Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende
Inleiding
Feiten
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Overijssel
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Deventer wegens het niet betalen van parkeerbelasting op 26 april 2025. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de aanslag. Belanghebbende voerde aan dat de kostenposten die de gemeente in rekening bracht niet voldoende inzichtelijk waren en te hoog.
De rechtbank oordeelde dat de motivering van de uitspraak op bezwaar voldoende was en dat de heffingsambtenaar aan zijn informatieplicht had voldaan. De rechtbank toetste de kostenposten aan de wettelijke normen en de recente jurisprudentie van de Hoge Raad, waarbij kosten die meer dan zijdelings samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting mogen worden doorberekend.
De rechtbank ging in op de betwiste kostenposten zoals onderhoud Bluebrick, kapitaallasten handhavingsapparatuur, kosten toezicht, overhead, overwerk en belastingen. De rechtbank vond dat de gemeente voldoende aannemelijk had gemaakt dat deze kosten meer dan zijdelings verband houden met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.