ECLI:NL:RBOVE:2026:3510
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking drank- en horecavergunning en weigering gedoogbeschikking coffeeshop op grond van Wet bibob
De burgemeester van Enschede heeft de drank- en horecavergunning van een coffeeshop ingetrokken en de gedoogbeschikking geweigerd op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet bibob). De intrekking was gebaseerd op vermoedens van overtreding van de Opiumwet, witwassen en valsheid in geschrifte, ondersteund door een advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB).
De eiser betwistte de besluiten en voerde onder meer aan dat de burgemeester de vergewisplicht had geschonden door ontlastende informatie niet mee te wegen, dat de besluiten in strijd waren met de onschuldpresumptie en dat de intrekking onevenredig was. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester de vergewisplicht had geschonden met betrekking tot de a-grond (gebruik vergunning voor benutten van voordelen uit strafbare feiten), waardoor deze grond niet kon worden gebruikt voor intrekking.
De rechtbank stelde echter vast dat de intrekking wel kon worden gebaseerd op de b-grond (gebruik vergunning voor plegen van strafbare feiten) en het zesde lid van artikel 3 Wet Pro bibob, met name vanwege het ernstige vermoeden van valsheid in geschrifte. De intrekking was niet onevenredig gelet op de ernst van de vermoedens en het belang van transparantie bij coffeeshops. De weigering van de gedoogbeschikking was daarmee ook terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de vergunning en weigering van de gedoogbeschikking.