ECLI:NL:RBROT:2007:BC0439
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijsopdracht ondertekening kredietcontract en stuiting verjaring in consumentenkredietzaak
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van een bedrag van €20.632,42 op grond van een tweede doorlopende kredietovereenkomst gesloten op 14 september 1998. Gedaagde betwist de ondertekening van dit kredietcontract en voert tevens verjaring aan.
De rechtbank onderzoekt of de verjaring is gestuit aan de hand van jurisprudentie van de Hoge Raad. De brief van 21 maart 2003 van eiseres aan gedaagde wordt als een ondubbelzinnige stuitingshandeling beoordeeld, waardoor de verjaring is onderbroken en een nieuwe termijn van vijf jaar is gestart.
Ten aanzien van de ondertekening van het tweede kredietcontract oordeelt de rechtbank dat het ter comparitie getoonde originele contract geen dwingend bewijs oplevert omdat gedaagde stellig betwist te hebben getekend. Eiseres draagt de bewijslast en moet dit bewijs leveren. Indien zij dit doet, geldt dat als dwingend bewijs van gebondenheid aan het contract.
De rechtbank wijst eiseres op de mogelijkheid van een deskundigenbericht en verwijst de zaak naar de rolzitting voor nadere bewijslevering. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank draagt eiseres op bewijs te leveren van ondertekening van het tweede kredietcontract en houdt verdere beslissing aan.