ECLI:NL:RBROT:2010:BL5998
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid en belangenverstrengeling bij samenwerking gezondheidscentrum en apotheek
De zaak betreft een geschil tussen Mediq B.V. en het Gezondheidscentrum Ommoord met de Briand Apotheek over vermeende verboden samenwerking en belangenverstrengeling in het kader van artikel 11 van Pro het Besluit Geneesmiddelenwet (Bgw).
Mediq stelt dat door de eigendoms- en bestuursstructuur, waarbij dezelfde bestuurder betrokken is bij zowel het Gezondheidscentrum als de apotheek, sprake is van een reëel risico dat huisartsen niet onafhankelijk recepten voorschrijven, wat leidt tot onrechtmatige bevoordeling van Briand Apotheek. Daarnaast wijst Mediq op een herhaalreceptenlijn die standaard recepten naar Briand Apotheek laat sturen, tenzij de patiënt anders aangeeft.
Het Gezondheidscentrum betwist de onrechtmatigheid en wijst erop dat de apotheker en huisartsen financieel onafhankelijk opereren en dat de herhaalreceptenlijn een maatregel is om misverstanden te voorkomen. De voorzieningenrechter oordeelt dat hoewel de AHOED/GOED-constructie bestaat, dit niet per definitie verboden samenwerking inhoudt. Er is onvoldoende bewijs dat de samenwerking niet uitsluitend is ingegeven door een goede geneesmiddelenvoorziening.
De vorderingen van Mediq worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van onrechtmatig handelen. Ook de vorderingen van het Gezondheidscentrum in reconventie worden afgewezen. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten van de ander.
Uitkomst: De vorderingen van Mediq worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van onrechtmatig handelen door het Gezondheidscentrum en Briand Apotheek.