Eiser ontving aanvankelijk een AOW-pensioen voor ongehuwden, maar werd later herzien naar een gehuwdenpensioen met terugwerkende kracht vanaf augustus 2023, nadat de SVB meldingen ontving over zijn huwelijk in het buitenland en samenwoning.
Eiser voerde aan dat er sprake was van duurzaam gescheiden leven tot december 2024 en dat hij zijn huwelijk niet tijdig had gemeld, maar dat dit niet tot herziening mocht leiden. Ook stelde hij dat hij niet was geïnformeerd over zijn recht op een Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO).
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden door het huwelijk niet te melden, dat niet was voldaan aan de voorwaarden voor duurzaam gescheiden leven, en dat er geen dringende redenen waren om af te zien van herziening met terugwerkende kracht. Hoewel het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd, werd dit gebrek gepasseerd omdat eiser hierdoor niet werd benadeeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard, maar de SVB werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.