ECLI:NL:RBROT:2008:BG5658
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herroeping ontbindingsbeschikking wegens vermeend bedrog over remigratie-intentie werknemer
De werkgever Brunel verzocht de kantonrechter om een ontbindingsbeschikking van 11 december 2006 te herroepen omdat de werknemer, [verweerder], zou hebben gelogen over zijn intentie tot remigratie naar Nederland. Brunel stelde dat deze onjuiste verklaring de vergoeding aan de werknemer te hoog had doen uitvallen.
De kantonrechter oordeelde dat Brunel ontvankelijk was in haar verzoek tot herroeping, mede omdat nieuw bewijs in de vorm van een beëdigde verklaring van de werknemer in een andere procedure was verkregen. Er was geen sprake van termijnoverschrijding. Echter, het geding werd nog niet heropend; partijen kregen de gelegenheid om door middel van getuigen te bewijzen of er daadwerkelijk sprake was van bedrog.
De kantonrechter bepaalde dat de werknemer als getuige moest verschijnen en dat maximaal vijf getuigen konden worden gehoord. De beslissing werd aangehouden totdat het nader onderzoek was afgerond. De procedure kenmerkte zich door een complexe feiten- en bewijsopbouw, waarbij ook fiscale en optieschade aspecten een rol speelden.
De uitspraak benadrukte het belang van vertrouwen in ontbindingsprocedures en het verbod op liegen in gerechtelijke procedures. De kantonrechter stelde dat het feit dat de werknemer in Singapore bleef wonen niet automatisch betekent dat hij nooit de intentie had om te remigreren, aangezien omstandigheden buiten zijn wil dit konden beïnvloeden.
De zaak toont de complexiteit van ontbindingsprocedures waarbij intenties en gedragingen van partijen centraal staan en de noodzaak van zorgvuldig bewijs en hoor en wederhoor.
Uitkomst: Verzoek tot herroeping van ontbindingsbeschikking ontvankelijk verklaard en nader onderzoek gelast middels getuigenverhoor.