ECLI:NL:RBROT:2009:BM2737
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Subsidievaststelling ESF-project afgewezen wegens ontbreken urenregistratie en onvoldoende projectadministratie
Eiser ontving subsidie voor het project 'Nederlands als tweede taal en arbeidsmarktbenadering' voor de jaren 1998 en 1999, onder de voorwaarde dat een aparte projectadministratie met een deelnemers- en financiële administratie werd gevoerd. Na controle door het Team Interne Controle van Arbeidsvoorziening bleek dat een essentiële urenregistratie ontbrak en dat veel projectkosten onvoldoende waren onderbouwd, waardoor de subsidie op nihil werd vastgesteld.
Eiser voerde aan dat hij slechts als subsidievehikel diende en dat Arbeidsvoorziening als feitelijk uitvoerder verantwoordelijk was voor de administratie. Ook stelde hij dat het vertrouwensbeginsel van toepassing was en dat de eisen aan de urenregistratie niet duidelijk waren. De rechtbank oordeelde echter dat eiser als aanvrager verantwoordelijk was voor het voeren van een deugdelijke projectadministratie conform de ESF-regeling en dat het ontbreken van een urenregistratie een wezenlijke schending van de regeling betekende.
De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel, mede gelet op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Ook de argumenten over overheadkosten en de rol van Arbeidsvoorziening konden niet tot een andere uitkomst leiden. Het bestreden besluit werd in stand gelaten en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de ESF-subsidie op nihil vast te stellen wordt ongegrond verklaard.