ECLI:NL:RBROT:2005:AT8525
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op kennisneming van persoonsgegevens onder de Wet bescherming persoonsgegevens
Verzoeker heeft meerdere effectenlease-overeenkomsten met Dexia gesloten en verzocht op grond van artikel 35 Wbp Pro om inzage in zijn persoonsgegevens die Dexia verwerkt. Dexia weigerde dit verzoek, stellende dat het verzoek misbruik van recht is en dat het verstrekken van de gegevens haar procespositie zou schaden.
Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) heeft eerder geoordeeld dat Dexia haar werkwijze moet aanpassen en dat categorische weigering van kennisneming onrechtmatig is. De rechtbank bevestigt dit standpunt en oordeelt dat Dexia verplicht is een overzicht te verstrekken van de verwerkte persoonsgegevens, waaronder kopieën van overeenkomsten, risicoprofielen, kredietwaardigheidsgegevens en telefoongesprekken.
De rechtbank stelt dat verzoeker zijn verzoek kan preciseren en dat Dexia nadere informatie kan verlangen over telefoongesprekken. De gevorderde dwangsom wordt gematigd en de beschikking wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dexia wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Dexia wordt bevolen binnen vier weken een overzicht van verwerkte persoonsgegevens aan verzoeker te verstrekken, met een gematigde dwangsom en zonder uitvoerbaarheid bij voorraad.