ECLI:NL:RBOVE:2026:541

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
ak_25_1763
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2.1 WlzArt. 3:2 AwbArt. 7:12 AwbArt. 3.2.2 Besluit langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen recht op zorg vanuit de Wet langdurige zorg wegens ontbreken blijvende noodzaak 24/7 zorg

Eiseres, geboren in 2007 en gediagnosticeerd met een zeldzame genafwijking, vroeg bij het CIZ een indicatie aan voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees dit af omdat niet kon worden vastgesteld dat zij een blijvende noodzaak heeft voor 24/7 zorg in de nabijheid. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.

De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van de medische adviezen waarop het CIZ zich baseerde. Deze adviezen waren zorgvuldig, volledig en inzichtelijk gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat het CIZ voldoende onderzoek had gedaan, waaronder een huisbezoek en het betrekken van relevante medische informatie. Eiseres had niet concreet aangegeven welk aanvullend onderzoek nodig was.

De kern van het geschil was of eiseres 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig heeft om ernstig nadeel te voorkomen. De rechtbank volgde het CIZ en de medisch adviseurs dat deze noodzaak niet objectief kon worden vastgesteld. Er was geen onderbouwd risico op ernstig nadeel bij het ontbreken van deze zorg. Ook de blijvendheid van de zorgbehoefte kon niet worden vastgesteld.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bleef het besluit van het CIZ in stand. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend en het griffierecht werd niet teruggegeven.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van het CIZ wordt ongegrond verklaard, waardoor geen recht op zorg vanuit de Wlz wordt toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1763

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres,

gemachtigde: mr. R. Imkamp,
en

CIZ Utrecht,

gemachtigde: mr. M. Bozdag.

Procesverloop

1.1
Bij besluit van 13 november 2024 heeft het CIZ eiseres meegedeeld dat geen recht op zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) bestaat, omdat de noodzaak voor 24/7 zorg niet te onderbouwen is en niet gesproken kan worden van blijvendheid.
1.2
Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar aangetekend. Met het bestreden besluit van
23 mei 2025 op het bezwaar van eiseres is het CIZ bij dit besluit gebleven.
1.3
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het CIZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4
De rechtbank heeft het beroep op 15 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door haar vader [naam], de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het CIZ.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2.1
Eiseres is geboren op [geboortedatum] 2007. Bij haar is in 2023 een zeldzame genafwijking geconstateerd. Kenmerkend zijn onder meer een verstandelijke beperking, (zeer) slechtziendheid, ASS, slappe spieren, incontinentie en ontwikkelingsachterstand. Haar TIQ ligt rond de 66.
2.2
Op 30 september 2024 heeft eiseres bij het CIZ een Wlz-aanvraag ingediend. Er is een modulair pakket thuis (MPT) aangevraagd voor zorgprofiel VG05. Daarbij is (medische) informatie meegestuurd van de huisarts, de school voor ZMLK, de klinisch geneticus, de revalidatiearts, de orthoptist (expertise), Bartiméus, de kinderergotherapeut, logopedie en de fysiotherapie. Op 23 oktober 2024 is een huisbezoek afgelegd. Hierbij waren ook de ouders van eiseres aanwezig. Op 31 oktober 2024 is geadviseerd door medisch adviseur dr. E.J.M. Schrijver. Vervolgens heeft besluitvorming plaatsgevonden, zoals vermeld onder "Procesverloop".
Standpunten van partijen
Standpunt van het CIZ
3. Het CIZ stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat niet aan alle toegangscriteria voor de Wlz wordt voldaan, waardoor eiseres geen toegang heeft tot zorg, een zorgprofiel, uit de Wlz. Daarbij heeft het CIZ gewezen op de medische adviezen van
31 oktober 2024 van medisch adviseur dr. A.J.M. Schrijver en van 10 april 2025 en 6 mei 2025 van medisch adviseur P. Pel. In de situatie van eiseres is door de medisch adviseur (primair) vastgesteld dat er sprake is van de grondslagen somatische aandoening, lichamelijke handicap en verstandelijk handicap. Een blijvende noodzaak voor permanent toezicht en/of 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen is niet te onderbouwen. Eiseres wordt in staat geacht om in haar zorgvraag te kunnen voorzien met zorg op geplande momenten en indien nodig op afroep, zoals geboden kan worden uit een ander domein, zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). Daarbij is niet uit te sluiten dat er nog ontwikkelings- en trainingsmogelijkheden zijn. Op dit moment is niet vast te stellen welke zorg eiseres blijvend nodig zal hebben.
Standpunt van eiseres
4. Eiseres is van mening dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz, paragraaf 2.1.4 van de Beleidsregels indicatiestelling Wlz en de eisen van een zorgvuldige voorbereiding en een draagkrachtige motivering, neergelegd in artikel 3:2 en Pro artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
4.1
Onduidelijk is wat de medisch adviseur bedoelt met de conclusie "Een noodzaak voor 24/7 zorg in de nabijheid, in de zin van passief toezicht op zowel geplande als ongeplande zorgmomenten waarbij de zorgverlener het initiatief moet nemen, is nu niet te beoordelen en daarom niet vast te stellen." Dit suggereert dat de medisch adviseur vindt dat nog nader onderzoek zal moeten plaatsvinden, maar zij vindt dit om onduidelijke redenen juist niet nodig.
4.2
Uit de aangeleverde informatie blijkt niet van ‘enig probleemoplossend vermogen' dat de medisch adviseur kennelijk aanneemt. Temeer niet nu de adviseur die veronderstelling (volledig) toeschrijft aan de veronderstelling dat eiseres hulp kan vragen als ze de weg kwijtraakt als ze naar school fietst. Eiseres heeft andere voorbeelden genoemd, waaruit volgens haar blijkt van een beeld van iemand bij wie gevaren kunnen optreden door haar beperkingen, zoals verdwalen of lichamelijk letsel, van iemand die dreigend gevaar niet goed kan inschatten en dan geen adequate hulp kan inroepen.
4.3
Verder stelt eiseres dat onvoldoende is gemotiveerd dat ook aan de laatste voorwaarde voor Wlz-toegang niet is voldaan, namelijk de blijvendheid. In het dossier zijn meerdere OPP's opgenomen met daarin steeds dezelfde doelen, hetgeen een aanwijzing is voor blijvenheid van de zorgbehoefte. Het behoort tot het bewijsdomein van het CIZ om te onderbouwen dat aannemelijk is dat genoemde oplossingsrichtingen leiden tot afname van de onplanbare hulpbehoefte. Zij heeft hierbij gewezen op rechtspraak van de Rechtbank Overijssel, de Rechtbank Noord-Nederland en de Centrale Raad van Beroep (CRvB). [1] Het is aan het CIZ om met een medisch adviseur te onderzoeken en te concretiseren of planbare zorg volstaat en inzichtelijk te motiveren waarom wordt aangenomen dat er verbetermogelijkheden zijn in de situatie van eiseres die voldoende zijn om de noodzaak van 24 uur zorg in de nabijheid teniet te doen. Eiseres meent dat het CIZ daarin niet is geslaagd. Hierbij is volgens eiseres van belang dat het CIZ haar conclusies niet alleen niet heeft kunnen baseren op de informatie uit het dossier, maar ook andere mogelijkheden tot onderzoek had moeten benutten, zoals dat de medisch adviseur eiseres zelf zou zien of zou overleggen met haar ouders, school, haar stagebegeleider, haar ouders, de klinisch geneticus en (gezien haar eigen conclusies) Bartiméus.
Verweer van het CIZ
5. Het CIZ heeft in het aangevoerde geen aanleiding gezien zijn standpunt te wijzigen. Hiertoe heeft het CIZ gewezen op het medisch advies van 30 september 2025 van medisch adviseur P. Pel. Het CIZ stelt dat de medisch adviseur tijdens de heroverweging in de bezwaarprocedure zorgvuldig heeft gemotiveerd dat de aard en de intensiteit van de benodigde ondersteuning voor eiseres planbaar en ambulant kan plaatsvinden en dat deze ondersteuning toereikend is om de zelfstandige ontwikkeling van eiseres verder te bevorderen. Er zijn wel beperkingen maar de ontwikkeling van eiseres gaat nog door. Het advies geeft antwoord op de kernvragen van de Wlz en sluit af met een afgewogen oordeel hierover. Het CIZ is van mening dat het medisch advies voldoende zorgvuldig is en dat het CIZ dit advies terecht mede ten grondslag mocht leggen aan het bestreden besluit.

Beoordelingskader

6.1
Artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz bepaalt dat een verzekerde recht heeft op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of
b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,
1˚. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
2˚. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
6.2
Artikel 3.2.1, tweede lid, van de Wlz bepaalt dat in het eerste lid wordt verstaan onder:
a. blijvend: van niet voorbijgaande aard;
b. permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;
c. ernstig nadeel voor de verzekerde: een situatie waarin de verzekerde:
1˚. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
2˚. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
3˚. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
4˚. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;
d. zelfzorg: de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;
e. regieproblemen: beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.

Beoordeling door de rechtbank

7. De rechtbank beoordeelt het besluit van het CIZ dat in de situatie van eiseres geen recht bestaat op zorg uit de Wlz. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
8. Om in aanmerking te kunnen komen voor Wlz-zorg moet bij eiseres een bepaalde in artikel 3.2.1 van de Wlz genoemde grondslag voor behoefte aan zorg kunnen worden vastgesteld. Verder is, om in aanmerking te komen voor Wlz-zorg, vereist dat 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig is ter voorkoming van ernstig nadeel. Daarvoor moet zijn vastgesteld dat eiseres zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en dat zij voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft om te voorkomen dat voor haar ernstig nadeel ontstaat door fysieke problemen of ernstige regieproblemen. Tot slot moet uit de medische informatie over eiseres blijken dat de behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid blijvend is.
9. De rechtbank overweegt dat de voorwaarden voor toekenning van zorg op grond van de Wlz streng zijn en dat voor de beoordeling of aan die voorwaarden is voldaan de geobjectiveerde medische situatie van eiseres bepalend is.
10. Niet in geschil is dat bij eiseres sprake is van de grondslagen somatische aandoening, lichamelijke handicap en verstandelijk handicap. Evenmin verschillen partijen erover van mening dat in de situatie van eiseres sprake is van (medische) problematiek op grond waarvan het aannemelijk is dat zij begeleiding en ondersteuning nodig heeft. Tussen partijen is in geschil of het (medisch) onderzoek zorgvuldig is geweest en of eiseres is aangewezen op 24 uur zorg per dag in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel.
Ten aanzien van de zorgvuldigheid van het (medisch) onderzoek
11. Het CIZ heeft zich in het bestreden besluit gebaseerd op het advies van medisch adviseurs. Op grond van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) mag het CIZ zich bij het nemen van besluiten baseren op medische adviezen, als deze zorgvuldig tot stand zijn gekomen, inzichtelijk en volledig zijn. [2] De rechtbank is van oordeel dat de medisch adviseurs alle aanwezige medische informatie van eiseres in de beoordeling hebben betrokken en dat de rapporten van de medisch adviseurs consistent en concludent zijn en inzichtelijk zijn gemotiveerd. Het CIZ mocht daarom van de medische adviezen uitgaan.
11.1
In beroep is aangevoerd dat het CIZ onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan, omdat het CIZ heeft gesteld dat zij niet heeft kunnen vaststellen of [eiseres] wel/niet 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig heeft. De rechtbank begrijpt dat deze formulering enigszins cryptisch overkomt en dat het lijkt alsnog de medisch adviseur niet heeft kunnen vaststellen of eiseres nu wel of niet 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig heeft. De rechtbank begrijpt de motivering van het CIZ echter aldus, dat het CIZ, uitgaande van alle relevante (medische) informatie, die eiseres heeft overgelegd, concludeert dat uit deze informatie niet blijkt dat de noodzaak bestaat voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
11.2
Ook moet niet uit het oog worden verloren dat het CIZ in eerste instantie mag uitgaan van alle aangeleverde informatie en het eigen onderzoek en op grond daarvan kan beoordelen of voldoende vast staat dat Wlz-zorg nodig is. Het “bewijsrisico” ligt in zoverre bij de aanvrager, wat niet wegneemt dat het CIZ wel zorgvuldig onderzoek moet doen. De rechtbank is evenwel van oordeel dat het onderzoek van het CIZ in dit geval toereikend is geweest. Er heeft een huisbezoek plaatsgehad, waarbij met de ouders van [eiseres] is gesproken en de medisch adviseur heeft van alle informatie over [eiseres] kennisgenomen, die haar ouders relevant vonden om aan het CIZ toe te sturen. Voor zover eiseres zich op het standpunt stelt dat het onderzoek onvolledig en/of onzorgvuldig is geweest, heeft zij in beroep niet geconcretiseerd welk onderzoek het CIZ aanvullend nog had moeten doen. Voor zover eisers van mening is dat de medisch adviseur zelf met alle zorgverleners van [eiseres] had moeten spreken, volgt de rechtbank haar daarin niet. Dat zou slechts zo zijn, voor zover de aangeleverde informatie ruimte laat voor twijfel of interpretatie, maar daarvan is de rechtbank niet gebleken.
Ten aanzien van 24 uur per dag zorg in de nabijheid
12. Naar het oordeel van de rechtbank stelt het CIZ zich, onder verwijzing naar de adviezen van zijn medisch adviseurs, terecht op het standpunt dat bij eiseres wel zorg en ondersteuning noodzakelijk zijn, maar dat er geen medische noodzaak bestaat tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel als bedoeld in de wet.
12.1
De rechtbank kan de motivering van het CIZ in navolging van de medisch adviseurs volgen. Eiseres en haar ouders trekken zelf andere conclusies uit de ter beschikking gestelde informatie en hun eigen ervaringen, die tijdens het huisbezoek en de hoorzitting ook aan de orde zijn geweest, maar zij hebben geen nieuwe medische informatie in het geding gebracht, die de rechtbank zou kunnen doen twijfelen aan de bevindingen van het CIZ of die zelfs als onjuist bestempelen.
12.2
Ernstig nadeel moet blijken uit een onderbouwd te verwachten risico op het overkomen ervan. De enkele mogelijkheid dat een bepaald gevaar bestaat is op zichzelf niet genoeg. Uit de stukken blijkt niet dat er in de situatie van eiseres ernstig nadeel ontstaat bij het ontbreken van 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Met name is niet gebleken dat zij niet in staat is om op relevante momenten zelf adequaat om hulp te vragen en deze af te wachten en/of dat er een reëel risico bestaat dat haar ernstig nadeel zou overkomen. Daarmee is niet medisch objectiveerbaar komen vast te staan dat eiseres niet in staat is om gedurende 24 uur per dag op relevante momenten hulp in te roepen en dat zij, om ernstig nadeel te voorkomen, voortdurend begeleiding nodig heeft, dan wel dat planbare zorgmomenten met dagelijkse monitoring en ongeplande contactmomenten niet zouden volstaan.
Daarom komt de rechtbank tot het oordeel dat het CIZ zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat op basis van de beschikbare medische informatie de noodzaak van 24 uur per dag zorg in de nabijheid niet kan worden geobjectiveerd.
12.3
In artikel 3.2.2., tweede lid, van het Besluit langdurige zorg (Blz) is bovendien bepaald dat het CIZ bij de beoordeling van de mate waarin een verzekerde is aangewezen op zorg, de gebruikelijk zorg en algemeen gebruikelijke voorzieningen betrekt. Het CIZ heeft er in deze besluitvorming blijk van gegeven dat te hebben gedaan, door te benoemen dat hulp vanuit Bartiméus en/of zorg uit de Wmo of vanuit de Zvw in dit geval zou kunnen helpen.
Ten aanzien van de blijvendheid
13. Omdat op basis van de beschikbare medische informatie over eiseres de noodzaak van 24 uur per dag zorg in de nabijheid niet kan worden geobjectiveerd, heeft het CIZ zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat aan de beoordeling van de vraag of deze zorgbehoefte blijvend is niet kan worden toegekomen. Het subsidiair door eiseres ingenomen standpunt ten aanzien van de blijvende behoefte aan deze vorm van zorg behoeft om die reden geen bespreking.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijft.
15. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiseres het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Koster, rechter, in aanwezigheid van W. Veldman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.De uitspraken van de Rechtbank Overijssel, ECLI:NL:RBOVE:2024:6697, met name r.o. 6.4, van de Rechtbank Noord-Nederland, ECLI:NL:RBNNE:2025:2195, en van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), ECLI:NL:CRVB:2023:283 en ECLI:NL:CRVB:2023:2251.
2.Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7639.