ECLI:NL:RBROT:2005:AU7070
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- mr. Kalk
- mr. Van der Schans
- mr. Mul
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring bezwaarschrift tegen DNA-afname bij minderjarige veroordeelde
De rechtbank Rotterdam behandelde een bezwaarschrift van een minderjarige veroordeelde die zich verzette tegen het afnemen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. De veroordeelde was eerder door de kinderrechter veroordeeld voor mishandeling en kreeg een werkstraf en jeugddetentie opgelegd.
De officier van justitie had op grond van artikel 2 van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden bevolen dat celmateriaal van de veroordeelde zou worden afgenomen voor DNA-onderzoek. De veroordeelde stelde dat deze maatregel in strijd was met artikel 8 EVRM Pro en artikel 40 IVRK Pro, alsmede met het vertrouwensbeginsel en bepaalde wettelijke bepalingen.
De rechtbank overwoog dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden formeel rechtmatig is en dat de afname en verwerking van DNA niet in strijd is met het recht op privacy zoals beschermd door het EVRM. Ook werd geoordeeld dat artikel 40 IVRK Pro, dat betrekking heeft op strafrechtelijke procedures, niet wordt geschonden omdat de DNA-afname plaatsvindt na veroordeling en niet tijdens het strafproces. Het vertrouwensbeginsel werd verworpen wegens het ontbreken van een schriftelijke toezegging.
De rechtbank concludeerde dat de officier van justitie terecht het bevel tot DNA-afname had gegeven en verklaarde het bezwaarschrift ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de afname en verwerking van het DNA-profiel van de minderjarige veroordeelde wordt ongegrond verklaard.