ECLI:NL:RBROE:2004:AQ8796
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- F. Oelmeijer
- M.J.A.G. van Baal
- B.P. Sloot
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na oplichting en financiële fraude
In deze zaak heeft de rechtbank Roermond op 24 mei 2004 uitspraak gedaan over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een verdachte veroordeeld wegens meerdere feiten van oplichting en soortgelijke strafbare feiten. De ontnemingsvordering was niet gelijktijdig betekend met de sluiting van het strafrechtelijk financieel onderzoek (s.f.o.), wat door de verdediging werd aangevoerd als schending van het vertrouwensbeginsel en reden voor niet-ontvankelijkheid.
De rechtbank overwoog dat er geen sanctie verbonden is aan deze overschrijding van nog geen drie maanden en dat de verdachte niet in zijn belangen is geschaad. Ook was geen gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat van de ontnemingsvordering zou worden afgezien. Verder werd betwist of reeds in rechte toegewezen vorderingen van benadeelde derden in mindering moesten worden gebracht op het ontnemingsbedrag. De rechtbank stelde vast dat deze vorderingen wel degelijk in mindering moeten worden gebracht, conform artikel 36e lid 3 Wetboek van Strafrecht en de wetsgeschiedenis.
Na een gedetailleerde analyse van de posten en vorderingen stelde de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €524.475,06. De verdachte werd verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen. De beslissing werd genomen door de meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van mr. M.J.A.G. van Baal en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
Uitkomst: De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €524.475,06 en wijst de ontnemingsvordering toe.