ECLI:NL:RBROE:2000:AA6789
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.M.L.M. Magnée
- R.H. Smits
- H. Nijholt
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid aandeelhouder voor belastingschuld vennootschap na staking onderneming
De zaak betreft de aansprakelijkheid van X, voormalig enig aandeelhouder van Z BV, voor de vennootschapsbelasting over 1997 die Z BV niet betaalde. Z BV had haar onderneming feitelijk gestaakt in 1997 en de aandelen werden verkocht aan Walton BV via de M-Groep. De Ontvanger stelde X aansprakelijk op grond van artikel 40 Invorderingswet Pro, omdat X wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat na de aandelenverkoop de bezittingen van Z BV zouden worden verduisterd.
De rechtbank stelde vast dat Z BV in 1997 haar activiteiten feitelijk had gestaakt door verkoop van voorraden en vervoermiddelen en het achterwege blijven van vervangende investeringen. X had een aanmerkelijk belang vervreemd en de koopprijs hield rekening met een lage belastinglatentie, terwijl de koper de voorraad naar X privé overhief, wat duidde op staking van de onderneming.
De rechtbank oordeelde dat X redelijkerwijs behoorde te weten dat verduistering zou plaatsvinden, gelet op de korte resterende termijn voor vervangende investeringen, de reputatie van M&M, het ontbreken van onderzoek naar de koper Walton BV, en het ontbreken van garanties. De overboeking van liquide middelen na de aandelenoverdracht naar een vennootschap zonder verhaalbare activa werd als verduistering aangemerkt.
X werd daarom aansprakelijk gehouden voor de belastingschuld en invorderingsrente vanaf 1 maart 1999. De rechtbank veroordeelde X tot betaling van fl. 64.956,- vermeerderd met invorderingsrente en in de proceskosten.
Uitkomst: X wordt aansprakelijk gehouden en veroordeeld tot betaling van de belastingschuld van Z BV vermeerderd met invorderingsrente en proceskosten.