ECLI:NL:RBOVE:2026:4408

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
C/08/344777
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:228 lid 1 BWArt. 1:228 lid 2 BWArt. 1:5 lid 7 BWArtikel 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing adoptieverzoek door voormalig pleegouders ondanks meerderjarigheid kind

Verzoekers, voormalig pleegouders van [belanghebbende 1], hebben de rechtbank verzocht om adoptie uit te spreken. [belanghebbende 1] verbleef sinds haar eerste levensjaar bij verzoekers en werd door hen opgevoed. Het contact met haar biologische ouders is afwezig en onherstelbaar. Hoewel het verzoek werd ingediend nadat [belanghebbende 1] meerderjarig was, stelde de rechtbank vast dat er sprake is van zeer bijzondere omstandigheden die het minderjarigheidsvereiste kunnen doorbreken.

De rechtbank overwoog dat adoptie een ingrijpende maatregel is die de familierechtelijke banden met de biologische ouders beëindigt. De wet vereist dat het kind minderjarig is bij het verzoek, maar onder bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. De langdurige zorg en opvoeding door verzoekers, het ontbreken van contact met de biologische ouders en het emotionele belang van [belanghebbende 1] bij juridische erkenning van haar gezinssituatie vormden de kern van deze bijzondere omstandigheden.

De moeder van [belanghebbende 1] verzette zich tegen het verzoek, maar de rechtbank ging aan dit bezwaar voorbij vanwege het ontbreken van een gezinsverband en verwaarlozing door de moeder. De rechtbank achtte het belang van het kind zwaarder en vond de termijnoverschrijding verschoonbaar. De adoptie werd daarom toegewezen en de geslachtsnaam van [belanghebbende 1] bleef ongewijzigd.

Uitkomst: De rechtbank wijst het adoptieverzoek toe en spreekt de adoptie uit ondanks het meerderjarig zijn van het kind vanwege bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Almelo
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/344777 / FA RK 26-348
beschikking van 14 juli 2026
in de zaak van
[verzoeker 1], en
[verzoeker 2],
verder te noemen: verzoekers of de (voormalig) pleegouders,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.P.J. Appelman.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
1.
[belanghebbende 1],
verder te noemen: [belanghebbende 1] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
2.
[belanghebbende 2],
moeder van [belanghebbende 1] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
3.
[belanghebbende 3] ,
vader van [belanghebbende 1] ,
wonende te [woonplaats 3] .

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen op 6 februari 2026;
  • een e-mail van mr. Appelman van 3 maart 2026;
  • een e-mail van mr. Appelman met bijlagen van 12 juni 2026.
1.2.
Het verzoek is besproken tijdens de zitting met gesloten deuren van de meervoudige kamer van de rechtbank van 16 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • verzoekers, bijgestaan door hun advocaat;
  • [belanghebbende 1] ;
  • de moeder;
De vader was ook uitgenodigd voor de zitting, maar hij is niet gekomen.
1.3.
Aan [naam 1] , partner van [belanghebbende 1] , is bijzondere toegang verleend.
1.4.
De zaak is gelijktijdig behandeld met het verzoek tot adoptie van [naam 2] , halfzus van [belanghebbende 1] , door verzoekers.
1.5.
Bij een eerder verzoek, dat is ingetrokken, was een schriftelijke verklaring van [belanghebbende 1] overgelegd. Deze verklaring ontbrak in het huidige dossier en is met instemming van verzoekers na de zitting toegevoegd aan het dossier.

2.De feiten

2.1.
De pleegvader is geboren op [geboortedatum 1] 1953 te [geboorteplaats 1] . De pleegmoeder is geboren op [geboortedatum 2] 1959 te [geboorteplaats 2] .
2.2.
Uit de moeder is op [geboortedatum 3] 2001 te [geboorteplaats 3] geboren:
[belanghebbende 1]. De vader heeft [belanghebbende 1] op 16 november 2001 erkend, waarbij [belanghebbende 1] de geslachtsnaam “ [belanghebbende 3] ” kreeg. Bij Koninklijk Besluit van 22 mei 2019 is de geslachtnaam van [belanghebbende 1] gewijzigd in “ [belanghebbende 1] ”.
2.3.
[belanghebbende 1] stond sinds 20 februari 2004 ingeschreven op hetzelfde adres als verzoekers. Zij verbleef (officieel) vanaf 23 december 2002 in het gezin van verzoekers.
2.4.
Verzoekers zijn op 9 maart 1979 met elkaar gehuwd en staan volgens de Basisregistratie Personen sinds meer dan 45 jaar op hetzelfde adres ingeschreven.
2.5.
De vader, de moeder, verzoekers en [belanghebbende 1] hebben allen de Nederlandse nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1.
Verzoekers hebben de rechtbank verzocht de adoptie van [belanghebbende 1] door hen uit te spreken.
3.2.
Ter onderbouwing van hun verzoek hebben zij gesteld dat [belanghebbende 1] vanaf december 2002 bij hen is komen wonen. Feitelijk verbleef [belanghebbende 1] al voor haar eerste verjaardag bij hen als crisispleegouders. Het contact tussen [belanghebbende 1] en haar biologische vader is nooit van de grond gekomen. [belanghebbende 1] heeft tot haar twaalfde jaar wel sporadisch contact gehouden met haar moeder, broertjes en zusjes. Daarna is er geen contact meer geweest. Verzoekers hebben het verzoek tot adoptie niet tijdens de minderjarigheid van [belanghebbende 1] gedaan, omdat zij de ruimte voor contactherstel tussen [belanghebbende 1] en haar (biologische) ouders wilden openhouden. Bovendien heeft Jeugdzorg de pleegouders adoptie altijd afgeraden tijdens de minderjarigheid en [belanghebbende 1] en verzoekers hebben destijds geen onrust bij de ouders willen veroorzaken. Verzoekers waren na meerderjarig worden van [belanghebbende 1] zich onvoldoende bewust van een leeftijdsgrens voor adoptie. In 2025 is [belanghebbende 1] tot de conclusie gekomen dat zij niks meer van haar ouders te verwachten heeft. In verband met de zeer lange tijd dat verzoekers voor [belanghebbende 1] hebben gezorgd, zij feitelijk altijd haar ouders zijn geweest en [belanghebbende 1] volwaardig deel heeft uitgemaakt van het gezin van verzoekers, willen verzoekers nu voor [belanghebbende 1] dat hun band wordt bestendigd en in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie. Zij hebben [belanghebbende 1] altijd verzorgd en opgevoed als een eigen dochter. De onduidelijkheid en het ontbreken van erkenning van de gezinssituatie heeft invloed op [belanghebbende 1] , voor haar identiteitsontwikkeling en voor een eventueel toekomstig gezin dat zij zal krijgen. Gelet op de emoties en psychische belasting die dit voor [belanghebbende 1] met zich meebrengt, willen verzoekers laten zien en voelen dat ze helemaal bij hen hoort.
3.3.
Verzoekers stellen dat sprake is van (zeer) bijzondere omstandigheden, waardoor voorbij kan worden gegaan aan het minderjarigheidsvereiste van artikel 1:228 lid 1 onder Pro a Burgerlijk Wetboek (BW) op grond van artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

4.De standpunten van de belanghebbenden

[belanghebbende 1]
4.1.
wil heel graag dat verzoekers haar adopteren. Haar biologische ouders hebben nooit een positieve rol in haar leven gespeeld. Verzoekers zijn er altijd voor haar geweest en hebben haar verzorgd, opgevoed, gesteund en gevormd. [belanghebbende 1] heeft vanaf haar twaalfde levensjaar geen contact met de moeder en (later) ook niet meer met haar overige familieleden van moederskant. Het contact met haar vader is nooit op gang gekomen en daar heeft ze ook geen behoefte aan. Het is voor [belanghebbende 1] ontzettend belangrijk dat verzoekers ook haar juridische ouders worden. Zij voelen als haar ouders voor haar. Verzoekers hebben altijd gerespecteerd dat zij biologische ouders heeft en hebben geen rol gespeeld in de keuze voor de adoptie. [belanghebbende 1] was blij met de naamswijziging naar “ [belanghebbende 1] ”. Ze dacht niet dat alles daarmee geregeld was, maar wel dat zij een “ [belanghebbende 1] ” geworden was. Dat voelde ook als een soort erkenning. Toen zij in 2025 in ondertrouw ging kwam zij tot het pijnlijke inzicht dat haar biologische ouders in de trouwakte stonden en kwam alles weer naar boven. Adoptie voelt voor haar als een logische en rechtvaardige stap. Het bevestigt wat in de praktijk al zo is. De adoptie zal voor duidelijkheid zorgen bij haar, voor haar omgeving en voor de toekomst, waarbij zij hoopt dat verzoekers de toekomstige opa en oma van haar kinderen mogen worden.
De moeder
4.2.
De moeder heeft tijdens de zitting verklaard niet te kunnen instemmen met het verzoek. Zij heeft gerespecteerd dat de kinderen in het pleeggezin zijn opgegroeid, omdat zij zelf niet voor hen kon zorgen, maar adoptie gaat haar te ver. De naamswijziging naar “ [belanghebbende 1] ” vond zij ook al lastig, maar dat heeft zij langs zich heen laten gaan. De moeder vindt het heel jammer dat ze geen contact heeft met [belanghebbende 1] en zij heeft het gevoel dat zij van de pleegouders niet echt een kans heeft gekregen om een band op te bouwen met [belanghebbende 1] . Zij verzoekt de rechtbank om het verzoek tot adoptie af te wijzen.
De vader
4.3.
De vader heeft geen standpunt aan de rechtbank kenbaar gemaakt.

5.De beoordeling

Conclusie
5.1.
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en de adoptie van [belanghebbende 1] door verzoekers uitspreken. Hierna zal de rechtbank uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
De adoptie
5.2.
De rechtbank stelt voorop dat adoptie in de kern een maatregel van kinderbescherming is. Het uitgangspunt van de wetgever is dat bestaande familiebanden in beginsel onverbrekelijk zijn. Adoptie is hierop een uitzondering. Adoptie heeft het ingrijpende gevolg dat daarmee de tussen de ouder en het kind bestaande familierechtelijke betrekkingen worden beëindigd.
Aan adoptie zijn om deze reden strikte voorwaarden verbonden. Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 van het BW.
5.3.
De adoptie kan worden uitgesproken als deze in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder(s) in die hoedanigheid te verwachten heeft en aan de overige voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW Pro, is voldaan. [1]
De ontvankelijkheid
5.4.
Adoptie vindt plaats door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. [2]
5.5.
Verzoekers zijn ontvankelijk in het verzoek tot adoptie, omdat zij ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met elkaar hebben samengeleefd [3] en zij hebben vanaf 23 december 2002 doorlopend de zorg voor [belanghebbende 1] gehad, totdat [belanghebbende 1] op zichzelf is gaan wonen.
Het minderjarigheidsvereiste
5.6.
[belanghebbende 1] was op de dag van de indiening van het verzoekschrift 24 jaar oud. Dit betekent dat niet is voldaan aan de in artikel 1:228 lid 1 onder Pro a BW gestelde voorwaarde dat het kind op de dag van de indiening van het verzoekschrift minderjarig is. De wetgever heeft steeds vastgehouden aan het minderjarigheidsvereiste. De Hoge Raad houdt hier ook strikt de hand aan. [4] Adoptie van [belanghebbende 1] door verzoekers is daarom op grond van de nationale wetgeving niet mogelijk.
5.7.
Volgens vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is het recht op adoptie niet één van de door het EVRM beschermde rechten. Dat een feitelijk gezinsverband niet wordt omgezet in een juridisch gezinsverband is op zichzelf niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro. Het enkele feit dat adoptie niet mogelijk is wanneer niet wordt voldaan aan de in de nationale wetgeving vastgestelde voorwaarden, kan daarom in beginsel niet worden aangemerkt als een ongeoorloofde inbreuk op het recht op family life. Ook de Hoge Raad heeft beslist dat aan artikel 8 EVRM Pro weliswaar het recht op bescherming van family life tussen de ouders en een door hen geadopteerd kind kan worden ontleend, maar niet het recht om een kind te adopteren zonder dat wordt voldaan aan de eisen voor adoptie volgens de nationale wet. [5]
5.8.
Onder zeer bijzondere omstandigheden kan het weigeren van een adoptie zo’n inbreuk maken op het bestaande gezinsleven dat toch voorbij kan worden gegaan aan het minderjarigheidsvereiste van artikel 1:228 lid 1 onder Pro a BW. De termijnoverschrijding met betrekking tot het verzoek moet in een dergelijke situatie verschoonbaar zijn.
Zeer bijzondere omstandigheden
5.9.
Verzoekers hebben gesteld dat er sprake is van zeer bijzondere omstandigheden, die maken dat voorbij gegaan dient te worden aan het vereiste van minderjarigheid. De rechtbank is van oordeel dat hiervan sprake is. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.
5.10. Verzoekers zijn vanaf het eerste levensjaar van [belanghebbende 1] pleegouders voor haar geweest en hebben een ouderrol vervuld voor haar. Haar ouders waren niet in staat voor haar te zorgen. Zij is als volwaardig gezinslid opgevoed en opgegroeid in het gezin van verzoekers. Tussen verzoekers en [belanghebbende 1] is sprake van een warme, hechte band en [belanghebbende 1] ziet pleegouders als haar ouders en wil graag de juridische situatie in overeenstemming brengen met de feitelijke situatie. [belanghebbende 1] heeft geen contact meer met haar biologische ouders en hun familieleden en heeft hier ook geen behoefte aan. Het is voor [belanghebbende 1] heel belangrijk om door verzoekers te worden geadopteerd. Om voor de rechtbank begrijpelijke redenen is het voor [belanghebbende 1] en verzoekers van groot persoonlijk en emotioneel belang dat de familieband die zij ervaren juridisch wordt bevestigd.
5.11.
Tijdens de minderjarigheid hebben pleegouders de mogelijkheden voor contactherstel met de biologische familie van [belanghebbende 1] niet willen doorkruisen met een ingrijpende adoptieprocedure. Bovendien werd hen door Jeugdzorg geadviseerd om dit niet te doen, om geen onrust te veroorzaken bij de ouders. Het weigeren van adoptie enkel vanwege de meerderjarigheid bij de indiening van het verzoek zou gezien deze bijzondere omstandigheden naar het oordeel van de rechtbank een ongeoorloofde inbreuk op het gezins- en familieleven van [belanghebbende 1] met zich meebrengen.
Verschoonbare termijnoverschrijding
5.12.
[belanghebbende 1] verkeerde in de veronderstelling dat met de geslachtsnaamswijziging in 2019 naar “ [belanghebbende 1] ” voldoende was geregeld, zodat de wens tot adoptie toen nog niet bestond. Toen [belanghebbende 1] er in 2025 achter kwam dat haar biologische ouders nog altijd op haar geboorteakte staan als haar juridische ouders, was dit zo pijnlijk voor haar, dat alle pijn en verdriet uit het verleden weer naar boven is gekomen. Als zij dit eerder had geweten, had zij eerder de stappen voor een adoptie in gang gezet. Na haar ondertrouw is zij direct in actie gekomen ten aanzien van het adoptieverzoek.
5.13.
Gelet hierop is het te begrijpen dat verzoekers, in het belang van [belanghebbende 1] , het verzoek niet eerder hebben kunnen indienen dan toen [belanghebbende 1] 24 jaar oud was. De rechtbank vindt de termijnoverschrijding dan ook verschoonbaar.
5.14.
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat [belanghebbende 1] een zwaarwegend belang heeft bij het vestigen van een familierechtelijke betrekking met de pleegouders en bij juridische bevestiging van de sterke emotionele band tussen hen. Alle omstandigheden samen bezien onderstrepen het hechte en al lange tijd bestaande gezinsleven tussen de pleegouders en [belanghebbende 1] . De omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank dusdanig uitzonderlijk dat sprake is van een ongeoorloofde inbreuk op het tussen hen bestaande familieleven, als de adoptie geweigerd zou worden. Zonder de adoptie zou [belanghebbende 1] (gevoelsmatig) niet bij een familie horen en zal zij bij (in elk geval) de life events in haar leven de pijn, het verdriet en verlangen voelen die zij nu ervaart.
De rechtbank vindt het dan ook gerechtvaardigd om voorbij te gaan aan het bepaalde in artikel 1:228 lid 1 sub a BW Pro.
De tegenspraak en overige wettelijke criteria
5.15.
De moeder heeft het verzoek tegengesproken. De rechtbank begrijpt dat het voor de biologische moeder moeilijk is als [belanghebbende 1] wordt geadopteerd door verzoekers. De rechtbank dient te letten op de positie die het kind door de adoptie krijgt, maar ook en niet minder, op hetgeen het kind verliest (de familierechtelijke band met de juridische (en in dit geval biologische) ouder en familie).
In dit geval zal de rechtbank voorbijgaan aan het bezwaar van de moeder. De rechtbank kan dit doen als het kind en de ouder niet of nauwelijks in gezinsverband met elkaar hebben samengeleefd of als de ouder de verzorging en opvoeding van het kind op grove wijze heeft verwaarloosd. [6] De rechtbank stelt vast dat de moeder en [belanghebbende 1] niet of nauwelijks in gezinsverband met elkaar hebben geleefd. Uit de overgelegde hulpverleningsplannen blijkt dat [belanghebbende 1] in haar jeugd door de moeder is verwaarloosd. De rechtbank is daarom van oordeel dat aan de tegenspraak van de moeder voorbij moet worden gegaan. Ook aan de overige voorwaarden van artikel 1:228 BW Pro, voor zover nog van toepassing, is voldaan.
5.16.
Ook is te voorzien dat [belanghebbende 1] voor de toekomst redelijkerwijs niets meer van haar ouders in de hoedanigheid van ouders te verwachten heeft en is de adoptie door verzoekers in het kennelijk belang van [belanghebbende 1] . Het is voor haar welbevinden van belang dat officieel bevestigd wordt dat verzoekers niet alleen emotioneel en sociaal, maar ook juridisch haar ouders zijn. Het is de rechtbank voldoende gebleken dat verzoekers de ouderrol voor [belanghebbende 1] hebben vervuld en nog steeds vervullen, in tegenstelling tot haar (biologische) ouders. Ze is opgegroeid in het gezin van verzoekers en hun kinderen, waar de pleegouders [belanghebbende 1] een stabiele en betrouwbare omgeving hebben geboden. Volgens verzoekers staan hun andere kinderen positief tegenover het verzoek. Zij weten niet beter dan dat [belanghebbende 1] hun zusje is.
5.17.
Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank het verzoek ten aanzien van [belanghebbende 1] toewijzen en aan de tegenspraak van de moeder voorbijgaan.
Geslachtsnaam
5.18.
[belanghebbende 1] is ouder dan zestien jaar en mag daarom kiezen van welke ouder zij de geslachtsnaam wil dragen. [7] [belanghebbende 1] kiest ervoor om de geslachtsnaam “ [belanghebbende 1] ” te behouden en de rechtbank zal deze naamskeuze in de beslissing opnemen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
spreekt uit de adoptie door
[verzoeker 1]en
[verzoeker 2], wonende op een bij de rechtbank bekend adres, van:
[belanghebbende 1], geboren op [geboortedatum 3] 2001 te [geboorteplaats 3] ;
6.2.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Enschede een latere vermelding van de adoptie aan de geboorteakte toe te voegen;
6.3.
stelt vast dat [belanghebbende 1] na de adoptie de geslachtsnaam “ [belanghebbende 1] ” wenst te behouden;
6.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Jongebreur, mr. M.H. van der Lecq, mr. I.M. Brandwacht-Kampman, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. A.H. Wiersma, griffier.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Afschrift verzonden d.d.
Aan:

Mr. E.P.J. Appelman

[belanghebbende 1]

[belanghebbende 2]

[belanghebbende 3]
Afschrift verzonden na appèltermijn d.d.
Aan:

Gemeente Enschede, afdeling Burgerzaken

Voetnoten

1.Artikel 1:227, derde lid, BW
2.Artikel 1:227, eerste lid, BW
3.Artikel 1:227, tweede lid BW
6.Artikel 1:228 lid 2 BW Pro
7.Artikel 1:5 lid 7 BW Pro