ECLI:NL:RBROT:2010:BM7386
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurprijsvermindering wegens overlast door zoon van medehuurders in wooncomplex
Eisers vorderen een huurprijsvermindering wegens overlast veroorzaakt door de zoon van andere huurders in hetzelfde wooncomplex. De kantonrechter verwijst naar een tussenvonnis en diverse getuigenverklaringen, waaronder die van buren, een huismeester, een woonconsulent en een politieagent, die de overlast en bedreigingen bevestigen.
De overlast bestaat uit intimidatie, bedreigingen, geluidsoverlast en ongewenst gedrag richting eisers, wat leidt tot verminderd woongenot en angst. MDG, de verhuurder, heeft weliswaar pogingen ondernomen om de overlast te beëindigen, maar slaagt daar onvoldoende in en betwist de ernst van de situatie niet overtuigend.
Op grond van artikel 7:207 BW Pro oordeelt de kantonrechter dat er sprake is van een gebrek dat leidt tot genotsvermindering en dat dit gebrek in de risicosfeer van de verhuurder valt. Daarom wordt de huurprijs met ingang van 1 augustus 2008 met 50% verminderd tot €198,28 per maand, met behoud van de oude huurprijs zodra de overlast stopt.
De vordering tot smartengeld wordt afgewezen omdat geen toerekenbare tekortkoming van MDG is vastgesteld. MDG wordt veroordeeld tot restitutie van te veel betaalde huur en tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De huurprijs wordt met ingang van 1 augustus 2008 met 50% verminderd wegens overlast door de zoon van andere huurders.