ECLI:NL:RBROT:2009:BH1629
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. van Essen
- L.A.C. van Nifterick
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in bestuursrechtelijke procedure
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een wrakingsverzoek ingediend tegen een rechter die betrokken was bij haar bestuursrechtelijke beroepsprocedure tegen het Dagelijks Bestuur van een gemeente. Het verzoek betrof vermeende schendingen van internationale verdragen, formele wetten en procesregelingen, en de toelating van een laat ingediend verweerschrift van de gemeente tijdens de zitting.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk behandeld en vastgesteld dat wraking slechts kan worden toegewezen indien er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor subjectieve of objectieve vooringenomenheid van de rechter. De aangevoerde omstandigheden, waaronder de toelating van het late verweerschrift, vormen volgens de rechtbank geen reden om aan te nemen dat de rechter niet onpartijdig was.
De rechtbank benadrukte dat de overschrijding van de termijn voor het indienen van een verweerschrift niet automatisch leidt tot uitsluiting of sancties, en dat het aan de rechter is om te beoordelen welke gevolgen daaraan verbonden worden. Er is geen bewijs dat de rechter de gemeente bevoordeelde of de verzoekster benadeelde.
Het wrakingsverzoek is daarom ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer voor wrakingszaken, bestaande uit drie rechters, op 3 februari 2009.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.