ECLI:NL:RBROT:2011:BU7351
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling instemming opheffing goederenspoorlijn Katwolderhaven te Zwolle
De minister stemde in met de opheffing van de Katwolderhavenspoorlijn, een goederenspoorlijn die de Katwolderhaven met Zwolle verbindt, op verzoek van de gemeente Zwolle vanwege herstructurering van het bedrijventerrein Voorst.
Eisers, waaronder de eigenaar van de Katwolderhaven en belangenbehartigers van transportondernemingen, maakten bezwaar omdat zij gebruik maken van de spoorlijn voor goederenoverslag en menen dat het besluit onzorgvuldig is genomen en in strijd is met beleidskaders voor spoorgoederenvervoer.
De rechtbank oordeelt dat eisers geen gerechtigden zijn als bedoeld in artikel 17, derde lid, van de Spoorwegwet, waardoor ProRail niet verplicht was hen te consulteren. Wel zijn zij belanghebbenden in de zin van de Awb en mochten zij bezwaar maken.
De rechtbank stelt dat de minister alle betrokken belangen heeft afgewogen en dat de belangen van de gemeente Zwolle bij ruimtelijke kwaliteit, verkeersveiligheid, bereikbaarheid en financiële subsidie zwaarder mochten wegen dan het belang van eisers bij het behoud van de spoorlijn.
Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de belangenafweging niet onredelijk is en het besluit niet onzorgvuldig is genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot opheffing van de Katwolderhavenspoorlijn wordt ongegrond verklaard.