ECLI:NL:RBROT:2010:BL9493
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van niet-ontvankelijkheid en onbevoegdheid in vordering tot betaling voor verrichte werkzaamheden
In deze civiele zaak vordert Welvreugd betaling van €16.382,54 voor werkzaamheden die zij in opdracht van gedaagde heeft verricht. Gedaagde stelt dat hij niet de contractspartij is, maar dat de vennootschap [Ltd] de schuldenaar is, en betwist daarmee de bevoegdheid van de Nederlandse rechter.
De rechtbank oordeelt dat uit de dagvaarding blijkt dat de natuurlijke persoon gedaagde is gedagvaard en dat gedaagde dit ook zo heeft begrepen. Het beroep op onbevoegdheid faalt daarom. De vordering tot niet-ontvankelijkverklaring is feitelijk een verweer ten gronde dat in de conclusie van antwoord moet worden behandeld.
De rechtbank wijst de vorderingen in incident af, veroordeelt gedaagde in de proceskosten en bepaalt dat de hoofdzaak zal worden voortgezet met een conclusie van antwoord op de rolzitting van 21 april 2010. De rechtbank benadrukt het belang van een goede procesorde en de concentratie van verweer.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot niet-ontvankelijkverklaring en onbevoegdverklaring af en veroordeelt gedaagde in de proceskosten.