ECLI:NL:RBROT:2009:BI7127
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffing kosten behandeling vergunningaanvraag Wet toezicht accountantsorganisaties
Eiser diende namens een maatschap een aanvraag in voor een vergunning op grond van de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta). De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde een heffing op ter vergoeding van de kosten van de behandeling van deze aanvraag. Eiser maakte bezwaar tegen de hoogte van de heffing en stelde dat hij mocht vertrouwen op een verlaagd tarief vanwege een positief toetsingsoordeel van de NOvAA.
De rechtbank overwoog dat de minister bij het vaststellen van de heffingsregeling niet buiten zijn wettelijke bevoegdheid was getreden en dat de regeling niet in strijd was met het motiveringsbeginsel van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De AFM heeft geen beleidsruimte om af te wijken van de vastgestelde Regeling toezichtkosten en Vaststellingsregeling. De heffing is gebaseerd op het profijtbeginsel en houdt rekening met verschillende categorieën accountantsorganisaties.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het omzettingsbesluit van de NOvAA met terugwerkende kracht was ingetrokken en de vergunningaanvraag niet was ingediend door de rechtspersoon waarvoor het positieve oordeel gold. De rechtbank achtte de hoogte van de heffing niet onredelijk en wees het beroep af. Het beroep tegen het oorspronkelijke besluit werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege gebrek aan belang.
De uitspraak bevestigt dat intrekking van een vergunningaanvraag geen afbreuk doet aan de verschuldigdheid van de heffing en dat de AFM terecht de kosten van de behandeling van de aanvraag in rekening brengt.
Uitkomst: Het beroep tegen de gewijzigde heffing van €7.287 wordt ongegrond verklaard en de heffing is terecht opgelegd.