ECLI:NL:RBROT:2006:AW4559
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F.C. Francken
- D.C.J. Peeck
- M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling betrouwbaarheid bestuurders VPV na handel met voorwetenschap en handhaving aanwijzing DNB
Eisers, voormalige leden van de Raad van Bestuur van VPV, werden door De Nederlandsche Bank (DNB) met onmiddellijke ingang ontheven van hun functie vanwege vermoedens van handel met voorwetenschap. Na eerdere vernietiging van besluiten door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) stelde DNB opnieuw vast dat de betrouwbaarheid van eisers niet buiten twijfel stond en handhaafde de aanwijzing.
De rechtbank overwoog dat op 9 september 1999 sprake was van een koersgevoelige bijzonderheid omtrent het overnameplan van VPV, waarvan eisers op de hoogte waren. Beide eisers hadden privé-transacties verricht in aandelen van houdstermaatschappijen en beleggingsfondsen die vrijwel uitsluitend in deze aandelen belegden, ondanks het verbod op handelen met voorwetenschap. Tevens hadden zij de interne compliance regels van VPV genegeerd.
De rechtbank verwierp de grieven van eisers over procedurele tekortkomingen en het ontbreken van bewijs in strafrechtelijke zin. Ook werd geoordeeld dat DNB terecht onderscheid maakte tussen eisers en een derde bestuurder vanwege verschillen in rol en betrokkenheid. De beroepen werden ongegrond verklaard en de aanwijzing gehandhaafd, waarbij werd benadrukt dat het belang van integriteit en vertrouwen in financiële markten zwaarwegend is.
Uitkomst: De beroepen van eisers worden ongegrond verklaard en de aanwijzing van DNB wordt gehandhaafd.