ECLI:NL:RBROT:2010:BT1894
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding en vergoeding
De zaak betreft een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen verzoekers en verweerster, waarbij onenigheid bestaat over de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst en de uitvoering daarvan. Verzoekers stellen dat de arbeidsovereenkomst per 22 maart 2010 is ingegaan en dat verweerster niet is komen opdagen, terwijl verweerster betwist dat de arbeidsovereenkomst pas toen begon en stelt dat deze per 1 december 2009 is aangegaan. Tevens maakt zij aanspraak op een vergoeding wegens het niet ontvangen van een schriftelijke arbeidsovereenkomst en het niet uitbetalen van loon en pensioen.
De kantonrechter stelt vast dat, indien er al een arbeidsovereenkomst is gesloten, deze per 1 december 2009 is ingegaan. Verzoekers hebben pas in maart 2010 een schriftelijke arbeidsovereenkomst aangeboden met een latere ingangsdatum, wat heeft geleid tot verstoring van de arbeidsverhouding. De verhouding is zodanig geëscaleerd dat verdere samenwerking onmogelijk is, waardoor ontbinding gerechtvaardigd is.
De kantonrechter wijst een vergoeding toe aan verweerster ter hoogte van €2.775 bruto, gebaseerd op de kantonrechtersformule met factor c=2, omdat verzoekers door hun handelen de verstoring hebben veroorzaakt. De proceskosten worden ieder door eigen partij gedragen. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 16 november 2010.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 16 november 2010 en verweerster ontvangt een bruto vergoeding van €2.775.