ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0621
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde en proceskostenvergoeding bij hoger beroep tegen gemeente Lochem
Belanghebbende betwistte de door de Ambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement te Lochem, die aanvankelijk op €796.000 was gesteld en na bezwaar was verlaagd naar €766.000. De Rechtbank Zutphen stelde belanghebbende in het gelijk voor wat betreft de proceskostenvergoeding, maar handhaafde de waarde. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de Ambtenaar incidenteel hoger beroep instelde.
Het Hof oordeelde dat de Ambtenaar onvoldoende rekening had gehouden met inpandige verschillen in luxe tussen het appartement van belanghebbende en het vergelijkingsobject, waardoor de vastgestelde waarde te hoog was. Belanghebbende slaagde er echter ook niet in zijn lagere waarde van €636.000 aannemelijk te maken. Het Hof stelde daarom de waarde in goede justitie vast op €710.000.
Verder oordeelde het Hof dat belanghebbende recht heeft op vergoeding van de kosten die hij in bezwaar en beroep heeft gemaakt, ook al was sprake van een 'no cure no pay'-overeenkomst. De kosten van het taxatierapport werden als vergoeding toewijsbaar geacht, met een tarief van €50 per uur. Het incidentele hoger beroep van de Ambtenaar werd ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door mr. J.P.M. Kooijmans, mr. J. van de Merwe en mr. R.A.V. Boxem op 22 maart 2011.
Uitkomst: Het Gerechtshof stelt de WOZ-waarde vast op €710.000 en wijst proceskostenvergoeding toe aan belanghebbende.