ECLI:NL:RBROT:2008:BD8227
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging boetebesluit bouwfraude GWW-sector wegens onvoldoende motivering ijkjaarcorrectie
De zaak betreft een beroep tegen een boetebesluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) wegens overtreding van artikel 6 van Pro de Mededingingswet en artikel 81 EG Pro-Verdrag in de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW). Het boetebesluit is opgelegd aan Gebr. Beentjes GWW B.V. en mede-aansprakelijke verbonden ondernemingen vanwege deelname aan een systeem van vooroverleg bij aanbestedingen van GWW-werken in Nederland van 1998 tot en met 2001.
De NMa heeft een versnelde procedure toegepast waarbij ondernemingen een boetevermindering van 15% kregen indien zij deelnamen aan deze procedure en afzagen van inhoudelijk verweer. Eiseres stelt dat zij door deze voorwaarden in haar rechten van verdediging is geschaad, wat de rechtbank verwerpt. Ook is de boetegrondslag vastgesteld op de aanbestedingsomzet van 2001, als ijkjaar, hetgeen eiseres betwist vanwege de representativiteit.
De rechtbank oordeelt dat de NMa de motivering van de ijkjaarcorrectie onvoldoende heeft toegelicht in het bestreden besluit, wat strijd oplevert met artikel 7:12 Awb Pro. Dit leidt tot vernietiging van het besluit, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de NMa de motivering later voldoende heeft verstrekt. Verder worden bezwaren over schending van het evenredigheidsbeginsel, het clementiebeleid, de boeteverminderingen en de financiële situatie van eiseres afgewezen. De rechtbank veroordeelt de NMa tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden boetebesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de ijkjaarcorrectie, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.