ECLI:NL:RBROT:2007:BA9923
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd wegens arbitraal beding in algemene voorwaarden
In deze zaak vordert GTC betaling van een openstaande factuur van Holland Scherm. GTC stelt dat Holland Scherm slechts één factuur heeft betaald en de tweede onbetaald heeft gelaten, ondanks aanmaningen. Holland Scherm betwist de vordering en voert primair aan dat de rechtbank onbevoegd is omdat partijen een arbitragebeding zijn overeengekomen in de algemene voorwaarden.
De rechtbank onderzoekt of het beroep op arbitrage tijdig en correct is gedaan. Holland Scherm heeft dit beroep in haar conclusie van antwoord aangevoerd, waarmee aan het vereiste van 'voor alle weren' is voldaan. GTC stelde dat de algemene voorwaarden niet waren meegestuurd of ter hand gesteld, maar de rechtbank oordeelt dat de ondertekende overeenkomst met bijlage voldoende bewijs vormt dat de voorwaarden zijn ontvangen.
De rechtbank concludeert dat het arbitraal beding in artikel 8.1 sub B van de Algemene Onderaannemings- en Inkoopvoorwaarden van Holland Scherm tussen partijen geldt. Hierdoor is de Raad van Arbitrage voor de Bouw bevoegd en niet de rechtbank. Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd en veroordeelt GTC in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd vanwege het geldige arbitraal beding en wijst de vordering van GTC af.