ECLI:NL:RBROT:2011:BQ0995
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing provisionele vorderingen tot staking executie en betaling in geschil tussen voormalig dealer en distributeur Subaru
De zaak betreft een civiel geschil tussen een voormalig dealer en distributeur Subaru Benelux en Mitsui Automotive Europe (MAE) over een vordering voortvloeiend uit verduistering door een financieel directeur van Subaru. De voormalig dealer vordert onder meer betaling, staking van executie van een vonnis en voortzetting van een rangregelingprocedure.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen tot staking van executie en betaling van een voorschot onvoldoende spoedeisend belang hebben. De liquidatie van MAE leidt niet automatisch tot een dreigend tekort en het restitutierisico is onvoldoende onderbouwd. Tevens is de betaling aan MAE rechtsgeldig verricht ondanks discussie over de cessie van de vordering.
De rechtbank wijst de provisionele vorderingen af en veroordeelt de voormalig dealer in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak zal worden voortgezet met een conclusie van dupliek. De rechtbank bevestigt haar bevoegdheid om kennis te nemen van de vorderingen tot schorsing van executie binnen de bodemprocedure.
Uitkomst: De rechtbank wijst de provisionele vorderingen af wegens onvoldoende spoedeisend belang en onduidelijkheid over de vordering.