ECLI:NL:RBROT:2006:AY7037
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting geldigheid en aansprakelijkheid bij faillissement Vie d'Or inzake winstcommissieovereenkomst en rekening-courantvorderingen
De curatoren in het faillissement van N.V. Levensverzekeringmaatschappij Vie d'Or (VD) vorderen onder meer de nietigheid van de winstcommissieovereenkomst met assurantietussenpersoon Blokland Willemsen Verzekeringen B.V. (BWV) en betaling van aanzienlijke bedragen met wettelijke rente. Zij stellen dat de overeenkomst strijdig is met artikel 13 van Pro de Wet Assurantiebemiddelingsbedrijf 1991 (WABB), paulianeus is, en dat er sprake is van onbevoegde vertegenwoordiging van VD.
Gedaagden voeren aan dat de winstcommissieovereenkomst geen assurantiebemiddeling betreft maar administratieve en commerciële werkzaamheden, en dat de WABB daarop niet van toepassing is. De rechtbank stelt dat de curatoren de stelplicht en bewijslast dragen voor hun stellingen en geeft gedaagden de gelegenheid hun verweer nader te onderbouwen. De rechtbank oordeelt dat de brief van augustus 1998 de verjaring van de rekening-courantvordering heeft gestuit.
De rechtbank verwerpt het beroep op faillissementspauliana wegens onvoldoende onderbouwing en oordeelt dat het vertegenwoordigingsgebrek door latere ondertekening is geheeld. De winstgarantieovereenkomst is niet uitgevoerd en het beroep daarop wordt verworpen. De curatoren mogen nadere onderbouwing geven over onrechtmatige verwerking van IDS-polissen als IDP-polissen. De persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders wordt afgewezen wegens gebrek aan grondslag. De zaak wordt aangehouden voor nadere conclusies en bewijsvoering.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor nadere conclusies en bewijsvoering en wijst verdere beslissing voorlopig af.