ECLI:NL:HR:2006:AY9317
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering tegen module rationeel voorschrijven zorgverzekeraar
In deze zaak staat centraal of het aanbieden door zorgverzekeraar Menzis van een module 'rationeel voorschrijven' aan huisartsen onrechtmatig is jegens farmaceutische fabrikanten Astrazeneca c.s. De module stimuleert het voorschrijven van generieke, goedkopere geneesmiddelen in plaats van duurdere merkgeneesmiddelen. Astrazeneca c.s. vorderden in kort geding een verbod en rectificaties vanwege vermeende strijd met het Reclamebesluit geneesmiddelen (Rbg), de Wet tarieven gezondheidszorg (WTG) en de zorgvuldigheidsnorm.
De voorzieningenrechter en het gerechtshof Arnhem wezen de vorderingen af. Het hof oordeelde dat het Rbg en de WTG niet strekken ter bescherming van farmaceutische fabrikanten tegen omzetverlies door voorschrijfgedrag van artsen en dat het relativiteitsvereiste van art. 6:163 BW Pro toepassing vindt. Ook de zogenoemde correctie-Langemeijer brengt niet mee dat dit vereiste wordt opzijgezet. Astrazeneca c.s. gingen in cassatie tegen dit oordeel.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof. De schending van het Rbg en de WTG door Menzis strekt niet ter bescherming van de belangen van Astrazeneca c.s. en het relativiteitsvereiste staat aansprakelijkheid in de weg. Ook de zorgvuldigheidsnorm beschermt niet tegen het door Astrazeneca c.s. gestelde schadebelang. De module rationeel voorschrijven beoogt een normale marktwerking en niet het doelbewust toebrengen van schade. Het beroep wordt verworpen en Astrazeneca c.s. worden veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Astrazeneca c.s. wordt verworpen en de vorderingen tegen Menzis worden afgewezen.