ECLI:NL:RBROT:2008:BC7312
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F.C. Francken
- L.A.C. van Nifterick
- M.S.F. Voskens
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom opgelegd aan belastingadviseur wegens niet melden ongebruikelijke transactie
De belastingadviseur kreeg op 26 april 2007 een last onder dwangsom opgelegd om binnen drie weken een ongebruikelijke transactie te melden aan de Financial Intelligence Unit-Nederland (FIU-NL). Deze transactie betrof gelden die niet aan de fiscus waren opgegeven door cliënten van de adviseur. De adviseur maakte bezwaar en stelde dat het ging om legaal verkregen inkomsten, maar de rechtbank oordeelde dat de meldplicht op grond van artikel 9 van Pro de Wet MOT was overtreden.
De rechtbank bevestigde dat de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom sinds 1 mei 2006 geldt en dat deze ook kan worden ingezet voor transacties uit 2005 omdat de meldplicht voortduurt. De termijn van drie weken om alsnog melding te doen werd als redelijk beoordeeld, evenals de hoogte van de dwangsom van €3.000,-.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tevens werd vastgesteld dat het hoger beroep moet worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, ondanks een omissie in de wetgeving betreffende de vermelding van deze instantie in de Wet MOT.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens niet melden van een ongebruikelijke transactie wordt ongegrond verklaard.