ECLI:NL:RBOVE:2026:3672
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken besluit in ontruimingsgeschil
In deze bestuursrechtelijke zaak verzochten [verzoeker 1] en [verzoeker 2] om een voorlopige voorziening tegen een brief van het college van burgemeester en wethouders van Wierden van 23 december 2021. In deze brief werd hen meegedeeld dat het college niet meewerkt aan de verkoop/verhuur van een gemeentelijk perceel (kavel B) en werd verzocht het perceel uiterlijk 1 december 2022 te ontruimen.
De verzoekers hadden eerder bezwaar gemaakt tegen deze brief en civielrechtelijk geprocedeerd over eigendom van het perceel. De Hoge Raad had inmiddels bevestigd dat de gemeente eigenaar is van het perceel. Het verzoek om voorlopige voorziening beoogde schorsing van het ontruimingsverzoek tot na de beslissing op bezwaar.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief van 23 december 2021 geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat het geen publiekrechtelijke rechtshandeling betreft maar een uitoefening van eigendomsrecht door de gemeente. Er is geen rechtsmiddelenclausule opgenomen en het verzoek tot ontruiming is slechts een verzoek, geen verplichting. Het bezwaar is daarom niet-ontvankelijk en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De voorzieningenrechter verwees verzoekers naar de civiele rechter voor geschil over ontruiming en eigendom. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de brief geen besluit is in de zin van de Awb.