ECLI:NL:RBROT:2011:BR5423
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake niet in behandeling nemen vergunningaanvraag kavel A7
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening van Ad Venture Radio B.V. (AVR) tegen het besluit van de minister van Economische Zaken om haar vergunningaanvraag voor kavel A7 niet in behandeling te nemen. AVR had nagelaten een waarborgsom of bankgarantie te stellen ter grootte van een zesde deel van het eenmalig bedrag dat voor de frequentievergunning is vastgesteld, ondanks dat haar een herstelmogelijkheid was geboden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de minister op grond van de Telecommunicatiewet en de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen kavels A7 en A8 bevoegd was om deze eisen te stellen. Het niet voldoen aan deze eisen rechtvaardigde het buiten behandeling laten van de aanvraag. Hoewel de rechtbank erkende dat de grieven van AVR over de onverbindendheid van de Regeling vaststelling eenmalig bedrag (VEB) ten onrechte niet waren meegewogen, zag zij geen aanwijzingen dat dit tot een ander besluit zou leiden.
De rechtbank stelde dat de procedure rond de vaststelling van het eenmalig bedrag zorgvuldig en transparant was verlopen en dat de minister een ruime beoordelingsvrijheid had. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tevens werd het verzoek van de Stichting Nederlandse Publieke Omroep om als partij deel te nemen aan de procedure afgewezen wegens onvoldoende rechtstreeks belang.
De uitspraak is gedaan op 19 augustus 2011 en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de vergunningaanvraag voor kavel A7 wordt afgewezen.