ECLI:NL:RBSHE:2003:AF8421
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H.W. Rullmann
- M.J.M. de Vries
- P.A.M. Penders-Janssen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheid voor belastingvordering na aandelenverkoop kasgeldvennootschap
In deze civiele procedure vordert de Belastingdienst betaling van belastingschulden van Maliehove BV, een kasgeldvennootschap waarin [V BV] aandelen bezat, wegens het vrijvallen van een vervangingsreserve na verkoop van aandelen aan EHG Invest BV. De Belastingdienst stelt [V BV] aansprakelijk op grond van artikel 40 Invorderingswet Pro 1990 en subsidiair op grond van onrechtmatige daad.
[V BV] betwist wetenschap van verduistering door EHG en voert aan dat zij zich heeft laten adviseren door ABAB, RaboBank en RaboTrust, die een bemiddelingsrol speelden. De rechtbank oordeelt dat niet is gebleken dat [V BV] of haar adviseurs wisten of redelijkerwijs behoorden te weten dat EHG de activa zou verduisteren. De rechtbank benadrukt dat de bewijslast voor de Belastingdienst zwaar is en dat een actieve onderzoeksplicht van de verkoper naar het herinvesteringsvoornemen van de koper niet bestaat.
De rechtbank bespreekt uitgebreid de waardering van de latente belastingverplichting en concludeert dat de koopprijs, gebaseerd op een waardering van 14%, niet excessief was. Ook de vrijwaringsvorderingen van [V BV] tegen ABAB, RaboBank en RaboTrust en de ondervrijwaringsvorderingen worden afgewezen. De kosten worden verdeeld zoals in het vonnis vermeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de Belastingdienst en de vrijwaringsvorderingen af wegens ontbreken van wetenschap omtrent verduistering door koper.