ECLI:NL:RBOVE:2026:3753
Rechtbank Overijssel
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep bijzondere bijstand
De rechtbank Overijssel heeft op 2 juli 2026 uitspraak gedaan over het verzet van opposant tegen de uitspraak van 15 januari 2026, waarin het beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep betrof de afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand voor kosten van rechtsbijstand door het college van burgemeester en wethouders van Hengelo.
De rechtbank heeft beoordeeld of het eerdere oordeel over de niet-ontvankelijkheid terecht was, waarbij zij eerst aan de gronden van het verzet toetste. De rechtbank concludeerde dat het verzet gegrond is omdat het beroepschrift van 8 oktober 2025 wel degelijk voldoende gronden bevatte, ondanks dat de rechtbank in januari 2026 anders had geoordeeld. Opposant had in zijn beroepschrift verwezen naar de bezwaarschriften en omstandigheden die de termijnoverschrijding rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet zonder zitting had mogen worden afgedaan en dat het eerdere vonnis vervalt. De procedure wordt hervat in de stand van vóór de uitspraak van 15 januari 2026. Tevens veroordeelde de rechtbank het college in de proceskosten van opposant, vastgesteld op € 934,-.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het college is veroordeeld in de proceskosten.