ECLI:NL:RBZWB:2023:5476
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek inzake overtreding Geneesmiddelenwet en Besluit Geneesmiddelenwet
Eiseressen hebben een handhavingsverzoek ingediend tegen een derde-partij, huisartsen en een apotheek wegens vermeende overtredingen van artikel 61 van Pro de Geneesmiddelenwet en artikel 11 van Pro het Besluit Geneesmiddelenwet. De minister wees dit verzoek primair af vanwege het ontbreken van belanghebbendheid en het ontbreken van een overtreding. Na bezwaar verklaarde de minister het bezwaar deels gegrond voor belanghebbendheid op grond van artikel 11 Besluit Pro Gnw, maar handhaafde de afwijzing wegens geen overtreding.
Eiseressen stelden dat zij wel belanghebbenden zijn omdat zij in hetzelfde verzorgingsgebied en marktsegment actief zijn, en dat er sprake is van belangenverstrengeling tussen de huisartsen en de apotheek. De rechtbank oordeelde dat eiseressen niet werkzaam zijn in hetzelfde marktsegment als de huisartsen, die alleen voorschrijven en geen geneesmiddelen ter hand stellen. Ook is het verzorgingsgebied niet hetzelfde vanwege de afstand. Daarnaast is artikel 11 Besluit Pro Gnw gericht op bescherming van een goede geneesmiddelenvoorziening en niet op concurrentiebelangen.
De rechtbank concludeert dat eiseressen geen belanghebbenden zijn bij het handhavingsverzoek op grond van artikel 61 Gnw Pro en dat artikel 11 Besluit Pro Gnw niet strekt ter bescherming van hun belangen. Daarom is het beroep ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseressen tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek wordt ongegrond verklaard.