ECLI:NL:RBOVE:2026:716

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
11718648 \ CV EXPL 25-1717
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 222 RvArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering bestuurdersaansprakelijkheid wegens ontbreken onrechtmatig handelen

BC Group HR Diensten B.V. heeft vanaf 2021 personeelsdiensten verricht voor On The Spot. De gedaagde was indirect bestuurder van BC Group tot juli 2024. In 2023 meldde een werknemer van On The Spot zich ziek, waarna bleek dat deze niet was aangemeld bij een verzuimverzekering. BC Group vorderde betaling van facturen van On The Spot, die in de hoofdzaak veroordeeld werd tot betaling.

On The Spot startte een vrijwaringsprocedure tegen de gedaagde om betaling van het bedrag waarvoor On The Spot in de hoofdzaak werd veroordeeld. De kantonrechter beoordeelde eerst het verzoek tot voeging van zaken, dat werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

De kantonrechter oordeelde dat On The Spot onvoldoende feiten had gesteld om bestuursaansprakelijkheid of onrechtmatige daad van de gedaagde aan te tonen. De gedaagde had namens BC Group contact gehad met de tussenpersoon van On The Spot over premiebetalingen, maar niet namens On The Spot gehandeld. Het terugbetaalde bedrag werd uit coulance betaald en niet als erkenning van fout. De vordering werd daarom afgewezen en On The Spot werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van On The Spot tegen de indirect bestuurder van BC Group wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van onrechtmatig handelen.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11718648 \ CV EXPL 25-1717
Vonnis in de vrijwaringszaak van 10 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
ON THE SPOT B.V.,
gevestigd in Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: On The Spot,
gemachtigde: mr. P. Raven,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.Waar deze zaak over gaat

BC Group HR Diensten B.V. (BC Group) heeft vanaf 2021 in opdracht van On The Spot personeelsdiensten verricht. [gedaagde] was toentertijd indirect bestuurder van BC Group. In 2023 heeft een werknemer van On The Spot zich ziek gemeld en is gebleken dat deze werknemer niet was aangemeld bij een verzuimverzekering. BC Group heeft On The Spot in de hoofdzaak aangesproken tot betaling van haar facturen. On The Spot heeft in deze vrijwaringszaak [gedaagde] aangesproken tot betaling van hetgeen waartoe On The Spot in de hoofdzaak zal worden veroordeeld. On The Spot is in de hoofdzaak veroordeeld tot betaling van de facturen, waardoor de kantonrechter de vordering in de vrijwaringszaak moet beoordelen. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij niet jegens On The Spot aansprakelijk is, omdat hij niet onrechtmatig heeft gehandeld. De kantonrechter wijst de vordering van On The Spot af.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, uitgebracht op 23 mei 2025,
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 29 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- het vonnis in de hoofdzaak van 16 december 2025 met zaaknummer 11389377 waarin de kantonrechter van de rechtbank Overijssel On The Spot heeft veroordeeld tot betaling van de facturen van BC Group.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
BC Group heeft vanaf april 2021 personeelsdiensten verricht voor On The Spot. [gedaagde] was op dat moment indirect bestuurder van BC Group en is dit tot juli 2024 gebleven.
3.2.
Op 17 mei 2023 heeft een werknemer van On The Spot zich ziek gemeld. Hierna is gebleken is dat deze werknemer niet was aangemeld bij een verzuimverzekering.
3.3.
[gedaagde] heeft op 26 oktober 2023 aan [bedrijf] , de tussenpersoon van On The Spot voor verzuimverzekeringen, het volgende, voor zover van belang, gemaild:
“Je gaf aan na de premie te betalen door BC Group 50% van de premie voor je rekening te willen nemen tot maximaal 6 maanden.”
Dit heeft [gedaagde] opgevolgd met een berekening en een voorstel voor het overmaken van een bedrag door [bedrijf] . [bedrijf] heeft [gedaagde] dezelfde dag teruggemaild met een voorstel voor het overmaken van een ander bedrag aan [gedaagde] . [gedaagde] is hier de volgende dag mee akkoord gegaan.

4.Het geschil

4.1.
On The Spot vordert (samengevat) dat de rechtbank de voeging van deze zaak met de hoofdzaak tussen BC Group en On The Spot beveelt en dat [gedaagde] wordt veroordeelt om aan On The Spot te betalen datgene waartoe On The Spot in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
4.2.
[gedaagde] voert verweer.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
De kantonrechter zal allereerst de vordering tot voeging beoordelen. Daarna zal de kantonrechter beoordelen of [gedaagde] aansprakelijk is voor betaling van hetgeen waartoe On The Spot in de hoofdzaak is veroordeeld.
Geen voeging
5.2.
De kantonrechter stelt als uitgangspunt dat een vordering tot voeging van zaken op grond van artikel 222 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering slechts kan worden ingesteld bij incident. On The Spot heeft dit niet gedaan. De kantonrechter zal deze vordering daarom begrijpen als een verzoek. On The Spot heeft haar belang bij dit verzoek echter niet onderbouwd, zodat de kantonrechter aan dit verzoek voorbij gaat.
On The Spot heeft onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld
5.3.
On The Spot heeft [gedaagde] aansprakelijk gesteld primair op grond van bestuursaansprakelijkheid en secundair op grond van onrechtmatige daad. In het kader van bestuursaansprakelijkheid zal On The Spot moeten stellen en onderbouwen dat [gedaagde] namens BC Group heeft gehandeld dan wel heeft bewerkstelligd of toegelaten dat BC Group haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt en dat [gedaagde] persoonlijk daarvan een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. [1] In het kader van onrechtmatige daad zal On The Spot aan een andere maatstaf moeten voldoen, namelijk dat [gedaagde] een onrechtmatige daad heeft gepleegd die hem kan worden toegerekend. [2] De kantonrechter zal hierna beoordelen of On The Spot voldoende heeft gesteld en onderbouwd om aan een van deze maatstaven te voldoen.
5.4.
De kantonrechter is van oordeel dat On The Spot niet aan de hand van feitelijke omstandigheden heeft uiteengezet dat zich een situatie voordeed waaruit een onrechtmatig handelen van [gedaagde] kan worden afgeleid. Zo heeft On The Spot niet feitelijk onderbouwd dat [gedaagde] namens On The Spot een (onrechtmatige) “deal” met [bedrijf] heeft gesloten. Volgens [gedaagde] zag hij slechts aanleiding om On The Spot te hulp te schieten nadat was gebleken dat de verzuimverzekering niet was afgesloten, door met [bedrijf] in contact te treden over de door On The Spot onverschuldigd betaalde premies. Hij deed dit ten behoeve van het behoud van een goede relatie met On The Spot. In het contact met de [bedrijf] vertegenwoordigde [gedaagde] niet de belangen van On The Spot en hij was daarom ook niet verplicht met On The Spot te overleggen. [bedrijf] heeft een deel van de onverschuldigd betaalde premies aan [gedaagde] teruggestort en [gedaagde] heeft dit vervolgens aan On The Spot uit coulance uitbetaald, en BC Group heeft daaraan nog een bedrag toegevoegd. Dat het bedrag de schade van On The Spot niet zou dekken maakt niet dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld. Het bedrag is immers niet als schadevergoeding bedoeld. Hierdoor kan doorbetaling van dit bedrag door [gedaagde] aan On The Spot, naar het oordeel van de kantonrechter, ook niet worden gezien als een erkenning van de volgens On The Spot gemaakte fout om de medewerker van On The Spot niet aan te melden bij een verzuimverzekering.
Proceskosten
5.5.
On The Spot is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 0,00, omdat hij in persoon is verschenen, schriftelijk verweer heeft gevoerd en kosten aan zijn zijde niet heeft onderbouwd.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van On The Spot af,
6.2.
veroordeelt On The Spot in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 0,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.R.H. Lutjes en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026. (hg)

Voetnoten

1.ECLI:NL:PHR:2006:AZ0758 ([naam 1]/[naam 2]).
2.Artikel 6:162 Burgerlijk Pro Wetboek.