Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende
de heffingsambtenaar van de gemeente Wierden
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- [adres 2], op 17 juni 2022 verkocht voor € 600.000,-;
- [adres 3], op 17 februari 2023 verkocht voor € 525.000,-
- [adres 4], op 14 april 2022 verkocht voor € 520.000,-.
- [adres 8], op 9 december 2024 verkocht voor € 510.510,-;
- [adres 9], op 10 oktober 2025 verkocht voor een onbekend bedrag, met een vraagprijs van € 659.000,-;
- [adres 10], op 4 april 2025 verkocht voor een onbekend bedrag, met een vraagprijs van € 595.000,-.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning tot een bedrag van € 597.000,-;
- vermindert de voor de woning opgelegde aanslag onroerendezaakbelastingen tot een aanslag berekend naar een waarde van € 597.000,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 20,16 aan proceskosten aan belanghebbende.
R.A.R. van Westering, griffier, uitgesproken op