ECLI:NL:RBROT:2008:BG0953
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over boeteoplegging bouwfraude GWW-sector en versnelde procedure
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een boeteoplegging door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) aan Aannemersbedrijf W. van den Oetelaar B.V. wegens overtreding van artikel 6 van Pro de Mededingingswet en artikel 81 EG Pro-Verdrag in de GWW-sector. Tevens werd de moedermaatschappij G. van den Oetelaar Holding B.V. hoofdelijk aansprakelijk gesteld. De boete werd verminderd wegens deelname aan een versnelde procedure en financiële omstandigheden.
Eiseres betwistte onder meer de wijziging van de voorwaarden van de versnelde procedure, de boetegrondslag, de toerekening aan de moedermaatschappij en de toepassing van de clementieregeling. De rechtbank oordeelde dat de voorwaarden van de versnelde procedure duidelijk waren gecommuniceerd en dat deelname vrijwillig was, zonder schending van de rechten van verdediging. De feiten en deelname aan het kartel werden geacht vast te staan door erkenning in de versnelde procedure.
De rechtbank vond de keuze voor de aanbestedingsomzet 2001 als boetegrondslag niet onredelijk en wees het beroep op het gelijkheidsbeginsel af. De toerekening van de boete aan de moedermaatschappij was in lijn met Europese jurisprudentie, maar verweerder had dit niet tijdig gemotiveerd, waardoor het bestreden besluit werd vernietigd. De rechtbank handhaafde echter de rechtsgevolgen van het besluit en oordeelde dat de redelijke termijn niet was overschreden. De proceskosten werden aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.