ECLI:NL:RBROT:2009:BI2848
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. van Zwieten
- L.A.C. van Nifterick
- K. Werkhorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunning financiële dienstverlener wegens onbetrouwbaarheid na veroordeling valsheid in geschrift
Eiser, actief als bemiddelaar in financiële producten sinds 1983, vroeg een vergunning aan op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De Autoriteit Financiële Markten (AFM) weigerde de vergunning omdat eiser in 2004 onherroepelijk veroordeeld was voor valsheid in geschrift, een financieel relevant antecedent dat de betrouwbaarheid in twijfel trekt.
De rechtbank toetste de weigering aan artikel 15 van Pro het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) en aan de Europese richtlijn 2002/92/EG. Zij oordeelde dat de onverkorte toepassing van artikel 15 BGfo Pro, met een termijn van acht jaar sinds de veroordeling, passend is en voldoet aan de richtlijnseisen. De gedragingen van eiser betroffen valsheid in geschrift met betrekking tot uitkeringsfraude, wat onverenigbaar is met de integriteitseisen voor financiële dienstverleners.
Eisers beroep op artikel 5 van Pro de richtlijn en het Eerste Protocol bij het EVRM werd verworpen. Ook het argument dat een beleidsregel betrouwbaarheidstoetsing een nadere belangenafweging mogelijk zou maken, faalde. De rechtbank benadrukte dat eiser bovendien onwaarheden had verstrekt in het betrouwbaarheidsonderzoek, wat de twijfel over zijn integriteit versterkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de weigering van de vergunning. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de weigering van de vergunning vanwege twijfel over de betrouwbaarheid van eiser.