ECLI:NL:RBROT:2008:BC6662
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Fiege
- Rechtspraak.nl
Betaling loon na beëindiging bemiddelingsovereenkomst tussen Marcan en opdrachtgevers
Marcan sloot op 5 april 2006 een bemiddelingsovereenkomst met drie opdrachtgevers voor de verkoop van onroerende zaken en aandelen. Op 18 april 2006 werd de overeenkomst door de opdrachtgevers beëindigd. Marcan vorderde het volledige loon conform de overeenkomst, dan wel een naar redelijkheid vast te stellen deel.
De opdrachtgevers voerden verweer dat geen overeenkomst tot stand was gekomen, dat Marcan geen recht op loon had wegens belangenverstrengeling, en dat zij geen werkzaamheden had verricht. De rechtbank verwierp deze verweren en stelde vast dat de opdrachtgevers de overeenkomst rechtsgeldig hadden opgezegd, waardoor het einde aan hen valt toe te rekenen.
De rechtbank concludeerde dat Marcan geen werkzaamheden had verricht en dat geen voordeel was behaald door de opdrachtgevers. Het loon werd daarom niet in volle omvang toegekend, maar op grond van redelijkheid vastgesteld op €15.000 inclusief BTW. De vordering werd toegewezen, met wettelijke rente vanaf de dagvaarding, en proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Marcan krijgt een redelijke vergoeding van €15.000 inclusief BTW toegekend wegens beëindiging van de bemiddelingsovereenkomst.