redelijke termijn, waarbinnen [verdachte] dient te worden berecht, is aangevangen. Als algemeen uitgangspunt geldt dat de behandeling ter terechtzitting moet worden afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Van bijzondere omstandigheden is - gelet op de omvang van de zaak en het voorbereidend onderzoek - in deze zaak naar het oordeel van de rechtbank sprake, waardoor de redelijke termijn in deze zaak zal worden gesteld op tweeënhalf jaar. De datum van dit vonnis is 20 april 2026; dat betekent dat de redelijke termijn met meer dan vier jaren en zeven maanden is overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding moet leiden tot strafvermindering.
De op te leggen straf
Gelet op de ernst en omvang van de bewezenverklaarde feiten als ook de cruciale rol die [verdachte] als kartrekker heeft gehad bij het plegen van deze feiten, is naar het oordeel van de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie, in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden passend en geboden. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank een korting van zes maanden toepassen, en een gevangenisstraf opleggen van dertig maanden, met aftrek van de tijd die [verdachte] in verzekering heeft doorgebracht.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv Pro.
7.4
De inbeslaggenomen voorwerpen
De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de op de beslaglijst vermelde ordners met daarin verschillende documenten kunnen worden teruggeven aan [verdachte] , met uitzondering van de (eventueel) daarin opgenomen valse stukken. Deze stukken dienen volgens de officier van justitie te worden onttrokken aan het verkeer.
De verdediging heeft zich verzet tegen het onttrekken van stukken aan het verkeer ten aanzien van documenten die zich niet in het dossier bevinden. Voor het overige kan de verdediging zich vinden in het standpunt van de officier van justitie.
De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde ordners niet vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, met uitzondering van de documenten waarvan is bewezen verklaard dat die vals zijn; dit betreft immers voorwerpen waarmee de feiten zijn begaan. Voor het overige kunnen de ordners worden teruggeven aan verdachte, nu de ordners en de daarin neergelegde documenten niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

8.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 57 Sr Pro.

9.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1 en feit 3
telkens het misdrijf:
feitelijke leidinggeven aan medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
feit 2
het misdrijf:
feitelijke leidinggeven aan medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
en
feitelijke leiding geven aan opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, begaan door een rechtspersoon;
feit 4
het misdrijf:
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 tot en met 4 bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
de in beslag genomen voorwerpen
- verklaart
onttrokkenaan het verkeer de in beslag genomen voorwerpen, te weten de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 19 en 20,
althans voor zover zich daarin documenten bevinden die zijn genoemd in de bewezenverklaring;
- gelast de
teruggavevan de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 19 en 20,
althans voor zover zich daarin documenten bevinden dienietzijn genoemd in de bewezenverklaring.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. ten Boer, voorzitter, mr. M. van Berlo en mr. R.P. van Campen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. de Bruin, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026.

Voetnoten

1.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-002, inhoudende Plea agreement & Statement of Facts USA against [bedrijf 4] S.A., p. 2335 t/m p. 2408.
2.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-006, inhoudende Sheets 1 & 28 van presentatie Federal Police Brazil, p. 2455 en p. 2456.
3.Het proces-verbaal verstrekking documenten Belastingdienst aan FIOD, AMB-001, p. 455 en p. 456.
4.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-003, inhoudende een proces-verbaal van bevindingen van FIU inzake [bedrijf 4] d.d 15 mei 2018, p. 2409 t/m p. 2418.
5.Het proces-verbaal van bevindingen ex artikel 27, lid 1 Wetboek van Strafvordering van 12 juli 2018, AMB-002, p. 459.
6.Het proces-verbaal Bezoek aan Curitiba — Brazilië februari 2019, AMB-023, losbladig, p. 1 t/m p. 3.
7.Rechtshulpverzoek Brazilië – Definitief en getekend, RHV-001-1, p. 1784 t/m p. 1791.
8.PV Uitvoering rechtshulpverzoek Brazilië, RHV-001-4, p. 1824 t/m p. 1829.
9.Het proces-verbaal van verklaring getuige [naam 3] (vertaling), deel 1 t/m deel 3, G-011-1 t/m G-011-3, p. 1589 t/m p. 1632, het proces-verbaal van verklaring getuige [naam 2] (vertaling), deel 1 t/m deel 7, G-012-1 t/m G-012-7, p. 1633 t/m p. 1701, en het proces-verbaal van verklaring getuige [naam 1] (vertaling), deel 1 t/m deel 3, G-013-1 t/m G-013-3, p. 1702 t/m p. 1737.
10.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-045, inhoudende uitlevering Brazilië augustus 2020, p. 2867 t/m p. 2918, een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-046, inhoudende Anexo 1a verklaring [naam 1] , p. 2919 t/m p. 2921, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-143, inhoudende Anexo 01d verklaring [naam 1] , p. 3792 t/m p. 3801.
11.Het proces-verbaal van verwerking & gebruik van gegevens verkregen n.a.v. een rechtshulpverzoek aan Brazilië AMB-022, losbladig, p. 1 en p. 2.
12.Hoge Raad, 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889.
13.Hoge Raad, 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:913; Hoge Raad, 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5629.
14.Hoge Raad, 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889.
15.Het proces-verbaal van bevindingen ex artikel 27, lid 1 Wetboek van Strafvordering van 12 juli 2018, AMB-002, p. 457 t/m p. 481.
16.Het proces-verbaal van bevindingen ex artikel 27, lid 1 Wetboek van Strafvordering van 12 juli 2018, AMB-002, p 461, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-003, inhoudende een proces-verbaal van bevindingen van FIU inzake [bedrijf 4] van 15 mei 2018, p. 2409 t/m p. 2418.
17.Het proces-verbaal van bevindingen ex artikel 27, lid 1 Wetboek van Strafvordering van 12 juli 2018, AMB-002, p. 480 en p. 481.
18.Het proces-verbaal van verklaring getuige [naam 3] (vertaling), deel 1 t/m deel 3, G-011-1 t/m G-011-3, p. 1589 t/m p. 1632, het proces-verbaal van verklaring getuige [naam 2] (vertaling), deel 1 t/m deel 7, G-012-1 t/m G-012-7, p. 1633 t/m p. 1701, en het proces-verbaal van verklaring getuige [naam 1] (vertaling), deel 1 t/m deel 3, G-013-1 t/m G-013-3, p. 1702 t/m p. 1737.
19.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-045, inhoudende uitlevering Brazilië augustus 2020, p. 2867 t/m p. 2918, een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-046, inhoudende Anexo 1a verklaring [naam 1] , p. 2919 t/m p. 2921, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-143, inhoudende Anexo 01d verklaring [naam 1] , p. 3792 t/m p. 3901.
20.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Belastingdienst/ FIOD met nummer 62670/Maquina. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
21.Het proces-verbaal van bevindingen ex artikel 27, lid 1 Wetboek van Strafvordering van 12 juli 2018, AMB-002, p. 457 t/m p. 481, en het proces-verbaal van de terechtzittingen van 9 en 10 maart 2026.
22.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-017, inhoudende een KvK-uittreksel van [bedrijf 3] B.V., p. 2546 t/m p. 2551.
23.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-018, inhoudende een KvK-uittreksel betreffende [bedrijf 2] B.V. van 7 november 2018, p. 2552 t/m p. 2557.
24.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-019, inhoudende een KvK-uittreksel van [medeverdachte bedrijf] B.V., p. 2558 t/m p. 2563.
25.Het proces-verbaal van onderzoek betrokkenheid bestuurder [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] , AMB-003, p. 498, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-017, inhoudende een KvK-uittreksel van [bedrijf 3] B.V., p. 2546 t/m p. 2551.
26.Het proces-verbaal van onderzoek betrokkenheid bestuurder [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] , AMB-003, p. 498, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-018, inhoudende een KvK-uittreksel van [bedrijf 2] B.V., p. 2552 t/m p. 2557, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-030, inhoudende een KvK-uittreksel van [bedrijf 16] B.V., p. 2827 t/m p. 2829.
27.Het proces-verbaal van onderzoek betrokkenheid bestuurder [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] , AMB-003, p. 498, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-019, inhoudende een KvK-uittreksel van [medeverdachte bedrijf] B.V., p. 2558 t/m p. 2563.
28.Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 178, in samenhang met schriftelijke bescheiden met documentcodes DOC-031 t/m DOC-033, inhoudende overzicht aandeelhouders 2012-2015 [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] , p. 2830 t/m p. 2832.
29.Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 178, in samenhang met het proces-verbaal van verhoor van de getuigen [naam 15] , G-004, p. 1508 t/m p. 1517, [naam 13] , G-009, p. 1567 t/m p. 1571, en [naam 14] , G-010, p. 1572 t/m p. 1588.
30.Zie bijv. het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 13] van 27 februari 2019, p. 1567 t/m p. 1571, i.h.b. p. 1569, het proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam 15] , G-004-01, p. 1508 t/m p. 1516, i.h.b. p. 1510, het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 14] , G-010-01, p. 1572 t/m p. 1588, i.h.b. p. 1574 en p. 1579, het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 15] bij de rechter-commissaris van 19 juni 2023, p. 1 t/m p. 22, i.h.b. p. 2, p. 5, p. 6, p. 8, p. 10, p. 11, p. 16 t/m p. 21 en het proces-verbaal van het verhoor van getuige [naam 14] bij de rechter-commissaris van 20 juni 2023, p. 1 t/m p. 15, i.h.b. p. 3, p. 6, p. 7, p. 9 en p. 10.
31.Zie bijvoorbeeld een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-107, inhoudende een e-mail van 14 november 2013 afkomstig van [naam 1] / [bijnaam 1] , p. 3374 t/m p. 3377, een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-145, inhoudende een e-mail van [bijnaam 3] van 28 januari 2014, inclusief bijlagen, p. 3817 t/m p. 3820 of een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-147, inhoudende een e-mail van [naam 1] van 31 januari 2014, inclusief bijlagen, p. 3829 t/m p. 3832.
32.Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam 14] bij de rechter-commissaris van 20 juni 2013, p. 4.
33.Zie het proces-verbaal van de terechtzittingen van 9 en 10 maart 2026.
34.Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam 15] , G-004-01, p. 1516, en het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 14] , G-010-01, p. 1576.
35.De schriftelijke bescheiden met documentcodes DOC-031 t/m DOC-033, inhoudende overzicht aandeelhouders 2012-2015 [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] , p. 2830 t/m p. 2832.
36.Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 122, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-049, inhoudende een e-mail van [naam 17] van 6 september 2007, p. 2931 t/m p. 2933.
37.Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 122 t/m p. 124, een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-050, inhoudende een e-mail(string) van [verdachte] van 29 februari 2008, p. 2934 t/m p. 2938, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-051, inhoudende een e-mail van [verdachte] van 2 november 2008, p. 2939 t/m p. 2943.
38.Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 124 en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-053, inhoudende een e-mail van [verdachte] van 8 oktober 2008, p. 2950.
39.Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 124 en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-054, inhoudende een e-mail van [naam 17] van 19 februari 2009, inclusief bijlagen, p. 2954 t/m p. 2964.
40.Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 125, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-017, inhoudende een KvK-uittreksel van [bedrijf 3] B.V., p. 2546 t/m p. 2551.
41.Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 2] bij de rechter-commissaris van 12 december 2023, proces-verbaal vastgesteld op 25 maart 2024, p. 6.
42.Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 125, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-055, inhoudende een e-mail(string) van [verdachte] van 17 september 2009, p 2965 t/m p. 2969.
43.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 1] bij de rechter-commissaris van 26 februari 2024, p. 12, het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 17] bij de rechter-commissaris van 4 maart 2024, p. 12, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-002, inhoudende Plea agreement & Statement of Facts USA against [bedrijf 4] S.A., p. 2376.
44.Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 168 t/m p. 173, en het proces-verbaal van de terechtzittingen van 9 en 10 maart 2026, het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 14] , G-010-01, p. 1584 en p. 1585.
45.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 384.
46.Zie het proces-verbaal van de terechtzittingen van 9 en 10 maart 2026.
47.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-099, inhoudende loonlijst [bedrijf 3] 2012-2015, p. 3192 t/m p. 3203.
48.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 13] , G-009-01, p. 1570.
49.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 13] , G-009-01, p. 1570.
50.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 21] van 27 februari 2019, G-008-01, p. 1555, p. 1557 en p. 1563 en een schriftelijk bescheid met documentcodes DOC-031, inhoudende overzicht aandeelhouders 2012-2015 van [bedrijf 3] .
51.Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 125 en p. 126 en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-058, inhoudende een e-mail(string) van [verdachte] van 13 april 2010, p. 2976 t/m p. 2981.
52.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 3] [bedrijf 1] BV, AMB-016, p. 252.
53.Zie het proces-verbaal van de terechtzittingen van 9 en 10 maart 2026.
54.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-101, inhoudende een e-mail van 17 juli 2014, afkomstig van [naam 14] namens [bedrijf 3] , inclusief bijlagen, p. 3212, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-017, inhoudende een ‘engineering services agreement’ tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 4] S.A gedateerd 13 november 2012, p. 3212 en p. 3230 t/m p. 3241.
55.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 3] [bedrijf 1] BV, AMB-016, p. 217, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-017, inhoudende een ‘engineering services agreement’ tussen [bedrijf 4] S.A en [bedrijf 3] van 13 november 2012, p. 3231.
56.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-104, inhoudende een ‘engineering services agreement’ tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. van 17 december 2012, p. 3301 t/m p. 3311.
57.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 3] [bedrijf 1] BV, AMB-016, p. 219.
58.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-106, inhoudende een e-mail van 14 november 2013 afkomstig van [naam 14] namens [bedrijf 3] , inclusief bijlagen, p. 3338 t/m p. 3373.
59.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-107, inhoudende een e-mail van 14 november 2013 afkomstig van [naam 1] / [bijnaam 1] , p. 3374 t/m p. 3377.
60.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-111, inhoudende een e-mail van 26 november 2013 afkomstig van [naam 1] / [bijnaam 1] , inclusief bijlagen, p. 3427 t/m p. 3440, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-112, inhoudende een e-mail van 26 november 2013 afkomstig van [naam 10] / [bijnaam 2] , inclusief bijlagen, p. 3441 t/m p. 3453, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-112a, inhoudende een overzicht bestandseigenschappen Word-document, p. 3454.
61.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-110, inhoudende een e-mail van 27 november 2013 afkomstig van [naam 14] namens [bedrijf 3] , inclusief bijlagen, p. 3412 t/m p. 3426, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-111, inhoudende een e-mail van 26 november 2013 afkomstig van [naam 1] / [bijnaam 1] , inclusief bijlagen, p. 3427 t/m p. 3440.
62.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-111, inhoudende een e-mail van 26 november 2013 afkomstig van [naam 1] / [bijnaam 1] , inclusief bijlagen, p. 3439.
63.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-114, inhoudende bankafschriften op naam van [bedrijf 3] , p. 3468 en p. 3472.
64.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 3] [bedrijf 1] BV, AMB-016, p. 225 en p. 226, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-115, inhoudende bankafschriften op naam van [bedrijf 3] , p. 3476 en p. 3488.
65.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-101, inhoudende een e-mail van 17 juli 2014, afkomstig van [naam 14] namens [bedrijf 3] , inclusief bijlagen, p. 3212 en p. 3242 t/m p. 3254.
66.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-012, inhoudende een ‘engineering services agreement’ tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] van 4 februari 2013, p. 2484 t/m p. 2491.
67.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-112, inhoudende een e-mail van 26 november 2013 afkomstig van [naam 10] / [bijnaam 2] , inclusief bijlagen, p. 3441 t/m p. 3453 en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-112a, inhoudende een overzicht bestandseigenschappen Word-document, p. 3454.
68.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-113, inhoudende een e-mail van 17 november 2013, afkomstig van [naam 14] namens [bedrijf 3] , inclusief bijlagen, p. 3455 t/m p. 3467 in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-116, inhoudende e-mail van 26 november 2013 verstuurd door [naam 1] , inclusief bijlagen, p. 3492 t/m p. 3511.
69.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 3] [bedrijf 1] BV, AMB-016, p. 231 en p. 232, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-114, inhoudende bankafschriften op naam van [bedrijf 3] , p. 3468 t/m p. 3472.
70.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 3] [bedrijf 1] BV, AMB-016, p. 231 en p. 232, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-115, inhoudende bankafschriften op naam van [bedrijf 3] , p. 3476 en p. 3487.
71.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-126, inhoudende een ‘services agreement’ tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 3] van 21 februari 2014, p. 3649 t/m p. 3659.
72.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-131, inhoudende een e-mail afkomstig van [bedrijf 3] , inclusief bijlagen, waaronder een ‘services agreement’ tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 8] van 28 februari 2014, p. 3710 t/m p. 3725.
73.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-128, inhoudende een e-mail van [naam 10] / [bijnaam 2] ’ van 4 december 2014, inclusief bijlagen, p. 3668 t/m p. 3695.
74.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-130, inhoudende een e-mail van 14 april 2015 verstuurd namens [bedrijf 3] , afzender onbekend, inclusief bijlagen, p. 3702 t/m p. 3709.
75.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-127, inhoudende een bankafschrift nr. 5 van de USD-rekening op naam van [bedrijf 3] , p. 3665 t/m p. 3667.
76.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-132, inhoudende een bankafschrift nr. 7 van de USD-rekening op naam van [bedrijf 3] , p. 3726 t/m p. 3729.
77.Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 12] [naam 23] van 26 februari 2019, G-002-01, p. 1491, p. 1492 en p. 1494.
78.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 280, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-166, inhoudende verzamelloonstaten [bedrijf 2] , p. 4029.
79.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 357 en p. 358.
80.Zie het proces-verbaal van de terechtzittingen van 9 en 10 maart 2026.
81.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-159, inhoudende een e-mail van [naam 14] van 3 december 2012, inclusief bijlagen, p. 3934, p. 3935 en p. 3939 t/m p. 3953, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-159b, inhoudende overzicht bestandseigenschappen [bedrijf 9] x [bedrijf 2] contract, p. 3955.
82.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 284, in samenhang met schriftelijke bescheiden met documentcodes DOC-164 en DOC-165, inhoudende twee exemplaren contract tussen [bedrijf 9] en [bedrijf 2] van 20 februari 2012, p. 4000 t/m p. 4028.
83.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 284, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-164, inhoudende het contract tussen [bedrijf 9] en [bedrijf 2] van 20 februari 2012, p. 4000 t/m p. 4013.
84.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-164, inhoudende het contract tussen [bedrijf 9] en [bedrijf 2] van 20 februari 2012, p. 4003, p. 4008 en p. 4009.
85.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-156, inhoudende contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] van 5 maart 2012, p. 3903 t/m p. 3912.
86.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 292, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-156, inhoudende een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] van 5 maart 2012, p. 3907.
87.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 288.
88.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-185, inhoudende een e-mail van [naam 1] / [bijnaam 1] van 4 december 2012, p. 4485 t/m p. 4488, een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-178, inhoudende een e-mail van [naam 15] namens [bedrijf 2] van 6 december 2012, inclusief bijlagen, p. 4442 t/m p. 4445, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-178a, inhoudende overzicht bestandseigenschappen [bedrijf 9] Invoice [factuurnummer 23] , p. 4446.
89.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-025, inhoudende transactieoverzicht [rekeningnummer 2] t.n.v. [bedrijf 2] , p. 2820 en p. 2821.
90.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 288.
91.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-163, inhoudende e-mail van [naam 1] / [bijnaam 1] van 14 december 2012, inclusief bijlagen, p. 3984 t/m p. 3997.
92.De schriftelijk bescheiden met documentcode DOC-163a en DOC-163b, inhoudende overzicht bestandseigenschappen Word-documenten subcontract [bedrijf 2] x [bedrijf 6] en Invoice [bedrijf 6] , p. 3998 en p. 3999.
93.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-162, inhoudende een e-mail(string) van [naam 14] van 17 december 2012, p. 3974 t/m p. 3983.
94.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-177, inhoudende een e-mail van [naam 15] namens [bedrijf 2] van 21 december 2012, inclusief bijlagen, p. 4438 t/m p. 4441.
95.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-025, inhoudende transactieoverzicht [rekeningnummer 2] t.n.v. [bedrijf 2] , p. 2820 en p. 2821.
96.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 299.
97.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-192, inhoudende een e-mail van ‘ [bijnaam 3] ’ van 29 juli 2013, inclusief bijlagen, waaronder subcontract no. [bestandsnaam 5] tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 18 juni 2013, p. 4542 en p. 4554 t/m p. 4562.
98.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 301, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-193, inhoudende een contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 18 juni 2013, p. 4568 t/m p. 4575.
99.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-193, inhoudende een contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 18 juni 2013, p. 4568 t/m p. 4575.
100.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-193, inhoudende een contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 18 juni 2013, p. 4571.
101.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-192, inhoudende een e-mail van ‘ [bijnaam 3] ’ van 29 juli 2013, inclusief bijlagen, inhoudende een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] van 1 juli 2013, p. 4542 t/m p. 4553.
102.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 303 en p. 304, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-192, inhoudende een e-mail van ‘ [bijnaam 3] ’ van 29 juli 2013, inclusief bijlagen, inhoudende een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] van 1 juli 2013, p. 4547 en p. 4548.
103.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-259, inhoudende een e-mail van [naam 1] / [bijnaam 1] van 22 augustus 2013, inclusief bijlagen, p. 5350 t/m p. 5360 , in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-259a, inhoudende bestandseigenschappen Word-document subcontract [bedrijf 2] x [bedrijf 12] , p. 5361.
104.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-261, inhoudende een e-mail van [naam 15] , p. 5376 en p. 5377.
105.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 304, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-192, inhoudende een e-mail van ‘ [bijnaam 3] ’ van 29 juli 2013, p. 4542.
106.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-025, inhoudende transactieoverzicht [rekeningnummer 2] t.n.v. [bedrijf 2] , p. 2820 en p. 2821.
107.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-192, inhoudende een e-mail van ‘ [bijnaam 3] ’ van 29 juli 2013, inclusief bijlagen, p. 4566.
108.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 306.
109.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-025, inhoudende transactieoverzicht [rekeningnummer 2] t.n.v. [bedrijf 2] , p. 2820 en p. 2821.
110.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-192, inhoudende een e-mail van ‘ [bijnaam 3] ’ van 29 juli 2013, inclusief bijlagen, p. 4542 en p. 4563.
111.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 307, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-253, inhoudende een e-mail van [naam 1] van 16 juli 2014, inclusief bijlagen, p. 5253 t/m p. 5257.
112.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-196, inhoudende een contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 17 februari 2014, p. 4629 t/m p. 4633.
113.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-196, inhoudende een contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 17 februari 2014, p. 4630.
114.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-196, inhoudende een contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 17 februari 2014, p. 4630 t/m p. 4633.
115.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-222, inhoudende een e-mail van [naam 1] / [bijnaam 1] van 19 mei 2014, inclusief bijlagen, p. 4854 t/m p. 4865, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-222a, inhoudende bestandseigenschappen Word-document subcontract [bedrijf 2] x [bedrijf 13] , p. 4866.
116.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-224, inhoudende een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] van 24 februari 2014, p. 4879 t/m p. 4886.
117.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 337, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-224, inhoudende een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] van 24 februari 2014, p. 4881 en p. 4882.
118.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-221, inhoudende een e-mail van [naam 14] namens [bedrijf 2] van 10 april 2014, inclusief bijlagen, p. 4835 t/m p. 4853.
119.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-222, inhoudende een e-mail van [naam 1] / [bijnaam 1] van 19 mei 2014, inclusief bijlagen, p. 4854 t/m p. 4865.
120.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-223, inhoudende een e-mail van [naam 15] namens [bedrijf 2] van 28 juli 2014, inclusief bijlagen, p. 4867 t/m p. 4878.
121.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 338.
122.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-008, inhoudende een transactieoverzicht [bedrijf 2] [rekeningnummer 4] van 2014, p. 2468 en een schriftelijk bescheiden met documentcodes DOC-225 t/m DOC-232, inhoudende bankafschriften van de ING-Bank op naam van [bedrijf 2] , p. 4887 t/m p. 4910.
123.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-225, inhoudende bankafschrift nr. 15 van de ING-Bank op naam van [bedrijf 2] , inclusief bijlagen, p. 4887 t/m 4891, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-226, inhoudende bankafschrift nr. 18 van de ING-Bank op naam van [bedrijf 2] , inclusief bijlagen, p. 4892 t/m p. 4895.
124.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 343 en p. 351.
125.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-147, inhoudende een e-mail van [naam 1] / [bijnaam 1] van 31 januari 2014, inclusief bijlagen, waaronder een ‘agency agreement’ tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 8] van 14 juni 2012, p. 3829, p. 3831 en p. 3832.
126.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-147, inhoudende een e-mail van [naam 1] / [bijnaam 1] van 31 januari 2014, inclusief bijlagen, waaronder een ‘agency agreement’ tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 8] van 14 juni 2012, p. 3829, p. 3831 en p. 3832.
127.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-147, inhoudende een e-mail van [naam 1] / [bijnaam 1] van 31 januari 2014, inclusief bijlagen, p. 3829 t/m p. 3832.
128.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 390 en p. 391, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-144, inhoudende een contract tussen [bedrijf 9] en [medeverdachte bedrijf] van 5 juli 2012, p. 3802 t/m p. 3816.
129.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-145, inhoudende een e-mail van [bijnaam 3] van 28 januari 2014, inclusief bijlagen, p. 3817 t/m p. 3820.
130.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 395 en p. 396, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-146, inhoudende een e-mail van [naam 15] namens [medeverdachte bedrijf] van 31 januari 2014, p. 3825, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-151, inhoudende een e-mail inhoudende een e-mail van [naam 15] namens [medeverdachte bedrijf] van 31 januari 2014, p. 3844 t/m p. 3848.
131.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 397 t/m p. 399, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-146, inhoudende een e-mail van [naam 15] namens [medeverdachte bedrijf] van 31 januari 2014, p. 3822 t/m p. 3828.
132.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 397 t/m p. 399, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-146, inhoudende een e-mail van [naam 15] namens [medeverdachte bedrijf] van 31 januari 2014, p. 3822 en p. 3823.
133.Het proces-verbaal van beschrijving modes operandi, AMB-015, p. 167.
134.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 403 en p. 404.
135.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 407, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-254, inhoudende een e-mail van [naam 14] van 3 juni 2014, inclusief bijlage, inhoudende een ‘agency agreement’ tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] van 17 juni 2013, p. 5260 t/m p. 5263.
136.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 407.
137.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 407 t/m p. 409, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-255, inhoudende een e-mail van [naam 14] , inclusief bijlagen, waaronder een contract tussen [bedrijf 7] SA en [medeverdachte bedrijf] van 1 juli 2013, p. 5294 t/m p. 5315.
138.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 409.
139.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 416, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-262, inhoudende een e-mail van [naam 14] aan [medeverdachte] van 1 mei 2014, p. 5378 t/m p. 5383 en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-262a, inhoudende een overzicht bestandseigenschappen Word-document [medeverdachte bedrijf] Agency Agreement, p. 5384, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-263, inhoudende een e-mailstring van 1 augustus 2014 afkomstig van [naam 15] namens [medeverdachte bedrijf] , inclusief bijlagen, p. 5385 t/m p. 5392.
140.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 411, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-238, inhoudende een e-mail van [naam 14] namens [medeverdachte bedrijf] van 27 maart 2014, inclusief bijlagen, p. 4968 t/m p. 4986, specifiek p. 4969, p. 4971, p. 4975, p. 4981 en p. 4985.
141.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 413 en p. 414, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-240, inhoudende een e-mail van 22 april 2014 afkomstig van [naam 15] , p. 5017 en p. 5018 en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-241, inhoudende een e-mail van 25 april 2014 afkomstig van [naam 15] , p. 5049 en p. 5050.
142.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 414.
143.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 417 en p. 418, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-241, inhoudende een e-mail van 25 april 2014 afkomstig van [naam 15] , p. 5049 en p. 5070 t/m p. 5072.
144.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 424 en p. 425, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-250, inhoudende een brief van [medeverdachte] namens [medeverdachte bedrijf] van 1 oktober 2014, p. 5174 t/m p. 5176.
145.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-257, inhoudende een e-mail van 12 november 2014 van [naam 26] , inclusief bijlagen, p. 5320 t/m p. 5327.
146.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-256, inhoudende een e-mail van 24 november 2014 van [bijnaam 3] , inclusief bijlagen, p. 5316 t/m p. 5319.
147.Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 430 en p. 431.
148.Het proces-verbaal van de terechtzittingen van 9 en 10 maart 2026.
149.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-002, inhoudende Plea agreement & Statement of Facts USA against [bedrijf 4] S.A., p. 2338.
150.Hoge Raad, 2 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:AB8155.
151.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-149, inhoudende een vragenbrief van de ING-Bank [nummer] van 18 april 2018, p. 3835 t/m p. 3839.
152.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-150, inhoudende een ongedateerde brief namens [medeverdachte] met daarin een reactie op de vragen van de ING-Bank, p. 3840 t/m p. 3843.
153.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-258, inhoudende factuur ‘invoice [factuurnummer 19] ’ van 16 oktober 2025 en met pen geschreven ‘vraag 5’, p. 5327.
154.Zie het proces-verbaal van de terechtzitting van 9 en 10 maart 2016.
155.Hoge Raad, 29 mei 1984, ECLI:NL:HR:1984:AC8436,
156.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 14] bij de rechter-commissaris van 20 juni 2023, p. 12.
157.Hoge Raad, 18 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5140.