ECLI:NL:RBROT:2007:AZ9404
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunning gebruik frequenties wegens niet-naleving ingebruikneming voorschriften
Op 26 mei 2003 werd aan verzoekster een vergunning verleend voor het gebruik van frequentieruimte voor commerciële radio-omroep op diverse middengolffrequenties. Verweerder constateerde dat meerdere frequenties niet of niet conform de vergunning in gebruik waren genomen en kondigde bestuursrechtelijke maatregelen aan. Na diverse onderzoeken en correspondentie trok verweerder op 27 juli 2006 het gebruiksrecht op vier frequenties met onmiddellijke ingang in.
Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening, welke werd afgewezen. Verweerder wijzigde vervolgens zijn beslissing op bezwaar en handhaafde de intrekking op grond van het niet nakomen van de ingebruiknemingstermijn en het vereiste doelmatig gebruik van de frequentieruimte. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was tot intrekking en dat het gebruik van andere opstelplaatsen dan vergund niet conform de voorschriften was.
Verzoekster voerde onder meer aan dat de intrekking disproportioneel was en dat een last onder dwangsom passend zou zijn geweest, maar dit werd verworpen. De rechtbank stelde dat verzoekster ruim drie jaar had gehad om de frequenties conform de vergunning in gebruik te nemen zonder succes. Ook het beroep op overmacht, het gelijkheidsbeginsel en het punitieve karakter van de intrekking faalden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vergunning voor de frequenties wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.