ECLI:NL:RBROT:2011:BR3785
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.G.J. van den Berg
- L.A.C. van Nifterick
- A. van ’t Laar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding voor commerciële rechtsbijstand bij WOZ-beroep
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen een WOZ-beschikking en vervolgens beroep ingesteld, dat later werd ingetrokken nadat de gemeente de WOZ-waarde ambtshalve had verlaagd. Verzoeker had een overeenkomst gesloten met WOZ-specialisten, waarbij hij kosten verschuldigd zou zijn tot het bedrag dat de rechtbank aan proceskosten zou toekennen.
De rechtbank beoordeelde of de kosten van deze commerciële rechtsbijstand als proceskosten in de zin van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht konden worden gezien. De rechtbank concludeerde dat dit het geval is, ook al worden de kosten pas na afloop van de procedure in rekening gebracht en zijn ze gelijk aan de proceskostenvergoeding.
De rechtbank wees het betoog van de gemeente af dat het Besluit proceskosten bestuursrecht niet bedoeld is om commerciële partijen te bevoordelen, omdat zonder vergoeding van deze kosten de commerciële rechtsbijstand niet zou kunnen bestaan.
De rechtbank veroordeelde de gemeente tot betaling van €874 aan proceskosten voor de door WOZ-specialisten verleende rechtsbijstand en wees tevens het betaalde griffierecht van €41 toe aan verzoeker.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gemeente tot betaling van €874 aan proceskosten voor commerciële rechtsbijstand.