Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, ingediend op 18 mei 2026, met 7 producties,
- de mondelinge behandeling van 22 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de spreekaantekeningen namens [partij A] , tijdens de mondelinge behandeling voorgedragen door mr. Mercanoglu,
2.Waar gaat de zaak over?
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
dathij niet eens is met de inhoud van de Beschikking, maar niet
waaromdat zo is. Afgezien daarvan geldt dat van de voorzieningenrechter niet kan worden gevergd dat in dit vonnis in kort geding mede een oordeel over de kans van slagen wordt gegeven van het eventueel door [partij B] in te stellen hoger beroep. [4]