ECLI:NL:RBOVE:2026:4411

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
C/08/344778
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:228 lid 1 BWArt. 1:228 lid 2 BWArt. 1:5 lid 7 BWArtikel 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing adoptie meerderjarige door voormalig pleegouders ondanks minderjarigheidsvereiste

Verzoekers, de voormalig pleegouders van [belanghebbende 1], hebben de rechtbank verzocht om adoptie van [belanghebbende 1], die op het moment van het verzoek meerderjarig was. [belanghebbende 1] is sinds drie weken na haar geboorte in het gezin van verzoekers opgegroeid en ziet hen als haar ouders. De moeder van [belanghebbende 1] is tegen het verzoek, maar heeft geen actieve rol in het leven van [belanghebbende 1].

De rechtbank stelt vast dat adoptie in beginsel alleen mogelijk is als het kind minderjarig is, maar dat onder zeer bijzondere omstandigheden en bij verschoonbare termijnoverschrijding hiervan kan worden afgeweken. De langdurige en hechte gezinsband tussen verzoekers en [belanghebbende 1], het ontbreken van een vader en het minimale contact met de biologische moeder vormen zulke bijzondere omstandigheden.

De rechtbank oordeelt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is omdat verzoekers de adoptie niet eerder hebben ingediend om de moeder ruimte te geven en op advies van Jeugdzorg. Het verzoek is in het belang van [belanghebbende 1] en bevestigt de feitelijke ouder-kindrelatie juridisch. De rechtbank wijst het verzoek toe en gaat voorbij aan het bezwaar van de moeder. [belanghebbende 1] behoudt haar huidige geslachtsnaam.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot adoptie van de meerderjarige door haar voormalig pleegouders toe ondanks het minderjarigheidsvereiste.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Almelo
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/344778 / FA RK 26-349
beschikking van 14 juli 2026
in de zaak van
[verzoekster], en
[verzoeker],
verder te noemen: verzoekers of de (voormalig) pleegouders,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.P.J. Appelman.
Als belanghebbende
nzijn aangemerkt:
1.
[belanghebbende 1],
verder te noemen: [belanghebbende 1] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
2.
[belanghebbende 2],
moeder van [belanghebbende 1] ,
wonende te [woonplaats 2] .

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen op 6 februari 2026;
  • een e-mail van mr. Appelman van 3 maart 2026;
  • een e-mail van mr. Appelman met bijlagen van 12 juni 2026.
1.2.
Het verzoek is besproken tijdens de zitting met gesloten deuren van de meervoudige kamer van de rechtbank van 16 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • verzoekers, bijgestaan door hun advocaat;
  • [belanghebbende 1] ;
  • de moeder.
1.3.
De zaak is gelijktijdig behandeld met het verzoek tot adoptie van [halfzus] , halfzus van [belanghebbende 1] , door verzoekers.

2.De feiten

2.1.
De pleegvader is geboren op [geboortedatum 1] 1953 te [geboorteplaats 1] . De pleegmoeder is geboren op [geboortedatum 2] 1959 te [geboorteplaats 2] .
2.2.
Uit de moeder is op [geboortedatum 3] 2005 te [geboorteplaats 3] geboren:
[belanghebbende 1] [belanghebbende 2]. Er is geen vader van [belanghebbende 1] bekend. Bij Koninklijk Besluit van
23 september 2022 is de geslachtsnaam van [belanghebbende 1] gewijzigd in “ [geslachtsnaam] ”.
2.3.
[belanghebbende 1] stond sinds 24 november 2005 ingeschreven op hetzelfde adres als verzoekers. Zij verblijft vanaf dat zij drie weken oud is in het gezin van verzoekers. [belanghebbende 1] is vlak na haar geboorte onder toezicht gesteld en uithuisgeplaatst bij verzoekers.
2.4.
Verzoekers zijn op [datum] 1979 met elkaar gehuwd en staan volgens de Basisregistratie Personen sinds meer dan 45 jaar op hetzelfde adres ingeschreven.
2.5.
De moeder, verzoekers en [belanghebbende 1] hebben allen de Nederlandse nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1.
Verzoekers hebben de rechtbank verzocht de adoptie van [belanghebbende 1] door hen uit te spreken.
3.2.
Ter onderbouwing van hun verzoek hebben zij gesteld dat [belanghebbende 1] vanaf dat zij drie weken oud was in hun gezin is komen wonen. In verband met de zeer lange tijd dat verzoekers voor [belanghebbende 1] hebben gezorgd, zij feitelijk altijd als ouders voor haar zijn geweest en [belanghebbende 1] volwaardig onderdeel van het gezin van verzoekers heeft uitgemaakt, willen verzoekers nu voor [belanghebbende 1] dat hun band wordt bestendigd en de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie. Verzoekers hebben het verzoek tot adoptie niet tijdens de minderjarigheid van [belanghebbende 1] gedaan vanwege de noodzakelijke ondersteuning van pleegzorgbegeleiding en omdat zij de ruimte voor contactherstel tussen [belanghebbende 1] en haar (biologische) moeder wilden openlaten. Bovendien heeft Jeugdzorg de pleegouders adoptie altijd afgeraden tijdens de minderjarigheid en [belanghebbende 1] en verzoekers hebben destijds geen onrust bij de moeder willen veroorzaken. Verzoekers hebben geen hulpverleningsplannen van [belanghebbende 1] overgelegd, enkel die van [halfzus] , maar volgens verzoekers zijn op [belanghebbende 1] dezelfde omstandigheden van toepassing als op [halfzus] . Verzoekers waren zich na het meerderjarig worden van [belanghebbende 1] onvoldoende bewust van een leeftijdsgrens voor adoptie. [belanghebbende 1] heeft momenteel sporadisch contact met haar moeder en eens per jaar met een broer. [belanghebbende 1] heeft geen andere familieleden dan de familie van verzoekers. In 2025 heeft [belanghebbende 1] zich aangesloten bij de wens van [halfzus] om door verzoekers geadopteerd te worden. Volgens de pleegouders wil [belanghebbende 1] dit ook heel graag en hoeft adoptie wat [belanghebbende 1] betreft aan het contact met de moeder niks te veranderen. Verzoekers willen [belanghebbende 1] laten zien en voelen dat ze helemaal bij hen hoort.
3.3.
Verzoekers stellen dat sprake is van (zeer) bijzondere omstandigheden, waardoor voorbij kan worden gegaan aan het minderjarigheidsvereiste van artikel 1:228 lid 1 onder Pro a Burgerlijk Wetboek (BW) op grond van artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

4.De standpunten van de belanghebbenden

[belanghebbende 1]
4.1.
wil heel graag dat verzoekers haar adopteren. Verzoekers zijn er altijd voor haar geweest en hebben haar verzorgd, opgevoed, onvoorwaardelijk gesteund en geholpen sterker in het leven te staan.
Zonder hen zou ze niet zijn wie ze nu is en zou het haar niet zijn gelukt in het leven. [belanghebbende 1] voelt zich veilig en geborgen bij verzoekers. [belanghebbende 1] heeft nog wel een paar keer per jaar contact met de moeder. Zij vindt het belangrijk dat zij op een normale manier kan omgaan met de moeder en ze wil haar gewoon gedag kunnen zeggen als ze elkaar tegenkomen. Haar moeder heeft echter nooit een grote rol in haar leven gespeeld. De moeder voelt meer als een soort vriendin voor [belanghebbende 1] . [belanghebbende 1] wil geen strijd en ruzies meer. Ze heeft wel de angst dat het weer escaleert. [belanghebbende 1] heeft alleen met haar (half)broer nog ongeveer één keer per jaar contact. Met overige familieleden van moederskant heeft zij geen contact. Het is [belanghebbende 1] niet bekend wie haar vader is. Nadat haar halfzus [halfzus] het initiatief had genomen voor het adoptieverzoek, heeft [belanghebbende 1] hier ook heel goed over nagedacht. Zij wil ook dat verzoekers haar juridische ouders worden. Zij voelen als haar ouders voor haar. Verzoekers hebben altijd gerespecteerd dat zij een biologische moeder heeft en hebben geen rol gespeeld in haar keuze voor de adoptie. [belanghebbende 1] was blij met de naamswijziging naar “ [geslachtsnaam] ”. Dat voelde ook als een soort erkenning. [belanghebbende 1] zou het mooi vinden als haar moeder haar de adoptie zou gunnen. Ze begrijpt ook dat het moeilijk is voor de moeder. [belanghebbende 1] zou teleurgesteld zijn als het verzoek wordt afgewezen. [belanghebbende 1] en verzoekers hebben samen de wens om hun band officieel te bevestigen.
De moeder
4.2.
De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard niet te kunnen instemmen met het verzoek. Zij heeft gerespecteerd dat de kinderen in het pleeggezin zijn opgegroeid, omdat zij niet zelf voor hen kon zorgen, maar adoptie gaat haar te ver. De naamswijziging naar “ [geslachtsnaam] ” vond zij ook al lastig maar dat heeft zij langs zich heen laten gaan. De moeder heeft het gevoel dat zij van de pleegouders niet echt een kans heeft gekregen om een band op te bouwen met [belanghebbende 1] . Zij verzoekt de rechtbank om het verzoek tot adoptie af te wijzen.

5.De beoordeling

Conclusie
5.1.
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en de adoptie van [belanghebbende 1] door verzoekers uitspreken. Hierna zal de rechtbank uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
De adoptie5.2. De rechtbank stelt voorop dat adoptie in de kern een maatregel van kinderbescherming is. Het uitgangspunt van de wetgever is dat bestaande familiebanden in beginsel onverbrekelijk zijn. Adoptie is hierop een uitzondering. Adoptie heeft het ingrijpende gevolg dat daarmee de tussen de ouder en het kind bestaande familierechtelijke betrekkingen worden beëindigd. Aan adoptie zijn om deze reden strikte voorwaarden verbonden. Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 van het BW.
5.3.
De adoptie kan worden uitgesproken als deze in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder(s) in die hoedanigheid te verwachten heeft en aan de overige voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW Pro, is voldaan. [1]
De ontvankelijkheid
5.4.
Adoptie vindt plaats door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. [2]
5.5.
Verzoekers zijn ontvankelijk in het verzoek tot adoptie, omdat zij ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met elkaar hebben samengeleefd. [3] Ook hebben zij vanaf het moment dat [belanghebbende 1] drie weken oud was, doorlopend de zorg voor haar gehad, totdat [belanghebbende 1] op zichzelf ging wonen.
Het minderjarigheidsvereiste
5.6.
[belanghebbende 1] was op de dag van de indiening van het verzoekschrift 20 jaar oud. Dit betekent dat niet is voldaan aan de in artikel 1:228 lid 1 onder Pro a BW gestelde voorwaarde dat het kind op de dag van de indiening van het verzoekschrift minderjarig is. De wetgever heeft steeds vastgehouden aan het minderjarigheidsvereiste. De Hoge Raad houdt hier ook strikt de hand aan. [4] Adoptie van [belanghebbende 1] door verzoekers is daarom op grond van de nationale wetgeving niet mogelijk.
5.7.
Volgens vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is het recht op adoptie niet één van de door het EVRM beschermde rechten. Dat een feitelijk gezinsverband niet wordt omgezet in een juridisch gezinsverband is op zichzelf niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro. Het enkele feit dat adoptie niet mogelijk is wanneer niet wordt voldaan aan de in de nationale wetgeving vastgestelde voorwaarden, kan daarom in beginsel niet worden aangemerkt als een ongeoorloofde inbreuk op het recht op family life. Ook de Hoge Raad heeft beslist dat aan artikel 8 EVRM Pro weliswaar het recht op bescherming van family life tussen de ouders en een door hen geadopteerd kind kan worden ontleend, maar niet het recht om een kind te adopteren zonder dat wordt voldaan aan de eisen voor adoptie volgens de nationale wet. [5]
5.8.
Onder zeer bijzondere omstandigheden kan het weigeren van een adoptie zo’n inbreuk maken op het bestaande gezinsleven dat toch voorbij kan worden gegaan aan het minderjarigheidsvereiste van artikel 1:228 lid 1 onder Pro a BW. De termijnoverschrijding met betrekking tot het verzoek moet in een dergelijke situatie verschoonbaar zijn.
Zeer bijzondere omstandigheden
5.9.
Verzoekers hebben gesteld dat er sprake is van zeer bijzondere omstandigheden, die maken dat voorbij gegaan dient te worden aan het vereiste van minderjarigheid. De rechtbank is van oordeel dat hiervan sprake is. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.
5.10.
Als onweersproken kan worden vastgesteld dat verzoekers sinds dat [belanghebbende 1] drie weken oud is pleegouders voor haar zijn geweest en een ouderrol voor haar hebben vervuld. Haar moeder was niet in staat voor haar te zorgen. Haar vader is nooit in beeld geweest. Zij is als volwaardig gezinslid opgevoed en opgegroeid in het gezin van verzoekers. Tussen verzoekers en [belanghebbende 1] is sprake van een warme, hechte band en [belanghebbende 1] ziet pleegouders als haar ouders en wil graag de juridische situatie in overeenstemming brengen met de feitelijke situatie. Zij heeft weinig tot geen contact met familieleden van moederszijde en heeft daar ook geen behoefte aan. Het is voor [belanghebbende 1] heel belangrijk om door verzoekers te worden geadopteerd.
Om voor de rechtbank begrijpelijke redenen is het voor [belanghebbende 1] en verzoekers van groot persoonlijk en emotioneel belang dat de familieband die zij ervaren juridisch wordt bevestigd.
5.11.
Tijdens de minderjarigheid van [belanghebbende 1] hebben pleegouders geen verzoek tot adoptie gedaan. Verzoekers wilden de moeder nog een mogelijkheid geven om een rol van betekenis te spelen in het leven van [belanghebbende 1] . Bovendien werd hen door Jeugdzorg geadviseerd om dit niet te doen, om geen onrust te veroorzaken bij de moeder. Het weigeren van adoptie enkel vanwege de meerderjarigheid bij de indiening van het verzoek zou gezien deze bijzondere omstandigheden naar het oordeel van de rechtbank een ongeoorloofde inbreuk op het gezins- en familieleven van [belanghebbende 1] met zich meebrengen.
Verschoonbare termijnoverschrijding
5.12.
[belanghebbende 1] verkeerde in de veronderstelling dat met de geslachtsnaamswijziging in 2022 naar “ [geslachtsnaam] ” het voldoende was geregeld, zodat de wens tot adoptie nog niet bestond. Ze wist wel dat een naamswijziging geen adoptie was, maar was zich niet bewust van een leeftijdsgrens voor adoptie. In 2025 is zij zich gaan realiseren dat zij echt graag geadopteerd wil worden. Nadat [halfzus] hierin het voortouw had genomen heeft [belanghebbende 1] zich aangesloten bij de adoptieprocedure. Ook al staat [belanghebbende 1] iets minder op afstand van de moeder dan [halfzus] , is het haar uitdrukkelijke wens om door verzoekers geadopteerd te worden. De rechtbank is van oordeel dat de situatie voor [belanghebbende 1] niet zo veel verschilt van [halfzus] , van wie veel stukken zijn overgelegd ter onderbouwing van het verloop van de pleegzorgperiode. [belanghebbende 1] is op drie weken na haar hele leven opgegroeid bij verzoekers. De gestelde omstandigheden van [belanghebbende 1] zijn niet betwist. De termijnoverschrijding bij de indiening van het adoptieverzoek is voorts, gelet op de leeftijd van [belanghebbende 1] , niet groot.
5.13.
Gelet hierop is het te begrijpen dat verzoekers, in het belang van [belanghebbende 1] , het verzoek niet eerder hebben kunnen indienen dan toen [belanghebbende 1] 20 jaar oud was. De rechtbank vindt de termijnoverschrijding dan ook verschoonbaar.
5.14.
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat [belanghebbende 1] een zwaarwegend belang heeft bij het vestigen van een familierechtelijke betrekking met de pleegouders en bij juridische bevestiging van de sterke emotionele band tussen hen. Alle omstandigheden samen bezien onderstrepen het hechte en al lange tijd bestaande gezinsleven tussen de pleegouders en [belanghebbende 1] . De omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank dusdanig uitzonderlijk dat sprake is van een ongeoorloofde inbreuk op het tussen hen bestaande familieleven, als de adoptie geweigerd zou worden. Zonder de adoptie zou [belanghebbende 1] (gevoelsmatig) niet bij een familie horen. De adoptie draagt bij aan het gevoel van stabiliteit, veiligheid en verbondenheid van [belanghebbende 1] . De rechtbank vindt het dan ook gerechtvaardigd om voorbij te gaan aan het bepaalde in artikel 1:228 lid 1 sub a BW Pro.
De tegenspraak en overige wettelijke criteria5.15. De moeder heeft het verzoek tegengesproken. De rechtbank begrijpt dat het voor haar moeilijk is als [belanghebbende 1] wordt geadopteerd door verzoekers.
De rechtbank dient bij een adoptie te letten op de positie die het kind door de adoptie krijgt, maar ook en niet minder, op hetgeen het kind verliest (de familierechtelijke band met de juridische (en in dit geval biologische) ouder en familie). In dit geval zal de rechtbank voorbijgaan aan het bezwaar van de moeder.
De rechtbank kan dit doen als het kind en de ouders niet of nauwelijks in gezinsverband met elkaar hebben samengeleefd. [6] Het is de rechtbank uit het dossier en wat er op zitting is gezegd, voldoende gebleken dat daarvan sprake is. Aan de overige vereisten van artikel 1:228 BW Pro is – voorzover nog van toepassing – voldaan.
5.16.
Het is de rechtbank voldoende gebleken dat te voorzien is dat [belanghebbende 1] voor de toekomst redelijkerwijs niets meer van haar moeder in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft en dat de adoptie in het kennelijk belang van [belanghebbende 1] is. Het is voor het welbevinden van [belanghebbende 1] van belang dat officieel bevestigd wordt dat verzoekers niet alleen emotioneel en sociaal, maar ook juridisch haar ouders zijn. Het doet recht aan deze situatie tussen [belanghebbende 1] en verzoekers, die zij ook mama en papa noemt. Het is de rechtbank voldoende gebleken dat verzoekers de ouderrol voor [belanghebbende 1] hebben vervuld en nog steeds vervullen in tegenstelling tot haar (biologische) moeder. Ze is opgegroeid in het gezin van verzoekers en hun kinderen, waar de pleegouders [belanghebbende 1] een stabiele en betrouwbare omgeving hebben geboden. Volgens verzoekers staan hun andere kinderen positief tegenover het verzoek. Zij weten niet beter dan dat [belanghebbende 1] hun zusje is. [belanghebbende 1] heeft benadrukt dat ze op een normale en respectvolle manier het contact met haar moeder wil houden.
5.17.
Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank het verzoek ten aanzien van [belanghebbende 1] toewijzen en aan de tegenspraak van de moeder voorbijgaan.
Geslachtsnaam
5.18.
[belanghebbende 1] is ouder dan zestien jaar en mag daarom kiezen van welke ouder zij de geslachtsnaam wil dragen. [7] [belanghebbende 1] kiest ervoor om de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam] ” te behouden en de rechtbank zal deze naamskeuze in de beslissing opnemen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
spreekt uit de adoptie door
[verzoekster]en
[verzoeker], wonende op een bij de rechtbank bekend adres, van:
[belanghebbende 1], geboren op [geboortedatum 3] 2005 te [geboorteplaats 3] ;
6.2.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Enschede een latere vermelding van de adoptie aan de geboorteakte toe te voegen;
6.3.
stelt vast dat [belanghebbende 1] na de adoptie de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam] ” wil behouden;
6.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Jongebreur, mr. M.H. van der Lecq, mr. I.M. Brandwacht-Kampman, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. A.H. Wiersma, griffier.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden
Afschrift verzonden d.d.
Aan:

Mr. E.P.J. Appelman

[belanghebbende 1]

[belanghebbende 2]
Afschrift verzonden na appèltermijn d.d.
Aan:

Gemeente Enschede, afdeling Burgerzaken

Voetnoten

1.Artikel 1:227, derde lid, BW
2.Artikel 1:227, eerste lid, BW
3.Artikel 1:227, tweede lid BW
6.Artikel 1:228 lid 2 BW Pro
7.Artikel 1:5 lid 7 BW Pro