ECLI:NL:RBROE:2005:AT7933
Rechtbank Roermond
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname bevel bij veroordeelde wegens afpersing en diefstal
De rechtbank Roermond behandelde een bezwaarschrift van een veroordeelde tegen het bevel van de officier van justitie om celmateriaal af te nemen voor DNA-onderzoek en opname in de landelijke DNA-databank. De veroordeelde was veroordeeld voor meerdere afpersingen en autodiefstallen en onderging op het moment van de Wet inwerkingtreding nog een vrijheidsbenemende straf en TBS-maatregelen.
De rechtbank overwoog dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden van toepassing is op personen die op het moment van inwerkingtreding veroordeeld zijn tot een vrijheidsbenemende straf. De afname van DNA is geen straf, zodat het legaliteitsbeginsel en het nulla poenabeginsel niet van toepassing zijn. De rechtbank verwierp het verweer dat het bevel met terugwerkende kracht werd toegepast en dat dit disproportioneel zou zijn.
Verder oordeelde de rechtbank dat de Wet niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro (recht op privéleven), omdat de Wet noodzakelijk is voor de openbare veiligheid en het voorkomen van strafbare feiten. De Wet bevat duidelijke criteria en waarborgen, waaronder rechterlijke toetsing. Ook werd het verweer van strijd met het gelijkheidsbeginsel verworpen, omdat van iedere veroordeelde die aan de criteria voldoet een DNA-profiel wordt opgemaakt en dit geen nadelige positie oplevert.
De rechtbank concludeerde dat de uitzonderingsbepaling in artikel 2 lid 1 sub b van Pro de Wet niet van toepassing is op de veroordeelde, gelet op zijn strafblad en recidivegevaar. Het bezwaarschrift werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het bevel tot DNA-afname wordt ongegrond verklaard.