ECLI:NL:RBROT:2005:AU5095
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F.C. Francken
- L.A.C. van Nifterick
- L.M.A. Gimbrère
- Rechtspraak.nl
Weigering registratie als werkzoekende wegens ontbreken geldige verblijfsvergunning
Eiser, met de Kaapverdiaanse nationaliteit, heeft jarenlang op Nederlandse zeeschepen gewerkt en verzocht om registratie als werkzoekende bij het CWI. Verweerder weigerde dit omdat eiser geen geldige verblijfsvergunning kon overleggen, zoals vereist op grond van artikel 25, eerste lid, sub c, van de Wet SUWI.
Eiser stelde dat hij verplicht was zich te registreren volgens artikel 26 van Pro de Werkloosheidswet en dat hij in afwachting van een verblijfsvergunning was. Ondanks het toekennen van een WW-uitkering, bleef verweerder bij zijn standpunt dat registratie alleen mogelijk is voor personen die voldoen aan de strikte criteria van de Wet SUWI en het Besluit SUWI.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende procesbelang had tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar, maar wel tegen het bestreden besluit. Juridisch werd vastgesteld dat eiser niet tot de categorieën behoorde die recht hebben op registratie als werkzoekende, en dat de rechtbank niet bevoegd is om wettelijke bepalingen buiten toepassing te verklaren. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van redelijke proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de weigering tot registratie als werkzoekende ongegrond vanwege het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning.